Op deze pagina staan recencies van recent verschenen boeken en (kaart)spellen en ook recensies van wat langer geleden geschreven boeken, die niet te lang geleden zijn herdrukt of vertaald en zeker de moeite waard zijn. Verder vind je ook onderdaan de pagina een lijst van aanbevolen boeken voor mensen die zich in Wicca en heidendom willen verdiepen.
door Linda Wormhoudt
Met foto's van de auteur
A3 boeken, 2010
408 blz. € 39,50
ISBN 978 90 77408 74 2
Bij A3 boeken publiceerde Linda Wormhoudt in 2008 Goden en Sjamanen in Noordwest-Europa. Mijn recensie van dit boek heb ik ter vergelijking en aanvulling hieronder gezet. In het zojuist verschenen boek Seidr voert Linda Wormhoudt de lezer verder op het Noordse pad en probeert hem of haar tijdens de wandeling bij te brengen wat Seidr inhoudt. Als je haar wilt volgen, zul je wel wat obstakels voor lief moeten nemen en contradicties moeten tolereren omdat je geen van de tegenstelde feiten kunt missen of ontkrachten. Gelijk in de Lees- en werkwijzer worden de tegenstellingen binnen seidr breed uitgemeten: "Seidr is geen sjamanisme, het is geen hekserij, het is hekserij en sjamanisme en meer dan dat. Het is dat alles en het is het niet." (p 12) Wie dat vaag vindt of er onrustig van wordt, die zal nooit de krenten in de seidrpap vinden. Seidr betekent dat je alles bestudeert, alles ondergaat, alles betwijfelt en niets afwijst. Wat vandaag een struikelblok is, kan morgen zijn waar je naar op zoek bent.
Maar wat is seidr dan? Seidr is net als liefde: je kunt er een miljoen definities van geven die elkaar uitsluiten of tegenspreken en allemaal waar zijn: "Seidr laat zich moeilijk vangen in woorden en de beoefenaars laten zich niet vangen in een alomvattende naam. Er is geen stereotype persoon, geen naam, geen beeld of handeling waardoor we direct begrijpen hoe deze magische werkvorm nu precies functioneerde en welke mensen dit uitvoerden." (p 28) Elders op dezelfde pagina omschrijft Linda seidr als: "een spirituele magische werkvorm geassocieerd met binden, lokken, draaien, het beïnvloeden van de geest." En weer anders: "Seidr in het oude Noors komt misschien van een woord dat spreker/zanger betekent, of voorspeller. Het lijkt op het Franse woord 'sedere' dat zetel of zitten betekent, of het Oudengelse 'sittan'. In deze betekenis is seidr letterlijk een seance, een bijeenkomst om met de geesten te communiceren."
Met veel kennis van zaken beschrijft Linda Wormhoudt de vele facetten van seidr: de oorsprong, het verband met de godenwereld en met het dodenrijk, het verband met magie en met orakelen. Kortom: een goudmijn voor wie feiten over seidr zoekt, maar tegelijk is het een boek dat aangrijpend is en soms ontwapenend en humoristisch.
Het boek is knap en prettig leesbaar geschreven, in een beslist niet eenvoudige structuur. Elk hoofdstuk is namelijk twee keer geschreven. Zo is er een hoofdstuk 8A dat Het orakel heet en een hoofdstuk 8B, met dezelfde titel. Die werkwijze is voor alle hoofdstukken gevolgd. De 13 hoofdstukken zijn dus eigenlijk 26 hoofdstukken De A-versie van elk hoofdstuk is in principe een afstandelijke, wetenschappelijke benadering, een overzicht van historische bronnen en feiten. Het erop volgende B-hoofdstuk is een meer persoonlijke benadering van hetzelfde onderwerp. Het gevaar van een dergelijke opzet is dat het een 'maniertje' wordt dat na een paar hoofdstukken gaat tegenstaan. Toch is dat allerminst het geval. Bij alle hoofdstukken vond ik beide versies boeiend. Zo geeft hoofdstuk 3A een interessante beschrijving van wat er zo'n beetje over Odin en Freya bekend is, terwijl we in 3B oog in oog staan met deze God en Godin.
In de Lees- en werkwijzer lezen we: "Dit boek heb ik niet bedoeld als een basisboek en het bevat geen abc voor seidr. Het is een pioniersverslag en een uitnodiging om seidr verder te onderzoeken." Hoe je dit kunt onderzoeken is door rituelen uit te voeren en door jezelf in een lichte trance te brengen: "Hierdoor kun je naar andere werelden en dimensies reizen, op zoek naar kracht, antwoorden en contact met de helpers en gidsen. Trance is als een poort die je in staat stelt om bij diepe en intense ervaringen te komen." (p 19) Langs deze weg verwerf je geen kennis over Odin door te lezen wat anderen over hem hebben geschreven, maar door hem te ontmoeten:
Bij de man aan de boom blijf ik staan. Hij hangt, ik kijk, ik schik mijn jurk en ga zitten bij de wortels.
"Ah, daar ben je," zegt de gehangene.
"Ja, hier ben ik. Ik dacht, ik ga eens langs."
De trancereizen in het boek zijn persoonlijk, humoristisch, dramatisch en onthullend. Ze brengen het onnoembare onder woorden en beelden het onvoorstelbare uit. Dichter bij seidr kun je niet komen. Of je moet het zelf gaan gebruiken. Dit boek kan je daar een heel eind in begeleiden. En als het je pad is, lukt de rest ook wel. Linda Wormhoudt geeft ook lezingen, workshops en een sjamanistische training. Meer info op haar site www.soulritual.nl. (Ko)
Linda Wormhoudt (1966) heeft zich een tijd beziggehouden met moderne hekserij, maar ontdekte in het sjamanisme haar levenspad. Ze werkte jarenlang samen met Daan van Kampenhout en bezoekt regelmatig de Scandinavische landen op zoek naar de wortels van het oude sjamanisme. In Goden en Sjamanen in Noordwest-Europa zet ze in duidelijke taal uiteen wat sjamanisme is, welke vormen het kan aannemen en wat een sjamaan zoals doet en niet doet. Het beste is een leermeester te vinden om je wegwijs te maken op dit pad, maar als je je in deze materie wilt verdiepen zonder je al bij voorbaat ergens aan te verbinden, kan dit boek je goede diensten bewijzen.
Het boek begint met een uiteenzetting over de Germaanse en Keltische religies, waarbij met name de Scandinavische vorm van het Germanendom beschreven wordt. Het sjamanisme van de Sami in Lapland wordt in een afzonderlijk hoofdstuk uiteengezet. Daarna wordt hekserij in Noordwest-Europa kort beschreven, waarbij de verschillen tussen sjamanisme en hekserij niet zo erg uit de verf komen. Het gaat daarbij vooral over traditionele heksen, zoals die uit de heksenprocessen naar voren kwamen, niet over Moderne Heksen (Wicca's).
Een groot gedeelte van het boek houdt zich bezig met duidelijk afgebakende onderdelen van de sjamanistische levenswijze. Zo wordt aandacht besteed aan kleuren, elementen, het werken met krachtdieren of krachtvoorwerpen, de kracht van bomen en planten, de kracht van de stem, de functie van dromen en de rol van voorouders en andere overledenen in het sjamanisme. De functie en vorm van rituelen wordt kort besproken. Bijzonder bruikbaar zijn de Rituele Suggesties die overal in het boek worden gedaan, suggesties om zelf aan de slag te gaan met bepaalde zaken en te ervaren hoe een en ander voor jou uitwerkt. Als voorbeeld kan ik de Rituele Suggestie Praten met Rook geven: 'De rook van verbrande kruiden zoals salie en roosmarijn kan worden gebruikt als communicatiekanaal tussen jou en jouw hulpgeesten. Verbrand de kruiden in een vuurvast potje en zie hoe de rook omhoog gaat. Praat tegen de rook, vertel je gebeden of wensen en laat de rook de drager zijn van jouw woorden. De rook zal daar naartoe gaan waar jouw gebeden worden gehoord.' (pag 85). Het boek staat vol met dit soort praktische suggesties die je kunt uitproberen. Als sjamanisme niet je levenspad is, kun je evengoed veel levenswijsheid en praktische vaardigheden uit dit boek opdoen.(Ko)
Van Paul Biegel heb ik al eerder een recensie geschreven, van Nachtverhaal. Voor algemene informatie over Paul Biegel en Charlotte Dermatons verwijs ik naar deze recensie, die ik voor het gemak hieronder heb gezet.
In 1969 publiceerde Biegel De tuinen van Dorr, dat hij zelf als zijn beste boek beschouwde. Vergeleken met Nachtverhaal, dat ik ademloos heb uitgelezen, moet ik zeggen dat ik De tuinen van Dorr nog beter vind. Het verhaal is ongelooflijk knap geschreven, met een schijnbare wirwar van op zich al fascinerende verhalen, die in de loop van het boek allemaal op hun plaats vallen. De stijl van Biegel is poëtisch en tijdloos. Geen moment krijg je de indruk dat het boek al meer dan veertig jaar geleden is geschreven.
De liefde van een prinses en een tuinmansjongen is de rode draad die door het verhaal loopt. De heks Sirdis, ook wel aangeduid als Hare Toverheid, steekt echter een spaak in het wiel. Door haar intriges verandert de tuinmansjongen in een bloem, die door het prinsesje liefdevol verzorgd wordt - tot de bloem ineens verdwenen is. Het prinsesje heeft er alles voor over om haar geliefde terug te vinden. Ze waagt zich zelfs in de betoverde stad Dorr, op zoek naar de tuinen, die spoorloos verdwenen zijn.
Het verhaal neemt voortdurend een andere wending en wat je meent begrepen te hebben, blijkt in een volgend hoofdstuk toch weer anders te zijn. Als lezer ben je daarmee, net als het wanhopige prinsesje, opgesloten in een betoverde wereld, waarin je probeert je weg te vinden. De verrassende wendingen van het verhaal zijn nooit vergezocht en een logisch gevolg van gebeurtenissen of omstandigheden die je pas later zult begrijpen. Door deze gelaagde opbouw, blijft het verhaal tot de allerlaatste zin spannend. Lemniscaat raadt het boek aan voor lezers vanaf zeven jaar. Voor jonge kinderen lijkt het boek me te gecompliceerd, maar misschien haalt elke leeftijdscategorie er voor zichzelf wel iets uit. Ik heb er in ieder geval van genoten.
De tekeningen van Charlotte Dermatons zijn opnieuw prachtig en sfeervol. Uitgeverijen Holland en Lemniscaat hebben voor dit doel de Biegel Bibliotheek in het leven geroepen en zijn van plan ook de andere boeken van Biegel hierin opnieuw uit te brengen. Van mij mogen ze hier nog lang mee doorgaan. (Ko)
Paul Biegel is op 25 maart 1925 in Bussum geboren. Hij wilde pianist worden, maar was niet goed genoeg voor het conservatorium en vertrok voor een jaar naar Amerika. Daar schreef hij voor een krant en terug in Nederland, waar hij o.a. voor de Avrobode schreef. Daarna maakte hij stripverhalen voor de Toonder Studio's. In 1962 schreef hij zijn eerste jeugdboek. Inmiddels zijn er 50 boeken van zijn hand verschenen. Bijna alle verhalen bevatten sprookjesachtige elementen, zoals feeën, kabouters, dwergen, koningen, prinsessen en rovers. In 1992 publiceerde hij het jeugdboek Nachtverhaal, dat nu door Lemniscaat is uitgegeven met nieuwe tekeningen van Charlotte Dematons. Na de Rietveld Academie afgemaakt te hebben heeft ze veel gewerkt als illustrator en ook zelf prentenboeken geschreven. De prachtige, sfeervolle, grappige of spannende tekeningen passen uitstekend bij het Nachtverhaal.
Het verhaal gaat over een kabouter van anderhalve duim lang (zijn naam wordt nergens genoemd), die op de zolder van een oud huis in een poppenhuis woont. In het huis woont alleen oude vrouw en die komt nooit meer boven, dus de kabouter kan er ongestoord verblijven. Hij loopt 's nachts door het huis en controleert of alles in orde is, of de oude vrouw niet is vergeten een kraan of gaskraan dicht te draaien en of er nergens rommel is blijven liggen. Eén keer in de week krijgt hij bezoek van Rat en Pad, die in de kelder wonen en op zaterdagavond bij hem komen kaarten. De kabouter heeft liever niet dat ze zijn rust komen verstoren omdat ze altijd samen ruzie maken, maar is toch wel aan ze gehecht. Op een avond tijdens een storm komt een fee binnenwaaien. Haar vleugels zijn gehavend en ze kan niet meer vliegen. De kabouter is bang voor haar omdat hij denkt dat feeën kunnen toveren, maar ze begint haar levensverhaal te vertellen en dat boeit hem toch wel. Ze mag tot de volgende ochtend blijven slapen, maar als de kabouter wakker wordt, is ze verdwenen. Dat denkt hij tenimnste, maar 's avonds is ze er weer en dan blijkt dat ze overdag zo ijl wordt dat niemand haar kan zien. Ze gaat verder met haar verhaal en dat is reuze spannend. De kabouter wil haar steeds zeggen dat ze weg moet, maar hij wil toch wel weten hoe het verhaal afloopt en wordt stiekem ook wel een beetje verliefd op de fee.
Op briljante wijze weeft Paul Biegel de twee verhaallijnen door elkaar: de verhalen van de fee en de belevenissen van de kabouter, Rat en Pad in het huis. Ik zal er niets van verklappen, maar ook als volwassene kun je hier veel leesplezier aan beleven. Een absolute aanrader dus voor iedereen vanaf een jaar of acht. (Ko)
191 blz. € 18,95
Uitgeverij De Arbeiderspers, 2008
ISBN 978 90 29566575
Welke problemen ondervinden bomen in de stad? Wat is de overlevingskans voor bomen in het bos? Hoe oud,hoe hoog en hoe dik kunnen bomen worden? Hoe spelen bomen in op de seizoenen? Wat hebben mensen met bomen? Waarom kun je beter niet onder een es staan als het regent? Alle vragen die u altijd al over bomen had willen stellen worden in dit boek beantwoord.
Met veel plezier las ik de essays over bomen in ons landschap die in dit boek staan. Het vormt een mooie aanvulling op wat ik al wist of zelf gezien had en nodigt me uit bepaalde plaatsen in Nederland te gaan bezoeken. De informatie in dit boek zal me dan goed van pas komen.
Leuk, goed leesbaar en met liefde voor bomen geschreven. De pentekingen en etsen van Erik van Ommen zijn een welkome aanvulling op de tekst. (Joke)
117 blz. € 19,95
Uitgeverij Prometheus, 2010
ISBN 978 90 446 1578 4
Victor (Horsting) en Rolf (Snoeren) kennen we natuurlijk als mode-ontwerpers. Ze doen dit vanaf 1992, maar hiernaast maken ze ook al een tijd furore in de kunstwereld.
Dit is hun eerste boek. Op de achterflap worden ze als volgt geciteerd: "We houden ervan het vertrouwde te verdraaien." Veel van de verhalen gaan uit van een absurde situatie en werken die dan zo natuurlijk mogelijk uit. Zo beschrijft het verhaal De twee manen hoe twee manen in tegenovergestelde richting om een planeet draaien en elkaar één keer per jaar tegenkomen. Hun pogingen elkaar in de loop der eeuwen te leren kennen en doorgronden zijn tegelijk herkenbaar en vervreemdend. Grote klasse. In De vijfde parfumfles wordt de wereld geprojecteerd op vijf parfumflessen die elkaar het leven zuur maken in hun jaloerse en achterdochtige pogingen de boventoon te voeren en het belangrijkste flesje te zijn in het leven van prinses Sjanilla. Grote klasse.
In De cirkel en het vierkant kunnen een cirkel en een vierkant die op een papier getekend zijn het absoluut niet met elkaar vinden. Ze doen hun best elkaar weg te pesten tot een onverwachte gebeurtenis plaatsvindt en hun wezen aantast. Grote klasse.
Helaas hebben Victor en Rolf de neiging wat ze verdraaid hebben weer terug te draaien en de lezer in wijze levenslessen te onderrichten hoe de wereld in elkaar zit. Dat levert naïeve en sentimentele taferelen op. Zo is prinses Giselle het meest verwende nest dat je je kunt voorstellen. Als de koning, haar vader, haar een geschenk belooft, vraagt ze om een gouden jurk. Die krijgt ze ook, maar het volk moet er krom voor liggen. In een driftbui maakt Giselle de jurk kapot. Voor straf moet ze van de koning een jaar als dienstmeid op een boerderij doorbrengen. Dit opent de ogen van het verwende meisje: "Ze wist nu eindelijk beter: het kostbaarste wat er bestaat is niet goud, het kostbaarste is vriendschap." Bij het eerste verhaal zocht ik nog naar een dubbele bodem, maar die lijkt er niet te zijn. Helaas. (Ko)
28 blz. € 14,95
Uitgeverij Clavis, 3e druk, 2005
ISBN 90 448 0124 4
Lieve Baeten was een Vlaams auteur en illustrator, geboren in 1954. Ze werd bekend door haar prentenboekenreeks Lotje, die door uitgeverij Clavis werd uitgebracht. Ze studeerde grafische vormgeving aan de Antwerpse Academie voor Schone Kunsten. Haar boeken over Lotje werden vertaald in maar liefst 18 talen en ze kreeg voor Lotjes avonturen belangrijke prijzen, o.a. de Boekenpauw in 1993 voor 'Nieuwsgierige Lotje' en de Kinderboekwinkelprijs 1995 voor 'Lotje is Jarig'.
In 2001 kwam Lieve Baeten om bij een auto-ongeluk. Haar zoon Wietse Fossey heeft haar laatste boek, 'Slimme Lotje' afgemaakt. Hij deed dat helemaal in de sfeer van zijn moeders werk.
Op de achterkant van het boek staat een mooie tekst en wat kan ik beter doen dan Lieve te citeren:
De zon is gaan slapen en de maan komt op.
Nu worden alle heksen wakker.
Boem, tok, wat is dat?
Een koffer! Er staat een kleine koffer voor de deur.
'Kom Poes,' roept Lotje, 'ik tover die koffer open!'
Maar zo eenvoudig is dat niet...
Zal Lotje het geheim van de koffer kunnen ontsluieren?'
Lees het boek en je weet het. (Joke)
28 blz. € 10,95
Uitgeverij Clavis, 10e druk, 2007
ISBN 978 90 6822 293 7
Lotje is jarig en wil een taart toveren, maar dat lukt niet en ze gaat er toch maar een kopen in Heksendorp.
Als ze thuiskomt is Poes weg.
Lotje zoekt overal in Heksendorp en vindt haar uiteindelijk, waarna ze met alle andere heksen haar verjaardag viert.
Voor nadere informatie over de auteur, zie mijn recensie hierboven.
(Joke)
20 blz. € 5,95
Uitgeverij Clavis, 10e druk, 2007
ISBN 978 90 6822 293 7
Van dit boek is op dit moment alleen de kleine uitgave beschikbaar. Eind van dit jaar komt dit boek weer in het grotere formaat op de markt. Gelukkig maar, zou ik bijna zeggen. Het is een beetje jammer dat de prachtige illustraties van Lieve Baeten niet erg goed uitkomen op dit formaat.
Lotje krijgt bezoek van de Kerstheks. Terwijl ze op Kleintje past, beleeft ze nog veel andere avonturen.
Op de eerste bladzijde van deze uitgave staat:
Dank je, Lieve,
voor Lotje,
voor zoveel toveren,
voor de lichtjes in het donker.
Hier sluit ik me graag bij aan. De drie hierboven besproken boeken zijn de enige boeken van Lotje die op dit moment verkrijgbaar zijn. Eind 2010 verschijnen gelukkig een aantal van haar boeken in herdruk. Ik kijk ernaar uit. (Joke)
Met tekeningen van Axel Scheffler
28 blz. € 12,95
Uitgeverij Gottmer, 2001
ISBN 90 257 3325 5
Alweer een hele tijd geleden uitgebracht door J.H.Gottmer en H.J.B.Becht. Meer over hun andere kinderboeken vind je op www.gottmer.nl.
Toch was de uitgever zo vriendelijk om me alsnog dit prentenboek te sturen. Het is een verhaaltje in versjesvorm over een heks die op haar bezemsteel stapt en daarna ijzelijke avonturen beleeft. De bezem breekt, ze ontmoet een draak, een monster komt uit het moeras. Gelukkig loopt dit goed af en snel tovert ze een riante nieuwe bezem voor zichzelf en de vriendjes die haar geholpen hebben aan de draak te ontsnappen:
Met een stoel voor de heks
en de hond en de kat.
Met een nest voor de kraai,
en een bubbetjesbad
voor de kikker. 'Vooruit,'
riep de heks. 'Stap maar op!'
Toen nam ze haar stafje
en tikte -klop-klop-
op de bezemsteel en...
Zzzoeff! Daar gingen ze!
Mooi uitgevoerd, met erg leuke tekeningen! (Joke)
door Dr. Ernest Drake
26 blz. € 22,99
Uitgeverij Van Goor, 2009
ISBN 978 90 475 0747 5
Een nieuwe uitgave in de prachtreeks op groot formaat (30 x 25 cm), uitgegeven door Van Goor-Unieboek. Op www.ologiewereld.nl vind je hier meer over.
Ditmaal is het een boek van de geheimzinnige Victoriaanse wetenschapper dr. Ernest Drake, die meestal in verband wordt gebracht met draken, maar in deze pas ontdekte publicatie laat zien dat zijn belangstelling ook uitging naar andere mythische dieren. Volgens de uitgever schijnt dit een herdruk van de originele uitgave uit 1904 te zijn, die toen in een kleine druk is verschenen. Maar ze weten niet zeker of dit wel klopt.
Dr. Ernest Drake zei zelf al in zijn nawoord: "Zo ik met dit boek iets heb willen overdragen, dan is het mijn bewondering, niet alleen voor fabeldieren, maar voor alle op aarde levende dieren en monsters waar we nog helemaal niets over weten. Ze doorklieven de lucht, glijden door het water van de zee of kruipen op de aarde rond. Belangrijker dan mij op mijn woord te geloven is er op uit te gaan en je ogen goed de kost te geven."
Bij deze wijze woorden van dr. Drake sluit ik mij volledig aan. Ik wil nog even zeggen dat ook dit boek uit deze reeks prachtig is geïllustreerd en wederom vele kaarten, geheime vakken, stukjes huid en o.a. een raadselboek bevat. Een aanrader. (Joke)
door Annine van der Meer
456 blz. € 49,95
Uitgeverij A3 Boeken, 2009
ISBN 978 90 77408 67 4
Van Annine van der Meer recenseerde ik eerder Van Venus tot Madonna (2006) en Van Sophia tot Maria (2008). Precies een jaar na het laatstgenoemde boek is dan nu verschenen Venus is geen vamp. Dat is geen geringe prestatie, want opnieuw is het een omvangrijk boek waaraan veel onderzoek ten grondslag moet hebben gelegen. En opnieuw kan ik niet anders dan bewondering hebben voor de overweldigende hoeveelheid informatie die Annine van der Meer weet aan te dragen. Met ca. 1000 prachtige illustraties, waarvan ik een groot gedeelte nooit eerder heb gezien, onderbouwt ze haar betoog en laat ons de Godin zien zoals ze sinds de Steentijd door de verschillende volkeren is aanbeden en afgebeeld.
In het boek wil de schrijfster een rehabilitatie bewerkstelligen van Venus, 'de oervrouwe die tot dusver als Vamp Venus door het leven moest,' zoals ze het zelf omschrijft. Ze trekt van leer tegen de mensen die Venus als een dom blondje en een lustobject beschouwen en toont, mijns inziens overtuigend, aan dat Venus stevig is geworteld in de Grote Godin die in de Steentijd heerste over hemel en aarde, over leven en dood. In de patriarchale beschavingen van de Oudheid is deze Grote Godin ondergeschikt gemaakt aan strijdhaftige stamgoden en uiteengevallen in talloze deelgodinnen.
Het is wat verwarrend dat de schrijfster zowel de Oervrouwe als de deelgodinnen aanduidt als Venus en hun afbeeldingen als venuskunst. In een mail aan mij licht Annine haar standpunt toe: 'In mijn betoog ga ik uit van de oervrouwe of de vrouwe die ten onrechte Venus genoemd is. Zij valt in tal van culturen uiteen in deelaspecten of godinnen die een deel van haar actieradius bestrijken. Ik beschouw godinnen als Isis and Kybele niet als varianten van Venus maar als latere dochters van de oervrouwe of vrouwe. Het hele boek gaat over de vrouwe die ten onrechte Venus is genoemd. Als de vrouwe wordt zij overal aangesproken. Venuskunst is een verzamelnaam voor voor-christelijke sacrale vrouwelijke kunst. In de recente literatuur wordt gesproken over een venustraditie, venusfigurines, de as van de vrouwelijke iconografie, van een standaardmodel en ook van venuskunst. Vandaar dat ik deze algemene naam voor de kunst overneem in de wetenschap dat het niet gaat om Venus maar om de oervrouwe of oermoeder.' Met dank aan Annine voor deze heldere uiteenzetting, sluit ik me graag hierbij aan.
In deel 1, Over Venus en venuskunst, geeft de schrijfster een overzicht van de kenmerken en de verschijningsvormen van de Godin van 35.000 - 10.000 v.Chr., dat is vanaf het moment dat de vroeg-moderne mens zich in Europa verspreidt tot het eind van de laatste ijstijd. Door wetenschappers zijn de vanaf 1864 gevonden beeldjes aanvankelijk geduid als afbeeldingen van een Moedergodin en gezien als voortkomend uit een matriarchaat, waarin vrouwen en Godinnen een belangrijke plaats innamen. Rond 1970 werd het concept van het matriarchaat door toonaangevende wetenschappers als zweverige en onbewijsbare mythen afgedankt. Die wetenschappelijke, afstandelijke benadering, wel aangeduid als het postmoderne scepticisme, viert nog steeds hoogtij. Auteurs als Marija Gimbutas en James Mellaart, die de belangrijkheid van de Godin in het Oude Europa en het Midden-Oosten beschreven, worden door de meeste wetenschappers genegeerd of afgedaan als achterhaald. Het is te prijzen dat Annine van der Meer haar wetenschappelijke reputatie op het spel zet door zich, tegen de stroom in, in te zetten voor het eerherstel van de Godin.
In deel 2, Leer je moedertaal weer spreken, worden een aantal thema's en bijbehorende symbolen beschreven, die met name in het laatste millennium v.Chr. gebruikt zijn om de Godin gestalte te geven. In hoofdstuk 2.2., Haar lievelingsplekken, wordt geanalyseerd met welke plaatsen de Godin gewoonlijk werd geassocieerd: in of bij het water, in een tempel, in de natuur, in een grot, op een berg of op een hoogte.
Hoofdstuk 2.3. is getiteld Haar partnerdieren, maar het gaat hierbij niet alleen om de dieren waarmee de Godin werd afgebeeld, maar ook om de diervormen die ze zelf door de eeuwen heen heeft aangenomen. En dat zijn vrijwel alle dieren die je maar kunt bedenken, met name vogels, slangen en de grote roofdieren.
Andere hoofdstukken beschrijven de lichaamsdelen van de Godin die door de eeuwen heen prominent zijn afgebeeld, haar favoriete kleding of de bomen en planten waarmee ze vaak werd geassocieerd. Hoofdstuk 2.7. analyseert Haar kenmerkende lichaamshoudingen. Deze houdingen zijn een aanduiding van een belangrijke functie of eigenschap van de Godin. Zo geeft een houding met haar handen onder haar borsten haar functie als voedende moeder weer. Op andere afbeeldingen is ze zwanger, baart een kind of heeft een kind op de arm. De Godin kan staan of zitten op de grond of op een troon.
Het boek is een goudmijn voor ieder die zich wil verdiepen in de uiteenlopende manieren waarop de Godin vanaf de Steentijd is afgebeeld. Het toont aan dat de Godin duizenden jaren lang een centrale plaats heeft ingenomen in de samenleving. Een absolute aanrader dus. (Ko)
De afgelopen jaren heb ik met veel plezier de Astrologische Agenda van Uitgeverij Hajefa gebruikt, zoals trouwe lezers van deze rubriek wel weten. Even snel nakijken wanneer zon en maan opkomen en ondergaan, in welk teken de planeten staan en of er een zons- of maansverduistering is. Met deze agenda heb je het altijd bij de hand. Ook staan er zeer interessante artikelen in over een bepaald astrologisch thema. Dit jaar is het thema de Centauren Cheiron, Pholus en Nessus. Astrologen Melanie Reinhart en Hermine Merlijn leggen uit wat de Centauren zijn en welke invloed ze in een horoscoop kunnen hebben. Deze Centauren zijn kleine planeten die de afgelopen 30 jaar zijn ontdekt. Vaak geven ze in een horoscoop een onverwachte wending aan bepaalde zaken. Darrelyn Gunzburg belicht de rol die Pholus en Nessus hebben bij het rouwproces en zo belichten anderen nog weer andere kanten van deze boeiende planeten, waarvan meestal alleen Cheiron vaag bekend is.
De agenda is ingebonden en voorzien van een harde kaft. Om hem open op je buro te kunnen leggen, moet je hem wel een paar keer stevig openvouwen, zeg maar dubbelvouwen - maar daar kan hij tegen. De indeling van 7 dagen op 2 bladzijden is voor de meeste mensen voldoende en overzichtelijk. Met het leeslint is de juiste datum altijd snel terug te vinden. Voor wie niet alle astrologische symbolen uit het hoofd kent, worden deze voorin de agenda op een rijtje gezet. Volgend jaar ga ik hem zeker gebruiken. (Ko)
Tot 2008 werd deze agenda uitgegeven door Uitgeverij Equinox van Elise Schouten. Vanaf 2009 geeft Hajefa ook deze agenda uit. Een beetje verwarrend, twee agenda's met dezelfde naam, van dezelfde uitgever. De dagelijkse informatie is wat minder hier dan in de agenda van Peter Saarloos. Je kunt voor elke dag in beide agenda's vinden waar elke planeet zich bevindt, maar in de agenda van Elise Schouten vind je niet wanneer zon en maan opkomen en ondergaan en ook lang niet altijd welke aspecten zon en maan en de andere planeten in de loop van de dag maken. De astrologische informatie in deze agenda beperkt zich tot een beknopt artikel Bouwstenen van de Astrologie vooral bedoeld voor beginners op dit pad. De vormgeving van deze agenda is in veel opzichten gelijk aan de andere agenda die ik hierboven heb besproken. Wie geen behoefte heeft aan diepgravende, maar moeilijke artikelen over de Centauren en een metalen ringband prettig vindt, kan kiezen voor deze agenda, maar ik hou het toch bij de gebonden uitgave van Peter Saarloos. (Ko)
Sinds 2007 heeft uitgeverij Hajefa jaarlijks een Maankalender samengesteld. De editie voor 2010 is inmiddels verschenen. Je kunt hem neerleggen of hem met een touwtje ophangen aan de twee daarvoor bestemde gaatjes. Voor elke dag is er een scheurblad, waarop voor die dag de opkomst en ondergang van zon en maan worden gegeven. Ook wordt de betreffende maanfase met een tekeningetje weergegeven. Er worden elke dag adviezen en tips gegeven voor de gezondheid. Vooral gebaseerd op de maanfase en het zonneteken (of de tekens) waarin de maan zich die dag bevindt, worden tips gegeven om relaties te ontwikkelen of te onderhouden. Goede tijdstippen om te solliciteren of uitstapjes te maken worden gegeven. Ook zijn er adviezen voor bij het tuinieren, afhankelijk van het jaargetijde en de maanfase.
Bij de bekende horoskopen in dagbladen worden voor elk zonneteken bepaalde uitspraken gedaan. Ik ben geneigd die niet serieus te nemen. In deze maankalender speelt je zonneteken geen rol. Het gaat om de fase van de maan en de plaats van de maan in een bepaald zonneteken op die dag. Dat heeft een bepaalde algemene invloed die zich die dag doet gelden. Afhankelijk daarvan worden adviezen en tips gegeven. Ik zou zeggen: probeer ze uit en kijk of ze aansluiten bij wat je die dag meemaakt of voelt. (Ko)
door Linda Kohanov
224 blz. € 39,50
Uitgeverij Ankh-Hermes, 2007
ISBN 978 90 202-0282-3
Linda Kohanov is al een aantal jaren bezig met mensen helpen d.m.v. de omgang met paarden, nadat zij erachter kwam dat deze viervoeters, die immers al vanaf de vroegste tijden in de nabijheid van mensen vertoeven, haar heel veel te vertellen hadden op het gebied van psychologie, omgang met elkaar (mensen met paarden en mensen en paarden onderling) en spiritualiteit. Paarden voelen onze emoties aan en kunnen ons daardoor helpen op de weg naar zelfkennis en transformatie.Zij heeft daar haar werk van gemaakt; in Arizona heeft zij een ranch waar zij met paardentherapie werkt, haar bedrijf heet Epona Equestrian Services en inmiddels is er ook een Nederlandse vestiging.
Eerder schreef Linda Kohanov "De Tao vanEquus" en "Ruiter tussen twee werelden".
Kim McElroy is een kunstenares die vooral paarden schildert en daarbij heel duidelijk de emotionele en spirituele kwaliteiten van deze dieren naar voren laat komen.
De 40 kaarten voor dit boek zijn door de dames uit 300 schilderijen gekozen. Zij stellen archetypes voor, te verdelen in Ervarings-, Relatie- Creativiteits- en Transformatie-archetypes. Elke kaartbeschrijving begint met de naam, vervolgens drie thema's waar het om draait. Dan een korte beschrijving van wat er op de kaart staat. Hierna volgen dan in het kort Het Geschenk, d.w.z. de positieve kant van de kaart en De Uitdaging, de waarschuwing voor valkuilen en struikelblokken.
Onder het kopje De Reis volgt dan het verhaal van de kaart, veelal Linda Kohanov's eigen ervaringen met paarden, vooral die van haarzelf. Aan het eind worden dan de nummers en de aspecten van 4 kaarten die veel met deze te maken hebben genoemd.
Zij doet ook suggesties voor het gebruik, o.a. een legging met vijf kaarten, die aangeeft wat er speelt in de verschillende lagen van het bewustzijn.
Misschien ben ik een beetje bevooroordeeld, als paardenliefhebster, tarotist en lifecoach, maar ik vind het een heel fijne kaartenset met boek. Vooral het boek is duidelijk, niet vergezocht, psychologisch en spiritueel herkenbaar en gelukkig niet te Amerikaans van toon. Af en toe waren de verhalen ontroerend en soms heel interessant, zoals kaart 27, Merlijns geest (Merlijn is een hengst van L.K.). Dat gaat over de herdefiniëring van het mannelijke principe naar een minder agressieve vorm dan dat het na eeuwen oorlogvoeren (waar man en paard samen gewond zijn geraakt) in de moderne maatschappij is geworden.
Een minpuntje is, dat de "Reis"verhalen soms wat aan de lange kant zijn en dat het voornamelijk een boek is voor wie al wat met paarden heeft. Het is in mijn ogen vooral een aanrader voor coaches/therapeuten die al met paarden werken, zoals er tegenwoordig steeds meer lijken te zijn. Maar ook heel interessant om gewoon een keer te lezen. (Mieke Scholten)
Dromen kunnen levendig, poëtisch, surrealistisch, erotisch, angstaanjagend of verontrustend zijn. Zo lees ik in het persbericht dat verscheen bij het uitkomen van dit boek. Het is geschreven door David Fontana, die hoogleraar transpersoonlijke psychologie aan de John Moores Universiteit in Liverpool is. Hij is lid van de British Psychological Society en zijn vele boeken zijn in meer dan 25 talen vertaald.
Een zoet kookboek, dat begint met wat achtergrondinformatie over zoetigheden, dat ons van nu af aan alleen nog maar zoete gedachten belooft.
Het boek Mystieke Plekken beschrijft 25 bijzondere plaatsen in Nederland (16), België (3) en Duitsland (6). Het zijn uiteenlopende plaatsen: oude heidense heiligdommen, grafheuvels, hunebedden, grotten, maar ook kasteelruïnes en zo maar plekken die een bijzondere sfeer uitademen. De beschrijvingen zijn kort en ter zake doend. De prachtige foto's slagen er uitstekend in de magische of mystieke sfeer van deze plaatsen op te roepen.
Het verhaal speelt zich af in de 16e eeuw, in een dorp in Bohemen. De hoofdpersoon is Petra Kronos, een twaalfjarig meisje. Haar vader is een instrumentenmaker, maar ook een magiër, die met zijn gedachten metaal kan bewerken. Zijn pronkstukken zijn metalen dieren die echt leven. Voor Petra heeft hij een tinnen spin gemaakt, Astrophil, die uitblinkt in schranderheid en zelfs heeft leren lezen. Astrophil is haar vriendje, die haar vaak goede raad raad geeft en behoedt voor misstappen.
Dat de Romeinen in ons land zijn geweest, is algemeen bekend. De noordelijke grens, aangeduid als Limes en met mijlpalen aangegeven, liep dwars door het huidige Nederland, ter hoogte van Traiectum, het latere Utrecht. De Limes had vooral een militaire functie, als bescherming tegen de in het noorden wonende Germanen en Friezen. Traiectum was niet meer dan een Romeins castellum dat rond 47 na Christus is gebouwd. Maar de Romeinen bouwden natuurlijk ook tempels en woonhuizen. In Nederland zijn ruim 1400 archeologische vindplaatsen, waarvan vele uit de Romeinse tijd dateren. Over deze vindplaatsen gaat dit boek, niet over vondsten die je in musea kunt vinden.
Door Ernestine van der Wall e.a.
De 18e eeuw wordt vaak aangeduid als 'de eeuw van de Verlichting'. Over wat onder 'Verlichting' of 'het Rationalisme' moet worden verstaan, lopen de meningen nogal uiteen. Voorstanders zeggen dat de Verlichting de westerse mensen in staat stelde de oude vooroordelen los te laten en onbevangen op grond van wetenschappelijke onderzoekingen vast te stellen hoe de wereld in elkaar zit en welke rol religie daarin heeft gespeeld. Tegenstanders zeggen dat het Rationalisme alles heeft afgebroken dat niet volgens de moderne westerse wetenschap verklaard kon worden en dat daardoor tot deze tijd onze visie op de wereld en op het goddelijke eenzijdig en steriel is.
Door Patty Wageman e.a.
John William Waterhouse behoort al vele jaren tot onze favoriete schilders. Posters van zijn Hylas en de nimfen (1896), De sirene (1900), De Vrouwe van Shalott (1888) en Circe biedt Odysseus de beker aan (1891) hebben jaren in ons huis gehangen. We waren dan ook zeer verheugd dat het Groninger Museum vanaf 14 december 2008 een tentoonstelling van zijn werken organiseerde en wel de grootste expositie van zijn werken die er ooit gehouden is. De laatste Waterhouse-expositie was in 1978 in Sheffield en die was veel kleiner van opzet. Tijdens zijn leven was Waterhouse een gevierd schilder, maar na zijn dood in 1917 is hij verguisd om pas tegen het eind van de 20e eeuw door de critici en het publiek weer geroemd te worden.
Door Jonathan Black
De Geheime Geschiedenis van de Wereld is een dik boek (meer dan 600 pagina's), fraai uitgegeven door Servire op nagemaakt oud papier, met veel mooie en vaak zeldzame illustraties, die uitgebreid worden toegelicht. Over geheime genootschappen is het vaak moeilijk informatie te verzamelen. Meestal moet je daar een diepgaande studie aan wijden en veel oude en stoffige documenten raadplegen - als je er de hand op kunt leggen. Ik was dan ook zeer verheugd dit boek in de winkel aan te treffen. Een overzicht van de belangrijkste genootschappen van de afgelopen 5000 jaar, dat leek me een welkome aanvulling van mijn boekenkast. Enthousiast begon ik het boek te lezen, maar al snel kwam ik erachter dat dit boek over niets anders gaat dan over de wereld volgens Jonathan Black. En eigenlijk kan die wereld me niet overtuigen.
Tekst en illustraties van Daniela Drescher
Van mijn favoriete kinderboekenschrijfster (zie mijn recensies van haar andere boeken elders op deze pagina) kwamen bij Christofoor in het najaar van 2008 maar liefst twee boeken uit.
Dit boekje is voor de iets oudere kinderen dan het bovenstaande boek.
Admar Kwant is geboren en opgegroeid in Zaandam, maar verhuisde op haar zeventiende naar het bosrijke Eext. In Groningen volgde ze de Pabo, waarna ze schilderlessen kreeg van Benno Sloots. Vanaf 2005 maakt ze foto's voor Educare, een tijdschrift over opvoeden.
Dit is een fascimile uitgave van een boek uit 1771. Door de uitgever is aan deze uitgave een inleiding, verantwoording, nieuwe inhoudsopgave en een paginering toegevoegd, evenals een verklarende woordenlijstt, een register op recepten voor de keuken en een register voor kwalen. Dit boek wordt daardoor een rijke bron voor nieuwe combinaties van Hollandse ingrediënten, verrassende menu's, bijzondere stoofschotels, soepen en desserts. Ook sauzen, taarten en koekjes komen hierin aan bod.
David Fontana
Het eerste wat me opvalt als ik de kaarten van dit pak bekijk, is dat ze me doen denken aan het Hanson-Robertsdeck dat ik heb gebruikt sinds ik het 25 jaar geleden had gezien bij Louise van Zanen, bij wie ik een cursus tarot volgde op de Zomerschool van de Theosofische Vereniging op het Theosofisch Centrum in Huizen. Louise leerde me mijn intuïtie bij het leggen met dit pak te volgen. Voordat ik dit deck kocht, had ik een zwart-wit Rider-Waitedeck, dat ik 20 jaar had gebruikt. Op dit moment heb ik mijn hart verloren aan De Tarot van de Druïden van Will Walkington, die net als ik een grote bewondering heeft de de Pre-Rafaelieten en zich daardoor liet insprireren.
Teresa Moorey
Teresa Moorey is de auteur van 30 boeken over Wicca, astrologie en andere occulte zaken. Ze is ingewijd als Wicca en heeft jarenlang solo en in een Coven gewerkt. In veel van haar boeken richt ze zich op jonge mensen en dat geldt ook voor De Feeëngids, al kunnen volwassenen hier ook veel lezenswaardigs in vinden. De oorspronkelijke titel van het boek is The Fairy Bible. Meestal wordt 'fairy' vertaald als 'fee' of als 'elf'. Wat voor wezens daar precies onder vallen, is een rekbaar begrip. Tenslotte worden sprookjes in het Engels aangeduid als fairytales. Wat je op De Feeëngids tegen kunt hebben, is dat Teresa Moorey het begrip 'fairy' wel heel erg ruim opvat. Alle denkbare wezens uit volksverhalen, zoals dwergen, kabouters, reuzen en nog vele andere, worden in dit boek besproken. Ook vele heidense Goden en Godinnen als Pan en Cerridwen zijn in het boek opgenomen. Verder speelt de Wicca op de achtergrond vaak een rol. Zo zijn de 'feeënfeesten' niets anders dan de acht jaarfeesten die Wicca's vieren.
Samengesteld door Jacques Hainard e.a.
Van 1 november 2008 t/m 10 mei 2009 is in het Tropenmuseum in Amsterdam de expositie Vodou - kunst en mystiek uit Haïti te zien. De expositie was al eerder te zien in Genéve en gaat nog naar Göteborg, Berlijn en Bremen. Het gelijknamige boek is een vertaling van de Franse versie die voor Geneve was gemaakt. Het museum heeft de Franse naam Vodou aangehouden, terwijl in Nederland de Engelse schrijfwijze Voodoo meer is ingeburgerd.
Yoeke Nagel
Van Yoeke Nagel heb ik eerder het boek De magie van het huishouden besproken. In dat boek beschrijft Yoeke hoe alledaagse dingen een magische lading kunnen krijgen als je je ervoor openstelt. In Damestasjelezen gaat het opnieuw om iets alledaags, zo gewoon dat je het meestal voor kennisgeving aanneemt: de tas die vrouwen bij zich hebben en wat ze daarin met zich meedragen. Yoeke gebruikt de inhoud van de tas als een orakel dat het diepste van de draagster onthult. Om dat innerlijk zichtbaar te maken, vraagt ze de draagster van de tas de inhoud op de grond of op een tafel te kieperen. Deze inhoud vormt een bepaald patroon dat je kunt interpreteren. Daarbij speelt ieder voorwerp op zich een rol en kan ook in samenhang met de andere voorwerpen worden geïnterpreteerd.
Twee broers van 14 (Tobias) en 15 (Friso) brengen de zomervakantie door in het huis dat hun grootouders net hebben gekocht. Het is een 16e eeuws landhuis in het Putterbos op de Veluwe. Eerst hebben de jongens er niet zoveel zin in, maar als blijkt dat op het landgoed zich ook een grafheuvel bevindt die waarschijnlijk 4000 jaar oud is, raken ze al snel geboeid hierdoor. De heuvel is nooit onderzocht en samen met de archeoloog Pieter Bronsma zetten de jongens zich aan deze taak. Er gebeuren vreemde dingen, die ik hier niet zal verklappen, maar de sfeer wordt steeds mysterieuzer en grimmiger, vooral als Elsie Vallen, een verwarde oude vrouw, hun verbiedt bij de grafheuvel te komen. Wie zit er achter de vreemde gebeurtenissen? Heeft Elsie daarmee te maken of zijn er anderen bij betrokken?
Donna Cunningham heeft een graad behaald in de Sociale Hulpverlening aan de Universiteit van Columbia en werkt al jaren met mensen die problemen in hun leven ondervinden, met name als gevolg van misbruik, mishandeling en alcoholisme. In Het helen van Pluto-problemen wijst de schrijfster op de invloed van Pluto in de horoscoop bij het duiden en behandelen van dergelijke problemen.
Het boek is vooral bedoeld voor astrologen en therapeuten die werken op holistische grondslag, maar ook voor geïnteresseerde leken is het boek zeer goed leesbaar. Het gaat niet om ingewikkelde berekeningen, maar vooral om het duiden van basisgegevens in de horoscoop die bepaalde gedragingen in elke fase van het leven kunnen verklaren. Onderwerpen die Cunningham behandelt zijn o.a.: schuld, woede en angst, emotionele geheimen die leiden tot vereenzaming, incestproblemen, de invloed van Pluto in de drang naar macht en controle en de gevolgen van niet rouwen na een verlies. (Ko)
Christofoor, 2008
John Matthews is de schrijver van meer dan honderd boeken, waarvan vele direct of indirect over de mythen van Koning Arthur en zijn ridders gaan. Hij is dus wel een deskundige op dit gebied en werd in 2004 gevraagd als historisch adviseur adviseur door Jerry Bruckheimer voor diens film King Arthur. In Arthur van Albion put John Matthews uit zijn rijke verzameling verhalen over Koning Arthur om een soort biografie samen te stellen die Arthur van zijn geboorte tot zij dood volgt. Het zijn lezenswaardige verhalen, die boeiend verteld worden.
De prachtige tekeningen van Pavel Tatarnikow dragen veel bij aan de magische en geheimzinnige sfeer van de verhalen. Pavel werkt en woont in Wit-Rusland, waar hij in 1989 afstudeerde aan de Grafische Afdeling van de Academie voor Beeldende Kunsten van Wit-Rusland. Mythen en legenden zijn geliefde onderwerpen van Pavels veel bekroonde werk. Doorknede Arthurologen zullen in dit boek geen nieuwe gezichtspunten aantreffen, maar wie weinig over Arthur weet, heeft hier de kans op een boeiende wijze met deze koning kennis te maken. (Ko)
door Annine van der Meer
Van godsdiensthistoricus en theoloog Annine van der Meer recenseerde ik eerder het in 2006 verschenen boek Van Venus tot Madonna. Zie elders op deze pagina. Op 6 september 2008 verscheen haar nieuwe boek Van Sophia tot Maria. Deels behandelt dit boek hetzelfde onderwerp: hoe de glorietijd van de Godin, door van der Meer geplaatst in een hypothetisch "Moederland", verdween doordat mannen de Godin van haar voetstuk wierpen en een "Vaderland" stichtten waar mannen de dienst uitmaakten en mannelijke Goden vereerden, die tenslotte tot één mannelijke God werd. In het nieuwe boek richt Annine van der Meer zich niet op Venus, maar op Sophia, een andere verschijningsvorm van de Godin. In mijn recensie van het eerdere boek, stipte ik aan dat dit wat rommelig in elkaar zat en hier en daar een haastige en slordige indruk maakte. Met rode oortjes begon ik dus aan het nieuwe boek.
door Robert Nouwen
Historicus Robert Nouwen weet uiteraard wel dat België, zoals we dat nu kennen, in de Romeinse tijd nog niet bestond. Wel duidden de Romeinen het noordelijke deel van Gallië aan als Gallia Belgica, maar daar hoorden ook delen van het huidige Frankrijk, Duitsland en Nederland bij. Tussen 58 en 51 v.C. wist Julius Casesar in een reeks van bloedige oorlogen de Galliërs - die volgens hem de veiligheid van het Romeinse Rijk bedreigden - te verslaan. In 57 v.C. wisten de Belgische stammen een leger van 300.000 man op de been te brengen. Caesar wist ze met acht legioenen (40.000 Romeinse soldaten) te verslaan. Er zouden nog vele opstanden en schermutselingen volgen voordat alle Galliërs zich tenslotte maar bij de Romeinse overheersing leerlegden. De Germanen boden langer verzet. Nog in 9 n.C. wisten ze in het Teutoburgerwald 25.000 Romeinse soldaten in de val te lokken en af te slachten. Dat was 1/10 deel van het hele Romeinse leger. De Romeinse verliezen werden aangevuld en het Romeinse gebied werd uitgebreid tot Engeland en Duitsland toe. In Nederland liep de grens van het Romeinse Rijk over Utrecht.
Haspengouw is de streek rond Tongeren, gedeeltelijk in de provincie Luik, gedeeltelijk in Belgisch Limburg. De titel van het boek, Met de Romeinen door Haspengouw, suggereert dat de Romeinse periode van deze streek wordt beschreven. In feite komt de hele geschiedenis van de Nieuwe Steentijd tot de moderne tijd toe aan de orde. In een inleidend hoofdstuk wordt deze geschiedenis op een zeer boeiende wijze uit de doeken gedaan. Wat daarbij opvalt is dat Tongeren vanaf de Romeinse tijd pogingen heeft gedaan buiten de botsingen van grootmachten te blijven. De strijd tussen de Keltische Eburonen, onder leiding van Ambiorix, en de Romeinen onder Julius Caesar, werd in deze streken uitgevochten. De Eburonen werden verslagen en vrijwel uitgeroeid, waarna hun plaats werd ingenomen door de Tungri, aan wie de naam Tongeren is ontleend. De stad Tongeren werd in 10 v.Chr. door de Romeinen gesticht en beleefde een grote bloei tot rond 250 n.Chr. het verzwakte Romeinse Rijk de noordelijke streken moest prijsgeven aan de oprukkende Franken en andere Germaanse volkeren. In 275 werd Tongeren ingenomen en verwoest door de Franken, maar weer opgebouwd, al bereikte de stad nooit meer de omvang en invloed van weleer. Sindsdien probeerde de streek zich onafhankelijk op te stellen tegenover de bisdommen Maastricht en Luik, die elkaar dit gebied bestwistten. Ook in de Tachtigjarige Oorlog wist Haspengouw neutraal te blijven, al hield dat wel in dat de streek regelmatig door zowel Spanjaarden als Hollanders werd geplunderd.
Bij veel mensen bestaat het beeld dat de Romeinen zich uitleefden in decadente genoegens op het gebied van erotiek en geweld. Perverse keizers worden daarbij geacht de toon gezet te hebben voor een decadente bovenlaag die eeuwenlang de kans kreeg zich uit te leven. In werkelijkheid waren de Romeinen over het algemeen zeer gedisciplineerd en behoudend, ook in de ogen van hun tijdgenoten en buurvolkeren. Plinius de Oudere (23-79 n.Chr.) zag decadentie als een oosterse levenswijze die door sommige Romeinen was overgenomen na het veroveren van de voormalige Helleense gebieden. Natuurlijk was er Plinius alles aan gelegen de Romeinen in een gunstig daglicht te stellen, maar de verschillende auteurs van Romeinse Decadentie zijn geneigd hem in dit opzicht gelijk te geven. Hellenistische heersers vanaf Alexander de Grote waren geneigd alle macht naar zich toe te trekken en zichzelf min of meer als Goden te laten vereren. De Romeinen zijn altijd wars geweest van dergelijke absolute heersers. Om die reden hadden de Romeinen het koningschap afgeschaft en de republiek uitgeroepen. Augustus leefde eenvoudig en paste ervoor op zichzelf tijdens zijn lange regeringsperiode (31 v.Chr - 14 na Chr) als koning of keizer aan te duiden. Veel keizers na hem zijn toonbeelden van deugdzaamheid en matigheid geweest.
Tosca Tetteroo leidt al jaren edelsteencentrum De Krater. Ze geeft hier cursussen, workshops en healingen. Eerder verscheen bij De Kern Edelsteentherapie van A tot Z en Geluk is een Edelsteen. De informatie die in deze boeken is gepubliceerd, is in het boek Alles over Edelsteentherapie geactualiseerd en uitgebreid. Nieuw ontdekte edelstenen en nieuwe ontwikkelingen worden in dit nieuwe boek toegelicht.
door Selma Sevenhuysen
Selma Sevenhuysen (1948) studeerde Politieke en Sociale Wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. Van 1989-2001 was ze hoogleraar Vrouwenstudies en Ethiek en Politiek van Zorg aan de Universiteit Utrecht. Eén dag in de week werkt ze nog als hoogleraar in de zorgethiek aan de Universiteit Utrecht. De rest van haar tijd besteedt ze vanaf 2001 grotendeels aan het bestuderen van labyrinten en de Etruskische religie. De Glimlach van de Sirene is geschreven met de grondigheid en kennis van zaken die je van een hoogleraar mag verwachten. Tegelijk is het geschreven met een bevlogenheid en een liefde voor de Oude Religie die je zelden bij wetenschappers aantreft. Ik heb het boek met rode oortjes gefascineerd in één ruk uitgelezen.
door Dorine Haveman
Dorine Haveman (1957) voltooide een studie Nederlands en werkte enkele jaren in het onderwijs, maar koos daarna voor het geven van trainingen intuïtieve ontwikkeling en een praktijk voor loopbaan- en levensloopvragen. Met de plantenwereld voelde ze altijd al een speciale band. In haar trainingen heeft ze hierdoor op een heel eigen wijze gewerkt met energetische therapie, aura- en chakratherapie. In Een zinvol geheim worden vijftien planten uitgelicht waarmee de schrijfster een speciale ervaring heeft gehad als kind. Op een fascinerende wijze kruipt de volwassene in elk van de vijftien verhalen in de huid van het kind dat de plant in de magische wereld om zich heen heel anders ervaart dan volwassenen geneigd zijn dat te doen. De uitleg die de volwassene later in het verhaal aan de ervaringen van het kind toevoegt, laat zien hoe meedogenloos wij afstand nemen van de wereld om haar objectief maar kaal en sober te kunnen beschrijven. Alle kennis van de volwassene steekt pover af bij de indringende magische ervaring van het kind. Heel knap beschreven en beslist een aanrader. (Ko)
door Apuleius
Het boek van Apuleius kende ik in de Engelse vertaling van Robert Graves uit 1950, getiteld The Golden Ass. De Nederlandse vertaling was tot nu toe aan mijn aandacht ontsnapt. Gelukkig was de uitgever bereid alsnog een recensie-exemplaar van dit boek te sturen. Apuleius werd rond het jaar 123 geboren als zoon van een Romeinse magistraat in Madaurus, een Romeinse kolonie in Noord-Afrika. Na de dood van zijn vader leefde Apuleius in Carthago, Athene en Rome en reisde ook een deel van de Griekse en Romeinse wereld af. Rond 180 overleed hij. De Gouden Ezel is de oudste volledig bewaard gebleven in het Latijn geschreven roman. De hoofdpersoon, Lucius, is leergierig en ondernemend en weet zichzelf daardoor vaak in moeilijkheden te brengen. De meesteres van een huis waar hij verblijft is zeer bedreven in de toverkunst. Haar slavin laat Lucius zien hoe haar meesteres zich met zalf insmeert, in een uil verandert en wegvliegt. Lucius wil dat ook wel. De slavin is hem bij afwezigheid van haar meesteres terwille, maar tot zijn verbazing verandert Lucius niet in een uil, maar in een ezel. In die gedaante blijft hij, mishandeld, misbruikt en miskend, tot de Godin Isis hem tenslotte tegen het eind van het boek genadig is en hem terugverandert in een mens.
door Lady Hestia Evans
De uitgever van Mythologie deelt de lezer in een noot mee dat het boek in 1825 is geschreven door Lady Hestia Evans. De uitgever kon de hand leggen op een beschadigd exemplaar van deze uitgave, waarin een zekere John Oro tussen 1 juni en 1 oktober 1826 in de kantlijn allemaal aantekeningen had gemaakt en heeft besloten dit uit te geven. Net als Magistrologie en Drakologie is deze uitgave volgeplakt met losse boekjes die je kunt lezen en enveloppen die je kunt openen om er iets uit te halen.
Op een speelse en onderhoudende wijze wordt de lezer de beginselen van de Griekse mythologie bijgebracht. John Oro maakt een reis door de Griekse wereld en zijn aantekeningen beschrijven zijn eigen ervaringen daarbij. In een brief van Lady Hestia aan John vraagt ze hem waardevolle dingen die hij vindt op te sturen aan haar vriend Patakis, die in Athene een museum wil beginnen. In het boek heeft John een brief gestoken, gericht 'Aan de vinder van dit boek', waarin hij uitlegt dat hij weliswaar mooie dingen vond, maar 'werd bevangen door hebzucht en besloot al mijn vondsten zelf te houden.' Hij had gelezen over koning Midas die een wens mocht doen en wenste dat alles dat hij aanraakte in goud veranderde. Dat lijkt John ook wel iets. Tijdens zijn drie maanden durende reis wordt John steeds hebzuchtiger en achterdochtiger. Hij raakt ervan overtuigd dat meneer Patakis uit is op zijn schatten en ze hem afhandig wil maken. Op 11 september is John in Athene en noteert in de kantlijn van het boek: 'Ik weet zeker dat meneer Patakis uit is op mijn vondsten. Om hem terug te pakken ben ik 's nachts naar zijn huis gegaan en heb een beeldje van Athena meegenomen.' Lady Hestia stuurt John een brief en sommeert hem het beeldje terug te geven. De politie is op zoek naar hem. Het gaat van kwaad tot erger met John, maar dat heeft hij zelf niet in de gaten. Hij slaagt erin met de hulp van Zeus net als Midas alles in goud te laten veranderen. Als het te laat is, merkt hij dat dit zijn ondergang is. Alles verandert in goud, ook zijn eten en hij zal verhongeren. De bladzijden waarop hij zijn laatste aantekeningen maakt, veranderen onderaan in goud. Het was zijn lot natuurlijk, want 'Oro' betekent 'goud.'
De tragedie van John Oro is de rode draad door het boek. Op zijn reis bezoekt hij alle plaatsen die verbonden zijn met de door Lady Hestia beschreven mythen en doet er soms opmerkelijke vondsten. Zo weet hij van een handelaar een stukje van het Gulden Vlies te kopen. Dat was de gouden vacht van een ram die door de Griekse held Jason aan een draak ontfutseld werd. In het boekje waarop staat 'Specimen - voorzichtig behandelen' zit een stukje van dit Gouden Vlies. Of het echt is of dat John door de handelaar is bedrogen wil ik in het midden laten. John beperkt zich niet tot mythen alleen. In Donona bevond zich een heilige eik. Priesters orakelden uit de bewegingen die de blaadjes van de eik maakten. Donona bestaat nog steeds, al wordt er niet meer georakeld. In het boek vinden we een envelop met 'Eikenbladeren van het orakel'. Het zijn geen echte eikenbladeren, maar er staat bij: 'Noot van de uitgever: dit is een reproductie van de eikenbladeren uit het originele boek.' In de kantlijn heeft John een methode uitgewerkt om met de eikenbladeren te orakelen: je stelt een vraagt, gooit de bladeren in de lucht en kijkt hoe ze neervallen. Komen ze alle drie met de bovenkant boven te liggen, dan is het antwoord "ja". Komen ze ondersteboven neer, dan is het "nee". Ligt er maar één ondersteboven, dan is het mogelijk; liggen er twee ondersteboven, dan is het onwaarschijnlijk. Een eenvoudige en doeltreffende methode om te divineren. Niets mis mee.
Ik zal niet alles verklappen wat er in het boek staat. Dat moet je zelf maar ondervinden. Als je al iets over Griekse mythen weet, zul je hier weinig nieuws in vinden, maar voor jonge of onervaren lezers lijkt het me een uitstekende manier om met de mythen en de Griekse Godenwereld kennis te maken. Het boek is, net als de andere in deze reeks, pachtig uitgegeven. De mythen kloppen allemaal, al wordt natuurlijk maar het topje van de ijsberg getoond. Een aanrader. (Ko).
Wie kent niet de verhalen van Marten Toonder over de goedmoedige, maar wel opvliegende en wat domme beer Olivier Bommel en zijn slimme vriend Tom Poes, die meestal het mysterie in een verhaal oplost, al gaat Heer Bommel vaak met de eer strijken. Dat Toonder occulte thema's in zijn verhalen verweefde was al langer bekend, maar Willem Venerius heeft dit allemaal bestudeerd en op een rijtje gezet. Toonder stond kritisch tegenover het christendom en hield zich liever bezig met theosofie, astrologie en occulte wijsheden en wetenschappen. Toonder werd in 1912 geboren em trad in 1933 als illustrator in dienst van drukkerij-uitgeverij. Vanaf 1941 publiceerde hij de strip 'Tom Poes' en tot zijn dood in 2005 is hij die strip trouw gebleven, al verschoof de nadruk al snel van Tom Poes naar Heer Bommel.
Vanaf de Oudheid heeft Egypte de mensheid gefascineerd. De piramiden, obelisken en tempels spraken en spreken tot de verbeelding. De betekenis van de hieroglyfen is in de 4e eeuw verloren gegaan en pas in 1822 werd dit schrift door Champollion ontcijferd. Tot die tijd maakten Egyptologen en geïnteresseerde leken wel hun eigen verhaal over dat mysterieuze land. Erik Hornung, emeritus hoogleraar Egyptologie aan de Universiteit Basel, richt zich in zijn boek met name op de esoterische stromingen die in Egypte zijn ontstaan of aan dit land hun oorsprong ontleend hebben. Daar is in de loop der eeuwen veel onzin over gepubliceerd, waarvan Hornung ons regelmatig verslag doet. Maar de kern van het boek is een serieuze poging de esoterische stromingen te beschrijven zoals ze werkelijk waren. Egyptologen houden zich vooral bezig met de architectonische wonderen en met de openbare aspecten van de religie. Esoterie laten ze links liggen en degenen die zich daar wel mee beziggehouden hebben, zijn zelden erg wetenschappelijk te werk gegaan. Hornung zoekt de gulden middenweg in een wetenschappelijke benadering van de verborgen kennis van het oude Egypte en daarin is hij m.i. geslaagd.
Verzameld door Elias Lönnrot
In 2006 heb ik een recensie geschreven van het Finse epos Kalevala, in de prozabewerking van Inge Ott. Ik heb het epos als fascinerend beschreven, maar was minder tevreden over de houterige vertaling van J.C. Ebbinge Wubben. Deze recensie heb ik hieronder geplaatst. In in zomer van 2007 bracht uitgeverij Vrij Geestesleven tot mijn grote vreugde een nieuwe vertaling uit. Ditmaal niet in proza naverteld, maar een degelijke metrische vertaling van de oorspronkelijke tekst, die in 1849 door Elias Lönnrot in 23.000 versregels werd gepubliceerd, verdeeld over 50 verhalen, die runen worden genoemd. Mies le Nobel heeft zich voor de tekst met name gebaseerd op de Duitse vertaling die Anton Schiefner in 1921 heeft gepubliceerd, maar heeft ook andere Duitse en Engelse vertalingen geraadpleegd en de tekst kritisch doorgenomen met Martijn Fontein, die Fins spreekt, om de originele tekst zo dicht mogelijk te benaderen.
Verzameld door Elias Lönnrot
Tussen 1828 en 1840 reisde Elias Lönnrot, hartstochtelijk verzamelaar van Finse liederen, door Finland, op zoek naar zangers die de oude heldenzangen nog kenden. Uit deze door hem verzamelde liederen stelde hij een bundel samen. De losse verhalen, door Lönnrot in een logische volgorde gezet, vormden zo een epos, dat hij Kalevala noemde, naar de stamvader van het Finse volk. De soms langdradige gedichten, waarin veel herhalingen voorkwamen, werden in 1978 door Inge Ott in het Duits in proza naverteld. J.C.Ebinnge Wubben vertaalde dit in 1979 voor Uitgeverij Christofoor in het Nederlands. Aangezien er geen nieuwere vertaling van de Kalevala schijnt te zijn, vroeg ik aan Christofoor een recensie-exemplaar van de derde druk uit 1986, die nog steeds in de handel is. Ik had al veel over dit epos gehoord en wilde het graag lezen. Hoewel Finland rond 1300 officieel gekerstend was, was veel van het oude heidendom onder een dun laagje christendom blijven bestaan.
door Thea Sabin
Regelmatig wordt ons gevraagd welk boek we kunnen aanraden voor een beginner op het Wiccapad, iemand die gewoon wil weten wat Wicca nou inhoudt en welke varianten er bestaan. Ik wist nooit goed welk boek ik dan zou aanraden. De boeken die ik goed vind, zijn misschien niet zo geschikt voor een eerste oriëntatie. Boeken die zich richten op beginners slaan meestal omwille van de eenvoud belangijke varianten over en kiezen dan voor een uitgangspunt dat het mijne niet is. Vanaf nu is dat probleem uit de wereld. Beginners raad ik simpelweg Wicca voor beginners van Thea Sabin aan.
met tekeningen van Jean Dulieu
Jean Dulieu is het pseudoniem van Jan van Oort. Het is de Franse vertaling van zijn naam. In 1946 begon hij als striptekenaar bij de krant Het Vrije Volk. Hij gebruikte dit pseudoniem omdat hij violist was bij het Concertgebouworkest en bang was dat de strip zijn goede naam zou schaden als die een fiasco werd. Vanaf 1948 verschenen de eerste geïllustreerde Paulus-kinderboeken. In 1964 verscheen zijn meesterwerk, Paulus en de Eikelmannetjes, dat nu in herdruk bij uitgeverij Leopold is verschenen. Van 1955 tot 1964 werd Paulus de Boskabouter als radiohoorspel uitgezonden. Alle stemmen deed Dulieu zelf, behalve het prinsesje Priegeltje, dat door zijn dochter werd ingesproken.Vanaf 1967 maakte Dulieu bij Paulus de Boskabouter poppenfilmpjes die door Monitor, een NTS-programma, werden uitgezonden. Begin 1970 volgde een nieuwe serie stripverhalen voor de krant. In 1984 stopte hij met zijn creaties. Hij ontving vele prijzen voor zijn werk. Hij overleed in 2006 op 85-jarige leeftijd.
met illustraties van Kirsten Höcker
Vrouw Holle is een verschijningsvorm van de Germaanse Grote Godin. Ze is bekend onder de namen Holle, Holda en Vrouw Holt. Ze werd vereerd in Midden-Duitsland. Holda werd geassocieerd met het Wilde Heer, dat in de Wintertijd over de akkers raasde om ze vruchtbaar te maken. Deze wildheid en vernietigingsdrang gaf de donkere, maar ook scheppende kant van de Godin weer, de Godin die beschermt, voedt en laat groeien, maar ook afbreekt om nieuw leven mogelijk te maken.
Sibylle von Olfers werd geboren op 8 mei 1881 in Scholss Metgethun bij Königsburg in Duitsland. Haar ouders waren schrijversm en natuuronderzoekers. Ze groeide op in een welgestelde omgeving en werd thuis opgevoed door gouvernantes en een huisleraar. In de zomermaanden kwam haar tante Maia von Olfers op bezoek en leerde haar nichtje planten en dieren te schilderen. Toen ze 17 was, ging ze bij haar tante in Berlijn wonen en ging daar naar de kunstacademie. Haar uiterlijk wordt in die tijd beschreven als Botticelli-achtig mooi. In mei 1906 trad ze in het klooster in Königsberg in. Na twee jaar ging ze werken als lerares in Lübeck op een katholieke school. Haar eerste altaarstuk schilderde ze ook in deze tijd. Op 35-jarige leeftijd overleed ze aan tbc.
Op de website van uitgeverij Christofoor staat de volgende informatie over Daniela Drescher te lezen: "Na haar schooltijd verbleef Daniela Drescher langere tijd in Amerika en Zwitserland. Daarna liep zij stage bij een heilpedagogisch instituut. Sinds haar opleiding tot schildertherapeute werkt zij ruim 10 jaar intensief therapeutisch met kinderen. Zij exposeert sinds 1992 en levert regelmatig als illustratrice bijdragen voor het kinderen- en oudertijdschrift 'Vorhang auf'. Daniela heeft drie kinderen. Over haar tekeningen zegt Daniela Drescher: 'De schilderkunst heb ik niet gestudeerd in de academische zin van het woord. Ik heb lang getekend tot de illustraties vertelden van geluk en verlangen. En dat probeer ik nog.'"
met tekeningen van Guida Joseph
Dit is het derde deel uit een serie. Eerder verschenen "Driedubbele Heksenpret" en "Heksenheibel". Op een dag komt de Opperheks Rawanda bij de heksen Ratja en Grizela op bezoek om hun iets belangrijks te vertellen. Ze wil dat de verschikkelijke zeeheks Hella ophoudt met haar gemene streken. Ze moeten ervoor zorgen dat Hella een kostbare toverdrank zal opdrinken, die haar een hart van goud zal geven. Wat ze niet weten is dat Hella zeer boosaardig is en twee meter lang en dat Rawanda ze op pad heeft gestuurd om bezit van hun huisje te nemen. Ze rekent er namelijk op dat de heksen niet terug zullen komen.
door Melanie Reinhart
Van de Engelse astrologe Melanie Reinhart publiceerde uitgeverij Hajefa al eerder Cheiron (zie mijn recensie elders op deze pagina). Het boek Incarnatie is gebaseerd op een aantal seminaria die de schrijfster in 1996 gaf. Het boek gaat niet over reïncarnatie, maar over hoe we hier en nu aanwezig zijn in de stof en hoe dat in onze horoscoop is terug te vinden. De vier hoeken van de horscoop (ascendant, descendant, MC en IC) vormen een kruis dat belangrijke aanwijzingen kan geven over hoe we in de stof aanwezig zijn en hoe we de wereld om ons heen waarnemen. In duidelijke taal beschrijft Melanie de verschillende aspecten van de horscoop in relatie tot onze plaats in het grotere geheel. Tussendoor beantwoordt ze vragen van de aanwezigen op het seminar en verklaart onduidelijkheden of treedt meer in detail over bepaalde zaken.
Tolkien (1892-1973) is natuurlijk bij iedereen bekend door het epos In de ban van de Ring dat hij in 1955 publiceerde. De magistrale verfilming van dit boek heeft een nieuwe generatie lezers op dit boek attent gemaakt. Wat niet iedereen zich realiseert, is dat dit boek een verwaterde versie is van het oorspronkelijke epos dat Tolkies voor ogen had en waaraan hij van 1916 tot 1950 heeft gewerkt. Dit epos beoogde een mythische beschrijving van de aarde te geven, vanaf het begin tot het punt waar In de ban van de Ring eindigt. Rond 1930 had hij een eerste versie van dit epos al geschreven. Zijn bedoeling was hierna delen van het epos nader uit te werken en als afzonderlijke verhalen te publiceren. Omdat geen uitgever het epos wilde publiceren, heeft hij het sindsdien voortdurend veranderd. Waarschijnlijk was het de heidense strekking van het epos en anders de te gecompliceerde structuur die uitgevers afschrikte. In 1937 publiceerde Tolkien De Hobbit, een kinderboek dat zeer losjes met het al geschreven epos verband hield. Daarna begon hij te schrijven aan In de ban van de Ring, dat hij in 1950 voltooide. Het oorspronkelijke epos werd nu De Silmarillion genoemd en Tolkien wilde het samen met In de ban van de Ring publiceren. Nog steeds was er geen uitgever die iets zag in het oudere epos en In de ban van de Ring werd apart gepubliceerd en werd een doorslaand succes. Wellicht had Tolkien op grond hiervan een uitgever kunnen vinden voor De Silmarillion, maar hij voelde zich steeds sterker aangetrokken tot het Rooms-katholieke geloof en kon zich niet zo goed meer vinden in het heidense epos. Het bleef in een la liggen en werd pas in 1977 gepubliceerd door zijn zoon Christopher, die zijn literaire nalatenschap beheerde. De samenstelling door Christopher Tolkien van een nieuw boek, De kinderen van Hurin, uit de nalatenschap van zijn vader (zie mijn recensie hieronder), leek me een goede aanleiding om ook aandacht te schenken aan De Silmarillion dat nog steeds wordt herdrukt, nu door uitgeverij Mynx, voortgekomen uit Uitgeverij M.
Van de Ainur besluit een aantal in de wereld te gaan wonen en zij worden Valar (De Krachten) genoemd. Voor de Elfen die later geboren worden, zijn zij de Goden die de wereld hebben geschapen. Voor de Mensen, die nog later pas verschijnen, zijn de Goden ver verwijderde krachten, waar ze geen contact mee hebben. Sommige Elfen hebben wel contact met de Valar en worden door hen onderwezen in allerlei kunsten en wetenschappen. Iluvatar heeft soms contact met de Vainur, maar niet met de Elfen of Mensen.
De Valar trekken zich nu terug van de ondankbare aarde en Iluvatar zelf verwoest Numenor en onderdrukt de opstand. Sauron weet opnieuw de dans te ontspringen en zet het werk van Melkor/Morgoth voort. Zijn macht en zijn uiteindelijke val door de vernietiging van een door hem gesmede ring, is uitgebreid beschreven in het epos In de ban van de Ring. Alleen zijn alle heidense elementen in dat boek weggefilterd. Er zijn geen Goden, geen tempels en niemand vraagt zich af wat er na de dood met je ziel gebeurt. Je kunt zelfs zeggen dat elke vorm van religie de personages van In de ban van de Ring vreemd is.
Na de dood van zijn vader in 1973 is Christopher Tolkien bezig geweest de nagelaten geschriften van zijn vader te ordenen, te redigeren en uit te geven. In 1977 werd De Silmarillion (zie mijn recensie hierboven) gepubliceerd. Later volgden nog Sprookjes en vertellingen en Nagelaten vertellingen. Anno 2007 verrast de inmiddels 82-jarige Christopher ons met het epos De kinderen van Hurin. Een deel van dit boek was al tijdens de Eerste Wereldoorlog door Tolkien geschreven en de kern van het verhaal was opgenomen in De Silmarillion en is daarin ook gepubliceerd. Christopher heeft alle verhalen over Turin, ook wel genaamd Turambar, de zoon van Hurin, geanalyseerd, geredigeerd en er een doorlopend verhaal van gemaakt. Dat was geen gemakkelijke opgave omdat Tolkien de gewoonte had verschillende versies van hetzelfde verhaal te schrijven en samen op te bergen, zonder ergens een datum op te vermelden. Soms voltooide hij een verhaal en was er toch niet tevreden over. De herziene versies werden soms in de vorm van losse blaadjes in het oorspronkelijke manuscript gestoken, maar nooit afgemaakt. Aan Christopher de taak hier de beste en meest logische eindversie uit samen te stellen. Bij De kinderen van Hurin is hij hier m.i. uitstekend in geslaagd.
door Scott Cunningham
Scott Cunningham schreef in zijn korte leven (1956-1993) meer dan dertig boeken, waarvan er vele nog steeds worden herdrukt en vertaald, ook in het Nederlands. Elders op deze pagina heeft Joke drie van zijn boeken besproken. Wij hadden al vele jaren het boek Earth Power (1983) in ons bezit, dat nu door Uitgeverij Akasha is vertaald als De Kracht van de Aarde. Met "aarde" wordt dan niet het element bedoeld, maar onze hele planeet.
door Yoeke Nagel
De magie van het huishouden is een leerzaam, onderhoudend en vlot geschreven boekje, dat je kan leren op een andere manier met alledaagse huishoudelijke taken om te gaan. Verwacht geen toverformules of ingewikkelde rituelen om op magische wijze veranderingen tot stand te brengen. Het gaat om een subtiele vorm van magie die vaak werkzaam is in onze dagelijkse bezigheden zonder dat we ons ervan bewust zijn. En het gaat ook om de wisselwerking tussen onszelf en onze omgeving. Met een variant op de aloude wijsheid "zo boven, zo beneden", zou je kunnen zeggen "zo buiten, zo binnen". Door het een te veranderen, oefen je invloed uit op het ander. Yoeke beschrijft hoe haar huis een puinhoop werd nadat ze een relatie had beëindigd. Ze kon het fut niet opbrengen de zooi op te ruimen, maar toen een vriendin haar daartoe aanzette en daarbij hielp, merkte ze dat het opruimen van het huis ook haar eigen geest weeer op orde had gebracht.
door Timothy Freke en Peter Gandy
Van het boek De lachende Jezusvan Timothy Freke en Peter Gandy heb ik een jaar geleden een recensie geschreven. Die heb ik even opgehesen en hieronder gezet, dan hoef ik niet opnieuw uit te leggen wie de auteurs zijn en wat gnostiek is. In feite hadden ze Jesus and the lost Goddess al eerder geschreven, in 2001, maar door Synthese is nu ook dit boek in april 2007 uitgebracht als Jezus en de verloren Godin. En dat is goed nieuws. In dit boek zetten de auteurs uiteen hoe de eerste christenen het goddelijke ervoeren als een polariteit van een mannelijke en een vrouwelijke kracht. In de oudere heidense religies werd dit uitgebeeld door mythen over een Godin en haar geliefde. De geliefde sterft en wordt tegelijk herboren, zoals de oude vegetatie afsterft en tegelijk de zaden levert voor de nieuwe vegetatie. Voorbeelden zijn Isjtar en Tammoez, Afrodite en Adonis of Kybele en Attis. Die mythen zijn welbekend en de dood en wedergeboorte van de Vegetatiegod wordt meestal wel begrepen. Maar Freke en Gandy laten zien dat ook de Godin in feite sterft en opnieuw geboren wordt. De Godin daalt in veel mythen af in de onderwereld, zoals Demeter die haar dochter Persefone wil terughalen. Ook wordt de Godin vaak beschreven als losbandig en gaat ze zich te buiten in seksuele uitspattingen. Voor Freke en Gandy symboliseert dat een afdaling in de materie, waaruit de Godin zich weer losmaakt om haar hemelse en geestelijke oorsprong terug te vinden.
door Timothy Freke en Peter Gandy
Cultuurhistoricus Peter Gandy en wijsgeer Timothy Freke maken in dit boek een onderscheid tussen een starre, dogmatische manier om met religie om te gaan en een meer speelse manier. Het eerste noemen ze literalisme.De meer speelse benadering noemen ze gnosticisme of gnosis. De Engelse term 'literalism' betekent de neiging dingen letterlijk te nemen. 'Literalists' zijn de mensen die heilige boeken en voorschriften naar de letter willen geloven en navolgen. Door vertaler Gerard Grasman is dit onvertaald gelaten, hoewel dit woord in het Nederlands niet bestaat. 'Letterlijken'was toch een voor de hand liggende vertaling geweest.
Ina Cüsters volgde het studieprogramma van de Servants of the Light Schools of Occult Science, ooit, onder de naam Fraternity of the Inner Light opgericht door Dion Fortune en nu geleid door Dolores Ashcroft-Nowicki. Als derdegraads adept van deze traditie richtte ze haar eigen school op, de Temple of Starlight en geeft daarnaast ook lezingen en workshops over de westerse mysterietraditie in verschilende Europese landen. De vrucht van vele jaren theoretische en practische training is nu voor iedereen beschikbaar in haar boek De weg naar de oude mysteriën.
Mary Lambert is naast auteur van boeken over alternatieve geneeswijzen, reiki en kleuren ook feng shui-consulente. Dit is ook goed te merken aan dit boek. Het is vooral vanuit deze invalshoek geschreven. De eerste twee delen van dit boek belichten hoe je door de keuze van de juiste kleuren in je kleding je welzijn en stemming kunt bevorderen en je sterker en harmonieuzer in het leven kunt staan. Ook de kleur van voedsel speelt hierin een belangrijke rol. Gele voedingsmiddelen, zoals bananen, zijn mentaal stimulerend en groene produkten, zoals bijvoorbeeld sla, kalmeren.
Bijna iedereen kent wel de theorie dat de kosmos is opgebouwd uit de elementen Aarde, Lucht, Water en Vuur. Niet veel mensen weten dat de Griekse schrijver Empedokles deze theorie heeft uitgewerkt. En bijna niemand weet er het fijne van. Dankzij de classicus Rein Ferwerda (geboren 1937) heeft iedereen nu de gelegenheid daar kennis van te nemen. Empedokles is een intrigerende persoon. Hij werd rond 492 v.Chr. geboren in Akragas, het huidige Agrigento op Sicilië. Hij was arts en hield zich ook met de plaatselijke politiek bezig. Na de val van de tiran Thrasydaios in 470 verzette hij zich tegen pogingen van de aristocratie om de macht te grijpen. Bij de plaatselijke bevolking werd hij zo populair dat hem werd gevraagd koning te worden. Dat aanbod sloeg hij af. Liever hielp hij de mensen als arts en door velen werd hij als een wonderdoener gezien. Ook was hij filosoof, dichter en acteur. Hij schreef zijn ideeën over hoe de wereld volgens hem uit de vier elementen was ontstaan op in een gedicht dat hij regelmatig voordroeg, uitgedost als een God, met een purperen mantel, een gouden riem, bronzen sandalen en met een lauriertak in de hand. Na zijn vertrek uit Akragas grepen personen die hem vijandig waren gezind de macht en hij was niet langer welkom in zijn geboortestad. Hij stierf rond 432 v.Chr. onder mysterieuze omstandigheden. Hij zou in de krater van de Etna zijn gevallen, of erin gesprongen om te bewijzen dat hij een God was. Volgens anderen zou hij op de Peloponnesus van een paard zijn gevallen. Volgens nog weer anderen zou hij in zee zijn gevallen en verdronken.
Aristoteles (384-322 v.Chr., een van de bekendste Griekse filosofen, was o.a. een leerling van Plato, de leermeester van Alexander de Grote en de stichter van een belangrijke school in Athene. Hij heeft veel werken nagelaten die na zijn dood zijn verzameld en grotendeels bewaard gebleven. De verhandeling Over Kleuren is hierbij opgenomen, maar moderne wetenschappers gaan ervan uit dat het werk vrijwel zeker niet door Aristoteles is geschreven en wellicht door een leerling is opgesteld. Daarom staat de naam Aristotels op het boek tussen aanhalingstekens. Anderen kiezen voor de benaming Pseudo-Aristoteles. Rein Ferwerda is een classicus die zich uitgebreid met de Griekse Oudheid heeft beziggehouden. P. Struycken is een beeldend kunstenaar die zich bijzonder heeft verdiept in het gebruik van kleuren vanaf de Oudheid. Beiden schreven een essay als toelichting op de verhandeling over kleuren, die hier eveneens vertaald is opgenomen.
Als je hebt genoten van Hart van Inkt, zie mijn recensie hieronder, dan heb ik goed nieuws voor je. Zoals ik in die recensie al aankondigde, heeft Cornelia Funke een tweede deel gepubliceerd, getiteld Web van Inkt. Hierin zie je de helden en schurken uit het eerste deel terug, waarin ze opnieuw onvoorspelbare en bloedstollende avonturen beleven. Als je Hart van Inkt nog niet hebt, lees dan mijn recensie en ga hem snel kopen. Om voor de beginnelingen de spanning van het eerste deel niet weg te nemen, zal ik niet vertellen hoe het verhaal verder gaat. Wel kan ik verklappen dat de lezer kennismaakt met een aantal nieuwe personages, zoals Orpheus, de dichter en voorlezer en Cerberus zijn hond (die sommigen misschien al in Griekse mythen zijn tegengekomen). Funke voert de lezer mee naar de Wereld van Inkt, waar tijdens een lange zwerftocht een groot aantal nieuwe personen een rol spelen, Een handig kaartje achterin het boek helpt je je te oriënteren als je je afvraagt op welke plek van de Wereld van Inkt je nu weer bent beland. Geschikt voor alle leeftijden vanaf twaalf jaar. (Ko)
Hart van Inkt is bekroond met de Zilveren Griffel van de stichting CPNP en door boekverkopers van de BGN-boekhandels uitgeroepen tot Jeugdboek 2006. Beide onderscheidingen lijken meer dan verdiend. Het is een jeugdboek, voor lezers vanaf pakweg 12 jaar, maar ook volwassenen kunnen ervan genieten. Ik heb dit lijvige boek in ieder geval met rode oortjes uitgelezen. Het is spannend, met veel verrassende en toch niet vergezochte wendingen. De twaalfjarige Meggie woont met haar vader Mortimer, door haar altijd Mo genoemd, nooit langer dan een jaar op een bepaalde plaats. Dan moeten ze, om voor Meggie onduidelijke redenen, weer hals over kop verhuizen. Mo restaureert boeken en is ook een hartstochtelijke bibliofiel. Meggie is net zo verzot op boeken. Haar moeder is verdwenen toen Meggie drie was en Mo wil daar nooit over praten. Hij wil Meggie ook nooit voorlezen, dus heeft ze al snel maar geleerd zelf boeken te lezen. Op een avond komt een oude bekende van Mo op bezoek. Hij heet Stofvinger en noemt Mo Tovertong. Meggie begrijpt uit een afgeluisterd gesprek tussen Stofvinger en Mo dat Mo een bepaald boek heeft dat gezocht wordt door Capricorno, een gewetenloze schurk die in Italië woont. Mo weigert al jaren het boek aan Capricorno af te staan en verhuist daarom steeds. Waarom Capricorno alles op alles zet om het boek te krijgen en waarom Mo weigert het af te staan, blijft tot halverwege het boek onduidelijk. Ik zal dat ook niet verklappen, want de kracht van dit boek is juist dat je daar geleidelijk aan achter komt. Laat ik ermee volstaan te onthullen dat Mo over bepaalde magische krachten beschikt, waardoor personen en dingen uit een boek ineens tevoorschijn kunnen komen als hij uit dit boek voorleest, terwijl ook personen spoorloos in het boek kunnen verdwijnen.
door Herman Pleij
Herman Pleij is hoogleraar Middelnederlandse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. In dit boek geeft hij een fascinerend overzicht van het gebruik en de betekenis van kleuren in de Middeleeuwen en hoe deze betekenis sindsdien is blijven hangen of juist veranderd. In de Middeleeuwen werd aan kleuren een religieuze betekenis toegekend, zowel in positieve als in negatieve zin. Wit werd gezien als de zuivere uitdrukking van het hemelse en verhevene. Daarom werden engelen in witte gewaden afgebeeld en werd een bleekwitte huid gezien als een teken van de reinheid en verhevenheid van goede vrouwen. Alleen hoeren en slechte vrouwen werden afgebeeld met rode wangen en in rode kleding. Rood werd gezien als tegenhanger van wit, als een kleur van de duivel, lustgevoelens en al het slechte in de mens. Zwart werd verbonden met vergankelijkheid en de dood.
Johann Wolfgang Goethe (1749-1832) wordt door velen gezien als de belangrijkste Duitse schrijver, die vooral bekend werd door zijn romans, gedichten en toneelstukken. Daarnaast bracht hij het ver in de politiek en werd in 1776 minister in de Weimarrepubliek en werd in 1782 in de adelstand verheven. Hoewel hij rechten had gestudeerd, was hij ook actief als natuuronderzoeker. Zelf beschouwde hij zijn in 1810 gepubliceerde boek over de kleurenleer als het belangrijkste dat hij ooit had geschreven. Dit driedelige boek beslaat meer dan 1000 bladzijden, waarvan het eerste deel waarschijnlijk voor de hedendaagse lezer het meest interessant is. Uit dit deel koos Bob Siepman van den Berg de in zijn ogen belangrijkste stukken, die toch een vrij volledig beeld van deze kleurenleer geven. Achterin het boek staat een samenvatting van de weggelaten stukken uit het eerste deel en de paragrafen zijn naar de indeling van Goethe genummerd, dus de lezer kan precies zien waar iets ontbreekt.
door Rudolf Steiner
Rudolf Steiner (1861-1925) was de grondlegger van de antroposofie en heeft vele boeken geschreven waarin hij zijn visie op natuurlijke en bovennatuurlijke zaken uiteenzet. Ik ben niet zo weg van de grote stelligheid waarmee hij zijn uitspraken doet, uitspraken die je vaak alleen kunt aannemen of naast je neerleggen. Omdat ik toch wel benieuwd was naar zijn visie op het wezen van de kleuren heb ik dit boek met veel belangstelling gelezen. Het is een verzameling van voordrachten die Steiner door de jaren heen over dit onderwerp heeft gegeven. Steiner was een groot bewonderaar van Goethe en gebruikte ook diens kleurenleer als leidraad. Zie mijn recensie van het boek van Goethe hierboven, waarin trouwens de door Steiner geschreven voetnoten en toelichtingen zijn opgenomen. Goethe eindigt dit boek met de mededeling dat hij zich niet zal uitspreken over allegorische, symbolische en mystieke toepassingen van de kleurenleer om niet de verdenking van dweperij op zich te laden.
Een prachtige collectie Zweedse volksverhalen en sprookjes die geïllustreerd zijn door John Bauer. Hij is geboren in 1882 en kwam in 1918 om, samen met zijn vrouw en driejarig zoontje, toen ze de veerboot namen op het Vättermeer. Hij studeerde aan de koninklijke Zweedse Academie voor Schone Kunsten. Tussen 1907 en 1915 illusteerde hij sprookjes voor het jaarlijks met de kerst uitgebrachte boek Onder Elfen en Trollen. Hiermee werd hij de meest geliefde illustrator in Zweden.
Elsa Beskow is op 11 februari 1874 geboren in Stockholm, Zweden. Ze tekende en schreef al toen ze nog heel jong was. Op haar zevende wist ze al dat ze sprookjesboeken wilde schrijven en illustreren. Ze volgde een opleiding tot tekenlerares, hoewel ze liever naar de kunstacademie was gegaan. Ze gaf les op een meisjesschool en werkte als illustratrice. In 1897 verscheen haar eerste boek en in dat trouwde ze met de dominee Nataniel Beskow. tussen het huishouden en de opvoeding van haar zes zonen door werkte ze verder aan haar boeken. Ze maakte 33 prentenboeken en acht sprookjesboeken.
Ongeveer een jaar geleden verscheen Handboek Geneeskrachtige Stenen van Michael Gienger. Dit boek heb ik elders op deze pagina al uitgebreid beschreven en bejubeld. Voor mij ligt nu een boekje van veel bescheidener formaat van dezelfde auteur. Een klein boekje, dat wel, maar daarom niet minder indrukwekkend. Ik heb tenminste niet eerder zo'n toegankelijk en duidelijk overzicht over dit onderwerp gezien. Het boekje is alfabetisch, van Aardbeienkwarts tot Zwavelkwarts. Als er een handelsnaam is, dan is deze in blauw afgedrukt en de wetenschappelijke naam in zwart. Hierna volgt een korte mineralogische beschrijving. Bij de geneeskrachtige beschrijving worden als aanduidingen gebruikt G (op geestelijk of spiritueel gebied), O (onbewuste of de ziel) en V (verstand of mentaal gebied). L staat voor het lichamelijk gebied, waaronder ook de zintuigen, organen en functies worden gerekend. Handig is ook dat de beschikbaarheid bij iedere steen wordt aangegeven, van Beschikbaar tot Rariteit en alles wat daar tussenin zit. Bij iedere beschrijving staat een duidelijke foto in kleur. Ik kwam veel informatie tegen waar ik veel aan heb. Nooit geweten dat bergkristal 18 onderverdelingen heeft, die allemaal verschillend van uiterlijk zijn, verschillende namen hebben en op verschillende gebieden werken. Een aanrader! (Joke)
In het land van de waterfeeën is een prachtig prentenboek, waarin het water centraal staat. Je ziet vissen, salamanders en waternimfen en boven het water vliegt een elfenkind. Als de zon opkomt, komen de feeën water uit de bron halen en er spettert een waterspreeuw in het water. Elders in het boek dromen feetjes op een waterlelieblad. Op de laatste bladzij is het water veranderd in ijs, waarop je kinderen ziet schaatsen.
In rooms-katholieke kringen zijn heiligen vanouds aangeroepen voor het genezen van lichamelijke en geestelijke kwalen. Protestanten komen er met Sint Nicolaas, die alleen gescheneken brengt (die je ook nog zelf moet kopen) wat dat betreft bekaaid af. Geneesheiligen in de Lage Landen richt zich op de heiligenverering in Vlaanderen en Nederland. Het boek is niet ingedeeld naar de heiligen, maar naar kwalen. Bij elke kwaal wordt de heilige die hier het meest voor aangeroepen wordt uitgebreid beschreven. Het leven en de legenden rond de heilige worden kort samengevat. Vaak levert dat kostelijke verhalen over de meest fantastische wonderen op. De auteurs geven als regel wel aan wat feiten zijn en wat dubieus of veel later bedacht is. Uit de levensbeschrijvingen komt vaak al naar voren waarom de heilige men een bepaalde kwaal geassocieerd werd en wordt. Zo zou Agatha van Catania in de derde eeuw wegens haar bekering tot het christelijke geloof gemarteld zijn door een van haar borsten met een tang af te knijpen. Door tussenkomst van Petrus zou de borst de volgende ochtend weer aangegroeid zijn. Daarom werd Agatha aangeroepen om gezwellen of tumoren in de borsten te genezen.
De inhoud van dit boek is veel breder dan de titel doet vermoeden. Niet alleen worden er natuurlijk ook Godinnen en heldinnen besproken, maar ook andere bovenaardse wezens en ook mensen die in mythen voorkomen of in de Griekse en Romeinse geschiedenis een rol hebben gespeeld. In het hoofdstuk Mythen, goden en helden zijn de belangrijkste personen uit de Griekse en Romeinse mythen alfabetisch gerangschikt. Historische personen zijn ondergebracht in twee korte hoofdstukken, getiteld Verhalen en personages uit de Griekse oudheid en Verhalen en personages uit de Roeminse oudheid. Hier vinden we personen als Aristoteles, Plato, Alexander de Grote en Zenobia, de koningin van Palmyre.
Van dezelfde auteur als Helden en goden is in de reeks Kunstbibliotheek van uitgeverij Ludion verschenen het boek De natuur en haar symbolen. In zeven hoofdstukken wordt de natuur ingedeeld in bomen en gewassen, bloemen, vruchten, dieren van de aarde, dieren van de lucht, dieren van het water en fabeldieren. Op de eerste bladzij van elk hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de behandelde onderwerpen. Die onderwerpen zijn niet alfabetisch gerangschikt, dus als je wilt weten of er, bijvoorbeeld, iets over de Jeneverbes in staat, moet je gewoon even het alfabetische register achterin het boek raadplegen. Ieder lemma begint met een inleiding van een bladzij, waarin wordt uitgelegd welke symbolische betekenis het betreffende onderwerp door de eeuwen heen heeft gehad en hoe dit door kunstenaars is afgebeeld. Ook hier weer korte teksten om de foto's heen die details in de afbeelding toelichten. Daardoor gaan niet alleen de afbeeldingen leven, maar kom je ook veel te weten over de symboliek van het betreffende onderwerp. Een naslagwerk dat je kunt raadplegen als je iets wilt weten over de symboliek van een bepaalde plant of een bepaald dier. Of gewoon een boek om af en toe open te slaan op een willekeurige plaats en te genieten van de mooie afbeeldingen en de toelichtingen. Een sterke aanrader. (Ko)
door Ditte en Giovanni Bandini
Dit boek is geschikt als eerste kennismaking met de godenwereld van de heidense religies vanaf de Oudheid. Het boek richt zich op de bekendste Goden en Godinnen en geeft daarvan in een goed leesbare en pakkende stijl de belangrijkste verhalen. De Goden en Godinnen zijn van A tot Z gerangschikt, met achter de naam een vermelding van de cultuur of culturen waarin deze Godheid verveerd is. In het register achterin het boek worden de Goden en Godinnen ingedeeld naar de volgende groepen: Afrika, Australië en Oceanië, Germanen, Grieken, Romeinen en Etrusken, Kelten, Oost-Azië en Oude Oriënt en Centraal-Azië. Kortom: de hele wereld. Elke God of Godin wordt in 1-3 bladzijden besproken. Er komen daarom niet meer dan zo'n 200 Goden en Godinnen aan de orde en dat is niet veel voor de hele wereld. Als naslagwerk zul je dus vaak misgrijpen omdat de God of Godin er niet in staat. Wel kun je af en toe door het boek bladeren en een verhaal lezen dat je aanspreekt. De illustraties zijn deels in kleur, deels in zwart-wit. Soms wordt de afbeelding toegelicht, soms ook niet. Zo moet je van de afbeelding op pagina 102 maar aannemen dat het Hera betreft omdat de afbeelding in dat artikel staat. Een aanrader voor wie wat meer wil weten van de heidense Goden en Godinnen uit met name de Oudheid en hier nog niet zoveel over heeft gelezen. (Ko)
door Francesco Colonna
In 1499 werd dit boek in Venetië voor het eerst gedrukt en sindsdien hebben de vragen wie het heeft geschreven, wie de illustraties heeft gemaakt en waar het boek over gaat de gemoederen beziggehouden. Het is geschreven in het Italiaans, maar er zijn ook teksten opgenomen in het Latijn, Grieks, Toscaans en Venetiaans. In de oorspronkelijke uitgave werd geen auteur genoemd, maar de beginletters van de 38 hoofdstukken vormen een Latijnse zin, die betekent: "Broeder Franciscus Columna hield zeer veel van Polia." De dominicaner monnik Francesco Colonna wordt daarom door de meeste deskundigen als auteur aangewezen. Hij leefde van 1433-1527 en was broeder in een dominicanenklooster in Venetië. Het boek is waarschijnlijk geschreven tussen 1479 en 1499.
door Annine van der Meer
Van Venus tot Madonna is een lijvig boek. Het telt 495 pagina's en dan zijn de bijlagen er nog niet bij. Die kunnen via http://venus.synthese.ws worden gedowndoad en dat zijn nog eens 203 pagina's, waar het register nog niet bij staat omdat dat nog niet klaar is. Annine van der Meer is godsdiensthistoricus en theoloog. Ze heeft zich vooral verdiept in de gnosis en is op dat onderwerp in 1989 gepromoveerd bij de onlangs overleden professor Gilles Quispel. Ook Sophia, het vrouwelijke goddelijke aspect in het jodendom en christendom heeft sinds die tijd haar belangstelling. Na een levensbedreigend auto-ongeluk in augustus 2004 besloot ze een boek te schrijven over de rol van het vrouwelijke in de godsdiensten vanaf de Steentijd en dit is het resultaat.
Spelenderwijs leert een kind door dit boek 50 verschillende planten kennen. Het kind kan deze ontdekken als onkruid in de tuin, op een zondagse wandeling door het bos of langs de zee. Het boek begint met de seizoenen en wat er zoal in de lente, zomer, herfst en winter te zien is. Hierna wordt er verteld over bloemblaadjes, kelkblaadjes en meeldraden. Dan komen de bladvormen aan bod. Alles met mooie en duidelijke tekeningen verlevendigd. De bloemen worden ingedeeld naar kleur en er wordt begonnen met geel. Het eerste plantje is, hoe kan het ook anders, het speenkruid. Gewoonlijk bloeit dit al in januari of februari, maar dat kan ook later worden als het lang koud blijft. Hierna worden de groene, witte, roze, rode, paarse en blauwe bloemen per hoofdstuk ingedeeld. Bij elke plant vind je bijzonderheden die voor een kind (maar ook voor ouderen) interessant zijn. Dit boek is een echte aanrader voor ouders en kinderen. Hopelijk inspireert het tot veel samen buiten kijken naar wat sommige mensen onkruid noemen. (Joke)
door Diana Monson & Maren Briswalter
Rudolf Steiner was Theosoof voordat hij zijn eigen ideeën uitwerkte in de Antroposofie. Dat hij zich daarbij, ook in zijn visie op de Jaarfeesten, vooral baseerde op het christendom, is bekend. Hij deed dit omdat men makkelijker zou aansluiten bij zijn visie op de kringloop van het jaar als de feesten een christelijke basis zouden hebben. De wereld waarin hij zijn ideeën ontvouwde was immers bijna uitsluitend een christelijke. Ik was dan ook blij verrast dat het uit het Duits vertaalde boek Lentefeest wel degelijk aandacht aan die vóór-christelijke wortels besteedt. In de inleiding wordt verwezen naar wat Jacob Grimm in zijn Deutsche Mythologie zegt over Ostara, dat het een belangrijke Godin moet zijn geweest, wier verering zo diep geworteld zat dat haar naam aan een van de belangrijkste Jaarfeesten gegeven werd en dat ook heidense gebruiken in het Lentefeest zijn opgenomen. Verschillende van deze gebruiken worden in het voorwoord nader toegelicht.
Elfen en kabouters zijn 'in' op dit moment en er komen dan ook veel boeken uit over dit onderwerp. Veel daarvan vind ik slordig gemaakt of niet mooi getekend en/of 'geleend' bij anderen. Zo niet dit boek uit de serie Kom mee naar ..., waarin prentenboeken zijn verschenen bij Christofoor. Dit deel vertelt de kleuters over de kringloop van het jaar bij de elfen. Het begint met het voorjaar, gaat de zomer en herfst door en eindigt bij de winter. Een sprookjesachtig boek om samen met de kinderen te genieten van de prachtige tekeningen en de versjes die erbij staan. Een aanrader! (Joke)
Een boek vol kabouters om zelf te maken, vanaf heel simpel tot wat moeilijker, maar allemaal goed uitvoerbaar. Sommige om mee te spelen, andere om neer te zetten en naar te kijken. Kabouters van natuurlijke materialen: breiwol, schapenwol, wolvilt, papier maché of van een tak gesneden. Allemaal even leuk en gelukkig (zoals je van deze uitgever kunt verwachten) geen hoog Rien Poortvlietgehalte. Ze zien er eerder uit zoals je verwacht dat kabouters er uitzien. In het voorwoord wordt hier ook nog op ingegaan. Alle patronen die erin staan, zijn op ware grootte. Veel is door de kinderen, soms met wat hulp, zelf te maken. Ook voor de ouders die aan de slag willen, staat er genoeg in. Een inspirerend doe-boek. (Joke)
558 blz. € 29,95
Hier is hij dan: de nieuwe vertaling van alle 200 sprookjes die de gebroeders Grimm hebben opgeschreven. We moeten daarbij wel bedenken dat de broers niet, zoals iedereen denkt, sprookjesverzamelend door het land trokken en de verhalen opschreven die eenvoudige mensen hun vertelden. Meestal kregen ze hun informatie van ontwikkelde vrouwen, die de broers in hun woonplaats ontmoetten of waarvan ze de verhalen op schrift kregen. Toch is de basis van al deze sprookjes wel degelijk een mondelinge volkse overlevering. De Grimms ontdekten deze schoonheid in een tijd dat iedereen er nog op neerkeek. De Grimms hebben deze ruwe volkssprookjes in de achtereenvolgende zeven drukken bewerkt. De verschillende varianten werden samengevoegd tot één geheel en seksuele aktiviteiten werden "bruiloft vieren"of "elkaar vriendelijk aankijken". Ook ontwikkelden de broers hun bekende sprookjesstijl, bijv. met standaarduitdrukkingen als "Er was eens" en "Ze leefden nog lang en gelukkig." Het gebruik van tegenstellingen, bijv lief kind tegenover boze stiefmoeder, is ook een gegeven dat de Grimms graag gebruikten. Verschillende volkse uitdrukkingen als "spijs en drank"of "huis en hof" zijn via de sprookjes van Grimm tot ons taaleigen gaan behoren. Getallensymboliek, zoals 7 x 7, werd door de Grimms in de sprookjes verwerkt en zijn daar deel van gaan uitmaken.
door Anders Pieterse
Bij Altamira-Becht is in de bekende serie (Elfenmagie, Engelenmagie en Zeemeerminmagie) het boekje Kaboutermagie verschenen, een oorspronkelijk Nederlands boek ditmaal. Anders Pieterse, bekend van zijn vertalingen van verschillende heksenboeken, heeft het geschreven. Hij gaat in dit boekje op een speelse manier om met de kabouterwereld en gaat ervan uit dat je, door je je ervoor open te stellen in dromen en meditatie, contact kunt maken met kabouters. Je kunt een persoonlijke kabouter zoeken, die wat vaker dan de anderen, contact met je zal zoeken. Zijn eigen persoonlijke kabouter is van het vrouwelijk geslacht en tikt hem regelmatig op de vingers als hij al te filosofisch wordt over zaken als tijd en ruimte. Kabouters houden zich daar kennenlijk niet mee bezig. Die zijn heel aards. Het zijn doeners, geen denkers. Hoewel Anders Pieterse de kabouters als een realiteit ziet, benadrukt hij dat je wel verbeeldingskracht nodig hebt om ze te zien. Door onze opvoeding en afbeeldingen in sprookjes- en kinderboeken wordt onze voorstelling van kabouters natuurlijk ook sterk beïnvloed. In het eerste hoofdstuk, Waar komen de kabouters vandaan, verwijst Pieterse naar Scandinavische, Duitse, Schotse en andere bronnen. De grappige illustraties van Fiel van der Veen laten in dat hoofdstuk dan ook kabouters zien in lederhose, schotse rok of als roeiers van een Vikingenschip.
door Hanna Kraan
In 1990 verscheen Verhalen van de boze heks, het eerste in een inmiddels lange reeks boeken van Hanna Kraan over de boze heks. Vanaf 1973 had ze al andere kinderboeken geschreven, maar ze werd toch vooral bekend door deze serie. In 2005 verscheen Hier is de boze heks, een bloemlezing uit de hierboven genoemde titels. De oorspronkelijke boeken zijn met zwart-wit tekeningen en een omslag in kleur van Annemarie van Hearingen, maar deze uitgave is van nieuwe illustraties voorzien en geheel in kleur. Elk verhaal heeft een paar tekeningen, waarvan minstens één bladzijdevullend. Daardoor is dit boek een feest om samen met de kinderen te lezen.
Dit is het eerste boek uit een serie van zes. De andere delen zijn op dit moment in herdruk. Hennie gaat alweer heel wat jaartjes mee. In 1987 verscheen de eerste Engelse druk als Winnie the Witch. In 1989 verscheen de Nederlandse vertaling, waarvan nu alweer de 7e druk uit is. Ook zijn er voor de kleuters games van Hennie te koop. Dit deel gaat over Hennie die in haar huis woont waar alles zwart is: haar bed, haar bad, haar stoelen en ook de kat Helmer, die ze daarom alleen kan zien als hij zijn ogen open heeft. Ze struikelt dus vaak over hem als hij slaapt. Op een dag maakt ze een lelijke val, waarna ze Helmer groen tovert. Zodat ze over hem struikelt als hij in het gras ligt te slapen. Daarom tovert ze hem in bonte kleuren: een rode kop, geel lijf, roze staart, blauwe snorharen en paarse poten. Helmer is hier heel ongelukkig door omdat zelfs de vogels hem uitlachen. Hennie krijgt medelijden met hem en tovert hem in zijn oorspronkelije kleur terug, waarna ze haar huis omtovert in bonte kleuren. Hier zijn ze allebei happy mee. Samen met kleuters vanaf drie jaar is dit een geweldig boek om voor te lezen en te bekijken. Een absolute aanrader. (Joke)
door Scott Cunningham
Groene Magie is de vertaling van Cunningham's Encyclopedia of Magical Herbs, het boek dat Cunningham in 1985 schreef en dat in 1986, toen Joke het kocht, al aan zijn een vierde druk toe was. Al die jaren is het boek populair gebleven en nu dan door Altamira-Becht in het Nederlands uitgebracht. Elder op deze pagina heeft Joke Cunningham al ingeleid bij haar bespreking van vier van zijn boeken, die eveneens door Altamira-Becht zijn uitgegeven. De Encyclopedie van Cunningham is door de jaren heen een belangrijke leidraad geweest voor Joke bij het bepalen van wat de magische eigenschappen van kruiden zijn en onder welke planeet en element een kruid valt. Als zodanig heeft het boek haar vele diensten bewezen, maar het heeft haar een enkele keer ook wel op een dwaalspoor gebracht want Cunningham is soms, zoals Joke in haar inleiding ook zegt, erg slordig en geeft regelmatig onjuiste informatie. Het afgelopen jaar heeft de Encyclopedie vrijwel onafgebroken op mijn bureau gelegen om dienst te doen als vraagbaak tijdens de research voor ons nieuwe boek, De Magie van Wierook, dat in september 2006 gepubliceerd zal worden. Ik kwam er al snel achter dat Cunningham's Encyclopedie door velen na hem is gebruikt en vaak klakkeloos overgeschreven. Dat onderstreept het belang van dit boek, maar het is ook wel een geval van slecht voorbeeld doet slecht volgen. Maar laat ik eerst het boek zelf beschrijven.
Het Epos van Gilgamesj is voor het eerst opgetekend door de Soemeriërs rond 2100 v.Chr. en tot 500 v.Chr. zijn er nieuwe variaties op dit epos verschenen. Herman Vanstiphout is docent algemene semistiek en Assyriologie aan de Universiteit van Groningen. Hij heeft de verschillende versies bestudeerd en uit de grondtekst vertaald. De laatste jaren is er zoveel nieuw materiaal ontdekt of vertaald dat wetenschappelijke vertaling van voor 1980 volgens Vanstiphout alleen nog historische waarde hebben. De teksten zijn geschreven in spijkerschrift op kleitabletten. Vanstiphout geeft zeer nauwgezet aan waar teksten ontbreken of vrijwel onleesbaar zijn, zodat bepaalde woorden of zinsdelen min of meer uit de context geraden moeten worden. Hij gebruikt voor zijn vertaling de internationale wetenschappelijke notitie, waarbij de sj-klank geschreven wordt als š en oe-klanken als u, zoals in Sumerisch en Uruk. Omdat ik gewend ben aan de Nederlandse notatie (Gilgamesj, Soemerisch en Oeroek) zal ik die hier ook maar gebruiken.
door Herman Vanstiphout
Eduba is een Soemerisch woord dat "huis van de kleitabletten" betekent. Hiermee werden scholen aangeduid, waar kleitabletten werden bewaard om te dienen als oefenstof. De Soemeriërs hebben rond 3500 v.Chr. in Oeroek het schrijven in spijkerschrift uitgevonden. Daarvoor gebruikte men weke klei en een schuin afgesneden rietje. De punt van het rietje werd in verschillende standen in de klei gedrukt en op die manier werden vaak hele woorden of begrippen weergegeven (net als in de Egyptische hiëroglyfen), maar ook werden klanken uitgedrukt, als een voorloper van ons alfabet. Er waren zelfs abstracte tekens, die aangaven dat een woord in het meervoud werd gebruikt of dat een werkwoord in de verleden tijd stond. Woorden hadden vaak meer betekenissen, waarbij de juiste betekenis dan uit de context moest en moet worden afgeleid. Zo kon een teken voor "been" ook "lopen" of "standvastigheid" betekenen.
Charlie Ryrie is een freelance journaliste, die heeft gewerkt in Amerika, Engeland en India. Ze houdt zich vooral bezig met ecologie, het milieu en tuinieren. Hierover heeft ze vele artikelen en een paar boeken gepubliceerd. Die wijsheid heb ik van Internet, want Ankh-Hermes zegt helemaal niets over haar en besteedt vreemd genoeg wel een hele pagina aan Jane Water, die "De Consultant" wordt genoemd en aan Alan Hall, die ons wordt voorgesteld als "De Lezer". Als iemand daar iets van snapt dan hoor ik dat graag. In De helende kracht van water zet de auteur uiteen hoe water alle facetten van ons leven doordringt. Als de aarde helemaal plat was, zou er overal een zee van ruim 300 meter diep zijn. Gelukkig zijn er bergen, die zich ook onder de zeespiegel voortzetten, zodat een deel van het land boven het water uitsteekt.
Platvoetje woont met de andere heksen in het Heksenbos, halverwege tussen hemel en aarde. Op een morgen is ze weg, verdwenen uit het bos, omdat ze door de andere heksen wordt uitgelachen. Nikkie vindt haar achter haar tandenpoetsbekertje. Platvoetje vertelt haar dat ze nooit meer terug wil naar het Heksenbos. Bij iedere toverspreuk die ze doet, groeien haar voeten en dat is de reden waarom ze wordt uitgelachen! Natuurlijk loopt het goed af. Nikkie zegt dat ze ook wordt uitgelachen omdat ze flaporen heeft. Platvoetje leert haar dankzij die oren vliegen. Jason de draak, de vriend van Platvoetje, komt haar halen en ze gaat met hem terug naar waar ze hoort. Een verrukkelijk kleuterboek, met prachtige tekeningen om samen naar te kijken en steeds iets nieuws te ontdekken. (Joke)
Een bekend thema. Toen ik kleuter was, had ik een prentenboek met tien kleine nikkertjes, waarvan er telkens één verdween. Later zag ik hetzelfde gegeven met tien kleine aapjes. En nu zijn er dus ook tien kleine heksjes. Wat ze meemaken hoort ook bij kleine heksjes. Ze ontmoeten een vuurspuwende draak, laten koeien zweven, glijden van de bezemsteel, maar uiteindelijk komen ze alle tien weer in hun bedjes bij hun heksenmoeder terecht. Een enig prentenboek, met leuke, rake tekeningen en grappige versjes. (Joke)
De kleine heks uit dit boek is pas 127 jaar en dat is jong voor een heks. Ze woont in een echt heksenhuis, samen met haar raaf Abraxas, die echt kan praten en niet alleen maar een beetje krassen, zoals andere raven. De kleine heks moet nog veel leren. Ze studeert daarom hard in het heksenboek, maar het toveren gaat vaak verkeerd en Abraxas zegt dan dat ze zich vertovert. Het is bijna Walpurgnacht en ze wil naar de Bloksberg, om dit samen met de andere heksen te vieren. Dat is haar verboden, omdat ze te jong is om hieraan mee te doen. Natuurlijk wordt ze betrapt en gestraft en zint ze op wraak. Dit en vele andere leuke en spannende verhalen staan er in De Kleine Heks. Erg leuk om voor te lezen, maar ook om zelf te lezen. Otfried Preussler is in Duitsland een bekende schrijver van kinder- en jeugdboeken. Hij schreef dit boek in 1957 en dit is alweer de elfde Nederlandse druk. Geïllustreerd met leuke pentekeningen van Winnie Gayler. (Joke)
door Philip & Stephanie Carr-Gomm
Oorspronkelijk verscheen dit orakel, een boek met bijbehorende kaarten, in het Engels in 1994. Het werd in 1998 in het Nederlands uitgegeven. Gelukkig ziet Uitgeverij Altamira-Becht anno 2005 nog plaats voor een derde druk van dit al lang uitverkochte boek. In hun inleiding zeggen de schrijvers dat de wijsheid van de Druïden voortleeft in de verhalen en mythen, steencirkels, heilige plaatsen en volksgebruiken. Als je dit samenvoegt met de geschiedenis en het verenigt met gezond verstand en intuïtie, dan kun je de leer van de Druïden opnieuw tot leven brengen. En dat gebeurt ook overal op de wereld! Voor de Druïden was de dierenwereld erg belangrijk. Diverse stammen zouden van dieren afstammen - de Katmensen uit Schotland bijvoorbeeld. De meeste stammen hadden totemdieren, die naar voren kwamen in de naam, het wapen of de traditie van die stam. Dieren-achternamen kwamen ook uit deze gebruiken voort, denk bijvoorbeeld aan Vos. Net als de tradities van de Indianen kenden zij ook namen als Kleine Wolf of Zoon van Vos. De Carr-Gomms geven nog vele andere voorbeelden van de belangrijke plaats die dieren in het leven van de Kelten en volkeren ver daarvoor hadden. Onze Joods-Christelijke cultuur heeft ons geleerd bang te zijn voor dieren en om "de aarde te onderwerpen".Daardoor zien we ze alleen nog maar in onze dromen als wilde dieren en in verhalen over, bijvoorbeeld, weerwolven. We moeten opnieuw leren dat we onze eigen dierlijke aard niet moeten onderwerpen, maar omarmen om volledig mens te kunnen zijn.
Dit is een herdruk van het in 1995 uitgekomen Terug naar het Heidendom?, een vertaling van Phoenix from the Flame (1994). In haar inleiding vertelt Vivianne dat dit boek haar persoonlijke visie is en niet een algemeen aanvaarde zienswijze, omdat het heidendom vele varianten en opvattingen kent die niet allemaal in één boek te vatten zijn. Ook vertelt ze over haar jeugd en haar zoektocht en visoenen waarin ze onder andere een roodharige hoofdman ontmoette, die de volgende woorden sprak: "Ik ben geen God," zei hij. "Ik ben de stem van mijn volk en jullie stem ook, als dat jullie wens is. Aanbid in jullie tempels de Grote Geest, de hemel en de wind, die Goden en mensen verenigen. Vereer geen vorst die sterfelijk is." Toen verscheen de Godin tot haar, met zwart haar en grijsgroene ogen en ze ervoer in een droom dat ze over de ijsschotsen uit het noorden kwam. Voor Vivianne verscheen dus eerst de God en daarna de Godin, wat opmerkelijk is, want veel moderne heidenen vertellen dat voor hen eerst de Godin verscheen en daarna de God. Soms blijft de God helemaal achterwege.
Het hier besproken boek is een klassieker in meer dan één betekenis. Herodotos voltooide het boek rond 430 v.Chr. De Nederlandse vertaling dateert van 1995 en deze derde druk van 2000. Omdat het boek nog steeds te koop is en de uitgeverij zo vriendelijk was me alsnog een recensie-exemplaar te sturen, wil ik deze vertaling gaarne onder de aandacht van de bezoekers van onze site brengen. De afgelopen jaren heb ik gebruik gemaakt van de Engelse vertaling, Herodotus: The histories. Deze vertaling van Aubrey de Sélincourt dateert uit 1954 en doet soms wat gedateerd aan. Bovendien bestaat de inleiding uit welgeteld 4 pagina's en ontbreekt een alfabetisch register, zodat ik zo'n beetje het hele boek moest doorbladeren als ik iets wilde opzoeken. Welnu, de Nederlandse vertaling van Hein van Dolen geeft een grondige inleiding van 35 pagina's over de auteur, het boek en de achtergrond van het Grieks-Perzische conflict dat door Herodotos wordt beschreven. Meer dan 150 pagina's zijn ingeruimd voor landkaarten, stambomen en een zeer gedetailleerd register. Ik ben onder de indruk!
Dit boek is in 1994 in het Duits verschenen onder de titel Die Steinheilkunde en is nu door Altamira-Becht in het Nederlands uitgebracht. De auteur is al op jonge leeftijd geboeid geraakt door stenen en begon met het verzamelen van kiezels tot hij "bij toeval" een granaat mee naar huis nam en toen met het boekje Mijn kleine mineralenwereld op zak zijn omgeving in de bergen begon te verkennen. Toen hij acht was, had hij al een flinke kennis over mineralen en werd een verwoed verzamelaar. Hij ging scheikunde studeren, maar werd daarin erg teleurgesteld en stopte met zijn studie. Er volgde een moeilijke periode in zijn leven en hij werd door ziekten achtervolgd, tot iemand hem zei dat hij zichzelf eens met een mineraal moest behandelen en hij ontdekte dat het werkte. Hij ging alles lezen over de helende werking van mineralen en edelstenen en studeerde aan de School for Natural Healing. Hij deed mee aan een onderzoeksgroep die de helende eigenschappen van stenen bestudeerde. Vanaf dat moment wijdde hij zijn leven aan de stenen en dit resulteerde in deze gids, die hier nu voor me ligt.
In Egypte kwam in 5500 v.Chr. een beschaving op die tot het eind van de Romeinse Tijd (395 n.Chr.) heeft bestaan, een beschaving die zijn weerga niet heeft gehad in de geschiedenis van de mensheid. Iedereen kent wel de beroemde piramides, tempels en koningsgraven die door het droge klimaat na duizenden jaren nog verbluffend goed behouden zijn gebleven. Toen Thebe in het zogeheten Middenrijk (2055-1650 v.Chr.) de hoofdstad van Egypte werd, ontstond daar in de buurt een religieus centrum dat tot het eind van de Romeinse tijd in gebruik is geweest. Hier zijn de meest indrukwekkende monumenten van Egypte te vinden. Geen piramides, want die periode was al voorbij, maar wel de tempel van Karmak, Deir-el-Bahri (de dodentempel van koningin Hatsepsoet) en de graven van de farao's in de Vallei der Koningen hebben een onuitwisbare indruk op ons gemaakt tijdens ons bezoek aan Egypte in 2003. Het boek De Schatten van Luxor en de Vallei der Koningen was dan ook een feest van herkenning.
Griekenland wordt vaak de bakermat van onze beschaving genoemd. De Griekse kunst uit de Oudheid wordt door velen als het absolute hoogtepunt van de westerse cultuur beschouwd. De Griekse religie heeft een belangrijk stempel gedrukt op de heidense religies uit de Oudheid. Stefano Maggi, professor in de archeologie van de Romeinse provincies aan de universiteit van Pavia, en Christina Troso, onderzoeker klassieke archeologie aan dezelfde universiteit, hebben met dit boek een zeer geslaagde poging gedaan deze culturele erfenis te boekstaven en toe te lichten. Na een inleiding over de Griekse cultuur, religie en geschiedenis, worden achtereenvolgens Athene, Attica, de Peloponnesos, het Griekse vasteland, Euboea, de Ionische eilanden, de oostelijke Egeïsche eilanden, de Dodekanos, de Cycladen en Kreta beschreven. Elk van deze onderwerpen wordt uitgebreid beschreven in dit meer dan 600 pagina's tellende boek. Voor Athena zijn maar liefst 78 bladzijden ingeruimd. Voor elke streek en op de eilanden worden de belangrijkste archeologische vindplaatsen en musea duidelijk beschreven en toegelicht met vele prachtige foto's, kaarten en plattegronden.
Hans Kloft is professor Oude Geschiedenis aan de Universiteit van Bremen. Met Mysterienkulte der Antike heeft hij een glashelder en zeer lezenswaardig boek geschreven over het fascinerende verschijnsel van de Mysteriecultus, ook wel aangeduid als Mysteriereligie. Onder een cultus wordt gewoonlijk verstaan de verering van één bepaalde God of Godin, terwijl een religie breder wordt opgevat en de verering van alle Goden en Godinnen in een bepaalde cultuur omvat. Zo spreken we, bijvoorbeeld, van "de cultus van Afrodite op Cyprus" en van "de Griekse en Romeinse religie in de Oudheid." Daarbij kan ik aantekenen dat in het Oude Griekenland geen staatsreligie bestond en wat daaronder wordt verstaan in feite een grote verzameling van losstaande culten was. In het Romeinse Rijk bestond wel een door de staat geleide en gefinancierde religie, die overigens eveneens via talloze cultuscentra functioneerde. Dit even om de gedachten te bepalen.
door C. Kalkman
Prof.dr. C. (Kees) Kalkman gaf tot 1991 colleges Economische Botanie aan de Universiteit Leiden. Na zijn emeritaat besloot hij zijn kennis te bundelen in een boek dat hij Economische Botanie noemde. Toen hij in 1998 overleed, was het boek bijna af. Het bleef een paar jaar op de planken liggen tot Marijke Nauta in overleg met Uitgeverij KNNV de soms wat al te ingewikkelde en gedetailleerde tekst bewerkte, terwijl Ruud van der Meijden zich richtte op het toevoegen van illustraties. Beiden zijn naar mijn idee uitstekend in hun opzet geslaagd. De tekst is boeiend en voor iedereen goed te begrijpen. Wie iets dieper op bepaalde onderwerpen in wil gaan kan de uiteeenzettingen in aparte kaders lezen, maar wie ze te technisch vindt, kan ze overslaan. De illustraties zijn prachtig en verhelderend.
Elaine Pagels, hoogleraar theologie aan de Columbia University in New York, promoveerde in 1970 aan de Harvard University met een proefschrift over de controverse tussen het gnostische en orthodoxe christendom. De in 1945 gevonden Nag Hammadi-geschriften (zie mijn recensie elders op deze pagina) boeiden haar zeer omdat er veel onbekende gnostische geschriften tussen zaten, die meer licht konden werpen op dit onderwerp. Een complete fascimile uitgave van deze geschriften is tussen 1972 en 1977 verschenen, terwijl de eerste Engelse vertaling in 1977 het licht zag. In 1975 bracht Pagels geruime tijd door in Caïro om de originele Koptische manuscripten te bestuderen. Vier jaar later publiceerde ze The Gnostic Gospels, dat in 1980 in het Nederlands verscheen. Door de eeuwen heen hadden de Rooms-Katholieke kerkleiders altijd volgehouden dat zij de zuivere leer van het oorspronkelijke Christendom vertegenwoordigden, terwijl de gnostici daarvan afgeweken waren en daarom als ketters waren gebrandmerkt en uitgeroeid. In haar boek toonde Pagels aan dat er in de eerste eeuwen van onze jaartelling een even sterke orthodoxe als Gnostische stroming in het Christendom had bestaan en "dat het christendom zich in geheel andere richtingen had kunnen ontwikkelen, of dat het christendom, zoals wij dat kennen, geheel had kunnen verdwijnen." (p 186) Het boek sloeg in als een bom, ook in Nederland, waar het in '82, '85 en '92 werd herdrukt. Anno 2005 acht uitgeverij Servire de tijd rijp voor een vijfde druk en geeft daar op de achterflap de volgende toelichting op: "Door het ongehoorde wereldsucces van De Da Vinci Code is de belangstelling voor wat zich heeft afgespeeld in de tijd van het vroege christendom enorm gegroeid. Dan Brown heeft bij de research voor zijn bestseller gebruik gemaakt van verschillende bronnen, waaronder De Gnostische Evangeliën. Alsof dit commercieel meeliften op de hype van een geheel gefantaseerd boek - een roman, toch? - nog niet erg genoeg is, is de cover nog voorzien van een opvallende cirkel waarin we lezen: "De waarheid achter De Da Vinci Code". Alsof dit een van de vele boeken is die de misvattingen van Dan Brown aan de kaak stelt. Fans van Dan Brown zullen hier weinig van hun gading vinden, maar wie echt geïnteresseerd is in de fascinerende wereld van de gnostiek, kan ik dit boek van harte aanbevelen.
door Matthijs Schouten
Matthijs Schouten studeerde biologie, vergelijkende godsdienstwetenschappen, oosterse filosofie en Keltische taal- en letterkunde. Hij is hoogleraar Natuur- en Landschapsbescherming aan de universiteiten van Cork en Galway in Ierland en bijzonder hoogleraar Ecologie van het Natuurherstel aan de Universiteit Wageningen. Als ecoloog en natuurfilosoof is hij verbonden aan Staatsbosbeheer. In 1999 schreef hij t.g.v. het 100-jarig bestaan van Staatsbosbeheer het boek De natuur als beeld. Het boek dat ik hier bespreek is daar een tweede en uitgebreide uitgave van. Schouten is een veelzijdig wetenschapper, zoals blijkt uit bovenstaande staat van dienst. Vooral de relatie tussen mens en natuur en de manier waarop mensen de natuur ervaren, heeft zijn belangstelling. In Spiegel van de Natuur etaleert hij zijn enorme kennis op dit gebied. Hij gaat daarbij diep op het onderwerp in, maar heeft de gave deze soms moeilijke materie op een zeer leesbare wijze uiteen te zetten.
Vertaald door Jacob Slavenburg & Willem Glaudemans
Eind 1945 groef een boer bij Nag Hammadi in Egypte op zijn land een grote kruik op met daarin een aantal in leer gebonden boeken, gemaakt van in het Koptisch beschreven papyrusbladen. Een geestelijke leider die hij de boeken liet zien, zei dat ze waardeloos waren. De boer nam ze weer mee naar huis en zei hier later over:"Sommige zijn verbrand en ik heb geprobeerd er een paar van te verkopen." In 1952 wist professor Gilles Quispel, die had gehoord dat er in Egypte oude geschriften waren gevonden, dankzij de hulp van Carl Jung, een van deze boeken in Egypte te kopen. De andere boekdelen van de vondst van Nag Hammadi werden door verschillende handelaren opgekocht In de loop der jaren wisten onderzoekers de zoekgeraakte delen weer op te sporen. In totaal werden er dertien Codices in 12 leren banden teruggevonden. Hoeveel boeken er verbrand of verdwenen zijn, is niet duidelijk. Het zou tot 1977 duren voordat al deze geschriften in het Engels vertaald werden uitgegeven. De tractaten waren in de 1e en 2e eeuw in het Grieks geschreven en in de 3e of 4e eeuw vertaald in het Koptisch - de taal van de Egyptische christenen. De geschriften zijn ontstaan in dezelfde tijd als de boeken van het Nieuwe Testament - vaak zelfs eerder - maar geven een heel ander beeld van het jonge Christendom dan uit de Bijbel naar voren komt. In de 4e eeuw begonnen de kerkleiders zich te beraden over welke boeken nou wel en welke niet tot het Nieuwe Testament gerekend moesten worden. De boeken die deze toets niet konden weerstaan werden verboden en als ze werden aangetroffen werden ze verbrand. Naar wordt aangenomen zijn de Nag Hammadi-geschriften afkomstig uit het nabijgelegen klooster en zijn ze rond 350 door kloosterlingen in een kruik gestopt en begraven, om te voorkomen dat ze verbrand zouden worden. En dat is gelukt - op een paar na dus. In 1994 en 1995 bracht Ankh-Hermes in twee delen de Nag Hammadi-geschriften uit, vertaald en van uitgebreide commentaren voorzien door Jacob Slavenburg en Willem Glaudemans. In tien jaar werden er 25.000 exemplaren verkocht. Voor Ankh-Hermes aanleiding om eind 2004 beide delen op dundrukpapier in één band opnieuw uit te brengen, geheel naar nieuwe inzichten herzien door de vertalers.
redactie Gilles Quispel
In oktober 1986 vond in Amsterdam een driedaags congres plaats waarin achttien sprekers, onder voorzitterschap van professor Gilles Quispel, op hun eigen wijze een aspect van de verschillende Gnostische tradities belichtten. De toehoorders waren zo enthousiast dat in 1988 de Rozekruizers Pers de teksten van de lezingen als boek uitgaf. In april 2005 is hiervan een herdruk verschenen, een kans om alsnog kennis te nemen van deze fascinerende lezingen. In mijn recensie (zie hierboven) van de Nag Hammadi Geschriften heb ik een poging gedaan het begrip Gnosis uit te leggen. In de verschillende lezingen wordt de Gnosis als derde stroming afgezet tegen de Griekse filosofie en het Joods-Christelijke geloof. In zijn inleiding stelt Quispel dat Gnosis altijd uitgaat van een innerlijke ervaring en zich uitdrukt in beelden. In mijn recensie van de Nag Hammadi Geschriften heb ik opgemerkt dat de beeldentaal van de Gnostische geschriften soms niet of nauwelijks van heidense mythen te onderscheiden is. Uit het onkenbare, onnoembare en ondenkbare goddelijke oerwezen komen andere wezens voort die als archonten, engelen en demonen worden benoemd, maar in een heidense context niet zouden misstaan als Goden en Godinnen.
redactie Gilles Quispel
In 1990 vond in Amsterdam, onder voorzitterschap van prof. dr. Gilles Quispel, een congres plaats waar een groot aantal wetenschappers een uiteenzetting gaf van de Hermetische Gnosis, zoals die door de eeuwen heen een rol had gespeeld in de westerse cultuur. De 18 auteurs die een bijdrage hebben geleverd aan dit boek, waren meest de sprekers op dit congres. De 1e druk is in 1992 verschenen, de 4e druk in 2003. Het boek vormt een uitstekende aanvulling op Gnosis - de derde component van de Europese cultuur traditie (zie mijn recensie hierboven), maar kan uiteraard ook los daarvan gelezen worden. In bovenstaande recensie heb ik uitgelegd wat Gnosis is. Hermetische geschriften zijn voortgekomen uit de traditie rond Hermes Trismegistos. In mijn recensie van De Hermetische Schakel van Jacob Slavenburg, elders op deze pagina, heb ik uitgelegd wat de Hermetische traditie is. Veel van de geschriften uit deze traditie gaan uit van een Gnostische levensvisie en geven ook Gnostische scheppingsverhalen. Ze zijn Hermetisch omdat Hermes er een rol in speelt. Slavenburg richt zich vooral op de geschriften uit het Corpus Hermeticum, dat in de Helleense periode in Egypte ontstond en hun invloed op de westerse cultuur door de eeuwen heen. De artikelen in De Hermetische Gnosis richten zich niet zozeer op het Corpus Hermeticum als wel op alle geschriften vanaf de Oudheid tot de moderne tijd die elementen van de Hermetische traditie in zich opgenomen hebben.
380 blz., € 32,50
Het Evangelie van Thomas is een van de geschriften die in 1945 in een kruik bij Nag Hammadi in Egypte werd gevonden. Het is in de tweede of derde eeuw in het Koptisch geschreven, maar gebaseerd op een ouder Grieks manuscript, waarvan in 1900 al enkele fragmenten waren gevonden. Dit Grieks manuscript zou weer teruggrijpen op oudere bronnen, waarvan de oudste wellicht in het jaar 40 zou zijn opgesteld, dus voordat de vier Bijbelse Evangeliën werden opgeschreven. Het Koptische manuscript bestaat uit 114 Logoi (enkelvoud Logos), waarin uitspraken van Christus zijn opgeschreven. Het zijn alleen deze uitspraken. Er is geen enkele beschrijving van het leven en sterven van Jezus. Gilles Quispel heeft er persoonlijk voor gezorgd dat het manuscript in Egypte werd aangekocht en dat het in 1959 werd gepubliceerd. Toen ik de Nag Hamadi-geschriften las, vond ik het Evangelie van Thomas een van de minst interessante documenten en ik begreep eigenlijk niet goed waarom de publicatie ervan destijds voor zoveel ophef had gezorgd. Voor velen was het een schok zich te realiseren dat er behalve de in het Nieuwe Testament opgenomen boeken nog meer Evangeliën hadden bestaan. Op zich was dat al sinds de derde eeuw bekend, dus blijft over de vraag wat Thomas heeft toe te voegen aan de andere evangelisten. Naar mijn bescheiden mening niet veel, behalve dat het nog eens duidelijk onderstreept hoe vrouw-onvriendelijk en ascetisch een aantal vroege Christenen waren. Verschillende geschriften uit Nag Hammadi laten zien dat er ook anderen waren, die vrouwen op hun waarde wisten te schatten en dat Maria Magdalena een Apostel was die door Jezus boven de anderen werd geplaatst. Het Evangelie van Thomas behoort niet tot deze vrouwvriendelijke geschriften. Als Simon Petrus zich bij Jezus beklaagt en zegt: "Laat Maria (Magdalena) weggaan uit onze kring, want vrouwen zijn het Leven niet waard" is Jezus het kennelijk met hem eens. Hij antwoordt: "Ik zal haar zo leiden, dat ik haar mannelijk maak, dat ook zij een levende Geest wordt en zo de gelijke van jullie mannen. Want iedere vrouw, die zich vermant, kan ingaan tot het Koninkrijk der Hemelen." Dus vrouwen zijn het volgens het Evangelie van Thomas niet waard om naar de hemel te gaan en moeten eerst man worden voordat ze worden toegelaten.
In De Bezem Voorbij geven Boris en Bran een overzicht van Wicca in Nederland, vanaf het prille begin in de jaren '70 tot heden. Voor beginners, die zich willen oriënteren op wat Wicca nou precies inhoudt, is het meeste waarschijnlijk niet zo interessant, maar wie al wat Wicca's en stromingen in Nederland kent, geeft dit boek een boeiende kijk achter de schermen. Vooral over de beginfase was weinig bekend. Bran heeft dit uitgeplozen en op een rijtje gezet in het hoofdstuk Een historische schets van Wicca in Nederland. Daar worden enkele zaken over het begin van Wicca in Nederland uit de doeken gedaan die ook mij niet helemaal duidelijk waren en ik heb me hier toch aardig in verdiept. Een waardevolle aanvulling aan de schaarse publicaties op dit gebied. Met foto's van enkele bekende Nederlandse Wicca's, waaronder ondergetekende.
Als (aankomend) heks of heiden heb je natuurlijk nooit genoeg bomenboeken, kruidenboeken en Flora's. Wat in het ene boek niet staat, vind je in het andere boek weer wel. De meeste van ons hebben er planken vol van - en terecht. Ze kunnen een goede hulp zijn als je buiten wilt zien wat voor plant of boom je voor je hebt. Het is niet een boek dat je buiten zult raadplegen - daar is het net iets te zwaar voor - maar thuis des te meer. In deze Bomengids van de ANWB gaat determineren aan de hand van "sleutelfiguren": het blad van coniferen en loofbomen en de figuren met winterloten staan voorin het boek. Als je een boom zo niet kunt vinden, kun je, zoals de schrijvers aanraden, het boek doorbladeren en gaan zoeken naar een boom die er het meeste op lijkt. De tekst verwijst dan naar alle bomen met vergelijkbare kenmerken. Op die manier moet elke boom snel gevonden zijn.
Deze Flora is voortgekomen uit de Interactieve Flora van Nederland en Vlaanderen. Toen deze Flora werd gemaakt, viel het de samenstellers op dat er geen boek bestond met foto's van alle Nederlandse en Vlaamse plantensoorten. Wel met tekeningen en foto's van een aantal planten. De mooiste foto's vind je volgens de samenstellers terug in dit boek. Aan de hand van de foto's kun je de planten op kleur opzoeken en niet, zoals bij een "echte" Flora (van Heukels bijvoorbeeld), aan de hand van een moeilijke determineersleutel. Wel wordt in dit boek een eenvoudige determineersleutel gebruikt, maar de bloemkleur is de belangrijkste leidraad. Vervolgens zijn de soorten gerangschikt op het aantal bloemdekbladeren of het aantal kroonbladeren. Zo kom je al dicht bij de plant waar je naar op zoek bent. Daarna kun je de onderdelen van de plant vergelijken met de kolommen met plantgegevens en zo zul je meestal de naam wel kunnen vinden. Doordat de bloemen op kleur in het boek staan, is het ook leuk om er gewoon eens in te bladeren en je over de hoeveelheid soorten te verwonderen. Kijk bijvoorbeeld eens hoeveel gele bloemen er zijn, met voor de leek een bijna identiek uiterlijk. Als je beter kijkt, zie je toch dat ze onderling veel verschillen hebben. Kijk, bewonder en verwonder je wat de natuur je zoal te bieden heeft. Een boek waar je lang plezier van zult beleven. (Joke)
In de Helleense en Romeinse periode (332 v.Chr. - 395 n.Chr.) ontstond in Egypte wat later de Hermetische Traditie genoemd zou worden. Deze traditie baseerde zich op de geschriften die zouden zijn geschreven door Hermes Trismegistos. Volgens de overlevering was hij een verschijningsvorm van de Egyptische God Thoth die door de Grieken Hermes werd genoemd. Toth werd door de Egyptenaren gezien als de bron van alle kennis en wijsheid, als een groot magiër en geneesheer en als de uitvinder van het hiëroglyfenschrift. In inscripties werd hij vol ontzag aangeduid als 'Thoth, de Grote, de Grote, de Grote'. De Grieken stelden hem gelijk aan hun God Hermes, die ze daarom als Hermes Trismegistos ('Driemaal Grote Hermes') aanduidden. Veel van de door Hermes geschreven teksten zijn verloren zijn tijdens de verwoesting van de bibliotheek van Alexandrië. Een aantal geschriften zouden bewaard zijn gebleven en doorgegeven door degenen die waren ingewijd in de Hermetische Mysteriën. Na de val van het Romeinse Rijk in 395 n.Chr. en onder invloed van het Christendom raakten de in het Grieks geschreven Hermetische geschriften in onbruik. Door de Arabieren werden verschillende boeken vertaald of in het Arabisch samengevat, maar in West-Europa waren ze niet bekend. In 1492 werden verschillende Hermische geschriften uit het Grieks in het Latijn vertaald door Marsilio Ficino (1433-1499), een filosoof en occultist, die onder de Florentijnse vorst Cosimo de Medici een school voor Neo-Platonische filosofie had gesticht. De door Cosimo vertaalde teksten, aangevuld met nog enkele later gevonden geschriften, uitgegeven als Corpus Hermeticum, zijn waarschijnlijk geschreven in de Romeinse tijd in Egypte, maar gebaseerd op oudere geschriften uit de Helleense tijd. Tijdens de Renaissance hebben deze boeken grote invloed op occultisten en wetenschappers gehad.
door Goffe Jensma
Het Oera Linda-boek werd in 1867 in Den Helder 'gevonden' door Cornelis Over de Linden. Het zou een oude kroniek zijn die de geschiedenis van het Friese volk beschrijft vanaf de ondergang van Atlantis in 2193 v.Chr. tot 1256 n.Chr., toen het laatste deel werd opgetekend. Het boek was geschreven op vergeeld papier, in tekens die vaag aan runen deden denken en in een taal die de indruk wekte Oudfries te zijn. Het boek zou door de eeuwen heen in de familie Over de Linden zijn doorgegeven en oorspronkelijk door hun voorouders zijn opgetekend. De familienaam Oera Linda zou later Over de Linden zijn geworden. Al snel werd getwijfeld aan de authenticiteit van het boek. Het papier bleek rond 1860 machinaal vervaardigd te zijn en met een vloeistof te zijn geel geverfd om het oud te doen lijken. De taal was geen Oudfries, maar een vreemd mengsel van modern Fries en modern Nederlands, doorspekt met Oudfriese en niet bestaande woorden. Vanaf het begin werd getwijfeld aan de echtheid van het boek. Er werd gezegd dat Over de Linden het boek zelf zou hebben geschreven, eventueel met de hulp van anderen. In 1874 was Van der Linden overleden, zonder het geheim te onthullen. In 1900 kwam de Friese arts Johan Winkler tot de conclusie dat Over de Linden het boek had bedacht en geschreven met François Haverschmidt, een vrijzinnige dominee en dichter, die onder het pseudoniem Piet Paaltjens al enige dichtbundels had gepubliceerd. Winkler wees de archivaris en bibliothecaris Eelco Verwijs eveneens als mede-auteur aan.
De botanist, herbalist en acupuncturist Christopher Hobbs heeft meer dan 19 boeken over kruidengeneeskunde op zijn naam staan. Dit boek is de vertaling van Herbal remedies for dummies. Evenals de andere boeken in de Dummiesreeks is dit niet alleen voor dummies, integendeel zelfs. Het is een uitgebreid handboek, waar zowel de beginneling als de kruidengeneeskundige kennis uit kan halen. Het boek is als volgt ingedeeld: Deel 1 gaat over wat geneeskrachtige kruiden nu eigenlijk zijn en bevat o.a. een hoofdstuk over aromatherapie. Deel 2 vertelt over hoe je zelf kruiden kunt kweken, drogen en verwerken en hoe je zelf kruidenprodukten kunt maken. Vooral het onderdeel De geneeskrachtige keuken - genezen met kruiden vond ik erg leuk. Het leert je hoe je de kruiden die je allemaal in huis hebt om mee te koken ook geneeskrachtig kunt gebruiken, maar er staat ook een heerlijke pesto in en hoe je die, ook als er 's winters geen verse basilicum is, kunt maken. Het derde deel gaat over tien redenen om dagelijks kruiden te gebruiken, over tien krachtige kruiden en tien heerlijke soorten kruidenthee.
door Marian Green
Marian draagt dit boek op aan de 4 D's in haar leven: haar moeder Dora, die overleed terwijl ze boek schreef, haar in 2000 overleden partner Dick, de enige jaren geleden overleden Hogepriesteres Doreen Valiente, van wie ze veel leerde en Diane Demdike, de heks uit de Middeleeeuwen die ze door de jaren heen heeft gechanneled. Marian vertelde me dat dit boek, in 2001 in het Engels verschenen als Natural Witchcraft, een herschreven versie is van The Gentle Arts of Aquarian Magic, hier destijds bij Bres verschenen als Magie op eigen Kracht en daarna niet meer verkrijgbaar. Ik ben blij dat verschillende titels van Marian nu weer in het Nederlands verschijnen en ik hoop dat House of Books hier nog lang mee door zal gaan. Marian was, ten onrechte, hier alweer zo'n beetje vergeten en ik hoop dat ze hierdoor weer haar welverdiende bekendheid terug zal krijgen.
Door Bram Moerland
Na het lezen van de soms duistere, maar altijd fascinerende teksten van de Nag Hammadi-geschriften (zie mijn recensie hierboven) vond ik Schatgraven in Nag Hammadi een afknapper. Bram Moerland doet zijn best de gnostiek te verweven in gemakkelijk leesbare, persoonlijke verhalen en anecdodes, maar hij weet me niet mee te voeren op zijn zoektocht naar het wezen van de gnostiek. Voor Moerland is gnostiek dat je leert op je eigen oordelen en ervaringen af te gaan en geen goeroes te volgen. Zijn ideaalbeeld van de gnosticus is: "een innerlijk vrij mens, bewogen door de liefde". Dat klinkt wel aardig, maar als Moerland gaat uitleggen waaruit die vrijheid voor hem bestaat, rijzen de haren me te berge. De hele wereld is volgens Moerland één groot strijdtoneel. Daarbij maakt hij onderscheid tussen een horizontaal dualisme en een verticaal dualisme. Het horizontaal dualisme omschrijft hij als de strijd tussen goed en kwaad, tussen waarheid en leugen, tussen licht en duisternis. Het verticaal dualisme is de strijd tussen geest en materie.
vertaald en bewerkt door Selma Schepel
Enuma Elisj is een belangrijk epos dat grote invloed heeft uitgeoefend op de religieuze opvattingen in het Babylonische Rijk. De Joden namen veel veel van deze verhalen, zij het in gewijzigde vorm, over en via de Bijbel verspreidden deze opvattingen zich over de wereld en drukken tot de huidige dag hun stempel op de westerse cultuur en religie. Wanneer de Enuma Elisj is ontstaan, is niet bekend. Duidelijk is dat Hammurabi (1792-1750 v.Chr. zich ervoor heeft ingezet om de cultus van Marduk, de tot dat moment onbetekende God van de stad Babel, naar voren te schuiven als leider van het pantheon. Kennelijk hadden deze nieuwe religieuze opvattingen de tijd nodig om wortel te schieten tot ze uiteindelijk vorm kregen in het Enuma Elisj-epos. Selma Schepel houdt zich aan de voorzichtige kant en oppert dat het epos rond 1100 v.Chr. is opgeschreven, terwijl de oudste gevonden kleitabletten uit 750 v.Chr. dateren. In ieder geval is dit epos bepalend geweest voor de Babylonische visie op de kosmos. Het epos werd jaarlijks voorgedragen tijdens het grote Nieuwjaarsfeest, waarbij de koning en alle notabelen aanwezig waren.
Dit uit het Duits vertaalde boek geeft een uitstekend overzicht van de aan vele planten toegeschreven toverkracht. In de eerste 50 bladzijden zet de schrijfster uiteen wat plantentoverij inhoudt en hoe vanaf de Oudheid mensen zich erop hebben toegelegd om deze toverkracht op te wekken en te gebruiken. Daarna geeft ze een uitgebreide beschrijving van 62 planten, ingedeeld naar geluksplanten, liefdestoverplanten, planten uit de sympathetische geneeskunde, beschermende en toverijafwerende planten, orakelplanten en heksen- en duivelsplanten. Goed gedocumenteerd geeft ze een samenvatting van de geschiedenis van elke plant en hoe deze voor magische en rituele doeleinden is gebruikt. Ook de botanische en geneeskrachtige aspecten van elke plant komen aan de orde. De vele prachtige illustraties geven het boek een prettig leesbaar en goed verzorgd uiterlijk. Het uitgebreide register maakt het even opzoeken van bepaalde planten of onderwerpen gemakkelijk. Een aanrader voor iedereen die belangstelling heeft voor de magische wereld van kruiden. (Ko)
Een aantrekkelijk uitziend boek, dat uitnodigt om met kruiden en specerijen te koken. De recepten staan, per land ingedeeld, achterin het boek en vooral de kruiden- en specerijenmengsels worden uitgebreid behandeld. Ik zag er veel bij dat ik wel eens wil uitproberen.De hoeveelheid recepten voor gerechten is niet erg groot, maar daar kun je natuurlijk andere kookboeken voor gebruiken. De grote kracht van dit boek is dat het behoorlijk uitgebreide beschrijvingen van de kruiden geeft. Zo worden er bijvoorbeeld bij paprika negen verschillende Hongaarse soorten genoemd. En als je kijkt bij salie, zie je foto's en beschrijvingen van acht soorten! Ook de andere kruiden en specerijen worden zo uitgebreid behandeld. Smaak, de te gebruiken delen, kopen en bewaren, het zelf telen en het culinaire gebruik komen aan bod. Een mooi en goed verzorgd boek, dat ik zeker vaak van de boekenplank zal halen. (Joke)
door Jeroen Holla
Dit boek is vooral bedoeld voor het koken met kruiden en specerijen. De indeling is alfabetisch op kruiden en specerijen naar de Nederlandse naam. Bij het betreffende kruid staan de recepten. Elk kruid wordt uitgebreid behandeld en er wordt uitgelegd hoe je ze zelf kunt verbouwen en waar ze te koop zijn. Ook het land van herkomst wordt vermeld. Handig is de lijst met buitenlandse namen, vooral als je tijdens een vakantie op een markt iets wilt kopen. De Latijnse naam, de familienaam en de overige familieleden worden vermeld. Bij de knoflook wordt bijvoorbeeld gegeven: "Familie van de uien en het bieslook. De verse knoflook wordt vaak los verkocht en heeft een lichte rode/paarse streep over de bol. Verse knoflook is veel sterker van smaak dan de gedroogde." De recepten komen uit de hele wereld en zijn gemakkelijk te maken. Het register is zeer uitgebreid, zowel op Latijnse naam, Latijnse familienaam, buitenlandse namen per land. Er is ook een register van de recepten. Zowel voor degene die informatie over een kruid of specerij zoekt, als voor degene die wat lekkers voor na een ritueel wil maken is dit een handig boek, dat zorgvuldig geschreven is. (Joke)
door A.M.C.Rutten
De auteur van dit boek is apotheker en biochemicus, gepromoveerd op een farmacie-historisch onderwerp. De magische en medische werking van kruiden heeft al jaren zijn bijzondere belangstelling. In Heksen, heiligen en hallucinogenen laat hij op een boeiende en gemakkelijk leesbare wijze zien hoezeer de levensloop van vele heiligen overeenkomt met die van personen die voor hekserij zijn aangeklaagd en verbrand. In de heidense beschavingen die aan het christendom voorafgingen was magie een geïntegreerd onderdeel van de religie. In de vroege Middeleeuwen was er vaak nog wel ruimte om te experimenteren met magie en de werking van kruiden uit te testen. Voor ziekten ging je niet naar een peperdure en onkundige arts, maar naar een kruidenvrouw (of -man), die je voor een kwaal kruiden voorschreef en je vertelde welke magische handelingen je daarmee moest verrichten en welke spreuk je daarbij moest gebruiken. Monniken in de kloosters deden precies hetzelfde. Magie werd openlijk door de kerk afgekeurd, maar als je er discreet mee omging, liet iedereen je je gang gaan. Volgens Rutten zijn er 18 pausen geweest van wie bekend is dat ze zich in meer of mindere mate met magie hebben bezig gehouden.
Na het lezen van Ruttens Heksen, Heiligen en Hallucinogenen (zie mijn recensie hierboven) begon ik met hooggespannen verwachtingen aan zijn twee jaar eerder verschenen boek Magische Kruiden in de Antilliaanse Folklore. Afgaande op de titel verwachtte ik een beschrijving te krijgen van magische praktijken en gebruiken op de Antillen, vergelijkbaar met de Winti in Suriname en de Voodoo op Jamaica. Dat viel aardig tegen. Heel kort gaat Rutten in op het begrip brua, zoals toverij op Curaçao wordt genoemd. Op de Bovenwindse Eilanden spreekt men in dit verband van obeah. Brunnen benadrukt dat deze vormen van magie in het verborgene plaatsvinden en dat naar buitenstaanders toe het bestaan ervan meestal wordt ontkend. Dat wist ik al, maar Rutten slaagt er niet in dit taboe te doorbreken en kan de lezer dus niet wijzer maken. Om zijn gemis aan inside informatie over brua te compenseren gaat hij vrij uitgebreid in op de Afrikaanse magie en de rituelen van de Indiaanse sjamanen. Die hebben ongetwijfeld invloed gehad op het ontstaan van brua en obeah, maar wat er op de Antillen voor magische gebruiken zijn ontstaan, wordt ons niet onthuld. Om zijn visie op het ontstaan van de Antilliaanse magie in een breder perspectief te plaatsen, maakt Rutten soms uitstapjes naar de Oudheid. En doet dan uitspraken die niet altijd kloppen. Zo geeft hij aan dat dronkenschap vaak een onderdeel is van magische praktijken en merkt dan op: 'De Pythia van de Grieken, de feesten van Dionysos, de Bacchanalen, de Romeinse Saturnalia: het waren alle orgiën van dronkenschap.' (p 111). Er is geen enkele aanwijzing dat de Pythia, de priesteres van Apollo in het orakel van Delphi, ooit dronkenschap nodig had om haar visoenen op te wekken. De feesten van Dionysos waren in het oude Griekenland voorbehouden aan vrouwen en alleen in de overspannen fantasieën en afbeeldingen van gefrusteerde mannen vonden daar orgiën plaats. De Bachanalia in Rome waren aanvankelijk ook alleen voor vrouwen en werden verboden zodra er ook mannen werden toegelaten. De Saturnalia waren wilde feesten, dat is algemeen bekend, maar die hadden weinig of niets met magische kruiden van doen. En dat is toch het onderwerp van dit boek.
door Chen-niang
Chen-niang is in 1917 in het voormalige Nederlands Oost-Indië geboren uit Chinese ouders. Die maakten haar bekend met de leer van Confucius en wekten haar belangstelling voor oosterse wijsbegeerte en mythologie. Later maakte ze ook kennis met het boeddhisme en het rooms-katholieke geloof. Haar studie oosterse wijsbegeerte in Jakarta moest ze in 1942 door de oorlog afbreken. Haar man, met wie ze in datzelfde jaar trouwde, leerde haar veel over het boeddhisme, taoïsme en over oorsterse religies en wijsbegeerte. In 1965 verhuisden ze naar Nederland. In Indië had Chen-niang Kwan Yin leren kennen, de Chinese Moedergodin, die door veel mensen nog werd vereerd, zij het vaak versluierd onder een boeddhistische of christelijke dekmantel. Het viel haar op dat Maria binnen het christendom dezelfde functie vervult als Kwan Yin in het Verre Oosten: de belichaming van goddelijk mededogen en een schakel tussen mens en God.
door Vivianne Crowley
Vivianne Crowley is een alom gerespecteerde Hogepriesteres, ingewijd zowel in de Gardneriaanse als Alexandrian-traditie. We leerden haar vele jaren geleden in Engeland kennen op een door haar voor Wicca's georganiseerde bijeenkomst. Ze kwam op ons over als een integere, innemende persoonlijkheid, die door haar uitstraling en haar aanstekelijke gegiechel gemakkelijk in het middelpunt van de belangstelling staat. Vivianne heeft ook de gave een ritueel voor kleine of grote groepen op een boeiende en meeslepende manier vorm te geven. Door de jaren heen heb ik haar een aantal malen meegemaakt en soms ook met haar van gedachten gewisseld over bepaalde onderwerpen die ons na aan het hart lagen. Inmiddels is ze ook bij het grote publiek bekend geworden als de auteur van een aantal boeken, maar nog steeds is ze het giechelende meisje dat, als het moet, de rol van wijze vrouw en hogepriesteres overtuigend op zich neemt.
door Marian Green
De oorspronkelijke Engelse uitgave, A Witch Alone, was het vijfde boek van Marian Green. Ik leerde haar zo'n achttien jaar geleden kennen tijdens een workshop op Den Alerdinck. Vele zomerweken volgden op deze workshop. De eerste jaren gaf ze die samen met Tony Willis, later alleen. Veel heb ik tijdens deze weken van haar geleerd. Samen met Ko heb ik vijftien jaar geleden de schriftelijke cursus Natural Magic bij haar gedaan.
door Daan van Kampenhout
Daan van Kampenhout interesseert zich voor het sjamanisme sinds een bijna-doodservaring in 1981. Toen hij hiervan herstelde, kreeg hij in zijn slaap bezoek van leraren, die hem veel bijbrachten. Hierna las hij veel over sjamanisme, maar zijn dromen bleven een belangrijke inspiratiebron. In 1987 studeerde hij af aan de beeldende vakken van de nieuwe lerarenopleiding. Vanaf zijn afstudeerproject, waarin hij een jaar lang sjamenkostuums maakte, heeft hij les gegeven aan groepen waarin sjamanisme centraal staat. In die tijd kreeg hij zelf ook onderricht van traditionele sjamanen. Over sjamanisme heeft hij verschillende boeken geschreven, waaronder het Handboek Sjamanisme. De laatse jaren houdt hij zich vooral bezig met een combinatie van sjamanisme en familieopstellingen, een door Bert Hellinger ontwikkelde therapievorm. In zijn boek Beelden van de Ziel beschrijft hij het werken met deze familieopstellingen.
Door Tini Brugge en Gert Vos
Dit is een kookboek dat je meeneemt door de seizoenen, dat je bewust met voedsel om wil laten gaan, alleen seizoensproducten gebruikt, matigheid met vlees propageert en je geen water en energie wil laten verspillen. Een kookboek bovendien dat met symboliek en kleuren werkt. Moderne heidenen moeten zich hierin kunnen vinden. Toch is het boek bedoeld voor christenen, maar laat je daar niet door afschrikken. Het is een echte aanrader om gerechten bij de acht Jaarfeesten en Maanvieringen te maken. Wat dacht je bijvoorbeeld van kransen met ondergronds groeiende wintergroenten, kerstboomappelcake voor Joel of anijs- en karwijkoeken voor Imbolc? Paashaantjes passen wel bij het Lentefeest en de Hot Cross Buns kun je met een pentagram maken. De spinazietaart in de vorm van een gaffelkruis kun je ook als pentagram maken. Veel recepten maken gebruik van christelijke getallensymboliek, maar heidenen hebben daar hun eigen interpretatie van. Zo kun je je witlofsalade met vijf blaadjes best met het pentagram in verband brengen. Aan de gebakken kwarktaart met maanzaadspiraal hoef je voor een Maanviering al helemaal niets te veranderen. Het boek ziet er prachtig uit en de foto's zijn gemaakt van de echte gerechten, zodat het er authentiek uitziet, in tegenstelling tot de gelikte foto's in de meeste andere kookboeken, waar allerlei chemische preparaten worden gebruikt die dan de spijzen uit moeten beelden. Een boek waar je in de winkel gauw overheen zou kijken, maar dat een absolute aanrader is voor wie graag speciale recepten voor de Jaarfeesten en Maanvieringen gebruikt. (Joke)
429 blz. € 18,95
De Edda is onontbeerlijk voor ieder die is geïnteresseerd in de Noordse religie en mythen. Deze bundel IJslandse mythen werd in de 13e eeuw samengesteld uit gedichten die soms al eeuwen lang op IJsland werden doorverteld. In de 17e eeuw werd deze bundel toevallig gevonden in een IJslandse boerderij en staat sindsdien bekend als de Poëtische Edda, ter onderscheiding van de zogeheten Proza-Edda, die de IJslandse dichter en politicus Snorri Sturluson rond 1220 voltooide. Voor een deel grijpt Snorri terug op dezelfde mythen die in de Poëtische Edda zijn opgenomen, maar geeft hier ook een eigen, soms zeer christelijke interpretatie van. De Poëtische Edda is ook wel gekleurd door het feit dat IJsland in het jaar 1000 was overgegaan tot het christendom, maar zonder beide Edda's zou 90% van wat nu bekend is over de Noordse mythen en religie in de vergetelheid zijn geraakt. Vrijwel alle populaire verhalen over de godengeslachten Azen en Wanen zijn tot de Edda's te herleiden.
Stilte verzoek ik
Marcel Otten geeft dit weer als:
Stilte! eis ik van jullie, goddelijke schepsels,
Bij een vertaling van een dergelijke verzameling oude gedichten is het altijd een open vraag of bepaalde namen vertaald moeten worden, omdat ze oorspronkelijk ook iets betekenden, of onvertaald gelaten. Zo kiest De Vries ervoor de reus Ymir gewoon zo te noemen en vertaalt Otten dit als Bruller, net als hij spreekt over de Zieneres, waar De Vries ervoor kiest Wolwa onvertaald te laten. Het is maar waar je de voorkeur aan geeft. Bij de vertaling van De Vries worden veel zaken in voetnoten toegelicht. Bij Otten zijn de uitgebreide en zeer waardevolle aantekeningen opgenomen achter de gewone tekst. Dat vraagt flink wat heen en weer bladeren tijdens het lezen als je de toelichting bij de tekst steeds wilt nalezen. Wel handig is de zeer uitgebreide index (37 pag.) die Otten geeft. Die had ik moeten hebben bij het schrijven van de encyclopedie. De Vries geeft namelijk helemaal geen index. Kortom: warm aanbevolen, de Edda van Otten. (Ko)
door Barbara Black Koltuv
Lilith is een fascinerende verschijning. In onze Encyclopedie van Westerse Goden en Godinnen hebben we een artikel over Lilith opgenomen. In de Soemerische mythe van de hoeloepoeboom, die in 3000 v.Chr. werd opgetekend, wordt ze voor het eerst genoemd.Voor de Soemeriërs was Lilith de donkere kant van de Grote Godin Inanna. De scheppende en tegelijk vernietigende kracht van Lilith werd bewonderd en gevreesd. Ze werd afgebeeld met vleugels en de klauwen van een roofvogel. De Soemeriërs noemden haar Lil, wat 'storm' betekent. De Akkadiërs en Babyloniërs kenden haar als Lilitoe, maar ze is bekend geworden onder de Hebreeuwse vorm van haar naam, Lilith.
Als klinisch psychole en Jungiaans analytica analyseert Barbara Koltuv hoe Lilith in feite de donkere kant van de vrouwelijke psyche is. Kennis maken met dit aspect kan een vrouw verrijken en verdiepen of haar te gronde richten. Op deze wijze wordt Lilith niet neergezet als een schrikbeeld in de verwrongen geest van mannen die het vrouwelijke zo ver mogelijk uit hun wereld willen banne, maar als een levende kracht, die je kunt gebruiken om een vollediger mens te worden. Dat geldt voor mannen net zozeer als voor vrouwen. Barbara Koltuv zet Lilith niet neer als alleen maar een psychologische kracht, maar laat ook ruimte open voor een religieuze interpretatie. "Lilith," zegt ze, "is het deel van de Grote Godin dat in de na-bijbelse periode is afgewezen en verdreven." Daar kan ik me helemaal in vinden. (Ko)
Dit handboek is mooi en met zorg uitgegeven. De kruiden zijn alfabetisch ingedeeld volgens de Latijnse naam, maar ook worden voor elk kruid verschillende Nederlandse, Duitse, Franse en Engelse namen gegeven. Deze namen zijn in het Register op te zoeken. Dat is erg handig voor als je iets over een kruid in een andere taal tegenkomt en het in dit handboek wilt naslaan. Lisette Timmermans geeft van elk kruid een beschrijving, de inhoudsstoffen, bijwerkingen, de medische werking van het kruid en voor welke medische klachten je het kunt gebruiken, met aanwijzingen over de gebruikte delen en de dosering. In haar inleiding zegt ze dat alle in haar boek vermelde kruiden in Europa voorkomen en dat ze daarvoor heeft gekozen omdat deze kruiden het beste passen bij mensen die in Europa wonen. Een duidelijk standpunt dat van durf getuigt.
Door Ted Andrews
Ted Andrews schreef dit boek in 1993 en de Nederlandse vertaling is alweer aan de zesde druk. Een bewijs dat dit goed geschreven en gedocumenteerde boek naar velen zijn weg heeft gevonden. Of je nu actief bent op het gebied van New Age, hekserij, sjamanisme of wat voor spiritueel gebied dan ook - kennelijk vindt ieder hier iets van zijn of haar gading. Waarschijnlijk is het verbindende element in al deze verschillende groeperingen dat ze proberen de eenheid met de natuur en het dierenrijk te herstellen. Het boek van Andrews kan daarbij een goede hulp zijn. Hij zegt zelf hierover: "Met zijn totemdieren als instrument streeft een sjamaan ernaar het bewuste leven van de mens opnieuw in harmonie te brengen met de natuur en de geestelijke wereld. Voorstellingen van het dier helpen hem boven zijn normale waakbewustzijn uit te stijgen, zodat hij of zij zich gemakkelijk kan afstemmen op meer etherische sferen en entiteiten. Wij kunnen hetzelfde doen." Door middel van kennis van het dierenrijk, dat Andrews indeelt in totemvogels, totemdieren en insecten, kunnen we dichter bij deze werelden komen en leren samen te werken met de dieren. Dit zal de aarde en haar bewoners te goede komen. De auteur geeft vele oefeningen om je af te stemmen op het dierenrijk. Aanbevolen! (Joke)
Door de jaren heen heeft Ronald Hutton zich geprofileerd als wetenschapper (professor in de geschiedenis aan de Universiteit van Oxford) en deskundige op het gebied van het Moderne Heidendom. Daarbij gaat het hem als historicus met name om de wortels van dit heidendom in de Oudheid en Middeleeuwen. In zijn in 1991 verschenen The Pagan Religions of the Ancient Britsh Isles kwam hij tot de conclusie dat het Moderne Heidendom niet is geënt op het Heidendom uit de Oudheid en dat ook Wicca een dergelijke claim niet heeft waargemaakt. In The Stations of the Sun (1996) ontmantelde hij de veronderstelling dat de Jaarfeesten, die door Wicca's en andere Heidenen worden gevierd, gebaseerd zouden zijn op oude, Heidense feesten. Op deze boeken kan men tegen hebben dat Hutton wel erg hoge eisen aan het beschikbare materiaal stelt en de oudheid ervan ontkent als dat ook maar enigszins betwijfeld kan worden. In The Triumph of the Moon - a History of Modern Pagan Witchcraft (1999) stelde Hutton zich veel positiever op naar Wicca toe. Hij ontkende nog steeds - op overigens goede gronden - dat Wicca vanuit de Oudheid ononderbroken was doorgegeven, maar liet nu veel duidelijker de essentie van Wicca, en het belang van deze religie voor de moderne tijd, zien. In zijn laatste boek, Witches, Druids and King Arthur, zet deze trend zich voort. Hij stelt dat Wicca niet kan worden afgedaan als een cultus en als een 'full-blown religion' (p 193) moet worden beschouwd. Wicca, zegt Hutton (p 279), is in feite de enige religie die Engeland de wereld ooit heeft geschonken.
door Jan de Zutter
Eko Eko is een bewerking van De schaduw van de maan, dat Jan in 1994 publiceerde. De tekst is hier en daar herzien en er zijn een aantal nieuwe hoofdstukken toegevoegd. In de hoofdstukken over Gerald Gardner en Alex Sanders vat Jan de informatie uit recente publicaties van o.a. Ronald Hutton, Aidan Kelly en Philip Heselton samen. Hierin wordt de mythe ontluisterd dat Gardner en Sanders waren ingewijd in een bestaande traditie. Eerder lijkt Gardner uit verschillende bronnen te hebben geput om de Wicca vorm en inhoud te geven.In de hoofdstukken 'Heksjes opvoeden' en 'Het grote jongensfeest' geeft Jan een aantal suggesties om kinderen, die nog te jong zijn om ingewijd te worden of aan de gewone rituelen deel te nemen, toch de mogelijkheid te bieden iets van de paganistische sfeer te proeven, zodat ze later eventueel kunnen besluiten dit pad te kiezen. Voor wie De schaduw van de maan en de boeken van Hutton en Heselton heeft gelezen, heeft dit boek niet veel nieuws te bieden. Anders is het een mogelijkheid om een reeds lang uitverkochte klassieker op Wiccagebied, gestoken in een nieuw jasje, in je bezit te krijgen. (Ko)
De afgelopen jaren heeft uitgeverij I-H-O Books zich beijverd om de boeken van Gerald Gardner beschikbaar te maken voor een groot publiek, niet alleen Meaning of Witchcraft en Witchcraft Today, maar ook zijn al vele jaren uitverkochte romans A Goddess arrives (1939) en High Magic's Aid (1949). A.R. Naylor heeft de verschillende, al eerder gepubliceerde, versies van het Boek der Schaduwen met elkaar vergeleken en naar onderwerp gerangschikt. Van elk onderwerp citeert hij, met exacte bronvermelding, wat Gardner hier in zijn verschillende boeken over heeft gezegd en geeft soms de bronnen waar Gardner uit heeft geput. Misschien geen spannend boek voor de beginnende heks, maar een reuze handig naslagwerk voor wie eens even wil nakijken waar en wat Gardner ook weer heeft gezegd over een bepaald onderwerp.(Ko)
door Susan Greenwood
Bij Veltman Uitgevers is in oktober 2003 verschenen de 2e druk van De encyclopedie van magie en hekserij van Susan Greenwood. De antropologe Greenwood heeft zich gespecialiseerd in magie, hekserij en sjamanisme. Op grond van haar grote kennis op dit gebied geeft ze een overzicht van magie en hekserij over de hele wereld vanaf de prehistorie tot de huidige tijd. Uit haar helder geschreven uiteenzettingen wordt duidelijk wat een uiteenlopende inhoud en vorm een begrip als hekserij kan hebben in verschillende landen en in verschillende tijden. De moderne hekserij, oftewel Wicca, wordt in een apart hoofdstuk behandeld als een nieuwe religieuze stroming, die niet rechtstreeks uit de Oudheid of Middeleeuwen is voortgekomen. Voor wie alleen over Wicca wil lezen, zal hier wellicht niet genoeg van zijn of haar gading vinden, maar wie Wicca in een breder perspectief wil plaatsen en vergelijken met andere opvattingen van hekserij, is dit boek beslist een aanrader. (Ko)
door Scott Cunningham
Cunningham publiceerde dit boek in 1988 onder de titel Wicca: a Guide for the Solitary Practitioner. Ik vond het leuk om dit boek na zoveel jaren in het Nederlands te lezen. Het is vooral bedoeld voor de soloheks en behandelt in sneltreinvaart de geschiedenis van religie, Goden, Godinnen en magie. Daarna komen de werktuigen aan bod en legt Cunningham uit hoe je muziek en dans in je rituelen kunt brengen. Via de windrichtingen en de Jaarfeesten komt hij bij zelftoewijding en je eigen Boek der Schaduwen, dat hij 'Schaduwboek der Staande Stenen' noemt. De teksten hierin, o.a. aanroepingen voor de windstreken en voor de Godin en de God, zijn mooi en simpel. Een aanrader voor ieder op het solopad. (Joke)
In 1993 verschenen onder de titel Living Wicca. Ook dit boek is vooral bedoeld voor de soloheks. Het gaat wat dieper in op de materie dan het Wicca-Handboek. Het gaat over hoe je kunt werken in 'je eigen traditie'. Prettig leesbaar, met veel goede en gemakkelijk uitvoerbare oefeningen en tips. (Joke)
door Scott Cunningham
Dit is een vertaling van Cunningham's Encyclopedia of Wicca in the Kitchen (1990). Een boek over koken. Geen kookboek, zoals de Nederlandse titel aangeeft, maar een encyclopedie over voedsel en magie, in hoofdstukken ingedeeld. De eerste zeven hoofdstukken zijn inleidend. Hierna worden per hoofdstuk granen, groenten, kruiden, bier, wijn en wat dies meer zij op alfabetische volgorde besproken. Ook worden liefde, spiritualiteit en lijnen behandeld. Cunningham wilde na dit boek een echt kookboek gaan schrijven. Het begin van dit kookboek en zijn lievelingsrecepten staan in het laatste gedeelte. (Joke)
door Raymond Buckland
Raymond Buckland werd op 31 augustus 1934 in Londen geboren. Hij emigreerde met zijn eerste vrouw Rosemary naar Long Island. Via correspondentie en telefonisch contact met Gerald Gardner, die toen op het eiland Man woonde, ontwikkelde zich een relatie, die in 1963 uitmondde in een inwijding door Gardners Hogepriesteres Lady Olwen in Perth (Schotland). In 1973 begon Buckland zijn eigen traditie, Seax Wica. In Virginia startte hij het Seax-Wica Seminar, een schriftelijke opleiding, die uiteindelijk meer dan duizend leerlingen over de hele wereld zou opleiden. Toen hij in 1984 met zijn tweede vrouw, Tara Cochran, naar San Diego verhuisde, hief Buckland de school op en werkte alleen nog met zijn vrouw samen in hun coven. Er zijn overal op de wereld nog Seax Wica covens, die uit de schriftelijke opleiding zijn voortgekomen.
Dit boek verschilt op veel punten van ons boek De Keltische Maankalender in het Zonnejaar en van het Keltische Bomenorakel zoals we dat beschrijven in De Taal van de Orakels. Toch wil ik dit boek bespreken, vooral omdat de prachtige kaarten me erg aanspreken. Met wat aanpassingen zijn de kaarten prima te gebruiken in ons eigen bomenorakel en op die manier heb ik er zelf een tijd mee gewerkt. Ik kreeg duidelijke antwoorden op mijn vragen. De leggingen die Liz en Colin Murray zelf geven in hun boek vind ik erg ingewikkeld. Maar dat is natuurlijk heel persoonlijk. Gebruik de kaarten gewoon en laat je door de Murrays inspireren, of ontwikkel je eigen systeem. De mooie kaarten lenen zich ook goed voor cretieve visualisaties. (Joke)
Van Jamie Sams kende ik al de Medicijnkaarten, die ik nog steeds met veel plezier gebruik. Deze kaarten spreken me wat minder aan, maar het boek is heel interessant om te lezen. Je kunt veel lessen uit de heilige Indiaanse tradities halen. dit zijn lessen over de aarde, de zon, de maan, inwijdingen, overgangsriten, etc. Lessen die ook mensen die de westerse traditie aanhangen erg kunnen aanspreken.(Joke)
Door Jane Toerien en Joyce van Dobben
Het boek is geschreven door de in Kaapstad wonende Jane Toerien en getekend door de Nederlandse Joyce van Dobben. De achtergrond van deze kaarten is dat alles in de natuur (ook wijzelf) een eenheid vormt. God is alomtegenwoordig en daarom zijn we met elkaar verbonden door middel van de natuur, aldus de schrijfster. Veel mensen zullen zich hierin kunnen vinden, maar toen we in onze Coven de Vogellegging met 55 kaarten deden, stoorden verschillende covenleden zich aan het woordgebruik. Er wordt teveel de nadruk gelegd op God als Opperwezen, wat toch een christelijk uitgangspunt is, vond men. Voor de levenvisie van Wicca's was geen ruimte. Ik begrijp die bezwaren wel, maar het zijn maar woorden en als je hier doorheen kunt kijken, kunnen de kaarten je toch wel een dieper inzicht in jezelf geven. De kaarten zijn mooi en mysterieus getekend. De leggingen, die in het boek worden toegelicht, zijn origineel en borduren niet voort op andere kaartspelen. (Joke).
Door Philip en Stephanie Carr-Gomm
Zoals de ondertitel van het boek al aanduidt, is dit een tarotspel voor Wicca's en Druïden. In de inleiding wordt dit nader toegelicht. De leidraad in deze tarot is het samengaan van Godin en God en wat voortkomt uit hun eenwording. In de Grote Arcana vind je dit o.a. terug in de kaarten van de Heer en de Vrouwe en de Hogepriesteres en Hogepriester, terwijl je ze verenigd ziet als de Geliefden. Zowel Wicca's als moderne Druïden hebben zich laten inspireren door het gedachtengoed van magische groeperingen als de Golden Dawn en dit gemeenschappelijke erfgoed loopt als een rode draad door het hele tarotspel. In het bijgehorende boek wordt dit duidelijk toegelicht. De uitleg van Philip en Stephanie Carr-Gomm geeft soms verrassende nieuwe inzichten in bepaalde kaarte, zelfs voor wie al jarenlang met de tarot werkt.
door Angeles Arrien
In 1987 verschenen als The Tarot Handbook. Als ik de tarot leg, gebruik ik vrijwel altijd de Crowley-tarot. Dat doe ik al bijna 20 jaar en dat bevalt me uitstekend, maar dat is niet de verdienste van Aleister Crowley, die deze tarot in 1944 heeft ontworpen. Ik hecht geen waarde aan Crowley's bewering dat de tarot in Egypte is ontstaan en zijn bij het spel behorende uitleg van de kaarten, getiteld The Book of Thoth komt op mij als pompeus, gekunsteld, intellectualistisch en betweterig over. Dat tekent Crowley (1875-1947) wel ten voeten uit. Een man van uitersten: magiër, dichter, occultist. Hij ging verder waar anderen afhaakten en overtrof iedereen in moed, doorzettingsvermogen en vindingrijkheid, maar ook en vooral in banaliteit. Haatdragend, onbetrouwbaar en onberekenbaar was hij voor wie hem een voet dwars zette. Goed, dat kun je allemaal naast je neerleggen, maar zijn uitleg in The Book of Thoth gaf me steevast het gevoel dat er van alles bijgesleept werd waar ik niet op zat te wachten. Ik hou ervan dingen tot hun essentie terug te brengen en niet alles steeds met alles te willen verbinden, zoals Crowley doet.
De reden dat ik toch onweerstaanbaar door de Crowley-tarot werd aangetrokken is dat de prachtige schilderijen die Lady Frieda Harris voor deze kaarten heeft gemaakt me altijd insprireren bij het duiden van lastige vragen. Op elke afbeelding zijn verschillende dimensies, die vloeiend in elkaar overgaan en mijn onderbewuste prikkelen bij het duiden van de kaart. Vrijwel altijd geeft de kaart een aanwijzing door een detail dat me voordien ontgaan was en dat nu relevant is in het licht van de gestelde vraag. Zoals de uitleg van Crowley alleen mijn verstand prikkelt, zo spreken de kaarten van Lady Frieda Harris tot mijn gevoel en mijn intuïtie en die lijken me in het werken met de tarot betere gidsen dan mijn verstand.
Ik heb mezelf geleerd met de Crowleytarot te werken door de uitleg van Crowley naast me neer te leggen en andere gidsen, zoals het boek van Gerd Ziegler, Tarot - Mirror of the Soul te raadplegen. En bovenal door mijn eigen intuïtie te volgen en mijn eigen interpretatie van elke kaart uit te werken. Een interpretatie die specifiek genoeg is om het antwoord te bepalen en algemeen genoeg om de kaarten tijdens de legging op me in te laten werken en me door de afbeeldingen te laten inspireren.
Het boek van Angeles Arrien, Licht op de Crowley-tarot, geeft een uitgebreide toelichting op elk van de 78 kaarten. De afbeelding staat hierbij centraal en meermalen geeft de schrijfster details die me in al die jaren nog niet zijn opgevallen en die de betreffende kaart meer diepte en inhoud geven. Angeles Arrien is een antropologe die haar interpretaties van de kaart vaak aan de hand van de Jungiaanse psychologie illustreert zonder dat dit een algemenere interpretatie van de kaart in de weg staat.
Over de methoden die Arrien geeft om met de tarot te werken ben ik minder enthousiast. Met behulp van numerologie kun je voor jezelf (of voor een ander) een tarotprofiel berekenen, met als uitkomsten een getal voor je 'persoonlijkheidssymbool' en je 'zielssymbool'. Aan de hand van hieraan gekoppelde tarotkaarten word je verondersteld iets over jezelf te leren. Voor elk jaar vanaf je verjaardag kun je op soortgelijke wijze een groeisymbool berekenen dat aangeeft hoe het komende jaar er voor je uit zal zien. Persoonlijk stuit het gegoochel met getallen die je uiteindelijk ergens op vastpinnen me tegen de borst, maar wie dit wil uitproberen kan in dit boek lezen hoe je dat moet doen.Naast deze numerologische methode geeft Arrien een paar manieren om de tarot te leggen die neerkomen op een soort psychoanalyse aan de hand van de gelegde kaarten.
Ik zou de lezer willen aanraden dit boek te kopen voor de duidelijke uitleg van de kaarten uit de Crowley-tarot en het werken met de kaarten uit een ander boek te halen, zoals Klassieke Tarotleggingen van Sandor Konraad. Maar er zijn genoeg boeken over de tarot die leggingen geven, waaruit je kunt kiezen wat je aanspreekt. (Ko)
Door Miki Krefting
In 1992 publiceerde Miki Krefting dit boek in het Duits. In 1997 verscheen het bij Uitgeverij Koppenhol in het Nederlands en het boek is, inmiddels in de 4e druk, nog steeds in de handel. En terecht. Het is een goede handleiding om met de Crowly Tarot te werken, met name voor wie nog niet zo vertrouwd is met de tarot of deze kaarten. Van elke kaart geeft de auteur (onder symbolen) een korte toelichting van wat de kaart voorstelt. Daarna (onder algemeen) een aantal onderwerpen waarop de kaart betrekking heeft. Vervolgens geeft ze aan wat deze kaart kan betekenen in verband met relaties en wat de kaart kan zeggen over je beroep of werkkring. Natuurlijk zijn er meer onderwerpen te bedenken waarover je de tarot een vraag kunt stellen, maar die moet je dan zelf uit de algemene betekenis afleiden. In het boek staan acht manieren om de tarot te leggen en daar zitten, naast het geijkte Keltische Kruis, hele aardige bij. Die kun je natuurlijk ook voor andere tarotspellen gebruiken. Een prima boek om mee te ervaren of de Crowley Tarot iets voor je is en als de algemene kenmerken bij elke kaart je prikkelen tot een duiding kun je als ervaren tarotist ook best je voordeel doen met dit boek. (Ko)
Door Dick Schoof
Voor wie met de Crowley-tarot werkt, of wil gaan werken, is het boek van Dick Schoof een uitstekend hulpmiddel. Alle kaarten worden uitgebreid en duidelijk beschreven en geïinterpreteerd. De Hofkaarten, die in de Crowley-tarot iets anders zijn dan in de meeste andere tarotspellen, worden glashelder toegelicht. In het hoofdstuk Achtergronden en Begrippen worden de kaarten geplaatst in verschillende kaders, zoals alchemie, getallensymboliek en de Jungiaanse psychologie - wat soms een verassend nieuw licht op de kaarten kan werpen. Verschillende manieren om de kaarten te leggen worden beschreven. Kortom, een absolute aanrader. (Ko)
Het boek begint met een hoofdstuk tot inleiding in de dromenwereld, waarin wordt verteld hoe men zich bewust begint te worden van een binnen- en een buitenwereld, waarin dromen, mythen en Goden een plaats krijgen. De auteur vertelt over droomduiding in Egypte, Griekenland en het Romeinse Rijk. Via het Christendom, de Islam en het Boeddhisme komt hij uit bij de sjamanistische culturen, waar men ervan uitgaat dat dromen toegang bieden tot de elementaire krachten van de natuur en tot de wereld van de geesten.
Hierna een hoofdstuk over het bewuste en onderbewuste van onze geest en de denkbeelden van Freud en Jung. Dan volgen 25 dromenworkshops, die beginnen met droomvaardigheden, zoals het onthouden van dromen en methoden voor droomduiding. Per hoofdstuk van meerdere workshops ga je zo steeds dieper in op de materie en er wordt afgesloten met helder dromen, creatief dromen en spiritueel dromen.
Een goed geschreven en interessant werkboek over dromen. Mooi verzorgd en met veel illustraties uitgevoerd. (Joke)
Sweet Basics
door Cornelia Schinharl en Sebastian Dickhaut
144 blz. € 22,50
Uitgeverij The House of Books, 2009
ISBN 978 90 443 2330 6
Van griesmeelpap via bavarois tot creme chantily. Fruitsalada, compote en vruchtensoep komen hierna. De zoete voorraadkast vertelt ons wat we allemaal in huis moeten hebben om de recepten in dit boek te kunnen verwezenlijken.
Dan de 10 Basic Supertrucs. Je leert in een beeldreportage o.a. hoe je slagroom spuit, chocoladeblaadjes maakt en mangoblokjes snijdt. Na nog een stuk over chocalade en suiker komen de ongeveer 100 recepten, die ingedeeld zijn in verschillende hoofdstukken.
Het boek ziet er erg smakelijk en vrolijk uit. De recepten zijn goed uitvoerbaar en veel recepten zijn te gebruiken om te nuttigen tijdens het koekjes en wijn-ritueel bij het afsluiten van de Cirkel. Ook staan er veel bruikbare recepten in om na een jaar- of maanviering gezellig samen te nuttigen.
Een erg leuk boek. (Joke)
Mystieke Plekken
door Jan Willem Verkerk en Annemieke Loots
120 blz. € 24,95
Uitgeverij Akasha, 2009
ISBN 978 90 77247 99 0
Er is gekozen voor relatief onbekende plekken, die vooral plaatselijk bekendheid hebben maar daarom niet minder bijzonder zijn. Een voorbeeld is het Solse Gat bij Putten, waar we de afgelopen jaren een aantal keren geweest zijn. Verhalen doen sinds mensenheugenis de ronde over het decadente klooster dat daar zou hebben gestaan en ineens was verdwenen, om een grote diepe kuil achter te laten die er nu nog is. Soms zijn de klokken van het klooster nog te horen, zegt men. Is het echt gebeurd? Is het een verzinsel? Het doet er niet toe. Als je daar loopt, voel je de kracht die van die plek uitgaat. De auteurs omschrijven die kracht als 'een naargeestige sfeer'. Dat is heel persoonlijk. Ik ervaar het Solse Gat als een heilige plaats waar de aarde spreekt tot wie er oren voor heeft.
Een aantal van de beschreven plekken heb ik niet bezocht, maar het boek roept wel een verlangen op die plekken te bezoeken. En dat lijkt me het doel van dit boek: ons warm maken voor de bijzondere plaatsen in ons land en de buurlanden. Daar kan ik me van harte bij aansluiten. (Ko)
De Ogen van Kronos
door Marie Rutkoski
264 blz. € 16,95
Uitgeverij Lemniscaat, 2008
ISBN 978 9047 701880
De vader van Petra, Mikal Kronos, heeft van de prins van Bohemen de opdracht gekregen de beste en mooiste astronomische klok van de wereld te maken, een klok die niet alleen de tijd aangeeft, maar ook het weer kan beïnvloeden. Die klok heeft Mikal bijna voltooid als het verhaal begint. Maar de prins is eerzuchtig. Hij wil zelf de klok afmaken en om te verhinderen dat Mikal ooit nog een tweede klok maakt, steelt de prins zijn ogen en laat Mikal blind naar huis brengen. De ogen van Mikal Kronos hebben ook de bijzondere eigenschap dat ze de wereld anders laten zien dan gewone ogen en een werkelijkheid achter de werkelijkheid onthullen. De prins draagt met behulp van zijn magische krachten nu zelf de ogen van Kronos en hoopt zo het laatste geheim van de klok te onthullen.
Dat de prins meedogenloos is en de klok wil gebruiken om zijn eigen macht te vergroten, is duidelijk. Petra neemt het niet zo verstandige, maar wel moedige besluit naar Praag te gaan om te proberen in het kasteel van de prins binnen te dringen en de ogen van haar vader terug te stelen. Astrophil raadt haar af het gevaarlijke plan uit te voeren, maar gaat wel met haar mee als ze toch doorzet. Het boek beschrijft op een boeiende manier hoe het Petra en Astrophil in Praag vergaat. Petra sluit vriendschap met Neel, een zigeunerjongen. Neel heeft magische vingers waarmee hij ongemerkt zakken rolt en alle sloten opent. Met zijn hulp weet Petra een baantje te krijgen in het kasteel, waar een magische wereld voor haar opengaat. Zo maakt ze kennis met de Engelsman John Dee, die haar angst aanjaagt, maar het toch wel goed met haar voor lijkt te hebben. Zal Petra erin slagen de ogen van haar vader terug te krijgen en weer uit het kasteel te ontsnappen? Koop het boek als je dat wilt weten.
Marie Rutkoski studeerde Engelse en Amerikaanse taal en geschiedenis aan de Universiteit van Iowa. Na haar afsturen woonde ze een tijdlang in Moskou en in Praag, waar haar familie vandaag komt. Ze ging terug naar Amerika, waar ze als professor aan de beroemde Harvard University werkte. Tegenwoordig werkt ze als professor aan Brooklyn College. De ogen van Kronos is haar eerste roman en ook in dit opzicht kun je zeggen dat ze haar sporen verdiend heeft. Het is een spannend boek, met vele humoristische momenten en onverwachte wendingen. Een aanrader voor alle lezers vanaf een jaar of twaalf. (Ko)
Monumenten van Romeins Nederland
I.s.m. Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten
88 blz. € 17,95
Uitgeverij Waanders, 2009
ISBN 978 90 400 8569 7
Veel overblijfselen uit de Romeinse tijd zijn voor gewone mensen niet of nauwelijks te herkennen. Dit boek geeft per streek met duidelijke foto's en kaartjes aan waar de archeologische vondsten zijn aangetroffen. Vaak kiest men er tegenwoordig voor oudheden niet op te graven omdat je daarmee de overblijfselen verstoort. De oudheden worden dan voorzichtig en steekproefsgewijs bekeken en daarna weer toegedekt. In Utrechts nieuwbouwwijk Leidsche Rijn bevindt zich een Archeologiepark en een Prinses Amaliapark. In de Romeinse tijd stonden hier huizen en de Romeinen legden er een weg aan, waarvan de restanten weer zorgvuldig en onzichtbaar zijn toegedekt. Vaak zijn de Romeinse overblijfselen onder de grond, hier en elders, subtiel in het wegdek of de bebouwing verwerkt. In de Utrechtse wijken Veldhuizen en De Balije is de bebouwing onderbroken waar het het tracé van de Romeinse weg liep, nu aangegeven in het wegdek.
Door afgraving van rivierklei, nieuwbouw, oorlogen en natuurrampen zijn veel Romeinse overblijfselen voorgoed verdwenen, maar soms brengt een ramp nieuwe informatie over oude dingen. In 1944 werd de kerk van Els in de Betuwe tijdens een bombardement volledig verwoest. Onder de restanten van de kerk troffen archeologen de restanten van twee heidense tempels uit de eerste en tweede eeuw waarvan het bestaan niet bekend was. Deze restanten zijn nu onder de kerk te bezichtigen.
Het boek is een goudmijn voor iedereen die geïnteresseerd is in de Romeinse geschiedenis van Nederland. Het formaat van het boek - een liggend A-4 - is wat onhandig als je het boek wilt meenemen om een van de vindplaatsen te bezoeken, maar laat dat je niet weerhouden. Behalve Utrecht en Elst worden bodemschatten beschreven in Groesbeek, Woerden, Leiden en Borgharen. Heel boeiend beschreven en mooi geïllustreerd. Een aanrader. (Ko)
Een Veelzijdige Verstandhouding
Religie en verlichting in Nederland 1650-1850
456 blz. € 29,90
Uitgeverij Van Tilt, 2e druk, 2008
ISBN 978 90 77503737
Een veelzijdige verstandhouding laat zien dat er veel facetten te onderscheiden zijn in de manier waarop de westerse kijk op de werkelijkheid veranderde in de twee eeuwen van 1650 tot 1850. Voordien werd de bijbel door velen als goddelijke openbaring een universele en eeuwige waarde toegekend. De bijbel werd gezien als een uniek document, waarnaast geen andere visie op de werkelijkheid mogelijk was en waarnaast geen andere religie enige waarde werd toegekend. Door het rationalisme ging men de bijbel meer zien als gemaakt door mensen, zoals er ook andere heilige boeken bestonden, die eveneens gemaakt waren door mensen. Tegenstanders van de Verlichting zien vaak over het hoofd dat ze de situatie van vóór 1650, met alle starheid en onverdraagzaamheid vandien, niet terug zouden willen. Voorstanders van de Verlichting zien vaak over het hoofd dat de moderne wetenschap eenzijdig de nadruk legt op causaliteit en alles naar het rijk der fabelen verwijst dat niet in termen van oorzaak en gevolg aantoonbaar is.
In dit boek wordt vooral gekeken naar de opvattingen over religie en Verlichting in Nederland. Na het beëindigen van de 80-jarige oorlog in 1648 nam Nederland in veel opzichten binnen Europa een unieke positie in. Nederland was een republiek, bijna anderhalve eeuw voordat de Franse Revolutie in 1789 het Franse koningshuis uitroeide en de Verlichting voortaan in Frankrijk de mensen zou leiden. De geschiedenis heeft anders uitgewezen en de bittere ironie van het lot wil dat het de Fransen waren, onder Napoleon, die in 1806 in Nederland het koningsschap herstelden. In de verschillende artikelen in dit boek wordt getoetst of Nederland als republiek het paradijs voor vrijdenkers was, waar velen het voor aanzagen. Meestal viel die verdraagzaamheid wel tegen, maar in Nederland werd je op grond van je ras of geloofsovertuiging hooguit tegengewerkt en zelden of nooit vermoord, zoals elders in Europa vaak wel het geval was.
Dit boek geeft een genuanceerd beeld van de vele aspecten die er aan de Verlichting te onderscheiden zijn. Vanaf 1651 tot 1795 was de Gereformeerde Kerk in Nederland de enige kerk die volledig werd aanvaard en gesteund door de overheid. Roomskatholieken, andersdenkende protestanten, Joden en Moslims, werden tegengewerkt. In dat in de eeuwen van de Verlichting. Nog steeds is zowel religie als Verlichting een actueel onderwerp in het maatschappelijk debat. Dit boek, geschreven door deskundigen op een bepaald deelgebied van de Verlichting, kan daarbij een aantal nieuwe gezichtpunten openen of een nieuw licht werpen op de oude paden. (Ko)
J.W.Waterhouse (1849-1917)
Betoverd door vrouwen
242 blz. € 29,95
BAI Publishers, 2008
ISBN 978 90 8586437
Waterhouse is moeilijk bij een bepaald genre in te delen. Hij wordt wel gezien als een late vertegenwoordiger van de Pre-Raphaelitische schilderkunst. Anderen vergelijken hem met schilders als Lawrence Alma-Tadema, maar het is duidelijk dat Waterhouse een eigen, duidelijk herkenbare stijl heeft geschapen. In vrijwel al zijn schilderijen spelen vrouwen de hoofdrol; soms één vrouw, soms twee, drie of zeven. De vrouwen zijn bijna altijd beeldschoon en vertegenwoordigen alle denkbare types en karakters. De thema's voor zijn schilderijen ontleende Waterhouse met name aan de Griekse en Romeinse mythen, aan Shakespeare of aan de Romantische dichters van kort vóór zijn tijd zoals John Keats of Alfred Lord Tennyson. Een enkele keer liet hij zich inspireren door de bijbel of het leven van een heilige, maar het heidendom had hem duidelijk meer te zeggen dan het christendom. Soms is de vrouw die wordt afgebeeld een slachtoffer van de sitatie, zoals de waanzinnig geworden Ophelia uit Shakespeare's Hamlet, of The Lady of Shalott uit het gelijknamige gedicht van Tennyson, die haar ondergang tegemoet gaat als ze probeert Lancelot te volgen. Meestal zijn het sterke vrouwen die verleidelijk, maar ook gevaarlijk kunnen zijn, zoals Circe, die driemaal door Waterhouse is afgebeeld, afgezien van twee schetsen, of de aan Keats ontleende Lamia en La Belle Dame Sans Merci.
Het briljante van Waterhouse is dat hij zijn thema's subtiel brengt en veel details bijna terloops geeft, waarbij het aan de toeschouwer wordt overgelaten hier een oordeel over te vellen. Zo schilderde hij in 1898 Ariadne, slapend op een bank. Ze had haar geliefde Theseus geholpen aan de Minotaurus te ontsnappen, maar hij liet haar op het eiland Naxos achter en vertrok zonder haar. Op het schilderij zie je nog net zijn schip wegvaren. Ariadne ligt er verleidelijk bij, met één ontblote borst, maar daarmee kon ze Theseus dus ook niet aan zich binden. Een slachtoffer dus? Naast haar op de bank en ook onder de bank liggen twee panters te slapen. Het zijn de dieren van de Wijngod Dionysos die verliefd op haar is geworden en haar hierna tot zijn geliefde zal maken. Bemind door een Griekse held en een God ben je niet echt een slachtoffer. In de mysteriereligie rond Dionysos was Ariadne de Moedergodin die samen met Dionysos het Heilig Huwelijk voltrok. In de rituelen was ze dus belangrijker dan de held Theseus. Waterhouse laat het aan zijn publiek over om over Ariadne te oordelen - of niet te oordelen en het schilderij gewoon te ondergaan. Hij dringt ons niets op. Zo zijn vrijwel al zijn schilderijen opgezet.
Voor de gelegenheid heeft het Groninger Museum een prachtig boek uitgegeven. De 67 schilderijen en 13 schetsboeken die in de expositie te zien zijn, zijn in dit boek met schitterende foto's weergegeven en uitgebreid beschreven. Ook zijn foto's opgenomen van veel schilderijen die niet op de tentoonstelling te zien zijn. Patty Wageman, de waarnemend directeur van het Groninger Museum heeft in het boek een stuk geschreven over de rol van de vrouwen in het werk van Waterhouse. Andere bijdragen van Waterhousekenners Peter Trippi, Elizabeth Prettejohn en Robert Upstone schetsen een genuanceerd beeld van deze schilder. Een algemene index en een register op de Werken van Waterhouse maken het mogelijk alle schilderijen snel terug te vinden. Het boek heeft naar mijn bescheiden mening slechts één minpuntje: de cover. Als je mij zou vragen wat ik het minst geslaagde schilderij van Waterhouse vind, zou ik hebben gezegd: Pluk de rozen zolang het kan, waarop een blozend meisje een schaal met rozen voor zich houdt. De symboliek knalt eruit, nog versterkt door de titel, die verwijst naar een gedicht van Robert Herrick die de lezer waarschuwt dat de 'bloem die heden lacht, morgen sterven zal.' Uitgerekend dit schilderij is door het Museum uitverkoren om de voorpagina van het boek op te fleuren. Ook de posters die de tentoonstelling aankondigen geven ditzelfde schilderij. Voor wie een andere blik op het oeuvre van Waterhouse wit, heb ik hieronder een van de schilderijen geplaatst waarin Waterhouse Circe heeft afgebeeld.
De Geheime Geschiedenis van de Wereld
Geheime genootschappen van 3000 v.C. tot nu
608 blz. € 39,95
Servire, 2008
ISBN 978 90 215 8475 1
Black beweert over geheime kennis te beschikken, die hij heeft ontvangen van een niet nader genoemd geheim genootschap. Hij heeft alle kennis in zich opgenomen, maar toen hem een inwijding werd aangeboden, waarvoor hij een eed van geheimhouding moest afleggen, zegt hij in het boek, haakte hij af. Zodoende voelde hij zich dus vrij om over al die geheime kennis te beschikken. Daarmee maakt hij dus misbruik van het in hem gestelde vertrouwen. De geheime kennis was hem niet verteld om te publiceren, maar als voorbereiding op zijn inwijding. Iemand die zo met ethische normen en waarden omspringt, ben ik niet geneigd te vertrouwen. En vertrouwen is wat Black van de lezer eist. Feiten worden niet gegeven. We moeten Black op zijn woord geloven als hij ons vertelt dat de mensen, dieren en planten oorspronkelijk zijn geschapen met ijle lichamen en pas veel later de vaste vormen hebben gekregen die we nu van ze kennen. Dat moet zich eonen geleden hebben afgespeeld, maar Black vertelt het of hij er zelf bij is geweest.
Black speelt behendig in op de populaire theorieën over occulte samenzweringen, waarin zowel de helden als de schurken zijn ingewijd in even duistere als vage genootschappen. Zonder enige onderbouwing met feiten strooit Black met opmerkingen als: 'de grote kunstenaars die lid waren van een geheim genootschap, zoals Michelangelo en Luca Signorelli (Leonardo's broeder-ingewijde)' (p 133). Of deze: 'Augustinus was, net als Paulus, een ingewijde in de mysterieën' (p 183). Of deze: 'Als ingewijde heeft Shakespeare een bijdrage geleverd aan de vorming van deze nieuwe bewustzijnsmodus. Alleen, hoe weten we zo zeker dat hij een ingewijde was?' (p 423) Een interessante vraag. Black beantwoordt die als volgt: hij interpreteert de stukken van Shakespeare als occulte kennis, wat "dus" bewijst dat Shakespeare was ingewijd. Dat is een cirkelredenering.
Er zijn natuurlijk verschillende manieren om het boek van Black te lezen. Volgens de tekst op de achterkant komt Black 'met bewijzen uit duizenden jaren aan verborgen wijsheid.' Als verzameling van feiten, vraagt het boek echter wel erg veel van de lezer. Neem nou de volgende uitspraak: 'Toen protomensen nog plantaardige creaturen waren, stierven ze niet.' (p 134) Wat moet ik daarmee? Moeten we het boek dan lezen als een soort moderne mythe, waarin het onbegrijpelijke en onzegbare in gelijkenissen en raadsels wordt verteld? Maar Black hamert er voortdurend op dat hij via occulte bronnen zeer exacte feiten te weten is gekomen. Zo verzekert hij de lezer dat Krishna in 3228 v.Chr. geboren zou zijn. Over de Iraanse profeet Zarathoestra zegt Black: 'De geleerden zijn het niet eens over Zarathoestra's geboortedatum. Volgens sommige auteurs uit de oudheid leefde hij onstreeks 5000 v.C., terwijl hij volgens anderen -zoals Plutarchus- omstreeks 600 v.C. moet hebben geleefd.' Maar Black weet ons te vertellen dat de geboorte in 5067 v.C. heeft plaatsgevonden. Ik ben niet onder de indruk. Onbewijsbare data rondstrooien kan iedereen.
Het boek staat bol van de feiten en wetenswaardigheden, maar Black maakt geen onderscheid tussen feiten die hij ergens heeft gelezen en zijn eigen fantasieën die hij als occulte kennis aan de man probeert te brengen. Daarom weet ik nergens in dit boek wat ik ervan moet denken en welke waarde ik eraan kan hechten. Misschien is dat de geheime opzet van Black, om de lezer voortdurend op het verkeerde been te zetten, zodat hij ten einde raad zijn verstand op nul zet en prompt een dieper inzicht bereikt. Maar ik vrees dat dat teveel eer is. (Ko)
Wat ritselt daar toch?
een prentenboek met luikjes
18 blz. € 13,50
Christofoor, 2008
ISBN 978 90 6038 661 3
Het eerste dat ik hier wil bespreken is een prentenboek met luikjes, zoals de ondertitel vermeldt. Op de eerste pagina zie je twee jonge beren die naar een braamstruik kijken. Als je de luikjes opent, zie je in de struik een bosmuisje, een lijster en een kabouter. Ze zijn allemaal blij met de bramen die in de struik hangen.
Het eekhoorntje op de volgende bladzijde weet niet meer waar het zijn notenvoorraad heeft verstopt. Er zijn vier luikjes, dus waar is de wintervoorraad?
De hazelmuis zoekt haar broertje, de Vlaamse gaai zijn eikels, de zwijnenmoeder haar kinderen. Probeer ze maar te vinden!
Dan komt de nacht. Het elfje droomt, het beertje slaapt, maar wat ritselt er nog in het bos?
Een boek voor de hele kleintjes en een heel verzorgde uitgave, zoals we van Christofoor gewend zijn. (Joke)
Het Elfje dat niet kon slapen
Tekst en illustraties van Daniela Drescher
19 blz. € 10,90
Christofoor, 2008
ISBN 978 90 6238 852 3
Fliera de elf ligt in haar bloembedje en kan niet slapen. Overal ritselt, knispert en fluistert er iets. Ze vliegt de donkere nacht in en vraagt aan Klaas Vaak wat hij doet. Hij zegt dat de kinderen niet kunnen slapen en dat hij ze nog maar eens zand in de ogen zal strooien.
Daarna vraagt ze aan Moeder Vos waarom ze haar kinderen het hol in en uit draagt. Moeder Vos zegt dat haar kinderen ook niet kunen slapen.
Als ze een uiltje tegenkomt, vraagt ze of die ook niet kan slapen, maar de uil 's nachts nooit te slapen omdat je dan zo fijn alleen bent.
Dan gaat Fliera naar de kabouterkinderen, die ook nog wakker zijn. De prins van de nachtvlinders komt langs en brengt haar naar het midzomernachtfeest, waar ze danst tot ze zo moe is dat ze niet eens meer naar huis kan vliegen. De prins draagt haar naar huis en legt haar in haar bloemenbedje, waar ze droomt van het feest.
Het boekje is prachtig geïllustreerd en een feest om voor te lezen voor het slapen gaan. (Joke)
Kabouter Thijm
Tekst en illustraties van Admar Kwant
22 blz. € 10
Christofoor, 2008
ISBN 978 90 6238 883 7
Het huis in Eext waar ze woont met haar man en twee kinderen, heeft een grote tuin aan de rand van een meer, waar ze de inspiratie vindt voor haar schilder- en tekenwerk. Dat is ook terug te vinden in Kabouter Tijm, een voorleesboek voor het slapen gaan voor de kleuters.
Dit boekje neemt je mee naar het bos waar Tijm de kabouter woont. Hij heeft een witte baard en een rode muts en praat veel met zijn vriendje Konijn. Tijm beleeft in het boekje de zomer, herfst en winter. 's Nachts kijkt hij naar de sterren en houdt de wacht met een brandende kaart, als de dieren slapen.
Een allerliefst boek voor de kleinsten, zoals we dat gewend zijn van Christofoor. (Joke)
De nieuwe, welervarene Utrechtsche keuken-meid
572 blz. € 19,95
Uitgeverij Begijnkade 18, 2007
ISBN 978 90 78019 08 4
De toevoegingen van de uitgever maken het nog niet gemakkelijk de oude recepten te doorgronden om ze heden ten dage in de keuken te gebruiken. Daarvoor zul je de recepten voor jezelf eerst in hedendaags Nederlands moeten "vertalen". Dan blijken er wel leuke recepten in te staan. Ik kwam bijvoorbeeld marmelade van appels, marmelade van citroenen en sinaasappelen en marmelade van kweeperen tegen die heel goed te maken zijn. Ook bij de koekrecepten staan er veel die je kunt gebruiken. Volgens de uitgeefster zijn alle recepten gemakkelijk te maken en heeft ze dit ook zelf uitgeprobeerd. Alleen moet je even wennen aan het feit dat de exacte kook-, bak- en braadtijden niet worden gegeven.
De middelen tegen kwalen zijn vooral leuk om te lezen. Ik zou ze tenminste niet navolgen! Leuk en interessant om te zien hoe zo'n boek er in de 18e eeuw uitzag. (Joke)
Zo werkt de Tarot
de orakelkaarten van inzicht en wijsheid
80 blz. met kaarten € 19,95
The House of Books, 2008
ISBN 978 90 4432 19999
Maar dit terzijde. Ik zal nu terugkomen op het boek en tarotpak dat ik hier in handen heb, waarvan de kaarten me door hun heldere kleuren en sprekende afbeeldingen gelijk iets doen en me uitnodigen om ze te gaan leggen. Ik legde het Keltisch Kruis op de manier die in het boekje staat en volgde de tekst met de uitleg van de kaarten. Het leek een bijzondere ervaring te worden, waardoor me helder voor ogen kwam te staan waar ik het antwoord op het probleem dat ik voorlegde kan vinden. Dat antwoord bleek ik vooral in mijn onderbewuste te moeten zoeken om daar bij mezelf te rade te gaan.
Ik kan een ieder aanraden om dit pak en boekje te gaan kopen en gebruiken. Het enige minpuntje vind ik dat er geen los doosje voor de kaarten is bijgevoegd en dat de kaarten moeilijk in de bestaande doos op te bergen zijn. (Joke)
De Feeëngids
alles wat u altijd over feeën wilde weten
400 blz. € 19,95
Veltman Uitgevers, 2008
ISBN 978 90 5920 749 3
Afgezien van deze kanttekening is De Feeëngids een mooi en zeer lezenswaardig boek geworden. Prachtig uitgegeven op mooi glanzend papier met vele fraaie illustraties. Teresa Moorey heeft het feeënrijk ingedeeld in acht groepen. Aan elk van deze groepen is een hoofdstuk gewijd. Zo is er een hoofdstuk gewijd aan elk van de vier elementen: waterfeeën, luchtfeeën, vuurfeeën en aardfeeën. Verder heb je dan nog huis- en haardfeeën, bloemfeeën, boomfeeën en weerfeeën. In elk hoofdstuk worden de verschillende wezens besproken die onder dit domein vallen, ontleend aan volksverhalen, sprookjes en mythen uit de hele wereld. Zo worden in het hoofdstuk over waterfeeën o.a. verhalen verteld over de meermin, de Noord-Europese selkie en kelpie, de Griekse undines, najaden en nereïden, de Japanse waterfee Ningyo, de watergeest Gwargedd Annwn uit Wales, de Germaanse nixen en Lorelei en de franse waterfeeën die dracs genoemd worden. Al deze verhalen zijn heel interessant om te lezen. Een handig register achterin het boek zorgt ervoor dat je elk van deze wezens snel terug kunt vinden, als je bijvoorbeeld wilt weten wat een kelpie ook weer is.
In elk hoofdstuk is ook aangegeven hoe je kunt proberen in contact te komen met deze wezens, in werkelijkheid of tijdens een geleide visualisatie. Ook zijn er spreuken waarin je de kracht van een van deze wezens kunt gebruiken om je doel te bereiken. Kortom, een boek dat ik iedereen kan aanraden. Voor de prijs van nog geen vijftien Euro hoef je het niet te laten. (Ko)
Vodou
kunst en mystiek uit Haïtie
168 blz. € 24,50
KIT Publishers, 2008
ISBN 978 90 6832 744 1
De tentoonstelling is gebaseerd op de collectie van Marianne Lehmann, een Zwitserse vrouw die in 1957 naar Haïti verhuisde omdat ze een man van dat eiland had leren kennen. Ze is altijd op Haïti gebleven en heeft veel gewerkt voor de Zwitserse ambassade. Sinds 1986 heeft ze voorwerpen verzameld die gebruikt zijn in Vodourituelen en deze voorwerpen hebben nu voor het eerst Haïti verlaten voor deze expositie. Marianne Lehmann is nooit ingewijd in een Vodoutraditie, maar draagt deze religie een warm hart toe.
Over Vodou bestaan nog steeds veel misverstaden, ook op Haïti zelf. De associaties die bij de meeste mensen opkomen zijn poppetjes waarin naalden worden gestoken om een slachtoffer kwaad te doen of te doden. Vodou zou ook in staat zijn lijken te bezielen om ze als zombies misdaden te laten plegen. De meeste inwoners van Haïti zijn wel ingewijd in een van de Vodoutradities, maar officieel is bijna iedereen roomskatholiek en houdt bijna niemand zich met Vodou bezig. In het boek staat een interview met Marianne Lehmann, waarin ze uitlegt wat haar over Vodou bekend is. Max Beauvoir is een Vodoupriester die wel naar buiten wil treden om uit te leggen aan de buitenwereld wat Vodou inhoudt en ook hij is geïnterviewd voor het boek.
Vodou is een religie met invloeden van de inheemse Indianen, de uit Afrika geroofde slaven en het roomskatholieke geloof. In 1804 heeft Haïti na een langdurige en harde strijd tegen de fransen zelfstandigheid gekregen. Kort vóór die tijd zijn een aantal geheime genootschappen opgericht die zich bezighielden met de vrijheidsstrijd en met de religie van het volk dat uit de vrijheidsstrijd te voorschijn kwam. In de Vodou gaat men uit van het bestaan van 401 geesten die Lwa worden genoemd en die beschouwd kunnen worden als evenzovele aspekten van het goddelijke. Elke Vodoupriester heeft een Lwa die met hem communiceert als hij in trance is. Over wat het goddelijke is, bestaan veel opvattingen binnen de Vodougroepen. Vaak wordt het goddelijke als een slang gezien. De Lwa zijn dan aspekten van die goddelijke slang. Veel Lwa worden als lugubere en krijgshaftige wezens voorgesteld, zoals op de voorpagina van de catalogus te zien is. Het genootschap van de Bizango bestaat uit krijgshaftige mannen die zonodig de onafhankelijkheid van Haïti met hun leven zullen bevechten. Andere groepen zijn vredelievender.
De expositie laat een aantal voorwerpen zien en geeft aan op welke wijze hier kracht in is opgeslagen om tijdens rituelen te gebruiken. Door bittere armoede waren Haïtianen soms gedwongen afstand te doen van deze voorwerpen. Door ze op te kopen heeft Marianne Lehmann kunnen voorkomen dat de voorwerpen zouden verdwijnen. Ze hoopt ooit op Haïti een museum te kunnen openen waarin de voorwerpen zullen worden tentoongesteld. De autoriteiten in Haïti zijn niet enthousiast. Marianne Lehmann hoopt door de expositie de voorwerpen onder aandacht van de wereld te brengen, zodat ze de waardering zullern krijgen die ze verdienen. Het boek is fraai uitgevoerd, met mooie foto's en teksten die achtergrondinformatie geven over Vodou. Ook voor wie niet naar de expositie gaat, lijkt het boek me de moeite van het lezen meer dan waard. (Ko)
Damestasjelezen
Het orakel dat je met je meedraagt
108 blz. € 14,50
A3 boeken, 2008
ISBN 978 90 7740 858 2
Het is een bijzonder origineel orakel. Ik heb tenminste niet gehoord van anderen die het gebruiken. Wel past het natuurlijk binnen het kader van het lot werpen, waarbij je voorwerpen gooit en interpreteert hoe ze neerkomen. Denk aan het werpen van runen of dobbelstenen. Ook het leggen van kaarten wordt in dit verband onder 'werpen' gerekend. Er is niets mis mee om zelf een orakel te ontwerpen. In ons boek De taal van de orakels, dat door Yoeke overigens bij de Aanbevolen en Gebruikte Literatuur is opgenomen, hebben we het door ons ontworpen Keltische Bomenorakel beschreven waarin 13 takjes worden geworpen en de uitkomst wordt geïnterpreteerd als het antwoord op een gestelde vraag.
Het damestasjesorakel is in zekere zin te vergelijken met het Keltische Bomenorakel. Alleen worden daar altijd dezelfde dertien takjes beschreven en is de inhoud van een damestasje toch altijd weer iets anders dan die van alle andere tasjes. Om enig houvast te hebben geeft Yoeke een standaardinterpretatie van een aantal voorwerpen die mogelijk uit een tasje zullen komen, maar ze zegt erbij dat we de duidingen moeten zien 'als handreiking, niet als absolute waarheid'. Meestal is de betekenis van een voorwerp voor de hand liggend. Zo wijst een tom-tom op zelfstandigheid ('Oog voor grote lijnen, overzicht') en wijst een telefoon op communicatie ('Verbondenheid met anderen') De kunst is van alle voorwerpen die uit een tasje komen de relevante betekenis te zien, ook en vooral in hun onderlinge samenhang. De inhoud van het tasje vergunt je een blik in het diepste innerlijk van de draagster, als je erin slaagt de samenhang tussen alle voorwerpen in te voelen. Soms is de samenhang tussen twee of meer voorwerpen bijzonder duidelijk, met name als ze elkaar raken of (gedeeltelijk) bedekken.
De interpretatie van een dergelijk orakel is en blijft een creatieve bezigheid. Aan een standaardduiding heb je weinig. Je moet je intuïtie laten spreken en je bij de duiding openstellen voor de betekenis die de betreffende voorwerpen voor de draagster hebben. Je kunt het orakel gebruiken om een antwoord op een gestelde vraag te vinden. Je kunt het orakel ook gebruiken om iemands innerlijk bloot te leggen. Daarbij kunnen zaken aan het licht komen die een therapeutische aanpak vragen. Hoewel Yoeke het boek met veel gevoel voor humor heeft geschreven, neemt ze haar taak als damestasjeslezer heel serieus. Het is geen vrijblijvend amusement, al kun je er duidelijk veel plezier aan beleven. Een absolute aanrader voor vrouwen die dit deel van zichzelf wel eens wat beter willen leren kennen. Er is ook een hoofdstuk waarin broekzakken en colbertzakken van mannen worden geleegd en geïnterpreteerd, maar daar ontbreekt het element van het werpen. Bovendien lijken mannen, zoals Yoeke opmerkt, beduidend minder mee te zeulen dan vrouwen. Wat dat betekent? Lees dit boek er maar op na. (Ko)
Het geheim van de grafheuvel
Nicki Bullinga
192 blz. € 16,50
C. de Vries-Brouwers, 2008
ISBN 978 90 5341 673 0
Door de uitgever is het boek geclassificeert als 11+, maar ik zou het zeker niet als een kinderboek willen kenmerken. Ik vond het een spannend boek en toen ik er eenmaal aan begonnen was, heb ik het ademloos uitgelezen. Zullen we zeggen dat het geschikt is voor alle mensen van 11 tot 88 jaar? De schrijfster heeft vanaf 2001 drie andere romans geschreven, namelijk Het Stein van Walraven (2001), Tweestrijd in Wales (2003) en Donkere Grond (2004), maar die zijn kennelijk uitverkocht. Ze is getrouwd met jeugdboekenschrijver Henk Hardeman. Ze geeft lezingen over de Keltische cultuur, de Arthurverhalen en oude kastelen in Wales. Ze is hierover te benaderen via de webside van het Historisch Platform op www.historischhuis.nl. Maar ga nou eerst maar dat boek kopen en lezen. (Ko)
Het helen van Pluto-problemen
door Donna Cunningham
256 blz. € 24,95
Hajefa, 2008
ISBN 978 90 77677 21 6Arthur van Albion
door John Matthews
Met tekeningen van Pavel Tatarnikow
96 blz. € 24,50
ISBN 978 90 6238 886 8Van Sophia tot Maria
De wedergeboorte van de verborgen Moeder in de 21e eeuw
A3 boeken, 2008
496 blz. € 29,50
ISBN 978 90 77408 55 1
In alle opzichten is Van Sophia tot Maria een veel beter boek dan dat over Venus. Met 478 pagina's is het een lijvig boek, waarin het onderwerp zeer grondig wordt uitgespit. De structuur van het boek is goed doordacht en consequent volgehouden. Annine van der Meer gaat ervan uit dat Sophia in het verleden zo'n belangrijke Godin is geweest dat er zeker tempels voor haar zouden zijn gebouwd als ze niet voortdurend was tegengewerkt door mannen die weigerden een Godin zoveel eer en macht toe te kennen. De hoofdstukken van het boek zijn dan ook pijlers en bouwstenen om deze tempel alsnog op te richten als eerbetoon aan deze Godin.
Sophia is vooral naar voren geschoven in Alexandrië, in de eerste eeuwen van onze jaartelling, met name binnen de gnostische geschiften die in die tijd werden opgesteld. Terecht gaat Annine van der Meer ervan uit dat gnostiek geen christelijke sekte is, maar ouder is dan het christendom en Joodse en Helleense wortels heeft. Haar poging om de oorsprong van Sophia ook in het oude Egypte en in India te zoeken, komt op mij over als minder geslaagd. Voor Egypte wordt Noet als scheppende kracht beschreven, waarvan de auteur opmerkt: 'Isis... is een latere manifestatie van Noet.' (p 47) En: 'Kenmerkend voor Isis is haar wijsheid.' (p 52) Dat is wel een flinterdun en vergezocht argument om Noet-Isis als oervorm van Sophia naar voren te schuiven. Het hoofdstuk over India is evenmin overtuigend. Annine van der Meer probeert de Indiase Shakti als oervorm voor Sophia naar voren te schuiven, maar het verband tussen de twee Godinnen ontgaat me volledig.
Als ik afzie van Egypte en India als voedingsbodem voor Sophia, blijft er in dit boek meer dan genoeg over om haar aanwezigheid in de eerste eeuwen van onze jaartelling als zeer indrukwekkend neer te zetten. Binnen het Jodendom is het strikte monotheïsme pas rond het begin van onze jaartelling toonaangevend geworden. Voordien werd Jahweh door de meeste Joden gezien als een stamgod die samen met vele andere stamgoden was geschapen door een Oergod en een Oergodin. Die Godin werd aangeduid als Ashera, of als Chochmah (de Wijsheid). In het Hellenistische Alexandrië, waar Grieks werd gesproken, werd de Godin aangeduid met het Griekse woord voor wijsheid, namelijk Sophia. Met een bewonderenswaardige energie analyseert Annine van der Meer talloze geschriften waarin Sophia versluierd aanwezig blijkt te zijn. Zelfs als we aannemen dat een deel van de verwijzingen niet op Sophia slaat, maar op een andere verschijningsvorm van de oude Moedergodin, blijft er genoeg over om me ervan te overtuigen dat Sophia een belangrijke Godin is geweest, die de tempel die Annine van der Meer voor haar wil oprichten zonder meer verdient. Een absolute aanrader voor iedereen die geïnteresseerd is in de vraag waarom de ooit zo machtige Grote Godin de afgelopen tweeduizend jaar het onderspit heeft gedolven en nu weer terugkeert. (Ko)
De Romeinen in België
[31 v.C. - 476 n.C.]
Davidsfonds, 2006
256 blz. € 24,95
ISBN 978 90 5826 386 5
Robert Nouwen beschrijft voor Gallia Belgica hoe ingrijpend de Romeinse overheersing is geweest. Voorheen waren er geen steden - die werden door de Romeinen gesticht. Ook de wegen tussen de steden legden de Romeinen aan. De Cursus Publicus was een koeriersdienst die, meestal in opdracht van de keizer, snel berichten via de Romeinse wegen over het hele rijk konden verspreiden. De Romeinen zorgden voor een bestuurlijke indeling in provincies en districten. Voorheen was deze administratie hooguit plaatselijk geregeld. De Romeinen hadden ambtenaren met specifieke taken, die voorheen niet bestonden. Zo was de frumentarius verantwoordelijk voor de graanvoorziening, met name aan de daar gestationneerde Romeinse soldaten. De Romeinen zorgden voor drinkwatervoorziening van de steden via aqaducten, die vaak tot ver in de Middeleeuwen nog gebruikt werden. En zo drukten ze hun stempel op alle onderdelen van het sociale en culturele leven in de Lage Landen.
In religieus opzicht nemen de Romeinen een uitzonderlijke positie in. Ze kwamen als heidenen en respecteerden de plaatselijke religies, met hun eigen Goden en Godinnen. In de vierde eeuw brachten de Romeinen het christendom in de veroverde gebieden. Een eeuw later moesten de Romeinen steeds meer gebieden prijsgeven en zich tenslotte naar Rome zelf terugtrekken, maar het christendom bleef. Met veel kennis van zaken beschrijft Robert Nouwen de blijvende invloed die de Romeinen in België en de zuidelijke helft van Nederland hebben uitgeoefend. Heel interessant voor wie de bronnen van onze beschaving eens wat nader wil bestuderen. Een aanrader. (Ko)
Met de Romeinen door Haspengouw
door Herman Clerinx
Davidsfonds, 2007
144 blz. € 14,95
ISBN 978 90 5826 470 1
Na dit historische overzicht beschrijft Clerinx de belangrijkste bezienswaardigheden in deze streek, waarbij, zoals gezegd, niet alleen de overblijfselen uit de Romeinse tijd worden beschreven, maar ook de monumenten van latere datum. Met duidelijke kaartjes en prachtige foto's wordt de lezer wegwijs gemaakt. Een zeer lezenswaardig boek, zelfs als je, zoals ik, niet in de buurt van Haspengouw woont en niet over een auto beschikt om al dat moois ter plekke te gaan bekijken. (Ko)
Romeinse Decadentie
door T.A.M.Mols e.a.
Vantilt, 2008
171 blz. € 17,50
ISBN 978 90 77503 91 1
Waaraan danken de Romeinse keizers dan hun slechte naam? Dat zijn voornamelijk een viertal keizers geweest die jong aan de macht kwamen en dus niet konden teruggrijpen op hun reputatie of hun militaire successen. Daarom vielen deze keizers terug op het Hellenistische model, waarbij ze alle macht naar zich toe haalden en hun Romeinse geremdheid lieten vallen. Dat geldt met name voor Caligula (37-41 n.Chr.), Nero (54- 68), Domitianus (81-96) en Heliogabalus (218-222). De laatstgenoemde was pas 14 toen hij tot keizer werd uitgeroepen en 18 toen hij werd vermoord door zijn eigen lijfwachten die zijn excessen en grillen beu waren. In de tweede helft van de 19e eeuw werden de handelingen van de genoemde keizers uitgebreid beschreven om de decadentie van het heidense Romeinse Rijk af te zetten tegenover de verfijningen van het christendom. Die zienswijze is later genuanceerd, maar de slechte naam van de Romeinen bleef hangen.
Een heet hangijzer in de vraag hoe decadent de Romeinen waren, is het verschijnsel van de gladiatorenspelen, waarbij duizenden het leven lieten om het Romeinse volk te vermaken. In zijn bijdrage Het theater van de wreedheid zet Louis van den Hengel uiteen hoe de gladatorengevechten in 264 v.Chr. ontstonden als eerbetoon aan een belangrijke overleden Romeinse aristocraat. Dat betrof drie paren gladiatoren. In latere evenementen werden de aantallen steeds groter en verdween het eerbetoon aan een overledene naar de achtergrond. Ook werden steeds andere variëteiten bedacht om mensen tegen dieren of mensen tegen mensen te laten vechten. Slaven, krijgsgevangenen en ter dood veroordeelden waren hierbij voor de hand liggende slachtoffers, waarbij vrouwen en kinderen niet werden ontzien. Van den Hengel ontkent niet de verregaande wreedheid van deze spelen, maar ziet ze, in navolging van de Britse historicus Thomas Wiedemann, als een middel om voor Romeinen de grens duidelijk te maken tussen wat Romeins en niet-Romeins is. Nagebootste jachtpartijenen en andere slachtpartijen maakten zo de grens duidelijk tussen cultuur en natuur, tussen mens en dier, tussen goed en slecht. De verklaring komt niet erg overtuigend op me over. Ik denk dat de spelen inspeelden op de wreedheid en de agressie die in ieder mens - ook in Romeinen - aanwezig is. Doordat de gedisciplineerde Romeinen deze donkere kant in zichzelf probeerden te onderdrukken, kwamen deze emoties er in alle hevigheid tijdens de spelen uit. Zoals gezegd kan ik me goed vinden in de strekking van het boek, dat de Romeinen niet zo decadent waren als vaak wordt gedacht. Een leerzame en onderhoudende verzameling boeiende bijdragen van autoriteiten op dit gebied. (Ko)
Alles over Edelsteentherapie
door Tosca Tetteroo
De Kern, 2008
297 blz. € 24,95
ISBN 978 90 325 11050
Als ik het boek pak, sla ik het open (toeval bestaat niet?) op de bladzijden die over mijn sterrenbeeld Weegschaal gaan en welke stenen daarbij passen. Geboeid lees ik dat dit goudtopaas en rookkwarts zijn. Ze legt uit waarom deze stenen goed zijn voor een Weegschaal. Hierna geeft ze nog wat stenen die de zwakke kanten van dit zonneteken sterker maken. Granaatappel, bijvoorbeeld, maakt strijdbaar en wilskrachtig; rutielkwarts bevordert daadkracht. Met jade blijf je beter in je eigen centrum en turkoois geeft emotionele veiligheid.
Hierna legt ze uit dat je bij het uitkiezen van stenen voor iemand altijd naar de totale persoonlijkheid moet kijken en niet zomaar twee of meerdere stenen bij elkaar moet dragen omdat die elkaars werking kunnen opheffen. Rode stenen zijn bijvoorbeeld activerend en blauwe rustgevend. Ze heffen elkaar dus op en samen heb je niets aan de stenen. Nuttige informatie dus.
Tosca begint het boek met het ontstaan van stenen en mineralen en hoe je ze moet gebruiken. Ook legt ze uit hoe stenen in de verschillende culturen werden gebruikt. In vogelvlucht glijdt ze door de tijd vanaf de oude Indiase culturen tot onze hedendaagse Westerse cultuur. Hierna vertelt ze over de werking en de symboliek van kleuren en de verschillende kristalvormen en hun werking. In het hoofdstuk Sterren en Stenen kiest ze ervoor om met Steenbok te beginnen. Hierna behandelt ze alfabetisch stenen en hun werking met van elke steen die ze beschrijft een duidelijke foto. Na dit hoofdstuk gaat ze in op de verzorging van edelstenen en mineralen, gevolgd door diverse hoofdstukken waarin ze uitvoerig op het behandelen met stenen ingaat.
Een helder en duidelijk boek dat er ook nog prachtig uitziet. Ik zal het in ieder geval nog vaak pakken en kan het warm aanbevelen. (Joke)
De Glimlach van de Sirene
Reis door het Etruskisch labyrint op zoek naar de Godin
A3 boeken, 2008
144 blz. € 32,50
ISBN 978 90 77408 49 0
De cover van het boek toont een meermin met het bovenlichaam van een vrouw en een onderlichaam dat eindigt in twee gespreide staarten. Het beeld is te vinden in het park Bomarzo in zuidelijk Toscane, dat in de 16e eeuw is aangelegd. Het fenomeen van de tweestaartige meermin was ik al eerder tegengekomen, bijvoorbeeld in afbeeldingen van de Syrische Godin Atargatis. Selma Sevenhuijsen geeft een overzicht van andere Godinnen die door de eeuwen heen op deze manier zijn afgebeeld. Spelenderwijs betrekt ze ook andere Godinnen hierbij die geheel of deels in diervorm zijn voorgesteld. Hierna bespreekt ze het labyrint en de Godinnen die hiermee verbonden zijn. Tenslotte beschrijft ze de Etrusken, zoals die hun sporen hebben nagelaten in het landschap van Toscane.
Alles wordt met veel liefde en warmte beschreven, waarna veel onbekende feiten en details op boeiende wijze worden neergezet. Naarmate je in het boek vordert wordt het doel van de auteur steeds duidelijker. Ze beschrijft geen dode materie en feiten uit het verre verleden. Alles heeft te maken met het hier en nu. Voor de Etrusken was de aarde als Godin heilig. Binnen dit heiligdom hakten de Etrusken heilige wegen in de rotswand uit, die alleen een ritueel doel gehad lijken te hebben. Deze holle wegen hadden dezelfde functie als de labyrinten die overal werden aangelegd: het waren wegen naar het binnenste van de Godin. Die weg is nog steeds open voor mensen in onze moderne samenleving. Onze handicap is dat we geleerd hebben dat geest en materie strikt gescheiden zijn. Dan blijven Godinnen verstarde relieken uit het verleden en labyrinten doolhoven waarin we alleen maar verdwalen. Door met overgave het labyrint te lopen (letterlijk of figuurlijk) gaat de materie voor ons leven. Tegenpolen als God-Godin of ik-ander gaan dan op in het geheel dat juist door die tegenpolen bestaat.
Het bovenstaande is niet meer dan een summiere samenvatting van een briljant boek dat prachtig is geïllustreerd met relevante afbeeldingen. Koop het en laat je meevoeren door het labyrint. Je komt er niet hetzelfde uit als je erin gaat. Het doet iets met je. Ik zal het boek nog vaak doorbladeren. Voor meer informatie over de actiiteiten van de auteur, zie haar site www.labyrintwerk.nl. (Ko)
Een Zinvol Geheim
Wat planten mij vertellen
met tekeningen van Coor Muller
A3, 2008
101 blz. € 14,50
ISBN 978 90 77408 469De Gouden Ezel
metamorfosen
Athenaeum- Polak & Van Gennep, 2003
259 blz. € 19,95
ISBN 90 253 0188 6
Er zijn vele manieren om dit boek te lezen. Het is te lezen als een schelmenroman, doorspekt met de avonturen die door Lucius worden meegemaakt, aan Lucius worden verteld of door hem als ezel met zijn grote oren opgevangen. Het is ook te lezen als een beschrijving uit de eerste hand van een heidense samenleving, waarin het christendom zo onbeduidend is dat het zelfs niet wordt genoemd. De mythe van Amor en Psyche wordt uitgebreid en indringend beschreven. Het boek is ook te lezen als een satire. Er zijn veel onderwerpen waar Apuleius op een kostelijke manier de draak mee steekt. Maar waar houdt zijn satire op en waar begint zijn ernst? Lucius wordt ingewijd in de mysteriereligie van Isis, maar hoe serieus kunnen we de beschrijving van de inwijding nemen, terwijl Apuleius de lezer verzekert dat hij de geheimen van de cultus niet mag en niet zal verklappen? Ik nodig de lezer van harte uit het boek te lezen en zelf te oordelen.
De vertaling van Vincent Hunink is vlot en goed leesbaar. Alleen kan ik zijn pogingen grappig bedoelde modernismen en anachronismen aan de tekst toe te voegen niet erg waarderen. Apuleius is leuk genoeg van zichzelf. Ook hadden de Griekse namen van mij onvertaald mogen blijven. Maar dat zijn details. Toch kopen dat boek. Het is absoluut de moeite waard. (Ko)
Mythologie
Speciale schooluitgave
Met talloze illustraties en kaartjes
30 blz. € 19,95
Van Goor/Unieboek, 2008
ISBN 978 90 475 02234Heer Bommel en het para-normale
over de magie in de Bommelsaga
door Willem Venerius
144 blz. € 15,-
Synthese, 2007
ISBN 978 90 62710409
De verhalen van Toonder onderscheiden zich van stripverhalen van anderen door de nadruk op het gesproken woord. Bij Toonder geen ballonetjes met korte gesproken teksten, maar eerder tekeningen die scenes uit het daaronder staande verhaal afbeelden. In zijn teksten is Toonder een briljant woordkunstenaar die op humoristische wijze moeiteloos allerlei uitdrukkingen en zinswendingen door elkaar vlecht. Alleen Kees van Kooten kan wat dat betreft in zijn schaduw staan.
Wat Toonder voor mij extra interessant maakt is het gebruik van occulte begrippen in zijn teksten. Zo is het verhaal Het booroog doorspekt met citaten uit de I Tjing, het oude Chinese orakelboek. De Chinezen Iet en Karnagel parafraseren regelmatig zinnen uit de I Tjing of zeggen Chinese woorden als 'foe' en 'tsjen' die de argeloze lezer als potjes-chinees naast zich neer zal leggen, maar die sleutelbegrippen uit de I Tjing zijn. In andere verhalen wordt gebruik gemaakt van de symboliek van het kaartleggen, of worden magische en hermetische begrippen met de tekst verweven. In het verhaal De astromanen is het de astrologie die model stond. Deze zaken worden niet als serieuze occulte leringen onder de aandacht van de lezer gebracht. Voor Toonder is occultisme verweven met het gewone leven en daarom gaan het natuurlijke en het bovennatuurlijke in zijn verhalen ook altijd naadloos in elkaar over. Daarbij steekt hij de draak met alles, zichzelf niet uitgezonderd, zonder de draad van zijn verhaal uit het oog te verliezen. De waarde van astrologie op zich laat Toonder onaangepast. maar in De Astromanen moeten heel wat astrologische fanatici het ontgelden. Die maken tenslotte van de astrologie een 'astromanie'.
Ik heb het boek van Willem Venerius met veel plezier gelezen. Het was in zoverre een inspiratie dat ik na het lezen van dit boek bij De Slegte een stel oude Bommelverhalen heb gekocht om me eens wat beter te verdiepen in de amusante observaties van deze sublieme woordkunstenaar. (Ko)
De Verborgen Kennis van het Oude Egypte
Door Erik Hornung
283 blz. € 24,50
Synthese, 2007
ISBN 978 906271033 1
Vanuit verschillende invalshoeken geeft Hornung een samenvatting van deze verborgen kennis. Hij laat zien wat schrijvers in de Oudheid er zelf van hebben gezegd en wat latere auteurs hiermee gedaan hebben. Alchemie, gnosis, Hermetica em magie worden elk in een eigen hoofdstuk beschreven. Het kenmerk van deze stromingen, hun Egyptische wortels en hun verspreiding over de wereld tot op heden toe, worden duidelijk en onderhoudend uiteengezet. In de Middeleeuwen en Renaissance werd vaak naar Egypte gekeken als bron van alle esoterische wijsheid. De Rozenkruisers en Vrijmetselaars namen Egyptische elementen in hun leringen en rituelen op. Blavatsky entte de theosofie met name op het Boeddhisme, maar richtte zich ook nadrukkelijk op Egypte. Haar eerste overzicht van de esoterische wijsheid heet niet voor niets Isis ontsluierd. Ook magische stromingen als The Golden Dawn namen veel Egyptische elementen in zich op. Als er geen Egyptische bronnen waren voor een bepaalde esoterische stroming, dan werden ze wel gemaakt, want Egypte werd door de eeuwen heen gezien als de bakermat van alle wijsheid. Zo werd de oorsprong van het tarotspel in Egypte gezocht. De invloed van het oude Egypte is tot op heden nog overal aanwezig. Hornung wijst meermalen op moderne nabootsingen van de oude Egyptische verrichtingen. Zo bevindt de hoogste obelisk in de wereld zich niet in Egypte, maar in Washington (170 meter hoog). Op het biljet van 1 dollar is nog steeds een piramide afgebeeld. Ieder die geboeid is door verborgen kennis, in wat voor vorm dan ook, kan ik dit boek van harte aanbevelen. (Ko)
Kalevala
het Epos der Finnen
Vertaald door Mies le Nobel
331 blz. € 19,90
Vrij Geestesleven, 2007
ISBN 789 90 6038 019
Een dergelijke vertaling biedt het grote voordeel dat de lezer in staat is de sfeer van het originele epos te ondergaan en dat er geen teksten worden weggelaten die de pro-bewerker niet interessant vond. Een nadeel is natuurlijk dat het keurslijf van de metrische vorm de vertaalster kan dwingen kreupel Nederlands te dichten of toch iets van de originele tekst af te wijken. In haar nawoord wijst Mies le Nobel op dit dilemma voor de keuze tussen een exacte of mooie vertaling. Het metrum van de versregels is een viervoetige trocheus, d.w.z. acht lettergrepen, die om en om de nadruk krijgen. Bijvoorbeeld: "Moeder die mij hebt gedragen". Dit metrum heeft ze zoveel mogelijk in stand gehouden, waarbij soms de gesproken tekst het metrum redt door een lettergreep weg te moffelen: "in de kist met koperen sloten" - dit zijn eigenlijk negen lettergrepen, behalve als je "koop-ren" zegt. De vertaling maakt spaarzaam gebruik van dergelijke kunstgrepen en wijkt soms noodgedwongen af - wat in het Finse origineel overigens ook het geval is. Een tweede kenmerk van de Finse tekst is het veelvuldig gebruik van alliteratie of stafrijm, waarbij het begin van woorden overeenkomt, bijvoorbeeld "zwarte zwanen". Dit kenmerk heeft Mies le Nobel noodgedwongen laten vallen, om het ritme en de betekenis zoveel mogelijk te kunnen handhaven. Een derde kenmerk van het origineel is dat twee versregels bij elkaar horen, waarbij de tweede vaak in andere woorden de eerste regel herhaalt. Bijvoorbeeld: "Aldus sprak zij tot haar dochter/ sprak de moeder tot het meisje." Dit komt ook in de vertaling tot uiting, aangezien de tekst volledig is vertaald en er niets is weggelaten.
Gegeven deze eisen en beperkingen heeft Mies le Nobel deze bijna onmogelijke taak op briljante wijze tot een goed eind gebracht. De tekst is mooi en statig, zoals het een oud epos betaamt, maar niet gekunsteld of ouderwets, zoals de prozavertaling van Ebbinge Wubben (zie onder). Als je de tekst leest, word je vanzelf meegevoerd door het ritme, waardoor de gebeurtenissen als in een trance of droom een magische zeggingskracht krijgen. Als voorbeeld wil ik een citaat geven uit de eerste rune, waarin Ilmatar, de dochter van de lucht, afdaalt op het water en wordt bevrucht door de wind en de golven, waaruit Väinämönen, een van de hoofdpersonen in het epos, wordt geboren. Ilmatar is duidelijk de Godin die de schepping van de wereld tot stand heeft gebracht, maar daarmee wel haar eigen onbeperkte vrijheid heeft prijs moeten geven: "Beter zou 't voor mij geweest zijn/ jonkvrouw in de lucht te blijven/ dan te zijn de watermoeder,/ drijvend eeuwig, zonder einde;/ kil en koud hier is mijn leven,/ pijnlijk is het hier te wijlen,/ dwalend in het rijk der golven,/ op het water voort te drijven."
Voor een samenvatting van de belangrijkste gebeurtenissen verwijs naar onderstaande recensie. Persoonlijk geef ik de voorkeur aan de prachtige, metrische vertaling, die erin geslaagd is de magische, heidense wereld van de oude Finnen tot leven te brengen. De ijle en wervelende tekeningen van André Maas drukken goed de sfeer van deze magische en ongrijpbare wereld uit. Ik kan iedereen deze vertaling van harte aanbeweven. (Ko)
Kalevala
het Finse Epos
Bewerkt door Inge Ott
Vertaald door J.C.Ebbinge Wubben
272 blz. € 19,90
Christofoor, 3e druk, 1986
ISBN 90-6238-077-8
Kalevala is een fascinerend boek. Soms wordt verwezen naar God, maar dat is dan meestal de oude Hemelgod Ukko. En er zijn meer Goden, zoals Tuoni, de God van de Dood. De Grote Godin, die ooit in deze streken aanbeden werd, speelt nog een rol als Louhi, de machtige heerseres over het Land van het Noorden. Als ze haar zin niet krijgt, sluit ze de zon en de maan in een spelonk op en hult de aarde in duisternis. Dit voorbeeld laat tevens de heerlijk ongekunstelde en naïeve samenleving zien waarin deze verhalen ontstonden. De zon, de maan en de Grote Beer worden in een van de verhalen verliefd op een mooi meisje, Kyllikki, en dingen naar haar hand. Maar ze wijst ze af.
Kalevala speelt zich af in een magische wereld, waarin zanger-tovenaar Väinämöinen alleen door zijn liederen alles kan veranderen waarin het hem zint. Ook de visser Lemminkäinen beschikt over magische krachten. Alle meisjes uit de streek Saari vallen voor hem, behalve Kyllikki, die ook hem afwijst. De moeder van Lemminkäinen beschikt over grotere krachten dan hij. Ze kan naar willekeur haar gedaante veranderen en als hij wordt gedood en in stukken gesneden in de Rivier van de Dood wordt gegooid, weet zij hem eruit te halen en weer tot leven te brengen.
De smid Ilmarinen is een andere held in deze verhalenbundel. Ook hij beschikt over magische krachten en hij brengt vele onmogelijke opdrachten tot een goed einde in de hoop de dochten van Louhi daarna te mogen trouwen. Hij is, net als Väinämöinen en Lemminkäinen, een echte volksheld die zich door zijn ruwheid en lompheid altijd in de nesten werkt, waar hij zich door zijn sluwheid, moed en magische kracht weer uit weet te redden.
Het moet me van het hart---- dat Johan Conrad Ebbinge Wubben (geboren 1915), die al vele vertalingen op zijn naam heeft staan, dit epos uiterst kreupel, houterig en ouderwets vertaald heeft. Waarschijnlijk heeft hij gedacht dat ouderwets taalgebruik ("Ukko, God in den Hoge") de verhalen een respectabele ouderdom zou toedichten. Zo gebruikt hij ook vaak het hopeloos ouderwetse woord "wicht", vreemd genoeg niet voor meisjes, maar voor mannen. Ook heeft hij een voorkeur voor vreemde woorden, die ik nog nooit gehoord had. Zo noemt hij een hamer "slegge". Op bijna elke bladzij staat wel een zin die ik hoofdschuddend maar naast me neer heb gelegd. Door dat mottige taalgebruik moet je je even heenbijten. Dan gaat een fascinerende magische wereld voor je open, een wereld waarin de Lijsterbessen op het erf nog heilige bomen zijn en dorpelingen uit hout en stenen een eland kunnen maken die tot leven komt. (Ko)
Wicca Voor Beginners
basisprincipes, filosofie, praktijk
256 blz. € 12,50
Mynx, 2007
ISBN 978 90 225 4765 6
Thea Sabin is een Amerikaanse hogepriesteres, ingewijd in 'een Britse stroming van Wicca', Gardneriaans, mogen we aannemen. In haar boek komen alle belangrijke aspecten van de Wicca aan de orde: de magische Cirkel, de elementen, de Jaarfeesten, de werktuigen, magie en de God en de Godin. Thea Sabin is goed op de hoogte van de verschillende varianten die er bestaan en behandelt die duidelijk en overzichtelijk, zonder de ene stroming op te hemelen en de andere af te keuren. Steeds als ik dacht: 'O, maar dat doen wij heel anders' werd ik op mijn wenken bediend en legde ze in de volgende paragraaf uit dat er ook Wicca's zijn die er heel andere opvatingen, rituelen en gebruiken op nahouden.
Het boek begint met de vraag van wat Wicca is en een kort overzicht van de verschillende zienswijzen die je hierin kunt tegenkomen. De auteur benadrukt voortdurend en terecht dat Wicca een individueel pad is en dat wat voor een ander werkt jou niet hoeft aan te spreken. Dan doe je het gewoon anders. De een voelt zich thuis in een traditionele Coven, de ander werkt liever in een informele groep en nog weer anderen werken liever alleen. Dat is allemaal mogelijk binnen de kaders van wat Wicca inhoudt.
Voor iedereen die zich met Wicca wil bezighouden geldt dat je bepaalde ethische principes in acht dient te nemen en dat je je bepaalde vaardigheden eigen dient te maken. De vaardigheden hebben te maken met het werken met energieën. Daarvoor is het nodig dat je leert te visualiseren, jezelf te aarden en jezelf zonodig af te schermen. Die basisvaardigheden worden in de inleidende hoofdstukken duidelijk en op de praktijk gericht uitgelegd. Via internet kun je genoeg feitenkennis over Wicca verzamelen, maar die basisvaardigheden worden vaak voor kennisgeving aangenomen en overgeslagen. Thea Sabin benadrukt dat je geen uitzonderlijke vermogens nodig hebt om Wicca te worden, maar zonder die basisvaardigheden werkt het niet of gaan de dingen met je op de loop.
Over het algemeen is het boek door Fanneke Cnossen uitstekend vertaald. Alleen heb ik er nooit van gehoord dat de werktuigen binnen de Wicca (athame, staf, kelk, e.d.) ook worden aangeduid als "speeltjes". Waarschijnlijk is het foute vertaling van het Engelse woord "tools" (werktuigen). Een kniesoor die daarop let. Een uitstekend en glashelder boek dat ik van harte wil aanbevelen bij iedereen die zich in Wicca wil verdiepen. (Ko)
Paulus en de Eikelmannetjes
door Jean Dulieu
242 blz. € 15
Leopold, 4e druk, 2007
ISBN 978 90 258 5132 3
Vanaf 1955 heb ik met rode oortjes geluisterd naar de hoorspelen, die om 7 uur 's avonds werden uitgezonden en ik vond ze geweldig! Later keek ik met mijn zoon naar de filmpjes op tv. Ook hij kan er nu nog lyrisch over vertellen. Ik ben dan ook erg blij met deze heruitgave van het beste boek dat Jean Dulieu heeft gemaakt. Zoals alle verhalen, boeken en filmpjes over Paulus is het spannend en ook bijzonder grappig. Het boek gaat over Paulus die door de eikelmannetjes wordt gekozen tot hun koning. De heks Eucalypta heeft hier met haar zelf gebrouwen toverpoeder een grote bijdrage geleverd. Ze wil die lastpak kwijt, weg uit het bos! Paulus beleeft veel spannende avonturen, maar komt uiteindelijk door de hulp van zijn vriend Oehoeboeroe de uil weer terug in zijn huisje. Was het nu een droom? Of toch niet? Goed voor veel spannend (voor)leesplezier. De tekeningen zijn prachtig. Hulde aan de uitgever Leopold voor deze prachtige uitgave. (Joke)
Vrouw Holle
een sprookje van Grimm
20 blz. € 13,50
Christofoor, 1992
ISBN 90 6238 500 1
Door de eeuwen heen werd Holda voorgesteld als goed en slecht en werd ze vaak gezien met een kroon en gezeten in een koets. Wie hielp om de kapot gegane koets te repareren, werd vorstelijk beloond. In de volksverhalen woonde Holda in een bron of vijver. In het sprookje van Vrouw Holle, dat door Jacob en Wilhelm Grimm is opgetekend, (zie de recensie van de sprookjes van Grimm op deze pagina), woont Vrouw Holle in een put. Ze beloont een lief en ijverig meisje dat in de put valt en straft haar luie en harteloze zuster. Deze uitgave van Christofoor volgt de tekst van Grimm en is prachtig geïllustreerd door Kirsten Höcker. (Joke)
Prinsesje in het bos
Sybille von Olfers
18 blz. € 12,90
Christofoor, 1994
ISBN 90 6238 558 3
De wortelkindertjes
20 blz. € 12,90
Christofoor, 5e druk,2001
ISBN 90 6238 216 9
In 1906 verscheen haar bekendste boek, Het verhaal van de Wortelkindertjes. Dit vertelt over de wortelkindertjes, die in de winter diep in de grond slapen, tot de zon de sneeuw laat smelten en Moeder Aarde de kindjes wekt met haar lichtje. De wortelkindjes gaan onder het zingen van lenteliedjes hun jurkjes naaien, kevertjes poetsen en schilderen, waarna ze in een feestelijke optocht allemaal naar boven gaan en feestvieren. Tot de herfst komt en ze weer terug gaan naar Moeder Aarde.
In 1909 verscheen Prinsesje in het bos, een verhaal over prinsesje Annelijntje, die na het dansen met de boskindertjes door ze wordt gekapt en aangekleed. Daarna ontbijt ze en gaat met meester Raaf het bos in om planten te zoeken. Als ze gespeeld heeft met de paddestoelkinderen is het avond en gaat ze in optocht met de sterrenkinderen naar het kasteel terug, waarna ze haar naar bed brengen.
Allebei de boeken zijn getekend in Jugendstil, een stijl waar ik zelf erg van houd. Net als bij de eigentijdse boeken van Daniela Drescher (zie mijn recensie hieronder), zijn ze niet alleen sprookjesachtig, maar ook nauwgezet getekend. Beestjes en planten zijn duidelijk herkenbaar, ook voor de kleintjes, waar deze boeken duidelijk voor bedoeld zijn. Ik ben blij dat een uitgever als Christofoor ervoor zorgt dat deze boeken in het Nederlands worden uitgegeven en ik hoop dat ze dat nog voor vele generaties zullen blijven doen. (Joke)
Kom mee naar Dwergenland
Daniela Drescher
20 blz. €
Christofoor, 2e druk, 2006
ISBN 90 6238 793 4
Kabouteravontuur
28 blz. €
Christofoor,2007
ISBN 13 978 90 6238 832 5
Ik heb hier voor me de twee laatste boeken die Daniela Drescher heeft geschreven en geïllustreerd. Van de andere twee vind je elders op deze pagina een recensie. En ik moet zeggen dat de boeken steeds mooier worden. Kabouteravontuur gaat over boskabouter Nepomuk Houtspaander. Hij doet uitvindingen en zijn beste tot nu toe is een heteluchtballon met vleugelbesturing. Per ongeluk gaat de ballon omhoog en samen met buurman Tibor reist hij naar het land van de Tsjirpende Krekels, waar hij een spannend avontuur beleeft. Gelukkig komen ze weer behouden thuis.
Het boek Kom mee naar Dwergenland verhaalt in versvorm over de seizoenen. Zoals ik al zei gaat Daniela Drescher steeds mooier illustreren. Ook haar kleurgebruik is prachtig. Beestjes en planten zijn heel natuurgetrouw afgebeeld en de kabouters zien eruit zoals kabouters er behoren uit te zien. Een prachtige serie boeken. Ik hoop dat er nog veel zullen volgen. (Joke)
Heksenheisa
door Mary Schoon
96 blz. € 9,95
Van Holkema & Warendorf, 2007
ISBN 978 90 475 0002 5
Voordat ze bij Hella zijn, beleven de heksen veel spannende en gevaarlijke avonturen, terwijl Rawanda hun verwaarloosde huisje voor zichzelf opknapt. Natuurlijk loopt het goed af en gaan de heksen terug. Ze denken dat Rawanda hun huis als beloning voor ze heeft opgeknapt. Samen met haar kat Snorhaar vliegt de boze Opperheks weg. Leuk en spannend verhaal met grappige tekeningen. (Joke)Incarnatie
De vier hoeken en de maansknopen
255 blz. € 24,95
Hajefa, 2007
ISBN 978 90 77677 16 2
Als eerste kennismaking met de astrologie is dit waarschijnlijk niet zo'n goede inleiding, maar als je er al iets over weet, kan dit boek helpen een aantal lacunes in je kennis aan te vullen, zodat ook het geheel duidelijker wordt. Het is zeer zeker geen technisch verhaal dat alleen doorgewinterde astrologiefanaten kunnen volgen. Maar ook wie al lang met astrolgie bezig is, kan hier verhelderende nieuwe gezichtspunten opdoen. Ook de betekenis van de maansknopen wordt uitgebreid behandeld. Een aanrader. (Ko).
De Silmarillion
door J.R.R.Tolkien
415 blz. € 19,95
Mynx, 2007
ISBN 978 90 225 4771 7
Het boek begint met Ainulindalë, een prachtig scheppingsverhaal, dat later door Tolkien weer werd geschrapt, maar gelukkig door zijn zoon weer aan het boek is toegevoegd. In het begin was er alleen Eru (De Ene) die in het niets bestond en daarin een aantal wezens schiep, Ainur genaamd. Omdat hij de oorsprong van alles was, werd Enu ook wel Iluvatar (Alvader) genoemd. De Ainur scheppen een virtuele wereld door muziek te maken. Alle muzikale thema's harmoniëren met, en variëren op, het door Iluvatar gegeven grondthema. Alleen Melkor is opstandig en zijn muziek wekt vaak spanningen op door afwijkingen en disharmonie. Iluvatar maakt de door de Ainur gemaakte muziek zichtbaar om de Ainur te laten zien wat ze hebben geschapen en vooral om Melkor daarmee tot inkeer te brengen. De Ainur zijn verbaasd en verrukt door de zichtbaar gemaakte schepping, waaraan ze allen hebben bijgedragen. Hierin komen ook Elfen en Mensen voor, die alleen door Iluvatar zijn bedacht en daarom "de kinderen van Iluvatar" worden genoemd. Iluvatar stemt erin toe dit visioen werkelijkheid te laten worden en daarmee is de wereld ook feitelijk geschapen.
Het boek is te complex om samen te vatten. In feite is het al een uittreksel uit de zelfbedachte mythologie die Tolkien in zijn hoofd had en nog van plan was uit te werken. Sommige hoofdstukken, of delen daarvan, zijn daarom moeilijk leesbaar omdat het een compacte opsomming van feiten en geslachten van Elfen of Mensen betreft. Op andere momenten heeft Tolkien de verleiding niet kunnen weerstaan om dieper op het onderwerp in te gaan en dat levert soms fascinerende verhalen op. Het boek beschrijft hoe de wereld zich ontwikkelt. De Valar hebben hun intrek genomen op een eiland in het verre westen en bemoeien zich niet met wat er gebeurt in Midden_Aarde, de streek waar Elfen en Mensen zich vestigen. Melkor vestigt zich ten noorden van Midden-Aarde. Hij is de machtigste onder de Valar, maar in zijn onstilbare honger naar meer macht wil hij de hele wereld onder zijn heerschappij brengen. Hij is een geslepen intrigant die Elfen en Mensen op zijn hand probeert te krijgen en tegen elkaar op te zetten. Een aantal Elfen worden door hem gevangengenomen en door zijn boosaardige invloed weet hij ze om te vormen tot Orks, monsterachtige wezens die hem als hun heer erkennen. Bij de schepping van de wereld schiep Iluvatar niet alleen de Vainur/Valar, maar ook de Maiar, mindere Goden, die de Valar dienen. Een van deze Maiar, Sauron, dient Melkor. Als Melkor Midden-Aarde onder de voet dreigt te lopen, roepen de Elfen de hulp van de Valar in. In een oorlog weten de Valar Melkor te verslaan en te ketenen. De Valar nodigen de Elfen uit zich te vestigen in Valinor, het land in het Westen waar ze zelf ook wonen. Slechts een deel van de Elfen geeft hier gehoor aan. De anderen blijven achter.
In Midden-Aarde is Sauron aan de wraak van de Valar ontsnapt en hij zet het werk van Melkor voort. Door in te spelen op de hebzucht en machtswellust van de Mensen weet hij ze tegen elkaar en tegen de Elfen op te zetten. Na zijn tijd geketend te hebben uitgezeten wordt Melkor door de Valar vrijgelaten. Hij gaat terug naar Midden-Aarde en wordt nu Morgoth (De Zwarte Vijand) genoemd. Hij weet zijn greep op de wereld terug te krijgen en dreigt opnieuw de hele aarde aan zich te onderwerpen. Veel Mensen en ook Elfen strijden aan zijn zijde mee. Opnieuw trekken de Valar tegen hem ten strijde en slaan hem opnieuw in de boeien, waarna ze hem "achter de muren van de wereld in de tijdloze leegte" werpen. De mensen die de Valar trouw gebleven waren, krijgen een eiland in het Westen, alleen door de zee gescheiden van Valinor. Ze worden Numenoreanen genoemd, naar de naam van het eiland, Numenor. Gedreven door eerzucht en opgehitst door Sauron, die opnieuw ontsnapt was, komen de Numenoreanen na verloop van tijd in opstand tegen de Valar en erkennen Melkor als enige God, die ze vereren in een tempel waar ook mensenoffers worden gebracht.
Dit is in grote lijnen de struktuur van De Silmarillion. Ik heb vele verhaallijnen buiten beschouwing gelaten, zoals de betekenis van de Simarillen waaraan het boek zijn naam ontleent. Die moet je zelf maar uit het boek halen. Het is een belangrijk boek, dat als geen ander de wereld van Tolkien voor de lezer zichtbaar maakt. De meer in detail beschreven verhalen zijn vaak fascinerend en aangrijpend. De droge geslachtsregisters en opsommingen van veldslagen die gevoerd zijn, moet je maar voor lief nemen. Sla ze niet over, want dan raak je de draad kwijt. Tolkien was als professor in de Germaanse talen werkzaam aan de Universiteit van Oxford en wist zich op dit gebied grote faam te verwerven. Toch is zijn epos vaak eerder Keltisch dan Germaans georiënteerd. Over de reuzen die zo'n grote rol spelen in de Noordse mythen, wordt niet gerept. Wel spelen de Elfen, die ook in Keltische legenden veelvuldig genoemd worden, een grote rol. De talen die hij speciaal voor dit epos ontwierp, zijn eerder op de Keltische dan op de Germaanse talen gebaseerd. Tolkien was niet de eerste die een heel eigen mythologie ontwierp. De dichter William Blake (1757 - 1827) ging hem hierin voor. Wel heeft Tolkien als geen ander de grondslag gelegd waarop vele schrijver van fantasy en science fiction hebben voortgebouwd. Kortom, een boek om niet te missen, als je het al niet gelezen hebt. (Ko)
De Kinderen van Hurin
door J.R.R.Tolkien
317 blz. € 22,95
Mynx, 2007
ISBN 978 90 225 4764 9
Hurin was een Elfenkoning die tegen de duistere God Morgoth (zie boven) vocht en door hem gevangengenomen werd. Over Hurin en zijn nageslacht wordt een vervloeking uitgesproken. Turin, de zoon van Hurin, is een geboren leider en door zijn heldhaftige gedrag lijkt hij de aangewezen persoon om het verzet tegen Morgoth te leiden. De vloek blijft hem echter achtervolgen en al zijn heldendaden kunen hem niet onttrekken aan de schaduw die over zijn bestaan blijft vallen. Het geniale van Tolkien is dat hij dit niet weergeeft als een dreiging van buitenaf die Turin het leven zuur maakt. Steeds is het zijn eigen falen waarover Turin struikelt, zijn eigen fouten en tekortkomingen die hem parten spelen. Zo biedt de Zeegod Ulmo hem de helpende hand en raadt hem aan de stad die door Turin wordt verdedigd hermetisch af te sluiten en te versterken. Trots als hij is, slaat Turin deze raad in de wind en doet met zijn leger een uitval. Zijn leger wordt verslagen en voordat hij terug is in de stad, is deze door de vijand verwoest.
Naarnate het verhaal vordert, wordt de dreiging van het noodlot steeds sterker. Morgoth wordt steeds sterker en dreigt de hele wereld aan zich te onderwerpen. De Valar, de Goden, zullen uiteindelijk Morgoth verslaan, zoals in De Silmarillion wordt verteld, maar dat weet Turin natuurlijk niet. Hij heeft geen enkel vertrouwen in de Goden omdat hij weet dat Morgoth een van hen is. Hij staat er alleen voor en al zijn daden en beslissingen keren zich alleen maar tegen hem. Zijn wanhopige zoektochten naar zijn moeder Morwen en naar zijn zuster Nienor, die hij nooit heeft gekend, blijven zonder resultaat. Zijn enige lichtpuntje is zijn ontmoeting met het meisje Niniel. Ze worden verliefd op elkaar en trouwen. Een ander lichtpuntje is zijn grootste heldendaad: het verslaan van de door Morgoth geschapen draak Glaurung, tegen wie niemand bestand was. Opnieuw is het zijn trots die hem parten speelt. In zijn trots beschimpt hij de gevelde draak en trekt zijn zwaard uit diens buik, waarbij hij zichzelf dodelijk verwondt. Voordat hij steft onthult de draak dat zijn vrouw Niniel niemand anders is dan zijn verloren zusje Nienor. Opnieuw heeft zijn noodlot hem ingehaald. Een briljant en aangrijpend verhaal dat in deze vorm beter tot zijn recht komt dan verdeeld over verschillende boeken en geschriften. Met dank aan Christopher Tolkien. (Ko)
De Kracht van de Aarde
magie met natuurlijke middelen, rituelen en formules
160 blz. € 18,90
Akasha, 2007
ISBN 978 90 77247 55 6
Na een inleidend eerste deel over de principes van magie, geeft het tweede deel een praktische handleiding voor het werken met 'De magische kracht van de elementen'. In het derde deel, Natuurmagie, komen in acht hoofdstukken aan de orde: magie met stenen, bomen, afbeeldingen, knopen, kaarsen, gesmolten was, spiegels, regen, nevel en storm en tenslotte de zee. De auteur geeft in elk hoofdstuk vele voorbeelden van rituelen, magische handelingen en spreuken die je kunt gebruiken om de betreffende krachten te benutten om een gewenst doel te bereiken. Als je al wat ervaring hebt met het doen van magisch werk kan dit boek je beslist nog wel op ideeën brengen.
Een nadeel van de gekozen struktuur van het boek is dat een groot aantal oplossingen worden geboden: hoe los je, bijvoorbeeld, problemen op met knopenmagie - zie hoofdstuk 12. Maar gewoonlijk gebruik je magie omdat je een probleem hebt. Je bent bijvoorbeeld verlegen en je wilt wat zelfverzekerder worden. Waar vind je dat? Het hele boek doorlezen tot je iets tegenkomt dat je kunt gebruiken? Dat is niet handig. Mijn advies is het boek goed te lezen vóórdat je een probleem hebt en aantekeningen te maken van de rituelen en technieken die je wel aanspreken. Dan kun je daarop terugvallen als je écht een probleem hebt.
Door Anneke Huyser is het boek zorgvuldig vertaald. Daarbij neem ik mijn petje af voor de vertalingen van de berijmde spreuken. Het rijm en ritme van de vertaling klopt en de boodschap van Cunningham wordt toch heel goed overgebracht. Jammer is wel dat de illustraties van Robin Wood niet in de vertaling zijn overgenomen en dat de bibliografie van Cunningham is weggelaten. Daarin geeft hij toch de bronnen die hem inspireerden tot dit boek. Wel is in plaats daarvan een literatuurlijst van Nederlandse publicaties opgenomen, waaronder ons boek De Kringloop van het Leven. Om het samen te vatten: De Kracht van de Aarde is een handig en leerzaam boek voor beginners en gevorderden op het magische pad, als je het eerst een goed doorleest (en dat is geen straf). (Ko)
De Magie van het huishouden
plezierig poetsen en boenen in huis, geest en wereld
155 blz. € 14,95
Forum, 2007
ISBN 978 90 226 4773 1
Met talloze voorbeelden laat Yoeke zien hoe je "vervelende" schoonmaakklussen zinvol kunt maken door er heel bewust mee bezig te zijn. Dat beschrijft ze met veel humor, zonder ooit flauw of belerend te worden. Een aardige illustratie hiervan is haar beschrijving van het stofzuigen: "Het hele lichaam komt in beweging bij deze prachtige power-health-machine: de voeten leiden ons in een trage dans van rechte lijnen door de slaapkamer, de armen zwaaien de zuigstang van voor naar achteren. De kalmerende bromtoon brengt de geest in een rustige staat terwijl de neerslag van onze activiteiten pruttelend verdwijnt in de kleurige stofzuigen." Ik zal nooit meer kunnen stofzuigen zonder te weten dat ik in feite het middelpunt ben van dit kosmische drama! Niets is te klein of afstotelijk om onbelangijk te zijn. Alle dingen die we bezitten vertellen hun eigen verhaal, maar ook ons afval of de stofjes die zich in huis vormen, hebben je iets te vertellen - als je er open voor staat. Met duidelijke en eenvoudige oefeningen leert Yoeke de lezer bewust met al deze zaken om te gaan en de diepere zin van de simpelste handelingen te doorgronden. Ik heb eens een boekje gelezen van Krishnamurti, waarin hij de lezer duidelijk maakte dat mediteren helemaal niet vereist dat je allerlei moeilijke technieken beheerst en talloze ge- en verboden in acht neemt. Je kunt gewoon mediteren terwijl je in de bus naar huis zit of over straat loopt, zegt Krishnamurti, als je leert heel bewust te zijn van het hier en nu en niet met je gedachten afdwaalt naar het verleden, het elders of de toekomst. Dat is denk ik ook wat Yoeke Nagel ons wil bijbrengen en dat is haar heel aardig gelukt. De humorische illustraties van Pol Wijnberg zijn zeer geslaagd te noemen. Wie meer wil weten over de activiteiten van Yoeke Nagel kan terecht op haar site www.yoeke.com. Een echter aanrader dit boek. (K0)
Jezus en de Verloren Godin
de geheime leringen van de oorspronkelijke christenen
383 blz. € 24,50
Synthese, 2007
ISBN 978 906271011 9
De eerste christenen waren gnostici, zoals de auteurs ook in De lachende Jezus uiteenzetten. De gnostische christenen gingen ervan uit dat het goddelijke in ieder mens zit en ieder mens gelijk aan Jezus kan worden als hij de eenheid van het al ervaart. Het Heilig Huwelijk tussen de God en de Godin was in heidense religies een hulpmiddel om die essentiële eenheid te ervaren. Voor de gnostische christenen was er niet alleen Jezus, de mannelijke pool, maar ook een vrouwelijke, goddelijke kracht. Die werd aangeduid als Sofia (Grieks voor 'wijheid'), Achamoth (Hebreeuws voor 'wijsheid'), Zoë (Grieks voor 'leven') of Psyche (Grieks voor 'geest'). Sophia werd in mythen beschreven als een Eon, een emanatie of afsplitsing van de onbekende goddelijke kracht waaruit alles uiteindelijk was voortgekomen. Ze kende echter haar afkomst niet en raakte verstrikt in de materie waarin ze afdaalde. Jezus was in deze mythen een vergelijkbare afsplitsing van het goddelijke. Het ervaren van de eenwording van Jezus en Sofia was voor de gnostische christenen een manier om de wezenlijke eenheid van het heelal te ervaren.
Een historische Jezus heeft er volgens Freke en Gandy nooit bestaan. Zijn mythen ontstonden in de eerste eeuw en er waren vele varianten. Geleidelijk aan kwamen bepaalde thema's in de mythen steeds vaker aan de orde en begon zich een bepaald beeld uit te kristalliseren. Jezus zou een aantal leerlingen of discipelen rond zich verzameld hebben De Godin nam in deze vroege mythen soms de gedaante aan van Maria Magdalena, een van zijn favoriete discipelen, die samen met hem de eeuwige cyclus van afdaling in de stof en terugkeer naar de geest uitbeeldde.
In de loop van de 2e en de 3e eeuw vond er een kentering plaats. De symbolische en cyclische mythen rondom Jezus werden door een minderheid in de christelijke gemeenschap uitgeroepen tot historische feiten die ooit werkelijk hadden plaatsgevonden. Freke en Gandy noemen ze 'literalisten' omdat ze mythen letterlijk namen. Het was een minderheid die snel groeide en een steeds steviger geep op de macht kreeg. Uit de vele mythen rondom de figuur Jezus werden er een paar uitgekozen, gekuist, veranderd en daarna opgenomen in de canon die het Nieuwe Testament zou vormen. Afwijkende geschriften werden verboden en vernietigd. De gnostische christenen werden tot ketters uitgeroepen en zo goed als uitgeroeid. Daarna werden de gnostische christenen voorgesteld als een minderheid die een afwijkende, ketterse mening had. Terwijl zij juist de oorspronkelijke christenen waren geweest. Binnen de nieuwe orde werd seksualiteit uitgebannen. Alle sporen van de gnostische Godinnen werden uitgewist en alle verwijzingen naar het Heilig Huwelijk van Jezus en de Godin werden vernietigd. Bijna allemaal. De Nag Hammadi-geschriften (zie elders op deze pagina) bevatten veel van de 'ketterse' geschriften van de gnostische christenen.
Het is niet de bedoeling van Freke en Gandy de oude mythen weer nieuw leven in te blazen om daarmee het oude gnostische christendom in ere te herstellen. Die mythen waren goed voor die tijd, zeggen ze. En als je werkelijk openstaat voor het mysterie van het leven, dan kun je je eigen manier zoeken om het Al te ervaren. Daar heb je geen Christus, zelfs geen gnostische Christus voor nodig. Daar sluit ik me graag bij aan. Zonder meer een aanrader, deze speurtocht naar Jezus en de verloren Godin. (Ko)
De lachende Jezus
Religieuze leugens en gnostische wijsheden
301 blz. € 19,95
Synthese, 2006
ISBN 90 6271 995 3
In het eerste deel nemen de auteurs de bijbel en de koran onder de loep en rekenen genadeloos af met alle mythen die de joden en christenen hebben bedacht om de bijbel meer gezag en aanzien te geven. Het Oude en het Nieuwe Testament, concluderen ze, 'werden bijeengebracht door sectarische literalisten die eropuit waren om hun eigen macht en gezag te vestigen en in stand te houden.'(p 91). In de eerste eeuw v.Chr. waren dat de Joodse fundamentalisten, die een sterke Joodse staat wilden stichten en de oudere verhalen herschreven en aanvulden om daarmee de mythe van het uitverkoren volk te scheppen. Deze propaganda-geschriften vormden uiteindlijk het oude testament. Daarbij deed de waarheid minder terzake dan de waarde als propaganda. Veel van de verhalen missen elke historische grondslag. Dat de Joden onder Mozes uit Egypte zijn getrokken lijkt een verzonnen verhaal. De Joden waren waarschijnlijk gewoon Palestijnen, die alleen hun stamgod Jahweh tot enige God wilden uitroepen, zodat ze zich boven alle andere stammen verheven konden voelen. Het Nieuwe Testament is zorgvuldig uitgekozen uit een groot aantal geschriften en sterk veranderd in de derde eeuw om daarmee de macht van de kerk en de paus, als plaatsvervanger van Petrus, stevig te verankeren en uit te breiden.
De koran komt er in dit boek geen haar beter af. De auteurs laten zien dat Mohammed aanvankelijk een mysticus was die in visioenen zag dat hij als profeet geroepen was door God. Hij erkende de Joodse profeten, zag Jezus ook als een profeet en zichzelf als de laatste profeet die nu de hele waarheid zou onthullen. Toen hij zowel door de Joden als door de christen werd verworpen, ontwikkelde Mohammed zich 'van mysticus tot bendeleider'. Onder zijn leiding werd het Arabische schiereiland veroverd en op gruwelijke wijze gezuiverd van Joden en christenen. De stamgod Allah werd aanvankelijk naast 350 andere Stamgoden vereerd in de Ka'aba in Mekka, maar Mohammed slaagde erin de concurrentie volledig uit te schakelen, tot tenslotte Allah als enige God overbleef. Naarmate de strijd zich uitbreidde, werd de toon van de openbaringen die Mohammed doorkreeg grimmiger. Meer dan dertig jaar na zijn dood werden alle geschriften verzameld en in een merkwaardige volgorde (van de kortste tot de langste) achter elkaar gezet tot wat toen de Koran werd.
In heb de Bijbel gelezen en ik heb de Koran gelezen en ik kan niet anders dan de auteurs gelijk geven. Beide boeken zijn een propagandistisch geschrift dat oproept tot volkerenmoord en absolute gehoorzaamheid aan een wrede en onberekenbare God. In de Bijbel wordt de moord op de Palestijnse buurvolkeren uit naam van God gerechtvaardigd. In de Koran worden de Joden soms het uitverkoren volk genoemd en soms, samen met de christenen, beschreven als ongelovigen die uitgeroeid moet worden en eeuwig in de hel zullen branden. Macht is de drijfveer achter de grote religies, versluierd achter zogenaamde openbaringen en de wil van God.
Soms gaan de auteurs wat kort door de bocht. Zo stellen ze dat de aartsvaders als Abraham en Isaac nooit bestaan hebben en zijn bedacht als propagandastunt in de eerste eeuwen voor Christus. Ze gaan daarbij voorbij aan, of zijn onwetend van, het feit dat veel van deze verhalen veel ouder zijn dan de Bijbel. Zo zijn rond 1500 v.Chr., dus 1000 jaar voordat de eerste boeken van het Oude Testament werden opgetekend, al verhalen over Abraham opgeschreven, die in Embla, nu noordelijk Syrië, zijn teruggevonden.
De auteurs gaan ervan uit dat Jezus als historische persoon nooit heeft bestaan en dat zijn dood en wedergeboorte door de gnostici symbolisch werd opgevat. Dat lijkt heel aannemelijk. Veel gnostische geschriften geven aan dat ieder die het pad van Jezus heeft bewandeld, gelijk aan hem zal worden. Het kwam de machthebbers in de kerk niet te pas dat mensen het Goddelijke in zichzelf gaan ontwikkelen. Daarom zijn de gnostici wreed onderdrukt en vervolgd. In mijn recensie van de Nag Hammadi-geschriften, elders op deze pagina, ga ik hier dieper op in.
In het tweede deed van het boek geven de auteurs aan dat er ook een andere manier is om met spiritualiteit om te gaan dan door je te onderwerpen aan de machthebbers die hun macht op heilige boeken baseren. Daarbij maken ze gebruik van het begrip polariteit. De Literalisten gaan uit van een dualiteit, waarbij de eigen religie als de enig juiste wordt afgezet tegen de leugens of het verdorvene van andere inzichten. Bij een polariteit is er voortdurend sprake van verschillende gezichtspunten en opvattingen die elkaar aanvullen. Zo ben je als mens een in plaats en ruimte bestaand object, maar tegelijk maak je deel uit van een allesomvattend bewustzijn. Vanuit dit universele bewustzijn is het leven een droom. In die levensdroom kun je zeer waardevolle en aangename ervaringen opdoen. Veel gnostische geschriften stellen de materie als minderwaardig voor, een gevangenis waaruit je ziel moet proberen te ontsnappen. Freke en Gandy stellen dat je kunt genieten van het leven en je toch kunt openstellen voor het bewustzijn waarvan je deel uitmaakt. Ze geven de vergelijking met het kijken naar een film op tv. Als je je daar helemaal in verliest, kun je fijne, maar ook gruwelijke ervaringen opdoen. Als je voordurend tegen jezelf zegt dat het maar een film is en dat het werkelijke leven pas begint als de film is afgelopen, dan heb je er ook niets aan.
Een briljant boek, dat me op bepaalde punten wel aan het denken heeft gezegd. Een aanrader voor iedereen die een open oog heeft voor spiritualiteit in de meest brede zin van het woord. (Ko)
De Weg Naar De Oude Mysteriën
inleiding tot de westerse mysterietraditie
Door Ina Cüsters-van Bergen
383 blz. € 32,50
Akasha, 2007
ISBN 978 90 77247 60 0
Tussen 1970 en 1980 heb ik me vrij intensief beziggehouden met de kabbala en andere vormen van de westerse mysterietraditie. Destijds zou ik dit boek met rode oortjes gelezen hebben en ik moet toegeven dat het er beter uitziet dan de meeste boeken die ik op dit gebied heb gelezen. Ina heeft de gave ingewikkelde en vage begrippen duidelijk en overzichtelijk uit te leggen. Veel boeken over de kabbala beperken zich min of meer tot een beschrijving van de levensboom met zijn tien sferen, sefiroth genaamd. Daar kun je veel van leren, maar die boom blijft dan een beetje in de lucht hangen. Door Ina wordt de boom stevig geworteld in de westerse mysterietraditie. Basisbegrippen als pathworking, de elementen, magie en Hermetische kennis worden uitgelegd. Basisoefeningen leren je op een praktische manier met deze materie om te gaan en niet te blijven steken in theoretische bespiegelingen. Dat gevaar ligt altijd op de loer en daarom ben ik destijds ook weer met de kabbala gestopt, omdat het me allemaal te mentaal en te intellectueel was. Ik dacht dat het simpeler moest kunnen, dat ik het goddelijke moest kunnen ervaren zonder de ballast van al die kennis. Ik denk dat de westerse mysterietraditie gewoon niet mijn pad is en dat ik daar altijd in een doodlopende steeg was beland. Voor talloze anderen biedt deze traditie wel een perspectief en het boek van Ina Cüsters kan je daar uitstekend bij helpen om dat af te tasten. En als het je aanspreekt kun je ook voor de praktijk terecht bij www.templeofstarlight.eu. Ik hou het maar bij Wicca, maar ben toch wel blij met dit mooie overzichtelijke boek.Een sterke aanrader, dit boek. (Ko)
De positieve invloed van kleuren
ontdek en gebruik de kracht van uw persoonlijke kleuren
Door Mary Lambert
144 blz. € 19,95
Deltas, 2007
ISBN 13 978 90 447 1364 0
In het derde deel wordt besproken hoe je kleuren in huis kunt gebruiken en wordt ingegaan op de feng shui principes en de vijf elementen die hiermee samenhangen. Belicht wordt dat de juiste kleur van de woning en de richting waarin die liggen een positieve ruimte scheppen. Ook de kleuren van vloeren en muren hebben een diepgaand effect op je welbevinden, zowel geestelijk als lichamelijk. De schrijfster belooft dat dit boek je leert om je eigen kleurcode te ontcijferen en een nieuw palet van kleuren en tinten te ontdekken die je meer energie, succes en evenwicht zal brengen. Als je meer wilt weten over kleuren en de leer van de vijf elementen en feng shui wilt toepassen in je huis, dan kan ik je dit boek van harte aanraden. (Joke)
Empedokles: Aarde, Lucht, Water en Vuur
Vertaling, inleiding en commentaar Rein Ferwerda
253 blz. € 19,90
Damon, 2006
ISBN 90 5573 729 1
Het gedicht van Empedokles is niet bewaard gebleven. Wel zijn er citaten uit zijn werk in de geschriften van andere Griekse en Romeinse schrijvers bewaard gebleven. Er zijn vele pogingen ondernomen die fragmenten tot een samenhangend geheel samen te voegen, maar de geleerden zijn het nooit eens geworden over de volgorde van de fragmenten en zelfs niet over de vraag of het nu één gedicht was, getiteld Over de Natuur of dat sommige fragmenten uit een ander gedicht van Empedokles afkostig zijn, getiteld Zuiveringen. In 1905 werd in Egypte een vrijwel vergane papyrusrol ontdekt die als hoofdsteun voor een mummie was gebruikt. De universiteitsbibliotheek van Straatsburg kocht de rol aan, maar pas in 1999 werd de tekst van de papyrusrol zo goed mogelijk gerestaureerd en werd ontdekt dat het ging om fragmenten uit het gedicht van Empedokles, deels bekende fragmenten, deels nieuwe. Rein Ferwerda schreef al eerder een gelijknamig boek over Empedokles, dat in 1997 door Athenaeum, Polak & Van Gennep werd gepubliceerd. Uitgeverij Damon vroeg Ferwerda een nieuwe versie van het boek te schrijven, gebruikmakend van de in 1999 ontcijferde papyrusfragmenten. Ferwerda voegde niet simpelweg een hoofdstuk aan het boek toe, maar herschreef het volledig, gebruikmakend van de sinds 1997 gepubliceerde studies over Empedokles. Het resultaat is een fascinerend en zeer goed leesbaar boek geworden. Nog steeds is veel onduidelijk. Van de tekst van Empedokles is waarschijnlijk slechts 10% bewaard gebleven en over de volgorde bestaat nog steeds een felle discussie tussen deskundigen, maar Ferwerda geeft, gegeven deze beperkingen, een alleszins aannemelijke analyse.
Hij begint met een glashelder hoofdstuk over de leer van Empedokles. Eerdere filosofen hadden pogingen ondernomen de oorsprong van de kosmos tot één begrip te herleiden. Volgens Herakleitos kwam alles voort uit Vuur, volgens Thales uit Water, volgens Anaximedes uit Lucht en volgens Xenophanes uit Aarde. Empedokles was de eerste die het ontstaan van de kosmos afleidde uit het samengaan van de vier elementen. Stoicheia, de Griekse naam voor de elementen is door latere auteurs bedacht. Empedokles zelf spreekt van rhizoomata, wortels. Daarmee geeft hij het vermogen aan van de elementen om zich te ontwikkelen en te groeien. Naast de vier elementen spelen twee andere begrippen een grote rol in de theorie van Empedokles. Door Liefde, in het gedicht ook wel aangeduid als de Godin Aphrodite, worden de elementen aangemoedigd zich met elkaar te vermengen en te verbinden. Door Haat worden de elementen weer uit elkaar gedreven en tegen elkaar opgehitst. Ferwerda vermoedt, uit de schaarse overgeleverde fragmenten, dat Empedokles een cyclisch gebeuren voor ogen had. Door Liefde aangespoord vormen de elementen een kosmos die zou eindigen in een volmaakt en harmonisch, maar uitermate statisch geheel. Door Haat wordt de harmonie verstoord en vallen de elementen weer uit elkaar - om daarna weer toenadering te zoeken. Zo blijft de kosmos voortdurend in beweging, een voortdurende afwisseling van schepping en afbraak.
Het lijkt me aannemelijk dat Empedokles inderdaad iets dergelijks voor ogen heeft gehad. In zijn gedicht geeft hij weer hoe het leven op aarde ontstond en hoe hieruit planten, dieren en mensen ontstonden. En de mens is niet de kroon op deze schepping. Alles wat leeft heeft volgens Empedokles het goddelijke in zich en ieder mens heeft het vermogen een demon of een God te worden. Maar die goddelijke status kun je weer kwijtraken. Een God of demon die zich misdraagt, valt weer terug op aarde en moet weer van voren af aan proberen de goddelijke status terug te krijgen. Niets staat vast in het wereldbeeld van Empedokles. Alles beweegt, zoals Herakleitos vóór hem al had gezegd. Het is een gewaagd en fascinerend wereldbeeld dat wellicht nog fascinerender zal worden als ooit nog eens een papyrusrol met het volledige gedicht zal worden gevonden. De wonderen zijn de wereld nog niet uit.
Ferwerda geeft in het hoofdstuk Het voortleven van Empedokles aan hoe de ideeën van deze filosoof-dichter door latere auteurs zijn overgenomen of becritiseerd. Zo geeft hij de commentaren van Plato, Aristoteles en de Neoplatonici, maar ook de toneelstukken van Friedrich Hölderlin, Matthew Arnold en Friedrich Nietzsche over Empedokles weer, evenals de werken van 20e eeuwse dichters als Hans Andreus. Een hiaat in dit interessante overzicht is dat met geen woord wordt gerept over de rol van de elementen in magische stromingen als The Golden Dawn, opgericht in 1888 en nog steeds actief. Evenmin wordt gewag gemaakt van de grote rol die de elementen spelen binnen de Wicca, door professor Ronald Hutton omschreven als de enige religie die ooit op Engelse bodem is ontstaan. Binnen dit moderne heidendom worden de elementen serieus genomen als de vier krachten die de kosmos vormen. Als Empedokles vandaag had geleefd was hij waarschijnlijk hogepriester binnen de Wicca geworden. Al weet je natuurlijk nooit wat hij in al die verdwenen stukken van zijn gedicht nog heeft gezegd. Toch maar kopen dat boek. (Ko)
'Aristoteles': Over Kleuren
Redactie Rein Ferwerda en P. Struycken
175 blz. € 14,50
Damon, 2001
ISBN 90 5573 129 3
Die toelichting is geen overbodige luxe, want de verhandeling is tamelijk duister en stelt zelfs wetenschappers en experts op dit gebied nog steeds voor raadsels. Omdat de symboliek van kleuren, die binnen het Moderne Heidendom en de New Age-beweging een grote rol speelt, mij intrigeert, leek dit boek mij een goede handleiding om vast te stellen in hoeverre deze symboliek is voortgekomen uit de Oudheid. De korte, duistere en wat slordig geschreven verhandeling zelf stelt in dat opzicht wat teleur, maar de bijdragen van beide redacteuren zijn juweeltjes. Ferwerda is zeer goed thuis in de geschriften van de Griekse Oudheid en geeft een overzicht van de betekenis van kleur bij de Griekse dichters en filosofen vanaf Homeros. Hij wijst erop dat een echte kleurenleer in de oudste Griekse geschriften ontbreekt. De oudste filosofische geschriften gaan uit van de tegenstelling wit-zwart of glanzend-dof en proberen langs duistere paden de andere kleuren hiervan af te leiden. In onze tijd worden wit en zwart meestal niet als kleuren gezien. Wit is een mengsel van alle kleuren en zwart de afwezigheid van enige kleur. Voor de Grieken waren wit en zwart onveranderlijk de basiskleuren. Vanaf de 4e eeuw wordt rood eveneens als basiskleur genoemd, met geel of groengeel als vierde kleur. Uit dit viertal zouden alle andere kleuren afgeleid kunnen worden. Toch blijft de Griekse kleurenleer grotendeels onbesproken in de Oudheid en moet veel uit zijdingse opmerkingen van diverse auteurs worden afgeleid. Zo is er, ondanks vele pogingen daartoe, geen bevredigende verklaring te geven voor het feit dat geen van de Griekse schrijvers vóór Aristoteles iets noemt dat als de kleur blauw kan worden geïdentificeerd.
De Grieken worden vaak geprezen om hun nauwkeurige bestudering en analyse van natuurverschijnselen. De kleuren lijken daarbij het ondergeschoven kindje te zijn geweest. Anaximenes (6e eeuw v.Chr.) zag slechts de kleuren rood en zwart in de regenboog, Xenophanes (6e v.Chr.) zag de kleuren purper, rood en groen en pas Aristoteles beschreef de kleuren die wij er nu ook nog in zien. Toch komen de beschrijvingen van Aristoteles vaak ook niet met de werkelijkheid overeen. Zo beschreef hij nabeelden van iets waar je lang naar gekeken hebt als dezelfde kleur en het ontging hem dat dit een contrasterende kleur was. Pas Goethe wees op dit fenomeen (zie mijn recensie van de kleurenleer van Goethe elders op deze pagina). En zo zijn er meer uitglijders in het werk van Aristotels aan te wijzen. In zijn essay in dit boek geeft Struycken het volgende citaat van Aristoteles: 'Het komt bij heel erg schone spiegels voor dat, als vrouwen tijdens de menstruatie in de spiegel kijken, het oppervlak van de spiegel een soort bloederige nevel wordt. Als de spiegel nieuw is, is het niet gemakkelijk die vlek weg te wissen, maar als hij ouder is, is het gemakkelijker.' Hoewel Struycken daar verder niet op ingaat, wat Aristoteles een meester in het interpreteren van wat hij als feiten weergeeft om zijn eigen ideeën te boekstaven. Zo ging hij ervan uit dat vrouwen mislukte mannen zijn. Als de ontwikkeling van een menselijk embryo goed verloopt, aldus Aristoteles, wordt het een jongetje. Gaat er iets fout en wordt de ontwikkeling van het embryo gestoord, dan wordt het een meisje. Met dat uitgangspunt heeft hij vervolgens de vrouwelijke anatomie beschreven als een mislukte mannelijke anatomie. Zo zou de vagina niets anders zijn dan een mislukte penis, die zich niet heeft ontwikkeld en daarom in het lichaam is blijven hangen, in plaats eruit te steken, zoals het hoort. Deze bijzonder vrouwonvriendelijke ideeën zijn door de westerse medische wetenschap tot de 17e eeuw slaafs nagevolgd, omdat Aristoteles nu eenmaal als een onfeilbare wetenschapper werd beschouwd.
Ferwerda legt in zijn inleiding de vinger op de zere plek en geeft aan waarom de Griekse kleurenleer in onze ogen in veel opzichten niet voldoet. Struycken belicht als beeldend kunstenaar de Griekse kleurenleer vanuit het perspectief van een practiserend schilder en komt dan tot onthutsende conclusies.De kleurenleer van de Griekse filosofen en dichters komt voort uit absracte bespiegelingen over het wezen en de oorsprong van de verschillende kleuren die weinig of niets met de realiteit van doen hebben. Zo beweert Democritus: wit + zwart + rood = purper. Struycken merkt hierover op: 'In de ogen van een schilder is dit mengsel ondenkbaar.'Het zou 'een licht grijzig bruin opleveren, maar nooit purper.'
Struycken geeft aan dat mengen van kleuren, zoals hedendaagse schilders dat op het palet doen, pas in de 19e eeuw mogelijk is geworden. Voordien waren kleuren niet op elkaar afgestemd en leverde vermenging van kleuren meestal een lelijke, fletse kleur op. Tot de 19e eeuw werkten schilders daarom met zo'n 24 verschillende kleuren, waarmee ze schilderden, zonder deze kleuren te vermengen. Daarom was het effect van het vermengen van kleuren om nieuwe kleuren te maken tot de 19e eeuw ook voor schilders een vrij abstract begrip.
Struycken geeft een helder en interessant overzicht van de praktijk van het werken met kleuren en de onderliggende ideeën die daarbij vaak een rol speelden. Zo geeft hij, net als Ferwerda, weer op welke wijze kleuren vanaf de Oudheid met de vier elementen (Aarde, Water, Vuur en Lucht) zijn verbonden. In het essay Over Kleuren werd wit verbonden met de elementen Lucht, Water en Aarde, terwijl lichtgeel met vuur werd verbonden. Andere Griekse auteurs geven soortgelijke of iets andere indelingen, waarbij ik me weinig kan voorstellen. Door moderne heidenen worden kleuren vaak als volgt verbonden met de elementen: geel met Aarde, groen met Water, blauw met Lucht en rood met Vuur. Struycken geeft aan dat Leonardo da Vinci deze zelfde indeling hanteerde.
Hoewel de moderne opvattingen over kleuren weinig gemeen hebben met de Griekse theorieën hierover, is dit toch een bijzonder interessant boek, met name door de bijdragen van beide redacteuren, die mij voor het eerst de Griekse opvattingen over kleuren duidelijk hebben kunnen maken. Een aanrader voor iedereen die geïnteresseerd is in de betekenis van kleuren vanaf de Oudheid tot onze tijd. (Ko)
Web van Inkt
door Cornelia Funke
636 blz. € 17,95
Querido, 2006
ISBN 90 451 0383 4Hart van Inkt
door Cornelia Funke
491 blz. € 17,95
Querido, 2005
ISBN 90 451 0182
De personen in het boek komen goed uit de verf. Pas in de loop van het boek kom je erachter of Stofvinger een leugenaar en een verrader is of niet. Elinor, een nicht van de moeder van Meggie, is een schatrijke verzamelaarster van boeken, die ze koestert of het haar kinderen zijn. Kinderen heeft ze niet en ze is aanvankelijk bijzonder nors en onaardig tegen Meggie tot ze ontdekt dat Meggie net zoveel van boeken houdt als zij. De schurken in het verhaal blijven wat oppervlakkige, gewetenloze boeven, maar daar is wel een reden voor.
De schrijfster, Cornelia Funke, geboren 1958, studeerde onderwijskunde aan de Universiteit van Hamburg en heeft ook een tijd voor de klas staan. Al snel maakte ze zich verdienstelijk als illustrator van boeken en besloot toen haar eigen boeken maar te schrijven en te illustreren. Inmiddels heeft ze 40 boeken geschreven. De Zilveren Griffel won ze al eerder, in 2004, met het boek De dievenbende van Scio. Van Hart van Inkt zijn inmiddels in Nederland, Duitsland, Engeland, Amerika en andere landen al 200.000 exemplaren verkocht. Een tweede deel van Hart van Inkt is voltooid, maar nog niet uit, en Cornelia Funke werkt alweer aan een derde deel. Het eerste deel zal worden verfilmd.Nieuwsgierig geworden? Ga het boek dan snel kopen. Meer informatie over het boek en de auteur kun je vinden op www.corneliafunke.nl. (Ko)
Van Karmijn, Purper en Blauw
Over kleuren in de Middeleeuwen en daarna
171 blz. € 18,50
Prometheus, 2002 (2e druk)
ISBN 90 446 0100 8
Binnen de kerk werd stevig van leer getrokken tegen felle kleuren, die werden gezien als middelen waarmee Satan de mens wilde verleiden. Nadat lange tijd de Middeleeuwen zijn afgeschilderd als een sombere, grauwe tijd waarin alles leek stil te staan, is de laatste jaren het beeld ontstaan dat alles in de Middeleeuwen felle, vrolijke kleuren had. Volgens Pleij is dat beeld onjuist. Verf en kleurstoffen waren in de Middeleeuwen voor de gewone man onbetaalbaar, dus de meeste huizen en de kleren van de bewoners waren grauw en kleurloos. Kleur was een middel om uit te drukken dat je veel geld en veel macht bezat. Felle kleuren kenmerkten dus de adellijke huizen en kastelen en ook de kerken en cathedralen. Juist de kerk, die waarschuwde tegen wulpse en overdadige kleuren, liet met name de grote kerken en cathedralen in alle kleuren van de regenboog schilderen om de macht van de kerk ten toon te spreiden.
De betekenis die aan kleuren werd toegekend kon in de loop der eeuwen verschuiven. Geel was in de Oudheid, met name bij de Romeinen, een hoog gewaardeerde kleur. In de Middeleeuwen werd deze kleur juist een symbool voor al het slechte dat er maar te bedenken viel. Geel was alles wat niet goed, niet vertrouwd en niet christelijk was. In 1215 besloot het Concilie van Latheranen daarom dat joden een geel herkenningsteken moesten dragen, zodat deze onbetrouwbare buitenstaanders niet met christenen verward konden worden. Aan het Franse hof werd in 1269 een soortgelijk besluit genomen. Wie een jood aangaf die geen geel droeg, zou hiervoor beloond worden.
Van elke kleur weet Pleij wel een boeiend en vaak ook zeer vermakelijk verslag te doen. Ondanks de afkeer van geel werden blonde haren van vrouwen hoog gewaardeerd. Maar dan moest de dame wel bruine ogen hebben en liefst hele donkere. Want blauwe ogen hadden alleen de vrouwen van de barbaren uit het noorden. Vrijwel de enigen die aan dat schoonheidsideaal voldeden, waren vrouwen met donkere haren en donkere ogen die hun haren blondeerden. Er is weinig nieuws onder de zon. Het is maar een greep uit de vele voorbeelden die Pleij geeft. Het is een boek dat ik iedereen van harte kan aanbevelen. Zeer leesbaar en met veel kennis van zaken en veel gevoel voor humor geschreven. (Ko)
Kleurenleer
door J.W.Goethe
204 blz. € 24,90
Vrij Geestesleven, 2004 (4e druk)
ISBN 90 6038 267 6
Hoewel het boek dus bijna 200 jaar oud is, geeft het toch nog steeds een fascinerende visie op de werking en de betekenis van de kleuren. Het is geen gemakkelijke kost, maar voor een aandachtig lezer toch zeer goed te volgen. Goethe onderscheidt fysiologische, fysische en chemische kleuren. Fysiologische kleuren zijn kleuren zoals ze door onze ogen worden waargenomen. Een grijs vlak tegen een witte achtergrond wordt als donkerder waargenomen dan datzelfde grijze vlak tegen een zwarte achtergrond. Het gaat dus om onze waarneming van de kleuren en om processen die zich in onze ogen afspelen. Dat de fysiologische processen van onze visuele waarneming zich vooral afspelen in de hersenen was destijds niet bekend en deze mogelijkheid wordt door Goethe zelfs niet geopperd, maar dat doet geen afbreuk aan zijn visie op onze waarneming van de kleuren.
Aan de hand van zijn eigen scherpzinnige waarnemingen en vele experimenten stelt Goethe vast dat alle kleuren een tegenpool hebben. Deze tegenpool wordt bij de waarneming van een kleur in de ogen (lees dus: door de hersenen) gevormd. Als we, bijvoorbeeld, lang naar een groene cirkel kijken en dan de blik op een wit vlak richten, zien we een rode cirkel nog enige tijd als nabeeld. Goethe spreekt van een 'vitaliteit van het netvlies, die tot oppositie is uitgedaagd en via het tegengestelde een totaliteit tot stand brengt.' (p 45) M.a.w. door de waarneming van een kleur raken we uit ons evenwicht. Ons netvlies (hersenen) vormt zelf de tegenpool, zodat het evenwicht weer is hersteld. Dat vind ik, om in stijl te blijven, een eye-opener. Polariteit is een belangrijk onderdeel van ons leven, maar dat het op die manier in onze visuele waarneming van de wereld een rol speelt, daar was ik niet opgekomen.
Fysische kleuren zijn voor Goethe 'kleuren waarbij om ze te produceren bepaalde materiële media nodig zijn, die echter zelf geen kleur hebben en waarvan sommige doorzichtig, andere troebel en doorschijnend en weer andere volkomen doorzichtig kunnen zijn.' (p 59) Het gaat daarbij bijvoorbeeld om de vertekening die optreedt als we iets door water of weerspiegeld door glas waarnemen. De details zijn te ingewikkeld om kort en duidelijk samen te vatten.
Onder chemische kleuren verstaat Goethe de kleuren die in of aan het oppervlak van een voorwerp aanwezig zijn. Het hoeft dus niet te gaan om langs scheikundige weg vervaardigde kleuren. Het kan ook de kleur van natuursteen betreffen.
De kleuren, van welke aard dan ook, worden door Goethe in een cirkel weergegeven, zoals in de uit het boek overgenomen afbeelding rechts. Tegenoverliggende kleuren zijn elkaars tegenpolen. In het boek geeft Goethe van elk kleur een kenschets en geeft ook aan welke relaties de verschillende kleuren met elkaar kunnen vormen. Geel, blauw en rood zijn de hoofdkleuren, waaruit alle andere kleuren kunnen worden afgeleid. Twee hoofdkleuren vormen samen de tussenliggende kleur in de kleurencirkel. Zo ontstaat groen door het vermengen van geel en blauw en oranje door het vermengen van geel en rood. De beschrijvingen zijn heel interessant en vormen nog steeds de basis van de moderne kleurenleer.
In het tweede, niet vertaalde deel van het boek verzet Goethe zich tegen de kleurenleer van Newton, die hij als onjuist en verwerpelijk beschouwt. Ik heb dat deel niet gelezen en kan het dus niet beoordelen, maar ik betwijfel of het veel nieuwe gezichtspunten opent. Het is duidelijk dat Goethe zich fel afzet tegen het mechanische wereldbeeld dat de natuurwetenschap vanaf de 18e eeuw heeft geprobeerd vast te leggen in starre natuurwetten. Als hij zegt dat in de wetenschap veel overboord is gegooid omdat het niet in dat mechanische wereldbeeld past heeft hij natuurlijk gelijk. Zijn fenomenolische kleurenleer vormt daar een welkome aanvulling op. Maar zonder die kille en starre natuurwetenschap zou ik hier nu niet achter mijn mooie kleurenscherm deze recensie zitten te typen. Elke benadering van de werkelijkheid heeft haar voor- en nadelen. Ik kan iedereen aanraden kennis te nemen van deze visie van een zeer veelzijdig en begenadigd schrijver. (Ko)
Het Wezen van de Kleuren
En hun invloed op uw gezondheid, uw uiterlijk, uw woning
254 blz. € 27,50
Vrij Geestesleven, 1999
ISBN 90 6038 5306
Steiner is minder terughoudend en zegt onomwonden dat hij is verdergegaan waar Goethe is opgehouden. In zekere zin klopt dat, in voordrachten waarin hij er niet voor terugschrikt de toehoorders (meest doorgewinterde antroposofen) over alle denkbare grenzen van de werkelijkheid heen te tillen. Zo doet hij precies uit de doeken welke rol kleuren speelden in de 'vijf na-atlantische tijdperken' en neemt als een bewezen feit aan dat de maan en alle planeten uit de aarde zijn voortgekomen. Dat is me te zweverig. Dat is voer voor antroposofen.
Wel heel boeiend vond ik de eerste drie voordrachten, waarin Steiner, net als Goethe dat vóór hem had gedaan, zich inleeft in de kleuren en laat zien hoe ze op ons inwerken. Zijn visie is te complex om in een paar woorden samen te vatten, maar beslist de moeite waard om te lezen en goed tot je door te laten dringen. Net als Goethe onderscheidt Steiner blauw, rood en geel als basiskleuren, maar anders dan Goethe kenschetst hij deze als glanskleuren of lichtgevende kleuren. Die zet hij af tegen zwart, wit, groen en perzikbloesem, die hij schaduwkleuren noemt. Neem kennis van zijn visie en oordeel voor jezelf of je hier iets aan hebt in hoe je de kleuren om je heen ervaart. (Ko)
De Sprookjeswereld van John Bauer
door John Bauer
240 blz. € 24,90
Christofoor, 2005
ISBN 90 6238 806 X
In De Sprookjeswereld van John Bauer staat het natuurbeleven en zijn gevoel voor de wereld van het onzichtbare volkje centraal. Ze bevolken de uitgestrekte Zweedse bossen en het gebied rond de grote meren. Elfen, trollen, feeën en kabouters werden door hem in Jugenstil en in een heel eigen, geestige en dromerige stijl weergegeven. Het is een prachtige stijl, die mij erg aanspreekt. De verhalen zijn o.a. van Elsa Beskow (zie onder), Anna Wahlenberg, Helena Nyblom, Jeanna Oterdahl en P.A.Lindholm. Een prachtig boek om uit voor te lezen, maar zeker ook een aanrader om gewoon jezelf kado te geven. (Joke)
De Kabouterkinderen
door Elsa Beskow
32 blz. € 12,90
Christofoor, 2004 (8e druk)
ISBN 90 6238 1448
In haar boeken staan de natuur en de sprookjesfiguren centraal. Planten en dieren tekende ze zo natuurgetrouw mogelijk. In haar boeken is het meestal zomer, maar soms bestrijken ze alle seizoenen, en de natuur is vrijwel altijd vriendelijk, licht en mooi. Vaak komen kabouters, elfjes en natuurverschijnselen in haar boeken voor. Ze beleven daar hun eigen avonturen of helpen de mensen.
Veertien van haar boeken zijn bij Christofoor uitgegeven, waaronder de Kabouterkinderen, die met hun ouders in het bos wonen en daar allerlei avonturen beleven in de herfst, de winter en de lente. Een van haar boeken die de seizoenen doorgaan en kleuters iets vertellen over het oogsten van paddestoelen, bessen, noten. Er zijn ook minder vriendelijke bewoners, zoals mieren en adders. Na de winter kunnen de kabouterkinderen weer fijn buitenspelen. Ik ben een echte fan van de boeken van Elsa Beskow en raad ze dan ook van harte aan! (Joke)
Geneeskrachtige stenen
door Michael Gienger
96 blz. € 7,95
Altamira-Becht, 2006
ISBN 90 6963 721 9In het land van de Waterfeeën
door Daniela Drescher
20 blz. € 10,90
Christofoor, 2006
ISBN 90 6238 815 9
In dezelfde serie schreef Daniela Drescher ook het boekje Kom mee naar Elfenland (zie mijn recensie elders op deze pagina). Het zijn leuke boekjes, heel mooi van sfeer, met leuke, simpele teksten. Ook voor de voorlezer is er veel te zien. (Joke)
Geneesheiligen in de Lage Landen
door Jo & Alfons Claes & Kathy Vincke
334 blz. € 29,95
Kok-Davidsfonds, 2005
ISBN 90 808290 8 0
Van elke heilige wordt onder het kopje Voorstellingswijze beschreven hoe de heilige meestal werd afgebeeld. Met veel prachtige in kleur afgedrukte afbeeldingen wordt dit ook visueel verduidelijkt. De afbeeldingen zijn devotieprenten, bedevaartvaantjes en beelden of gebrandschilderde ramen in kerken. De afbeeldingen maken het boek een lust voor het oog en geven een goed beeld van de vaak wat naïeve, maar altijd gepassioneerde verering van de heiligen. Onder het kopje Verering wordt uitgezet op welke manieren de betreffende geneesheilige werd vereerd en hoe zijn of haar hulp voor een zieke werd gevraagd.
Na deze uitgebreide beschrijving van de belangrijkste heilige worden nog andere heiligen genoemd die met de betreffende kwaal geassocieerd werden. In het Register van Heiligen achterin het boek kan snel worden gevonden waar iets over een bepaalde heilige wordt gezegd, terwijl het Register van Ziekten de lezer snel verwijst naar de informatie over iedere genoemde kwaal.
Geneesheiligen in de Lage Landen is een bijzonder interessant en leeswaardig boek. Misschien is het juist voor niet-katholieken interessant omdat het boeiende informatie geeft over een belevingswereld waar je meestal slechts zijdelings mee in aanraking komt. Hoewel de auteurs dat verband niet leggen, is de heiligenverering voortgekomen uit de verering van Goden en Godinnen in het heidense Romeinse Rijk. Met name in de eerste eeuwen van onze jaartelling was er een enorme behoefte om naast de officiële staatscultus een persoonlijk contact met een Godin of God te zoeken, om hulp te vragen bij ziekten en andere problemen. Zo brachten vrouwen die kinderloos bleven een offer aan Juno Lucina met het verzoek ze vruchtbaar te maken. Ook de hulp van Diana werd vaak ingeroepen voor problemen met vruchtbaarheid en vrouwenkwalen. Na de genezing werd vaak een votiefoffer achtergelaten in of bij de tempel, in de vorm van een kleimodel van het genezen lichaamsdeel. In ons boek Encyclopedie van Westerse Goden en Godinnen geven we talloze voorbeelden waarin een Godin of God werd aangeroepen voor hulp en genezing. Na de kerstening van het Romeinse Rijk vielen deze helpers weg en kwamen uiteindelijk terug in de gedaante van vele heiligen. Het principe was hetzelfde gebleven. In de aan hen toegeschreven wonderen deden de heiligen niet onder voor de eerder vereerde Goden en Godinnen. Zonder meer een aanrader dit boek. (Ko)
Helden en Goden
door Lucia Impelluso
384 blz. € 19,95
Ludion, 2006
ISBN 90 5544 616 5
Ik vind Helden en goden een fantastisch boek dat ik iedereen kan aanraden. Uitgangspunt vormen de afbeeldingen, meest in schilderijen, maar ook wel in beeldhouwwerken van de besproken personen. Die afbeeldingen zijn zonder meer prachtig, goed gekozen en mooi afgebeeld op glanzend papier. Op de eerste bladzij van elke lemma wordt kort uitgelegd wie de betreffende persoon is en hoe deze door kunstenaars werd afgebeeld. Met verschillende foto's van vooral schilderijen wordt dit geïllustreerd. Bij elke foto wordt duidelijk vermeld de naam van de kunstenaar, de titel van het kunstwerk, de datum wanneer het is gemaakt en waar het kunstwerk zich bevindt. Bijzonder verhelderend zijn de korte teksten om de foto heen die details van de afbeelding toelichten. Met een zwarte lijn en een klein bolletje wordt de betreffende plaats op de afbeelding aangegeven. Hierdoor word je gewezen op details die anders snel aan de aandacht ontsnappen of onduidelijk blijven. De inleidende tekst bij het betreffende lemma plaatst de afbeelding in een duidelijke context, zodat je begrijpt wat de kunstenaar heeft willen uitdrukken. Vooral bij de wat minder bekende mythologische figuren kan dit bijzonder verhelderend werken. Als je wilt nakijken welke afbeeldingen er in het boek staan van een bepaalde schilder of beeldhouwer, kan het Register van kunstenaars je goede diensten bewijzen.(Ko)
De natuur en haar symbolen
door Lucia Impelluso
384 blz. € 19,95
Ludion, 2005
ISBN 90 5544 585 1Wie is Wie
De Godenwereld van A-Z
262 blz. € 19,50
Elmar, 2006
ISBN 90 855 3004 0De droom van Poliphilus
Hypnerotomachia Poliphili
640 blz. € 59,95
Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2006
ISBN 90 253 0668 3
In het eerste deel van het boek beschrijft Poliphilus hoe hij droomt over de door hem bewonderde Polia, de mooiste vrouw die hij ooit heeft gezien, met een volmaakt lichaam, een beeldschoon gezicht en lange blonde haren. De droom vindt volgens het boek plaats op 1 mei 1467. Op zoek naar Polia zwerft Poliphilus door een soms lieflijk, soms woest landschap, waar hij talloze heidense tempels en ruïnes tegenkomt en vele nimfen en tenslotte de Godin Venus en haar zoon Cupido ontmoet. De heidense achtergrond is opmerkelijk als het boek is geschreven door een dominicaner monnik. Nergens wordt verwezen naar het christendom. In de Renaissance werden motieven uit het heidendom vaak als speelse achtergrond binnen een christelijke samenleving gebruikt, maar deze samenleving is in dit boek dus echt heidens. Polia was eerst priesteres van de kuise Godin Diana en wijst Poliphilus af, maar Eros krijgt medelijden met hem en zorgt ervoor dat Polia verliefd wordt op Poliphilus, waarna Venus hun liefde bekrachtigt. In het tweede deel van het boek beschrijft Polia hoe ze Poliphilus hardvochtig afwees tot ze hem tenslotte voor dood achterliet en hoe ze dan toch uiteindelijk in liefde voor hem ontstak.
De dominicaner achtergrond van de auteur kan verklaren waarom Poliphilus op zoek gaat naar de zuivere liefde van Polia en alle gelegenheden die hem onderweg geboden worden tot sekusele uitstapjes onbenut laat. Speelse nimfen proberen hem te verleiden. Ze gaan met hem in bad en smeren zijn lijf in met een olie die hem een erectie bezorgt, maar hij weet zijn opwinding in bedwang te houden omdat hij zich alleen aan Polia wil geven. De erotiek speelt ook een rol in de beschrijving van de beelden van nimfen en Godinnen die Poliphilus onderweg tegenkomt. Al moet ik daaraan toevoegen dat Poliphilus alle beelden en bouwwerken die hij ziet zeer gedetailleerd beschrijft. Dat doet hij met een fenomenale beheersing van de taal, waarin hij steeds heidense mythen in de vorm van vergelijkingen in zijn verhaal weet te vlechten. Colonna heeft duidelijk de boeken van Plinius, Ovidius en andere auteurs uit de Oudheid goed bestudeerd en verwijst niet alleen naar bekende, maar ook naar zelden opgeschreven mythen. Soms zijn de beschrijvingen van heidense beelden en gebouwen zo uitgebreid en gedetailleerd dat er geen eind aan lijkt te komen. Meermalen verontschuldigt Poliphilus zich na een dergelijke verbale uitbarsting voor het feit dat hij zo beknopt is geweest in zijn beschrijving omdat zijn gedachten steeds naar Polia afdwaalden.
Aan Ike Cialona alle eer dit taalkundige hoogstandje slagvaardig vertaald te hebben in een mooi en prettig lezend Nederlands. Ook alle lof voor Athenaeum, Polak en Van Gennep, die er alle moeite voor heeft gedaan dit boek zo mooi mogelijk uit te geven. De eerste uitgave werd destijds beschouwd als het mooiste drukwerk dat er ooit was verschenen. In die tijd werden initialen, fraai versierde beginletters, gewoonlijk opengelaten en later met de hand ingetekend. In dit boek waren ze voor het eerst gedrukt. Het boek was verlucht met 172 houtsneden, die taferelen uitbeelden die in het boek beschreven worden. Waarschijnlijk heeft Colonna die zelf ontworpen. Ook deze afbeeldingen zijn soms zeer vrijmoedig. In de bibliotheek van het Vaticaanmuseum bevinden zich twee exemplaren van het boek waarin een aantal tekeningen gekuist zijn. Zo werd de al te duidelijk zichtbare vagina van Venus geretoucheerd. In deze eerste Nederlandse uitgave uiteraard de oorspronkelijke, ongekuiste illustraties. Aan het eind van een hoofdstuk werden in de oorspronkelijke uitgave de regels steeds korter gedrukt zodat een naar beneden gerichte piramide wordt gevormd. In de Nederlandse uitgave is ook dit toegepast. De tekst van het boek is fraai gedrukt in een gebonden uitgave van 466 pagina's. In een tweede, eveneens gebonden deel van 174 blz. voorziet de vertaler het boek van een degelijke inleiding en vele uitstekende voetnoten die de heidense verwijzingen in de tekst toelichten. In een register worden de genoemde namen toegelicht met een verwijzing naar de pagina's waarin ze te vinden zijn. Beide delen passen in een kartonnen cassette. Bijna € 60 is niet goedkoop, maar gezien de geleverde kwaliteit beslist niet teveel.
Iedereen die belangstelling heeft voor het oude heidendom en met name voor de visie in de Renaissance hierop, kan ik dit boek van harte aanbevelen. De strekking van het boek laat verschillende opties open. Was Polia een bestaande vrouw die door Colonna van een afstand bewonderd werd? Was ze een Godin, zoals in het boek een aantal keren wordt gezegd? Het is ook mogelijk dat Polia was overleden voordat Colonna het boek schreef. Het eindigt met het grafschrift op haar graf, waarin o.a. staat: "Vraag je wie Polia was? Zij was een schitterende, geurige bloem, gesierd met elke deugd. Hier in dit oord kan zij, ondanks de tranen van Poliphilus, nimmermeer opnieuw opntspruiten.' (Ko)
Van Venus tot Madonna
een verborgen geschiedenis
495 + 203 Blz. € 29,50
Synthese, 2006
ISBN 90 6271 994 5
Het boek is ingedeeld in vijf hoofdgroepen, die Lente, Zomer, Herfst, Winter en Nieuwe Lente heten. De Lente beschrijft in 3 bladzijden toen de auteur de Godin ontdekte. De Zomer heeft als ondertitel "de glorietijd van God de Moeder" en beschrijft vooral de rol van de Godin in de Steentijd, met name op Malta en inIndia en Anatolië. Deel 3, de Herfst, beschrijft "God de moeder op haar retour" in Egypte, Mesopotamië en Griekenland. Deel 4, de Winter, heeft als ondertitel "de ondergang van God de moeder." en gaat vooral over het jodendom en christendom. De structuur van het boek is dus een chronologisch overzicht van de glorietijd van de Godin in de Steentijd tot de ondergang van de Godin in het christendom en de moderne tijd. Toch richt elk hoofdstuk zich niet op een bepaald tijdvak, maar op een bepaalde plaats of cultuur. Binnen dat hoofdstuk, of een groep van hoofdstukken, wordt dan de opkomst, glorietijd en neergang van relevante Godinnen beschreven.
De chrologische opzet van het boek wordt dus voortdurend losgelaten. En dat is maar goed ook, want niets is zo saai als een tijdsbalk waarin gebeurtenissen domweg chronologisch achter elkaar worden gezet. En saai zou ik dit boek allerminst willen noemen. Een indeling naar culturen, met bijvoorbeeld hoofdstukken over de rol van de Godin op Malta, of bij de Grieken, was overzichtelijker geweest. Nu hinkt het boek voortdurend op twee gedachten. Deel 4 pretendeert "de ondergang van God de moeder" te beschrijven, maar we lezen wel heel veel over de krachtige Godinnen Asjera en Anat, die halsstarrig weigerden onder te gaan.Deel 2 wordt geacht "de glorietijd van God de moeder" te beschrijven, maar daarin is ook een hoofdstuk over Maria opgenomen, die eigenlijk in deel 4 thuishoort. Dat de auteur met de structuur van het boek heeft geworsteld, blijkt wel uit haar Woord van dank, waarin ze zegt: "Neerlandica dr. Marjolein Hogenbirk adviseerde in een vroegtijdig stadium tal van hoofdstukken te herstructureren. Zij eiste naar het leek het uiterste." Ik zou meer dan het uiterste gevraagd hebben, denk ik.
Dit gezegd hebbende, wil ik opmerken dat Van Venus tot Madonna een zeer lezenswaardig boek is. In 495 bladzijden worden talloze feiten aangedragen, die laten zien hoe de rol van de vrouw en de Godin vanaf de Bronstijd tot de moderne tijd in een door mannen gedomineerde samenleving systematisch is teruggedrongen. Tot de Godin in de grote godsdiensten tenslotte nagenoeg verdwenen was. Hoewel Annine van der Meer vaak de toon aanslaat van een strijdbare feministe, die elke man al bij voorbaat schuldig verklaart, heeft ze in de meeste dingen die ze zegt gewoon gelijk. Het zijn tenslotte de mannen geweest die grote staten hebben gesticht, oorlogen hebben gevoerd en de krachtige Grote Godinnen van de overwonnen culturen hebben vervangen door krijgshaftige Hemel- en Stormgoden.
In het boek geeft de auteur talloze voorbeelden van Godinnen die vanaf de Steentijd zijn vereerd en later op een zijspoor werden gerangeerd. Ze heeft haar huiswerk over het algemeen goed gedaan, getuige de literatuurlijst van 21 pagina's. Voor alle informatie die ze aan anderen heeft ontleend, wordt dit in voetnoten aangegeven (129 pagina's in totaal op Internet), dus je kunt altijd nakijken waarop ze haar conclusies baseert. Onze Encyclopedie van Westerse Goden en Godinnen wordt 15 keer als bron genoemd en ons boek De Taal van de Orakels vier keer. Uit onze Encyclopedie heeft ze, met bronvermelding, ook de stambomen van Mesopotamië (p 228) en Oegarit (p 279) overgenomen. Daarom verbaast het me dat ze zich kennelijk niet bewust is van de invloed van Anatolië op de godsdiensten van Kreta en Griekenland, want daar leggen we in de Encyclopedie nogal de nadruk op. Als belangrijkste bronnen voor de Griekse religie noemt Annine van der Meer alleen Oegarit en Syrië. Dat de meeste Griekse Goden en Godinnen uit Anatolië afkomstig zijn is haar kennelijk ontgaan. Dat Artemis een verschijningsvorm van de Anatolische Grote Godin is, hebben we in onze Encyclopedie uitgebreid onderbouwd. Annine van der Meer heeft in haar boek een hoofdstuk Artemis van Efese opgenomen, maar daarin zegt ze vrijwel niets over Artemis en wijdt alleen uit over de legendarische Amazones, waarvan ze het bestaan kennelijk als historisch bewezen beschouwd. Ze weet ons zelfs te melden: "In de Amazoneculturen leven oude matriarchale culturen voort." (p 141) Met dat soort uitspraken maak je jezelf als wetenschapper ongeloofwaardig.
Het boek lijkt geschreven te zijn door twee personen: door de wetenschapper dr. van der Meer, die een aantal feiten nauwgezet wil boekstaven en dat ook heeft gedaan, en door de feministe Annine, die haar ei kwijt moet en niet altijd oplet waar het terechtkomt en hoe het eruit ziet. Over het algemeen is de informatie juist en accuraat weergegeven, maar soms, met name in het Naschrift, slaat de feministe op hol. Daarin schept ze een denkbeeldig "Moederland", het oude matriarchaat, en een denkbeeldig "Vaderland", waar al die boze mannen de dienst uitmaken. De eerste uitspraak in dit Naschrift luidt: "In het moederland heeft de koningin meerdere minnaars, zij heeft een vrije keuze. In het vaderland worden bruiden geschaakt, tot op de dag van vandaag worden bruiden geroofd in Kirgizië." (p 478). Of deze: "De moeders kennen in hun moederculturen het koningsoffer en stieroffer. In het vaderland is hiervan het stierenvechten oovergebleven." (p 480) Zo gaat dat tien bladzijden verder. Waar ze al die onzin vandaan heeft weet ik niet, want de 48 voetnoten van dit naschrift zijn in de bijlage van de voetnoten op Internet weggevallen. Dit nachrift lijkt, om haar eigen woorden op pagina 483 te gebruiken, voor haar "een belangrijke emotionele uitlaadklep", waarbij spelling (het is natuurlijk uitlaatklep) en accuratesse bijzaken zijn. Op pagina 482 wil ze ons doen geloven: "Er zijn dertien maanmaanden van achtentwintig dagen nodig om een jaar vol te maken." Dat een maanmaand eigenlijk ruim 29,5 dag duurt lijkt haar niet te deren. Waarschijnlijk heeft ze het boek te snel geschreven en niet de tijd genomen die een dergelijk standaardwerk vereist. Ze is er na het ongeluk in augustus 2004 aan begonnen en in maart 2006 is het verschenen. Als je ervan uitgaat dat ze een tijd heeft moeten revalideren en dat een uitgeverij meestal een half jaar nodig heeft om een boek persklaar te maken, lijkt er weinig tijd voor het schrijven over te blijven. Of de uitgeverij heeft niet genoeg tijd gehad voor de redactie en correcties. Er zijn redelijk veel spel- en andere fouten in blijven zitten.Zo geeft het onderschrift van een afbeelding op p 456 aan dat het een "altaar uit de kathedraal van Salerno, 5e eeuw v.Chr." betreft en wordt op p 479 gesproken over "rood bloed".
Ondanks de rammelende structuur, de matige schrijfstijl en enkele uitglijders is dit toch een boek dat ik iedereen zou willen aanraden. Als je het boek, zoals ik heb gedaan, van het begin tot het eind leest, kom je de juweeltjes vanzelf tegen. Ik hoop wel dat dat register op Internet er snel komt, want als ik iets terug wil vinden over een gepaalde Godin heb ik dat absoluut nodig. (Ko)
Bloemen om je heen ontdekken
Illustraties Charlotte Voake
Tekst Kate Petty
64 blz. € 12,50
Van Goor/Unieboek, 2006
ISBN 90 00 03675 5Lentefeest
Verhalen, liedjes, knutsels en recepten
80 blz. € 16,50
Christofoor, 2e druk 2006
ISBN 90 6238 636 9
De hoofdpersoon in dit boek is Sonja, een meisje van een jaar of acht, dat met haar oma en haar ouders de natuur beleeft vanaf Imbolc (2 februari) tot Ostara (21 maart). Ook leert ze de verhalen kennen en hoe ze de oude gebruiken in deze tijd vorm kan geven. Haar oma praat met bomen en weet veel over deze oude gebruiken. Ze heeft zelfs een verzameling Godinnenbeeldjes. Ostara is daar niet bij, vertelt ze haar kleindochter, maar ze kan haar herkennen in iedere plant die in de Lente ontluikt.
Een heel leuk boek, met mooie verhalen en veel recepten, liedjes, traditionele gebruiken en leuke dingen om te doen met de kinderen. De illustraties zijn mooi getekend in tere lentekleuren. In het nawoord verwijst Diana Monson kort naar de onderdrukking van de heidense feesten binnen het christendom en laat daarbij opnieuw Jacob Grimm aan het woord. Ook wordt verwezen naar het omvangrijke Handwörterbuch des deutschen Aberglaubens, een van Ko's favoriete bronnen voor volksgebruiken in met name het Duitstalige gebied. Lentefeest is een aanrader voor iedereen die dit feest met de kinderen wil vieren. (Joke)
Kom mee naar Elfenland
door Daniela Drescher
20 blz. € 10,90
Christofoor, 2e druk, 2005
ISBN 90 6238 786 1
Kabouters om zelf te maken
door Thomas & Petra Berger
80 blz. € 13,90
Christofoor, 1999
ISBN 90 6238 684 9Grimm
Volledige uitgave van de 200 sprookjes
verzameld door de gebroeders Grimm
Lemniscaat, 2005
ISBN 90 5637 528 8
De eerste uitgave uit 1812 omvatte 86 sprookjes. Een tweede deel, in 1814 uitgegeven, gaf 70 nieuwe sprookjes.In de daarop volgende drukken zijn steeds sprookjes toegevoegd, maar er werden ook wel sprookjes geschrapt, omdat ze te wreed waren of omdat de herkomst niet Duits was.Meer dan 30 jaar geleden publiceerde Lemniscaat de volledige uitgave van de sprookjes van Grimm, gebaseerd op de laatste druk uit 1857 die de Grimms verzorgd hadden. Die uitgave van Lemniscaat was in de loop der jaren een begrip geworden. Ik hoorde dat er op de Vrije Scholen verontruste ouders vragen stelden aan juffie over de nieuwe vertaling. Vragen in de trant van: "Klopt dit wel? Stond dit er wel?" Het maakte, net als de nieuwe bijbelvertaling, veel los.
Eigentijds vertaald dus en opnieuw geïllustreerd, heel mooi en sfeervol. Maar liefst 400 afbeeldingen zijn er in het boek opgenomen. Achterin het boek, bij de aantekeningen, wordt bij ieder sprookje informatie gegeven de streek waar het vandaan komt, wie het heeft opgeschreven en wat de eerdere versies en bewerkingen van dit sprookje zijn. Ook wordt er informatie gegeven over de aard van het sprookje en de verwantschap met andere sprookjes, sagen, legenden en mythen. Als laatste worden er belangrijke en parallelle motieven genoemd. Bijzonder waardevolle informatie, die je in bewerkingen van de sprookjes helaas niet tegen komt en die dit boek extra waardevol maken. Ik wil Lemniscaat dan ook feliciteren met deze uitgave en de wens uiten dat deze vertaling wederom dertig jaar mee zal gaan en 7 x 7 herdrukken zal beleven. (Joke)
Kaboutermagie
de spirituele wereld van de kabouters
151 blz. € 9,95
Altamira-Becht, 2006
ISBN 90 6963 703 0
In het boekje geeft Pieterse aanwijzingen hoe je kunt leren met kabouters in contact te komen en wat je van ze kunt leren. En ook wat je niet moet doen. Zeg niet tegen een kabouter dat hij of zij iets moet doen, want dan heb je het nakijken. Zich vooral baserend op alchemie en Paracelsus, geeft Pieterse in het vijfde hoofdstuk een stoomcursus over hoe je door kabouters meer kunt leren van stenen en (half)edelstenen en metalen. Als je het allemaal wilt uitproberen, wens ik je een fijne en leerzame tijd onder de kabouters toe. Je kunt het boekje ook gewoon lezen kijken of het je aanspreekt. Ik vond het wel amusant en leerzaam (Ko).
De boze heks
Hier is de boze heks (2005, 178 blz € 22,50)
Verhalen van de boze heks (14e druk 2005, 111 blz.)
De boze heks is weer bezig (10e druk 2004, 128 blz.)
Bloemen voor de boze heks (9e druk 2002, 124 blz.)
Toveren met de boze heks (5e druk 1997, 148 blz.)
De boze heks geeft een feest (2e druk 2003, 124 blz.)
De boze heks moet winnen (3e druk 2002, 129 blz.)
Inllustraties Annemarie van Haeringen
Lemniscaat € 12,50, behalve Hier is de Boze Heks
In mijn enthousiamse over de prachtige en vaak zeer geestige illustraties vergeet ik bijna te vertellen hoe leuk de verhalen zijn. Alle figuren uit het boek komen goed uit de verf. De egel, die heel eigenwijs is en altijd trek in iets lekkers heeft. De uil die altijd hardop mooie gedichten maakt. De merel en de opgewekte haas wonen in het bos waar ook de boze heks woont. Ze houdt ervan om met haar slechte humeur en haar gemopper, maar vooral met haar getover iedereen aan het schrikken te maken. De dieren zijn zo treffend neergezet dat kinderen er zich heel goed in kunnen herkennen en als de boze heks komt, is het altijd lekker griezelig. Natuurlijk komt alles altijd weer goed en zijn ze allemaal weer dikke vrienden. Tot de heks opnieuw met haar slechte humeur iedereen de stuipen op het lijf jaagt. (Joke)
Hennie de Heks
door Korky Paul en Valerie Thomas
28 blz. € 11,45
Sjaloom, 2005 (7e druk)
ISBN 90=6249-168-5Groene magie
De verborgen krachten van het plantenrijk
344 blz. € 19,90
Altamira-Becht, 2005
ISBN 90-6963-672-7
Na een korte, maar lezenswaardige inleiding over kruiden, magie, planeten en elementen, volgt het encyclopedische gedeelte, dat driekwart van het boek beslaat en waarin ruim 400 planten en bomen worden beschreven. Hierin geeft Cunningham achtereenvolgens voor elke plant de volksnamen, het geslacht, de hiermee verbonden planeet, het element, de krachten van de plant en het magische gebruik ervan. Voor veel planten noemt hij, onder het kopje Goden ook Goden en Godinnen die hiermee in verband worden gebracht. Waar hij zich op baseert bij zijn indelingen, daar laat hij zich niet over uit. In de Engelse uitgave staat een lijst van geraadpleegde boeken, zo'n 125 titels, waarvan hij de meeste van een kort commentaar voorziet. Deze literatuurlijst is in de Nederlandse uitgave weggelaten, wat jammer is, want het geeft toch wel een indruk van de bronnen die Cunningham raadpleegde. Dat zijn veel boeken over volksgebruiken, oude en nieuwe hekserij, kruiden en magie. Het enige oude kruidenboek dat in de lijst voorkomt is Culpeper's Complete Herbal uit 1652. Hij noemt dit "het populairste en helaas minst betrouwbare kruidenboek". Culpeper was, zullen we maar zeggen, de Cunningham van de 17e eeuw. Culpeper was de eerste die planeten aan alle kruiden koppelde en als je je even verdiept in de geschiedenis van de kruidenkunde, dan valt op dat Culpeper zeer slordig te werk is gegaan. Hij respecteerde de traditie, die in zijn tijd al 1600 jaar bestond, waarin kruiden aan elementen werden gekoppeld. Om precies te zijn waren dat de kwaliteiten warm of koud en vochtig of droog, waaruit de elementen af te leiden zijn. De kwaliteiten nam hij klakkeloos over en koppelde daar dan vaak planeten aan die daar absoluut niet bij pasten. Zo noemt Culpeper het Citroenkruid, de traditie volgend, warm en droog (dus het element Vuur) en plaatst het kruid toch onder de planeet Mercurius, terwijl die planeet in zijn eigen astrologische indeling onder het element Aarde valt. Cunningham neemt de planeet Mercurius over en plaatst hem onder het element Lucht, waar Mercurius door moderne astrologen onder gerekend wordt. Moderne kruidenkundigen als Paul Beyerl en Steven Smith volgen Cunningham hierin. Toch is Citroenkruid voor een goed verstaander een kruid dat veeleer bij het element Vuur en bij de planeet Mars hoort. In volksgebruiken werd Citroenkruid vooral gebruikt voor bescherming en voor liefdesmagie. Dat weet Cunningham ook wel, want de krachten die hij noemt zijn: "liefde, lust, bescherming". Die horen typisch bij Mars en echt niet bij Mercurius.
De Marjolein (Majoraan) is een ander voorbeeld. In de oude kruidenboekn werd het warm en droog genoemd (Vuur). Culpeper neemt dit over en kiest toch voor Mercurius. Cunningham neemt Mercurius over en kiest voor het element Lucht. De Goden die hij hieraan koppelt zijn Venus en Afrodite. De krachten die hij noemt zijn "bescherming, liefde, geluk, gezondheid, geld.". Hiervan past alleen geld bij Mercurius, of misschien bij Venus, maar dat is dan het element Aarde. Volgens mij hadden de oudjes het bij het juiste eind en past Marjolein bij het element Vuur, waarbij ik dan kies voor de Zon, op grond van volksgebruiken en de medische werking van het kruid. De krachten die Cunningham noemt, passen eerder bij de Zon dan bij Mercurius.
Cunningham legt niet uit waarom hij bepaalde Goden en Godinnen bij een kruid plaatst. Uit zijn keuzen leid ik af dat het vermelden van een kruid en een Godheid in dezelfde mythe voor Cunningham voldoende is om ze aan elkaar te koppelen. Zo plaatst hij de Appel onder de planeet Venus en het element Water en noemt als Goden: "Venus, Dionysus, Olwen, Apollo, Hera, Athene, Afrodite, Diana, Zeus, Iduna." Hera, Athena (niet Athene! - foutje van de vertaler) en Afrodite spelen een rol in de twistappel die tussen ze in geooid werd met het opschrift "voor de schoonste". Iduna bewaakte de gouden appelen in de IJslandse Edda. Cunningham noemt deze mythen echter niet. Wat Dionysos, Apollo en Zeus met de Appel gemeen hebben? Geen idee en Cunningham maakt ons niet wijzer.
In het boek worden bij veel kruiden zaken aangedragen die niet bij elkaar passen en nooit een eenheid worden. Zo deelt hij de Kaneel in als Mannelijk, en passend bij de Zon en het element Vuur. Okee. De enige Goden die hij hierbij geeft zijn echter Venus en Afrodite. Veel informatie wordt als los zand bij de betreffende plant neergelegd. Daarbij gaat hij zeer losjes met astrologische correspondenties om. Soms koppelt hij de Maan, Venus en Saturnus aan het element Aarde, soms aan Water. Mercurius en Jupiter zijn soms Lucht en soms Vuur.
Cunningham bezit duidelijk niet de gave te schiften tussen degelijke informatie en onzin of halve waarheden. Wat hij toevallig tegenkomt en hem aanspreekt neemt hij op. Zelden horen we waar de informatie vandaan komt of hij volstaat met vaagheden. Zo noemt hij een recept om kuis te blijven. Je moet dan bij de nieuwe maan vóór zonsopgang ijzerhard plukken, uitpersen en opdrinken. Cunningham zegt dan: "Volgens de oude beschrijvingen zul je voor een periode van zeven jaar je behoefte aan seks verliezen." Dan denk ik: Welke beschrijvingen? Waar vandaan en hoe oud? Tien jaar? Honderd jaar? Drieduizend jaar?
Vaak geeft Cunningham wel goede informatie en meermalen heeft hij me bij een kruid op het juiste spoor gezet, waardoor ik bijvoorbeeld verder ging zoeken wat dit kruid bij de Grieken betekende. Maar als ik bij anderen geen bevestiging vindt van wat Cunningham beweert, leg ik het naast me neer. Ik neem niets aan op zijn gezag. Vaak heeft hij het bij het juiste eind, maar vaak ook niet. Bij de Linde gaat hij bijvoorbeeld absoluut de fout in. Hij noemt de boom mannelijk en plaats hem onder Jupiter en het element Vuur. De enige Goden die hij noemt zijn Venus en Lada. Ik ken Lada alleen als bijnaam van Leto, de moeder van Artemis en Apollo en weet niet wat ze hier doet of wat Cunningham ermee bedoelt. Venus past wel bij de Linde. Vanaf de Oudheid is de Linde een boom geweest die bij de Godin paste en wel de vruchtbare, jonge Godin. De Grieken noemden de Linde Phylira, naar de naam van deze Godin. De Romeinen verbonden de boom met Flora en Venus, de Germanen met Freya. De boom kan dan ook met zekerheid worden ondergebracht bij de planeet Venus en het element Aarde, niet bij Jupiter en Vuur.
Als je serieus geïnteresseerd bent in de geschiedenis van de kruidenkunde is Groene Magie een klassieker die niet in je verzameling mag ontbreken. Gebruik het boek om inspiratie op te doen en om ideeën te vinden in welke richting je verder zou kunnen zoeken, maar gebruik het boek niet als kruidenbijbel, waar je klakkeloos dingen uit over kunt nemen. Dan word je net een keertje te vaak het bos in gestuurd. Cunningham neemt vaak de foute informatie (de Planeet) over uit Culpepeper en gooit de goede informatie uit Culpeper (het element) in de prullenbak. Voor alle duidelijkheid: dit is mijns inziens, ondanks al zijn fouten en tekortkomingen, wel het beste boek dat je op dit gebied kunt kopen. Als je hogere eisen stelt zul je, net als ik dat gedaan heb, honderden moeilijke wetenschappelijke boeken door moeten worstelen en oude kruidenboeken moeten bestuderen, vaak met Gotische letters geschreven in het Middelnederlands of 16e eeuws Duits. Uit al die publicaties zul je de juiste informatie moeten afleiden. Als je dat niet wilt of kunt, is Groene Magie een goede koop. Rest me nog te zeggen dat het boek mooi is uitgegeven, met de originele illustraties, en over het algemeen goed is vertaald. De volksnamen zijn geen letterlijke vertalingen van de Engelse folk names, maar Nederlandse volksnamen die aan het betreffende kruid zijn gegeven. (Ko)
Het Epos van Gilgameš
vertaald door Herman Vanstiphout
302 blz. € 24,90
Sun, 2002 (2e druk)
ISBN 90-5875-101-5
De oudste versie, de Soemerische, is gevonden in zes los van elkaar staande verhalen die in het Nieuw-Soemerische Rijk (2112-2004) zijn opgetekend. In het Oud-Babylonische Rijk (1894-1595 v.Chr.) zijn rond 1700 v.Chr. een aantal van deze verhalen in het Babylonisch (Akkadisch) opgetekend. In later eeuwen zijn de verhalen over Gilgamesj opnieuw bewerkt. Rond 1100 v.Chr. namen deze verhalen vaste vorm aan en ontstond wat Vanstiphout De Standaardversie noemt. Hiervan zijn 70 exemplaren gevonden, waarvan de helft afkomstig is uit de bibliotheek van Asjoerbanipal in Ninevé. Hoewel deze versie dus een millenium na de Soemerische versie ontstond, begint Vanstiphout zijn boek hiermee, en laat de andere versies hierna volgen.
Volgens de Standaardversie is Gilgamesj een koning die zijn onderdanen onderdrukt. Hij is de zoon van Loegalbanda, de legendarische koning van Oeroek, en de Godin Ninsun. Hij is zo groot en sterk dat niemand het tegen hem op kan nemen. Zijn onderdanen gaan zich bij de Goden beklagen en die besluiten een wezen te scheppen dat het tegen Gilgamesj kan opnemen. Dit wezen, Enkidoe, trekt echter alle wilde dieren naar zich toe. Een jager, die zich hierdoor benadeeld voelt, weet een meisje met hem in contact te brengen. Na zeven dagen en nachten de liefde met haar bedreven te hebben is Enkidoe getemd en keren de dieren zich van hem af. Enkidoe gaat de confrontatie met Gilgamesj aan. Ze vechten, maar zijn aan elkaar gewaagd en sluiten vriendschap.
Samen met Enkidoe gaat Gilgamesj naar het Cederwoud in Libanon. De heilige bomen in dit woud worden bewaakt door Hoembaba, door Vanstiphout omschreven als "een monsterachtig wezen". De Zonnegod Sjamasj staat de helden bij in de strijd en verblindt Hoembaba met dertien winden, zodat ze hem kunnen overwinnen en doden. Op "de Cederberg, zetel van Goden en Godinnen" vellen ze de mooiste boom en maken er een deur uit voor de tempel van Ellil (meestal Enlil genaamd). Getroffen door de schoonheid en dapperheid van Gilgamesj doet de Godin Isjtar hem een aanzoek. Gilgamesj wijst dit botweg af en zegt dat het met al haar vorige geliefden slecht afgelopen is. De woedende Isjtar gaat naar haar vader, An of Anum genaamd en vraagt hem de Hemelstier los te laten om Oeroek te straffen en de helden te doden. Gilgamesj en Enkidoe weten echter de stier te doden. Enikdoe gooit de bil van de Hemelstier in het gezicht van Isjtar en ze is niet in staat hem hiervoor te straffen. Als straf voor het doden van de Hemelstier besluiten de Goden dat Enkidoe moet sterven. Gilgamesj zwerft alleen verder en weet tot in de onderwereld door te dringen. Daar ontmoet hij Oetnapisjtim, die de mensheid na de Grote Vloed van de ondergang redde en als enig mens onsterfelijkheid kreeg. Gilgamesj keert terug uit de onderwereld, maar weet nu dat hij ooit zal sterven.
Tot zover de Babylonische versie die door Vanstiphout eerbiedig wordt aangeduid als "de grootse standaardversie" (p 298) en "de monumentale standaardversie" (p 300). In de commentaren op de oudere versies die hij hierna heeft opgenomen, geeft Vanstiphout herhaaldelijk blijk van een onvermogen deze oudere versies op hun waarde te schatten en juist te interpreteren. Dat Inanna (door Vanstiphout Inana genoemd) bij de Soemeriërs veel meer aanzien had dan de uit haar voortgekomen Isjtar bij de Babyloniërs wil er bij hem gewoon niet in. In het eerste Soemerische verhaal staat: "Gilgameš, de heer van Kulab/ Die zijn vertrouwen stelt in Inana..." Vanstiphout zet hier een voetnoot bij waarin hij zich afvraagt: "Is dit een lichtelijk ironische verwijzing naar de moeilijkheden die Gilgameš later met Inana zal krijgen?" Ik denk het niet. Die moeilijkheden zouden pas duizend jaar later in de Babylonische versie breed uitgemeten worden. Gilgamesj heeft in deze versie een bediende Enkidoeg (Enkidoe) en samen gaan ze de strijd aan met Hoewawa (Hoembaba). Gilgamesj belooft Hoewawa zijn zuster en weet hem met valse beloften over te halen elk van de zeven stralen die hij bezit af te geven. Gilgamesj krijgt medelijden met de arme Hoewawa die hij door zijn listen en leugens in zijn macht heeft gekregen, maar Enkidoeg is mededogenloos en hakt het hoofd van Hoewawa af. Als ze dit hoofd naar de God Enlil brengen valt deze woedend tegen ze uit. Ze hadden hem moeten eren, want zijn zeven stralen gaf hij aan de velden, de stromen, de rietbedden, de leeuwen, aan het paleis, aan de wouden en de laatste aan Nungal, de dochter van Eresjkigal, die over de onderwereld heerst. Hoewawa, dat is duidelijk, is de Vegetatiegod die vruchtbaarheid brengt en alles laat groeien. In de oude Soemerische mythen stierf de Vegetatiegod om steeds weer in de nieuwe vegetatie herboren te worden. Dat verband wordt door Vanstiphout niet gezien of doelbewust verzwegen.
De Hemelstier was een andere verschijningsvorm van de Vegetatiegod. Doemoezi, de geliefde van Inanna, werd zo genoemd. De dood van Doemoezi, waaruit de nieuwe vegetatie ontsproot, werd ook wel voorgesteld als de dood van de Hemelstier. In een van de Soemerische fragmenten noemt Inanna Gilgamesj haar wilde stier als ze hem vraagt haar te beminnen. Gilgamesj beledigt haar niet, zoals in de Standaardversie, maar wimpelt haar aanzoek beleefd af en zegt dat hij liever gaat jagen. Inanna laat ook hier de Hemelstier op hem en op zijn stad Oeroek los. De stier eet al het gras en andere gewassen van Oeroek op, drinkt de rivier leeg en begint de stad te verwoesten. Gilmamesj doodt de stier. De tekst luidt: "Als regendruppels spatte hij uiteen; als kaf vervluchtigde hij." Opnieuw een beeld van de Vegetatiegod die sterft om vruchtbaarheid te brengen. Inanna kijkt toe als de stier in stukken wordt gesneden: "Hij trof Inana met het lendenstuk, deed haar wegvliegen als duif." De duif is een verschijningsvorm van de Godin als jonge vrouw. Er staat niet dat Gilgamesj het lendenstuk naar haar toe gooide (zoals in de Standaardversie), alleen dat hij haar ermee trof. De tekst vervolgt: "Staande bij het hoofd van de Stier weende de koning (=Gilgamesj) bittere tranen./ "Zoals ik jou vernietigd heb, zo kan ook mij gebeuren."" Gilgamesj weet dat hij nu de jonge Vegetatiegod is die de oude verslaat en dat hem zelf als hij ouder is datzelfde lot zal treffen. Vanstiphout heeft daar niets van begrepen. Hij plaats bij deze tekst de voetnoot: "Het is niet duidelijk waarom Gilgameš hier begint te wenen." Het verhaal eindigt met: "En de beide horens maakte hij tot flacons om in het Eana (de grote tempel van An en Inanna in Oeroek, kl) fijne olie aan Inana te plengen./ Omwille van de dood van de Hemelstier is het zoet jou te prijzen, Inana." Op dit eerbetoon van Gilgamesh aan Inanna, dat absoluut niet in de "grootse Standaarversie" past, gaat Vanstiphout gewoon niet in.
Het vijfde Soemerische verhaal in deze vertaling kende ik uit het boek Inanna - Queen of Heaven and Earth (1983), waarin Samuel Noah Kramer, een van de meest vooraanstaande geleerden op het gebied van de Soemerische literatuur, samen met dichteres Diana Wolkstein uiteenzet hoe belangrijk Inanna in de Soemerische religie is geweest. In het verhaal The Huluppu-Tree wordt een prachtige scheppingsmythe verteld waarin de jonge Inanna een boom verzorgt die de hemel met de onderwereld verbindt. De boom dreigt zich aan haar gezag te onttrekken, tot Gilgamesj haar te hulp schiet en de boom omhakt. Een uitgebreidere en veel dieper gravende beschrijving van dit verhaal vind je in het artikel over Inanna in ons boek Encyclopedie van Westerse Goden en Godinnen. Kramer en Wolkstein weten hier ook rake dingen over te zeggen. Hun boek is trouwens nog steeds te koop via Proxis (€ 13,75) en beslist een aanrader. Vanstiphout raffelt deze mythe zonder veel commentaar af. In zijn inleiding en voetnoten negeert hij Inanna volkomen. Lilith die in de boom zit noemt hij "duivelin Lilitu" en maakt er verder geen woord aan vuil om haar toe te lichten. Toch is Lilith een fascinerende Godin. In onze Encyclopedie hebben we een artikel aan haar gewijd. Het prachtige, duistere scheppingsverhaal in deze mythe, wordt door Vanstiphout niet op waarde geschat en afgedaan met: "Het gaat te ver deze inleidingen te interpreteren als een ernstig bedoelde kosmogonie. Het zijn traditionele en waarschijnlijk in oorsprong volkse, wellicht zelfs mondelinge inleidingstechnieken." Zo bagatelliseert hij alles wat niet in het keuslijf van "De Standaardversie" past.Eduba
Lezen en schrijven In Sumer
295 blz. € 24,90
Sun, 2004
ISBN 90-5875-192-9
Het Soemerische schrift werd vrij snel overgenomen door de Akkadische stammen in het noorden om er hun eigen taal mee op te schrijven. Dat stuitte op grote problemen omdat het Akkadisch/Babylonisch, net als het Hebreeuws en Arabisch, een Semitische taal is en het Soemerisch hier totaal niet mee verwant is. Om te kunnen schrijven werden Mesopotamiërs daarom geacht de Soemerische taal te beheersen en de scholen gaven hier les in, ook toen het Soemerisch als taal was uitgestorven. In het Akkadisch werd het spijkerschrift vooral gebruikt om klanken mee aan te duiden omdat de Soemerische homoniemen in het Akkadisch met verschillende woorden werden uitgedrukt. Een homoniem is bijvoorbeeld "arm", dat in het Nederlands zowel een lichaamsdeel als een financiële toestand kan uitdrukken. Vanstiphout vergelijkt het met een rebus, waarin dan bijvoorbeeld zou staan:"Hij was ...", gevolgd door een tekening van een arm, om aan te geven dat hij geen geld had. Om dergelijke beelden in schrift te kunnen begrijpen was het voor Babylonische schrijvers noodzakelijk de Soemerische taal te beheersen.
Vanstiphout benadrukt dat er nog een andere reden was dat de Semitsche stammen in Mesopotamië het Soemerisch op de scholen onderwezen en dat is dat ze de Soemeriërs bewonderden en zich heel goed realiseerden dat ze hun beschaving op de Soemerische cultuur hadden gebouwd. Ze waren trots op dat erfgoed en wilden daarom de Soemerische taal en letterkunde laten voortbestaan, omdat het ook hun wortels waren. Deze uitleg van het spijkerschrift en het voortbestaan van de Soemerisch taal, gedurende bijna tweeduizend jaar nadat deze taal was uitgestorven, vond ik heel interessant en plausibel. Waarbij ik wel wil aantekenen dat de Babyloniërs wel degelijk de Soemerische mythen hebben aangepast aan hun eigen behoeften en alleen Soemerische teksten overnamen (of zelf schreven) die hierbij aansloten. In mijn recensie van Het Epos van Gilgamesj (zie hierboven) heb ik al aangegeven hoe Inanna in de Soemerische versie door de held geëerd werd, terwijl hij haar in de latere Babylonische versie verachtte en beledigde. In zijn vertaling van het epos is dit verschil door Vanstiphout onder het kleed geveegd. Dat neemt niet weg dat de Babyloniërs de Soemeriërs op een voetstuk hadden gezet, zoals Vanstiphout terecht opmerkt.
Na de inleiding geeft Vanstiphout een vertaling van een aantal Soemerische teksten die op de scholen als leerstof werden gebruikt. De meeste teksten zijn nooit eerder in het Nederlands verschenen en dat verhoogt de waarde van dit boek aanzienlijk. De teksten zijn op thema of moeilijkheidsgraad voor de leerling ingedeeld en voorafgaand aan elke tekst geeft Vanstiphout een uitleg over de strekking van de betreffende tekst. De teksten konden de daden van roemruchte koningen, of van een stad als Oeroek boekstaven, maar ook de Soemerische mythen kwamen op de scholen uitgebreid aan de orde. Ik vond ook deze stukken interessant om te lezen. De Soemeriërs staan vaak zo ver van ons af en door deze teksten hebben we de mogelijkheid over de schouder van de leerling mee te kijken naar de cultuur van dit roemruchte volk uit het verre verleden. Beslist een aanrader. (Ko)
De Helende Krachten van Water
door Charlie Ryrie
159 blz. € 22,46
Ankh-Hermes, 1999
ISBN 90-202-4340-3
Charlie Ryrie heeft zich goed in het onderwerp verdiept. Ze beschrijft de rol die water in de verschillende religies vanaf de Oudheid heeft gehad en vaak nog heeft. In het hoofdstuk Water om te leven wordt meer de natuurkundige en scheikundige kant van water belicht. Daarbij wordt een ware vloed aan informatie over de lezer uitgestort. Informatie waarvan de herkomst en status niet altijd duidelijk is. Door het hele boek heen benadrukt de auteur het belang van de wetenschap als de resultaten van het wetenschappelijk onderzoek haar aanspreken, maar vaker beroept ze zich op de natuurgeneeswijze, waarvan de bruikbaarheid door de wetenschap vaak in twijfel wordt getrokken. En vaak beweert ze met grote stelligheid dingen, waarbij ze zich nergens op beroept. Als voorbeeld kan het volgende citaat dienen: "Een sneeuwvlok bestaat uit vele miljarden watermoleculen in een specifieke en een stabiele schikking. Je zult nooit twee geheel identieke sneeuwvlokken vinden, al zou je je hele leven eraan wijden om het te proberen. Maar als je een sneeuwvlok smelt en onder dezelfde omstandiheden opnieuw bevriest, zal de vlok precies hetzelfde patroon tonen. De sneeuwvlok herinnert zich zijn vorige patroon en keert daar feilloos in terug."(p 58). Dan denk ik: Hoe weet je dat? Wie heeft dat aangetoond? Of is het iets wat gewoon maar door mensen wordt gezegd?
Het "geheugen van water" neemt een belangrijke plaats in dit boek in. Charlie Ryrie geeft aan dat dit begrip in de wetenschap zeer omstreden is, maar gaat er verder toch als een vaststaand feit mee om en baseert veel van haar conclusies hierop. Aantoonbaar onjuist is de volgende uitspraak: "Geen van de creatieve processen in de natuur kent rechte lijnen en elk water lijdt eronder als het door rechte kanalen wordt geleid." (p 82) Welnu, er zijn kristallen die kaarsrechte vlakken vormen, soms van meters lang. En het belang van kristallen voor water wordt door de auteur benadrukt: "Aangezien water de meest effectieve drager van trillingen is, zal elk helend kristal dubbel krachtig zijn in combinatie met water." (p 77). Opnieuw denk ik: Wie heeft dat bewezen? Wie heeft aangetoond dat kristallen "dubbel" zo sterk werken in water? Het wordt ons niet onthuld.
Ik zeg niet dat het boek onzin is. Er worden veel onderwerpen aangedragen die je aan het denken kunnen zetten over dit voor ons zo belangrijke element. Wicca's en andere moderne heidenen werken met de vier elementen, waarvan water er één is. Er zal ook veel kloppen van wat de auteur beweert, maar dat kan ik niet beoordelen, dus lees het boek en laat je gezond verstand spreken. Geloof het niet omdat Charlie Ryrie zegt dat het zo is. De foto's van David Cavagnaro spreken me niet zo aan. Ze zien er gekunsteld uit en hebben meer met geavanceerde fototechniek te maken dan met water. Maar daarover kun je van mening verschillen en er staan ook een dozijn foto's van andere fotograven in die me wel aanspreken. (Ko)
Platvoetje
door Ingrid & Dieter Schubert
30 blz. € 12,95
Lemniscaat, 2005 (13e druk)
ISBN 90-5637-590-9Tien Kleine Heksjes
door Lida Dijkstra & Jung Hee Spetter
26 blz. € 12,95
Lemniscaat, 2005
ISBN 90-5637-621-7De Kleine Heks
door Otfried Preussler
111 blz. € 12,50
Lemniscaat, 2004 (11e druk)
ISBN 90-6069-380-9Het Dierenorakel der Druïden
Werken met de heilige dieren uit de traditie van de Druïden
179 blz (met 33 kaarten) € 29,90
Altamira-Becht, 2005 (3e druk)
ISBN 90-230-1008-6
Op onze laatste Maanviering, de Jachtmaan, hebben we met onze Coven gebruik gemaakt van dit orakel. We hebben een legging voor het hele jaar gedaan. We gebruikten daar de legging Het Wiel van Arianrhod (pag. 161) voor. In het midden kwam de kaart voor de Coven. Ik ga natuurlijk niet de legging voor onze Coven verklappen, maar ik wil wel kwijt dat we deze kaart, hoe hij door de auteurs wordt beschreven, heel treffend vonden. Er omheen legden we acht kaarten, een voor elk van de Jaarfeesten. We schreven de legging op in ons Covenlogboek en zullen over een jaar evalueren inhoeverre elk van de kaarten het betreffende Jaarfeest typeerde. We waren erg onder de indruk van de kaarten en van de mooie woorden die bij elk dier in het bijbehorende boek staan. Ik vergeet bijna te zeggen dat na de inleiding de kaarten besproken worden, zoals ik al zei, in treffende bewoordingen en dat hierna diverse leggingen gegeven worden. De kaarten zijn erg mooi getekend door Bill Worthington en spreken je intuïtie goed aan. Je kunt heel gemakkelijk de kaart binnengaan. Het is ook een goed idee om er een meditatie mee te doen, de kaart binnen te gaan en er rond te lopen. Samen met het boek zitten ze in een doos, waar ook nog een Keltisch kleed om ze op te leggen in zit. Een aanrader. (Joke)
De Oude Religie
door Vivianne Crowley
288 blz. € 18,90
Spirit, 2005
ISBN 90-215-8152-3
Hierna geeft Vivianne haar visie op wat het heidendom inhoudt en dat er geen centrale autoriteit is, geen bisschoppen en kerken, maar wel organisaties, zoals de Pagan Federation, die ook in Nederland actief is en workshops en open dagen organiseert. In deze organisaties wordt niet geprobeerd je over te halen hun zienswijze te delen. Je wordt verondersteld zelf je weg te vinden. Vivianne belicht de verschillende richtingen binnen het heidendom: de Keltische, Noordse en Germaanse tradities. Ook belicht ze de Finse tradities, zoals die in de Kalevala beschreven zijn en de Letse en Litouwse mythologie. Hierna schrijft ze over Wicca en de Godin en de God die hierin worden vereerd.
Via een deel over overgangsriten en de zin hiervan betrekt ze ook de Jungiaanse psychologie erbij, wat niet zo verwonderlijk is als je weet dat ze toen doctor (en inmiddels professor) in de Jungiaanse psychologie was. In haar laatste hoofdstuk belicht ze hoe je zelf het heidendom kunt vinden en beleven, welke vorm je ook kiest: alleen of in een groep. Het boek is interessant en boeiend geschreven en het is moedig van de uitgever om het boek opnieuw een kans te geven. In 1994 zal de verkoop tegengevallen zijn. De omslag en de titel van die uitgave nodigden ook niet uit tot kopen. Deze druk ziet er in ieder geval veel aantrekkelijk uit. (Joke)
Het verslag van mijn onderzoek
door Herodotos
782 blz. € 24,90
Sun, 2000 (3e druk)
ISBN 90-6168-583-4
Zo'n stoffig boek, 2435 jaar oud, dat het conflict tussen de Grieken en Perzen beschrijft; het lijkt alleen interessant voor historici en archeologen, maar niets is minder waar. Herodotos is een rasverteller die zijn publiek van het begin tot het eind weet te boeien. In Athene bewoog hij zich in de hoogste kringen. Hij was een vriend van de staatsman Perikles en de toneelschrijver Sofokles. In deze kringen bereikte hij grote faam door het voorlezen van hoofdstukken uit zijn boek. Hij is geboren in Halikarnassos, het tegenwoordige Bodrum aan de Turkse zuidwestkust. Hij reisde door Klein-Azië (nu West-Turkije), Fenicië (nu Libanon), Griekenland, de gebieden rond de Zwarte Zee en Egypte. Zijn boek is grotendeels gebaseerd op gesprekken met alle personen die hij tijdens zijn reizen ontmoette. Ook maakte hij wel gebruik van, inmiddels verloren gegane reisverslagen van anderen. Zo wordt betwijfeld of hij in Babylon is geweest en waarschijnlijk heeft hij zich hier op anderen gebaseerd, maar meestal geeft hij zijn eigen indrukken weer en dat is wat het boek zo interessant maakt. De wereld die hij beschrijft is de heidense wereld van ver voor het Christendom, van voor de opkomst van het Romeinse Rijk, een eeuw voordat Alexander de Grote het conflict tussen de Grieken en Perzen beslechtte. De tempels en paleizen die Herodotos beschrijft zijn nu verdwenen of hooguit als ruïne te bezichtigen. Voor hem waren ze in volle glorie te zien. De Griekse, Babylonische en Egyptische Goden en Godinnen waren voor hem geen vergane glorie, maar onderdeel van heidense cultusgebruiken, die hij gedetailleerd beschrijft. Hein van Dolen heeft de tekst in prettig leesbaar Nederlands vertaald. Een absolute aanrader voor wie de oude heidense culturen in volle glorie wil ervaren. (Ko)Handboek Geneeskrachtige Stenen
door Michael Gienger
416 blz. € 24,90
Altamira-Becht, 2005
ISBN 90-6963 663 8
Gienger behandelt hierin het ontstaan van mineralen en gesteenten en hoe het komt dat stenen geneeskracht hebben. Hierna gaat hij in op de kristallen, hun structuur en de samenhang met levensstijlen van de mens. Ik vond dit een erg boeiend gedeelte en vond het interessant te zien dat je op deze manier een steen kunt vinden die voor jou op een bepaald moment geneeskracht heeft. Op je intuïtie vertrouwen om een steen uit te zoeken is hiernaast ook wel belangrijk. Gienger gaat ook in op de elementen en de verschillende mineralen die we nodig hebben om gezond te blijven. Hij legt uit wat minraalkleuren zijn en hoe je ermee kunt genezen. Ook gaat hij niet voorbij aan onze intuïtie en hij legt uit hoe je intuïtief een steen kunt uitzoeken die je nodig hebt. Hij geeft een leuke en praktische manier om stenen uit te zoeken en legt uit hoe het komt dat je de juiste steen pakt. Hierna legt hij uit hoe je kunt behandelen met stenen, waarna het alfabetische gedeelte volgt. Hierin worden per steen de mineralogie, mythologie, heling en toepassing behandeld. Bij elke steen staat op de rechterbladzijde een prachtige foto van de ruwe steen. Een interessant en goed uitgevoerd boek! (Joke)
De Schatten van Luxor en de Vallei der Koningen
door Kent W. Weeks
564 blz. € 39,95
Kosmos Z & K, 2005
ISBN 90-215-4208-0
Kent Weeks is professor in de Egyptologie aan de Amerikaanse Universiteit in Caïro en heeft meer dan dertig jaar als archeoloog in Karnak en de Vallei der Koningen gewerkt. In zijn boek geeft hij een duidelijke inleiding op de geschiedenis van dit gebied en beschrijft glashelder en gedetailleerd de talloze monumenten. De vele prachtige foto's van verschillende fotografen lichten waar nodig zijn beschrijvingen toe. Als je hier nog niet geweest bent, is dit een uitstekende manier om kennis te maken met deze beschaving. Als je er wel bent geweest, kun je alles nog eens op een rijtje zetten wat je allemaal gezien hebt en er nog eens van genieten. Het boek, gedrukt op prachtig fotopapier, is zwaar, maar het loont de moeite het op je vakantie mee te nemen, want Kent past de volgorde van zijn beschrijvingen aan aan de manier waarop de toerist deze gebouwen en graven zal bezichtigen. Met duidelijke tekeningen en plattegronden wordt de struktuur van de vaak ingewikkelde bouwwerken inzichtelijk gemaakt. Wie (nog) niet in staat is dit gebied te bezoeken, heeft met dit boek de gelegenheid hier in ieder geval een duidelijke indruk van te krijgen. Een absolute aanrader. (Ko)
De Schatten van Griekenland
door Stefano Maggi en Christina Troso
608 blz. € 39,95
Kosmos Z & K, 2005
ISBN 90-2150-4098-3
Het boek is opgezet als reisgids en duidelijke routebeschrijvingen geven aan hoe de bezienswaardigheden te bereiken zijn en in welke volgorde ze het beste bezocht kunnen worden. Het is echter wel een kunstreisgids. Verwacht geen praktische informatie over winkels, restaurants, hotels en het uitgaansleven. Daar kun je beter een ander gidsje voor meenemen. Wat het boek wel geeft is een schat van informatie over de glorie van het oude Griekenland. Ruïnes van tempels en heiligdommen gaan voor je leven door de duidelijke toelichting. Veel herkenden we van onze rondreis door Griekenland. Veel andere oudheden die beschreven worden gaven me het idee dat ik nog eens naar Griekenland moet om die ook te gaan bekijken. Dit boek is een absolute aanrader voor wie deze oude beschaving wat beter wil leren kennen. (Ko)
Mysterienkulte der Antike
door Hans Kloft
128 blz. € 7,90
C.H.Beck, 2003 (2e, herziene druk)
ISBN 3-406-44606-X
De oudste mysteriereligies ontstonden tussen de 10e en 5e eeuw v.Chr. in Griekenland en pas in de 5e eeuw n.Chr. slaagde de Rooms-katholieke kerk erin de laatste cultusplaatsen te sluiten of te verwoesten. Kloft beschrijft de vijf belangrijkste mysteriereligies die in het grootste gedeelte van deze periode van 1500 jaar een rol hebben gespeeld. Dit zijn de religies ter ere van Demeter, Dionysos, Isis, Kybele en Mithras. Deze culten zijn zeer verschillend van aard en Kloft maakt deze verschillen duidelijk. Maar er zijn ook een aantal gemeenschappelijke elementen, die maken dat hier sprake is van een Mysteriereligie. Er is sprake van de verering van een bepaalde God of Godin, meestal in samenhang met de partner van deze Godheid. Deze verering wordt vormgegeven door rituelen, waarin teksten en handelingen gebruikt worden. Als onderdeel van de rituelen wordt meestal een mythe voorgelezen, of uitgebeeld in toneel, zang en dans, waarin de aard van de Godheid en het verband met de cultus duidelijk wordt. Toetreden tot de cultus is alleen mogelijk door inwijding. Een deel van de rituelen, bijvoorbeeld een plechtige of uitbundige processie door de stad, kan door iedereen worden bijgewoond, maar een ander deel van de rituelen vindt plaats in een afgeschermde ruimte. Alleen wie is ingewijd, of zal worden ingewijd, heeft hier toegang toe. De inwijding was het ultieme kenmerk dat een Mysteriecultus onderscheidde van alle andere vormen van religie. In de Helleense en Romeinse samenleving vonden religieuze activiteiten plaats op het plein voor de tempel en iedereen kon daar getuige van zijn. Sommige plechtigheden waren alleen voor mannen, of alleen voor vrouwen, of alleen voor bepaalde ambachtslieden, etc., maar het was voldoende tot de doelgroep te behoren om de rituelen bij te wonen. Alleen in een mysteriereligie kon men worden ingewijd. Van de ingewijden werd absolute geheimhouding geëist en daaraan hield iedereen zich ook strikt. In de Mysteriën in Eleusis, ter ere van Demeter, werden gedurende 1500 jaar jaarlijks tussen de 1000 en 3000 mensen ingewijd en geen van hen heeft ooit uit de doeken gedaan wat er tijdens de inwijding precies gebeurde. Tijdens de inwijding werd een eed afgelegd, waarin de geheimhouding beloofd werd. Kloft geeft als voorbeeld een eed uit de Isis-mysteriën, uit de 3e eeuw n.Chr. die bewaard is gebleven. In een Mysteriereligie werd dus strikt onderscheid gemaakt tussen het openbare gedeelte (buiten) en het gedeelte voor ingewijden (binnen). Het Griekse woord Mysterion is afgeleid van het werkwoord myein (sluiten). De ingewijden werden aangeduid als mystes.
Elke cultus werd geleid door priesters en/of priesteressen. Daarnaast waren er verschillende functionarissen, die tijdens rituelen en processies bepaalde taken op zich namen, bijvoorbeeld het dragen van een kist met de heilige cultusvoorwerpen. Als onderdeel van het ritueel werden deze heilige voorwerpen gewoonlijk aan de ingewijden getoond, om ze zo deel te laten hebben aan het goddelijke. Dit werd epopteia (aanschouwen) genoemd. Er waren ook ingewijden die geen specifieke taken hadden en alleen de rituelen bijwoonden.
Door buitenstaanders in de Oudheid, en door de eerste Christenen, werden de rituelen van de Mysteriereligies vaak bespottelijk gemaakt of gebagatelliseerd. Zo werd van de Mysteriën in Eleusis neerbuigend gezegd dat massa's mensen van heinde en ver kwamen om als hoogtepunt van de inwijding en het ritueel een korenaar te mogen aanschouwen. Misschien was dat ook wel zo, maar waar het om ging was dat de inwijding een persoonlijk contact tussen de ingewijde en de Godin tot stand bracht en het aanschouwen van de korenaar was dan een tastbaar symbool voor de alomtegenwoordige aanwezigheid van de Godin. Het ritueel bracht de aanwezigen in een verhoogde staat van bewustzijn, die orgia (extase) werd genoemd. Deze persoonlijke band tussen de mens en het goddelijke speelde in de officiële culten van de Oudheid een zeer ondergeschikte rol. Het ritueel in een officiële cultus had vaak het karakter van een contract tussen de Godheid en de stad of staat. Als de mensen hun verplichtingen nakwamen, zouden de Goden dat ook doen. Daar ging men vanuit. Er was binnen de Grieks-Helleense en Romeinse religie altijd wel de mogelijkheid je met een verzoek tot een God of Godin te richten en een dankoffer achter te laten, of een votiefaltaar op te richten, als je verzoek was ingewilligd. Maar dit was nooit onderdeel van de officiële cultus. Tijdens de officiële rituelen kon de massa alleen maar toekijken en zich er verder buiten houden. De Mysteriereligies voorzagen in een groeiende behoefte om ook actief deel te nemen aan de rituelen en een band met de Godheid tot stand te brengen.
Vanaf het begin van de 20e eeuw hebben wetenschappers de Mysterieculten vaak geïnterpreteerd als een aanloop tot het christendom. Ik heb me doodgeërgerd aan het boek The Mystery-Religions van S. Angus uit 1925, waarin Angus betoogt dat deze religies strict monotheïstisch waren en iedereen die zich wilde laten inwijden verlossing uit dit aardse en zondige tranendal en hoop op het hiernamaals boden. Volgens Angus was dit valse hoop en kon alleen het christendom deze belofte ook daadwerkelijk inlossen. Andere auteurs over dit onderwerp hebben de Mysteriereligies evenzeer afgedaan als een ruwe aanzet tot het christendom, of juist geprobeerd de Mysteriereligies in te passen in de heidense tradities en zodoende het eigen karakter van de Mysterie-tradities weggemoffeld. Het strekt Hans Kloft tot eer dat hij de drie tradities - heidendom, Mysateriereligies en Christendom - in hun waarde laat en objectief beschrijft hoe ze elkaar hebben beïnvloed. Binnen de Mysteriereligies in het Romeinse Keizerrijk bestond inderdaad de tendens andere Goden of Godinnen te zien als verschijningsvormen van de cultusgodheid. Kloft geeft hiervan een haarscherpe analyse, waarbij hij de oorsprong van elke Mysteriereligie ziet in de verering, zo tussen 1000 en 500 v.Chr. van een plaatselijke Vegetatiegod en -Godin. De God wordt daarbij vereenzelvigd met de vegetatie die elk jaar afsterft en het volgend jaar in de nieuwe vegetatie wordt herboren. In de Mysteriën van Isis was dit de Vegetatiegod Osiris, die door zijn broer Seth in stukken werd gesneden. Op magische wijze weet Isis de stukken weer bij elkaar te voegen en zijn zaad op tewekken, waaruit de God Horus wordt geboren. Ook Dionysos werd volgens de mythen in stukken gescheurd en werd daarna opnieuw geboren. Op sommige plaatsen nam de magiër-dichter Orpheus zijn plaats in. Ook Orpheus werd in stukken gescheurd door razende Menaden, de vrouwelijke volgelingen van Dionysos. In de Mysteriën van Kybele was het Attis die deze rol vervulde. In het Romeinse Rijk werd tijdens het Voorjaarsfeest de dood en wedergeboorte van Attis uitgebeeld. In de cultus van Mithras beeldde de door Mithras gedode stier de dood en wedergeboorte van de God uit. Binnen de Mysteriereligies, stelt Kluft, was de inwijding een rituele dood en wedergeboorte, waardoor de ingewijde met de God vereenzelvigd werd.
De dood en wedergeboorte van de Vegetatiegod maakt onderdeel uit van de oudste vormen van religie. De verering van Isis en Osiris kan in Egypte tot 3000 v.Chr. herleid worden. Kybele is voortgekomen uit de Anatolische Grote Godin die in de Nieuwe Steentijd al werd vereerd. Mithras is voortgekomen uit de Persische God Mitra die vanaf de 7e eeuw v.Chr. is vereerd. In het Romeinse Rijk werd Mithras gelijkgesteld aan de Zon, die elk jaar sterft en tijdens het Midwintersolstitium herboren wordt. De cultus van de aanvankelijk plaatselijk vereerde Vegetatiegod en -godin verspreidde zich over grotere gebieden toen in de Helleense en Romeinse tijd steeds grotere gebieden onder een gemeeschappijk bestuur werden geplaatst. Dit leidde tot een veelheid van Goden en Godinnen, die vaak min of meer dezelfde betekenis hadden. In de loop der eeuwen kregen de meeste Goden en Goninnen een beperkter gebied toegewezen. Zo werd Afrodite verbonden met vruchtbaarheid en Hekate met ouderdom, dood en de onderwereld. In het Romeinse Keizerrijk ontstond een tendens de verschillende Goden en Godinnen te zien als verschijningsvormen van één God en één Godin. In de Mysteriereligies ontstond, in overeenstemming hiermee, de neiging de in de cultus vereerde God en Godin breder op te vatten en andere Goden en Godinnen te zien als verschijningsvormen van deze God en deze Godin.
Het Christendom had aanvankelijk alle kenmerken van een Mysteriereligie. Het Christendom bood, net als de Mysteriereligies, de mogelijkheid een persoonlijke band met het goddelijke tot stand te brengen. De dood en opstanding van Jezus viel geheel binnen de traditie van de Vegetatiegod in de andere Mysteriereligies. De doop, die ook werd gezien als een wedergeboorte, nam de plaats van de traditionele inwijding in. Tot de 5e eeuw werd van Christenen ook strikte geheimhouding verwacht. Binnen het Gnostische Christendom werden andere Goden en Godinnen nog steeds als een realiteit gezien. Pas in de 5e eeuw werd de Gnostische stroming uitgeroeid en overwon de Rooms-katholieke visie dat er maar één God was. Het sterven en de opstanding van die God werd gezien als een eenmalige gebeurtenis, niet als een cyclische opeenvolging van groei, bloei, afsterven en opnieuw groei. De mens werd beschreven als een met zonden beladen wezen in een verdervelijke wereld, die daar pas door de dood aan kon ontsnappen. In de Mysteriereligies had het begrip zonde nooit een rol gespeeld. Als onderdeel van het ritueel in verschillende Mysteriereligies namen alle aanwezigen deel aan een gemeenschappelijk maaltijd. Hiermee had men deel aan de eenwording van de God en de Godin en at de vruchten die hieruit waren voortgekomen. Binnen het Christendom werd de gemeenschappelijke maaltijd tot de Eucharistieviering, waarin de gelovigen God dankten voor de goede gaven en opnieuw met God werden verzoend. Door verschillende redenen, die door Kloft worden aangestipt, wist het Christendom boven de andere Mysteriereligies uit te groeien en haar concurrenten langzaam maar zeker dood te drukken.
Hoewel Kloft dat niet noemt, is duidelijk dat de Wicca veel overeenkomsten vertoont met de traditionele Mysteriereligies. Wicca is een religie waarin het goddelijke wordt gezien in de vegetatie die elk jaar weer afsterft en opnieuw ontspruit. De inwijding binnen de Wicca is een wedergeboorte, waarin je een andere naam aanneemt. Door het afleggen van een eed verbind je je onherroepelijk aan deze religie. De geheimhouding die in de eed wordt geëist, lijkt weinig zinvol nu vrijwel alle traditionele teksten en rituelen zijn gepubliceerd. Toch is de eed een verbintenis, waarmee je aangeeft te willen worden opgenomen in de gemeenschap. En dat is precies de kern van een mysteriereligie. Daarmee is Wicca de enige Mysteriereligie die in de afgelopen 2000 jaar is ontstaan.
Als je de Duitse taal machtig bent, kan ik je dit boek van harte aanbevelen. Het is te bestellen in de boekhandel, of rechtstreeks bij de uitgever, via www.beck.de of via www.bol.de. (Ko)
Planten voor dagelijks gebruik
botanische achtergronden en toepassingen
352 blz. € 44,95
KNNV, 2003
ISBN 90-5011-159-9
Zoals de nu gekozen titel aangeeft, gaat dit boek over planten voor dagelijks gebruik. Daarbij maakt hij onderscheid tussen eetbare planten, psychoactieve planten en genotmiddelen, geneeskrachtige planten, oneetbare planten en ongewenste planten. Het boek begint met een interessante inleiding over wat planten zijn en op welke wijze het kweken van planten invloed heeft op de betreffende planten. De moderne mens, homo sapiens, bestaat zo'n 40.000 jaar en 10.000 jaar geleden is de mens begonnen planten niet alleen te verzamelen, maar ook te verbouwen. Alleen zou het wel nog 4.500 jaar duren voordat dat ook tot Nederland was doorgedrongen. Dat gaat tegenwoordig wat sneller. Het kweken van de planten bleek tot ingrijpende veranderingen in deze planten te leiden. Door veredeling en kruising heeft de mens in de loop der eeuwen veel planten aan zijn behoeften aangepast. De principes van de wetenschappelijke naamgeving van planten wordt uitgelegd: eerst de familienaam, dan de soortnaam, in het Latijn. Soms met de toevoeging subsp. (ondersoort) om een bepaalde variërteit aan te geven. Kweekproducten (Cultivars) krijgen meestal geen Latijnse naam, maar een naam in de landstaal, bijvoorbeeld bintje. Het geven van deze namen is aan strikte voorschriften onderhevig, die in het boek worden toegelicht.
Eetbare planten zijn het belangrijkste voor de mens en dit hoofdstuk beslaat dan ook de helft van het boek, onderverdeeld in zetmeelplanten, ewiwitplanten, olieplanten en smakelijke planten. Van elke categorie worden de belangrijkste vertegenwoordigers duidelijk en overzichtelijk besproken. Met altijd interessante details en wetenswaadigheid over planten die ons meestal zeer bekend zijn. Het hoofdstuk over psychoactieve planten bespreekt de slaapbol, tabak, coca en cocane, thee, koffie, cacao, alcohol, wijn en bier. Het hoofdstuk over geneeskrachtige planten is met 8 kruiden in 13 pagina's een beetje pover. Daar zijn veel betere boeken over in de handel. In het hoofdstuk Oneetbare Planten behandelt Kalkman planten die worden gebruikt voor constructies (hout, bamboe, riet, biezen) of benut voor hun vezels (katoen, kapok, papier) of als leverancier van brandstof. Ook bruikbare inhoudsstoffen als rubber, hars en gom worden hier besproken, evenals verfplanten en geurplanten. Het hoofdstukje over ongewenste planten geeft een al te korte beschrijving van onkruiden, parasieten en giftige planten.
Voor geneeskrachtige en ongewenste planten dus wat beknopt, maar verder is dit een prachtig en zeer leerrijk boek, dat ik van harte kan aanbevelen aan ieder die bewust wil omgaan met alle planten waar hij of zij dagelijks mee in aanraking komt. (Ko)De Gnostische Evangeliën
door Elaine Pagels
224 blz. € 19,50
Servire-Kosmos, 2004
ISBN 90-215-8251-1
In de Inleiding licht Pagels toe wat de verschillen zijn tussen het orthodoxe (=Rooms-Katholieke) en het gnostische geloof. Katholieken zien God als "de totaal andere", d.w.z. er is een onoverbrugbare kloof tussen de mensheid en haar schepper. Gnostici, daarentegen, gaan ervan uit dat alles goddelijk is, ook de wereld en ook de mens. Wie zichzelf kent, kent God. Een tweede verschil is dat Jezus in het katholicisme benadrukt dat de mens zondig is en alleen door Hem verlost kan worden. In de gnostische geschriften spreekt Jezus "over illusie en verlichting", d.w.z. wie leert de waarheid achter de illusie te zien, wordt verlicht en heeft niemand meer nodig, ook Jezus niet. Ter derde blijft Jezus in het katholicisme altijd fundamenteel anders dan de rest van de wereld, want hij is de Zoon van God, in wezen God zelf, en daarom fundamenteel anders dan de mensheid. Gnostici gaan ervan uit dat ieder mens het goddelijke in zich heeft en daarom gelijk kan worden aan Jezus.
In het eerste hoofdstuk, De controverse over de opstanding van Christus: historische gebeurtenis of symbool? licht Pagels toe waarom de orthodoxe christenen erop stonden de opstanding letterlijk op te vatten als een fysieke wedergeboorte en de gnosticische opvatting, dat Jezus na de kruisiging slechts in visioenen aan zijn volgelingen was verschenen, fel bestreden. De orthodoxe christenen gingen ervan uit dat Jezus daadwerkelijk was opgestaan, veertig dagen als mens had geleefd en daarna naar de Hemel was vertrokken om pas bij het Laatste Oordeel weer naar de aarde terug te keren. In die veertig dagen had hij namelijk Petrus verteld dat die zijn plaatsvervanger op aarde moest zijn. Petrus was daarmee de eerste bisschop en alle na hem gewijde bisschoppen konden zodoende hun absolute autoriteit uiteindelijk baseren op de woorden van Jezus. De gnostici, daarentegen, gingen ervan uit dat de apostelen Jezus in een visoen hadden gezien en er waren er onder hen die eveneens in een visioen Jezus zagen. En die vertelden hele andere dingen dan er in de kraam van bisschoppen te pas kwam. Die vertelden dat ze de waarheid en het goddelijke in zichzelf hadden en dat ze Jezus helemaal niet meer nodig hadden om verlicht te worden. Vele in Nag Hammadi gevonden geschriften getuigen van deze fascinerende visioenen.
Hoofdstuk 2, Eén God, één bisschop: de politiek van het monotheïsme werkt dit thema verder uit. De gnostici gingen uit van het goddelijke in heel de kosmos. Ieder mens heeft het goddelijke in zich en is in wezen een God zelf. De bisschoppen, daarentegen, stonden erop een stricte hiërarchie in stand te houden, waarbij de bisschoppen onder de paus vallen, de priesters onder de bisschoppen, en het gewone volk zich had te voegen naar de wil van de priesters. De leer van de kerk, laat Pagels zien, is niet gebaseerd op het streven het geloof zuiver te houden, maar op het vergaren en behouden van zoveel mogelijk macht.
Het derde hoofdstuk, God de Vader - God de Moeder gaat in op de onderdrukking van het vrouwelijk aspect in het orthodoxe christendom. Waar gnostici God zagen als tweeslachtig, benadrukte de orthodoxe tak dat God geslachtsloos was, maar toch wel veel mannelijke trekjes vertoonde. De rol van Maria Magdalena als belangrijkste apostel komt in de gnostische geschriften duidelijk naar voren, maar is in de geschriften die in het Nieuwe Testament mochten worden opgenomen weggefilterd. Weliswaar staat in twee van de vier canonnieke evangeliën dat Maria Magdalena de eerste was die Jezus na de opstanding zag, maar binnen de kerk is dit altijd gewoon genegeerd. Bij de wijding van een bisschop werd en wordt nog steeds gezegd dat Petrus de eerste was die de opgestane Heer zag, die de leiding aan hem overdroeg.
Op dit punt, halverwege het boek, is Elaine Pagels haar ei wel kwijt en heeft hier eigenlijk weinig meer aan toe te voegen. Ze valt in herhalingen of legt uit wat de lezer (ik in ieder geval wel) al gesnapt had. Orthodoxe christenen, legt ze in hoofdstuk 4 uit, vonden het een eer als martelaar te sterven, omdat ze daarmee in Jezus' voetsporen traden. Gnostici gingen ervan uit dat de mens Jezus weliswaar gestorven was, maar dat de spirituele leidsman nog altijd aanwezig was, al was het alleen maar in jezelf. Die waren er dus niet zo happig op de marteldood te sterven. Daarmee is dat hoofdstuk wel verteld. De details over processen en vervolgingen die Pagels geeft, heb je niet nodig om de bootschap op te pikken. Hoofdstuk 5 beschrijft het touwtrekken tussen orthodoxen en gnostici wie nou "De ware kerk" vertegenwoordigde. Maar dat had ze al uitgelegd. Hoofdstuk 6, Gnosis: zelfkennis als kennis van God had ze ook al uitputtend toegelicht.
Koop het boek, al is het alleen maar om de eerste drie hoofdstukken, want er staan belangrijke dingen in - voor christenen en voor moderne heidenen. (Ko)
Spiegel van de Natuur
Het natuurbeeld in cultuurhistorisch perspectief
272 blz.€ 37,95
KNNV/Staatsbosbeheer, 2005
ISBN 90-5011-112062
In het eerste hoofdstuk bespreekt hij de manier waarop schriftloze volkeren, zoals de Australische Aboriginals, de Indianen en Afrikaanse stammen de natuur hebben ervaren en deels nog ervaren. Voor hen is de natuur bezield met krachten, die als heilig worden ervaren. Dat gold ook voor de jagers en verzamelaars uit de Steentijd. Naarmate landbouwers meer grond in cultuur brachten, werd de natuur in toenemende mate gezien als een bedreiging, die moest worden geweerd en bedwongen. In de daaropvolgende hoofdstukken zet Schouten uiteen welke rol de natuur heeft gespeeld in het Hindoeïsme, Boeddhisme en Jodendom. Daarbij generaliseert hij niet en geeft duidelijk aan hoe de visie op de natuur tussen verschillende groeperingen en in de loop der tijd kan verschillen.
Daarna neemt hij de Griekse en Romeinse visies op de natuur onder de loep. Hij analyseert hoe de verschillende filosofische stromingen hebben bepaald hoe naar de natuur werd gekeken. Plato zag de kosmos als een volmaakte ordening door een scheppend goddelijk wezen, een Demiurg (grote ontwerper). Aristoteles ging ervan uit dat alles in de natuur een doelbeginsel in zich heeft en daar zonder tussenkomst of hulp van een goddelijk wezen naar handelt. Zo heeft een eikel het doelbeginsel in zich om een eik te worden. Filosofen uit de Stoïcijnse School zagen de kosmos als voortkomend uit de Goddelijke Rede of Logos. Daarom volgde de natuur volgens de Stoïcijnen logische natuurwetten.
Waar de Griekse filosofen het over eens waren, was dat de natuur ondergeschikt was aan de mens, die tussen Goden en dieren zijn plaats innam. In de Middeleeuwen werden de verschillende filosofische scholen uit de Oudheid aangepast aan de christelijke levensvisie. Plotinus (205-270) gaf de aanzet tot het Neoplatonisme. Hij onderscheidde een hiërarchie van sferen of krachten, die voortkwamen uit één goddelijke kracht. Die goddelijke oorsprong noemde hij "Nous" (Geest) of Wereldziel. Al het geschapene kwam hieruit voort en verlangde er daarom naar hiernaar terug te keren. In de vroege Middeleeuwen werd Plato als het ware gekerstend. Het hoogste scheppende principe werd simpelweg gelijkgesteld aan de God uit de Bijbel. De tussenliggende krachten werden gezien als demonen. De leer van Aristoteles, die ervan uitging dat de schepping geen begin en geen eind had, werd als heidens verworpen. Pas Thomas van Aquino (1224-1274) slaagde erin Aristoteles te kerstenen. Thomas zag God als een eerste scheppend principe. De doelgerichtheid die Aristoteles aan de natuur had toegeschreven, was hier volgens Thomas door God in gelegd. Thomas zag, net de Grieken, een hiërarchie in de kosmos: de planten staan boven de levenloze natuur, de dieren daar weer boven en de mens, als kroon op de schepping, weer boven al het geschapene. Andere Middeleeuwse denkers volgden hem in dit opzicht. De natuur werd gezien als doordrenkt met duistere en aan de mens vijandige krachten. "Allerlei kloosterordes," vat Matthijs samen, "zagen het als hun taak de goddeloze wildernis te ontginnen en om te vormen tot een vruchtbaar aards paradijs."
Na een overzicht van het natuurbeeld in de Islam, vervolgt Schouten zijn historische overzicht van het natuurbeeld in het Christelijke Europa. In de Middeleeuwen was de natuur als vijandig en demonisch verworpen. In de Renaissance werd de natuur herontdekt en in schilderijen afgebeeld. Griekse of Romeinse Goden en Godinnen werden in een lieflijke tuin of woeste natuur afgebeeld. Binnen de kerk werd dit met lede ogen aangezien. Kerkleiders zagen God en natuur liever als strikt gescheiden. Als God in de natuur aanwezig was, zou dit tot pantheïsme leiden. Daar gingen de kerkleiders vanuit. Vooral de Reformatie keerde zich tegen het vereren van de natuur. Door wetenschappers als Galileï en Newton werd de natuur als een mechaniek, een machine, voorgesteld. Misschien had God dat ooit op gang gezet, maar daarna had God zich niet meer met de natuur bemoeid, daar gingen de wetenschappers in het Rationalisme vanuit.
In de 18e eeuw won de gedachte veld dat in ieder mens een principe zit om het goede na te streven, los van de dwang van staat of kerk. Dit wordt wel Deïsme genoemd. Volgens het Deïsme zou de natuur, iets gestuurd door de mens, naar het volmaakte streven. De Engelse landschapstuinen, die in die tijd werden aangelegd, weerspiegelen dit principe. Deze tuinen zijn niet natuurlijk, zoals de woeste wildernis, maar een natuur die geheel beantwoordt aan hoe mensen zich het paradijs voorstellen.
De Romantiek, die aan het eind van de 18e eeuw ontstond, keerde zich tegen het rationele en mechanische beeld van de kosmos. De wildernis symboliseerde voor de Romantici de duistere diepten van de menselijke geest, vol angsten, verlangens en andere gevoelens. Een eeuw later maakte de Romantiek plaats voor een materialistische visie, waarin de natuur werd gezien als wingebied, waaraan de mens grondstoffen en al wat hij nodig had, kon onttrekken. In de 20e eeuw werd dit mechanische wereldbeeld weer overhoop gehaald door de relativiteitstheorie en de kwantumfysica, die aantoonde dat materie uiteindelijk energie is. En wat is energie? Daar verschillen de meningen over. Moderne wetenschappers wijzen op wat er allemaal fout kan gaan in de natuur als de mens niet ingrijpt. Nog steeds wordt de natuur gezien als ten dienste van de mensheid. Als we het milieu verzieken, dan graven we ons eigen graf. In principe wordt de natuur ook op zich gewaardeerd, bijvoorbeeld als recreatiegebied. Maar dat is dan wel een natuur die we zelf gevormd hebben.
Het bovenstaande is niet meer dan een ruwe schets van het geraamte van het boek. Tenslotte geeft Schouten een overzicht van 3000 jaar cultuurgeschiedenis m.b.t. de natuur en heeft daar zelf ook 272 bladzijden voor nodig. Zijn overzicht is redelijk compleet en ik ben niets tegengekomen waar ik het niet mee eens kon zijn. Het enige dat ik miste in dit boek was een beschrijving van de Vegetatiegod, in het Engels Green Man genaamd, die vanaf de Middeleeuwen in vele kerken en paleizen is afgebeeld. Het is meestal een man met een baard, waarbij takken of bladeren uit zijn mond en/of hoofd groeien. Hij is duidelijk voortgekomen uit afbeeldingen van Vegetatiegoden als Dionysos en Bacchus. Met geen woord rept Schouten over hem. Op pagina 228 geeft hij wel een afbeelding van een Wildeman, met een knots in de hand, terwijl takken uit zijn hoofd groeien. Maar zelfs hier trekt hij de lijn naar de Vegetatiegod niet door. Een gemiste kans.
Spiegel van de Natuur is een briljant boek, prachtig geïllustreerd met terzake doende en duidelijk toegelichte foto's. Het register geeft alleen een overzicht van de in het boek genoemde personen en geen trefwoorden als "landschapstuin" of "Rig Veda". Absoluut een aanrader voor iedereen die de natuur een warm hart toedraagt. (Ko)
De Nag Hammadi Geschriften
Een integrale vertaling van alle teksten uit de
Nag Hammadi Codices en de Berlijnse Codex
1200 blz. € 59,50
Ankh-Hermes, 2004 (herziene 2e druk)
ISBN 90 202 1964 2
De kruik van Nag Hammadi bevatte een fascinerende verzameling geschriften, waarvan er slechts enkele al bekend waren. Van sommige tractaten waren alleen fragmenten op andere plaatsen gevonden. Van andere geschriften was alleen uit verwijzingen bekend dat ze ooit geschreven waren. Veel geschriften uit de kruik waren tijdens de zuivering in de 4e eeuw kennelijk zo grondig verwijderd dat zelfs hun bestaan niet meer bekend was. Behalve de vier evangeliën uit de Bijbel waren er nog meer op schrift gesteld. De Nag Hammadi-geschriften bevatten er vier, maar die pasten niet in de behoudende visie van de kerkvaders. Alleen de Openbaring van Johannes kon de toets doorstaan, maar de kruik van Nag Hammadi toonde aan dat er nog vele andere openbaringen opgeschreven waren. Scheppingsverhalen, geheime boeken en inwijdingsteksten deden in besloten kring de ronde in de eerste eeuwen van onze jaartelling - maar werden niet in de Bijbel opgenomen.
Wat de Nag Hammadi-geschriften zo fascinerend maakt, is dat ze een geheel ander licht werpen op het ontstaan van het Christendom. Het was al langer bekend dat er gnostische geschriften bestaan hadden, maar door de kerkvaders werden ze afgedaan als een ketterij die in de 4e eeuw gelukkig de kop was ingedrukt. De Nag Hammadi-vondst toont aan dat de gnostische visie op het christendom een authentieke stroming is geweest, die zich kort na de dood van Christus in Palestina heeft ontwikkeld en daarna in Egypte de eerste christengemeenschappen heeft gevormd voordat hij door de behoudende kerkleiders buitenspel werd gezet en uitgeroeid. Gnostiek is ouder dan het christendom, maar heeft in de 1e en 2e eeuw een ongekende bloei gekend, gepaard gaande met een wervelende vitaliteit die nog steeds uit de oude geschriften spreekt. Volgens de gnostische zienswijze is de God uit de bijbel niet de schepper van het heelal, maar slechts een onbelangrijke schakel in een veel groter geheel. Gnostiek is te ingewikkeld om in een paar woorden samen te vatten, maar ik zal een voorzichtige poging wagen. Er is een universeel wezen waar alles uit voortgekomen is, maar dat wezen staat zo ver van de mens af dat we eigenlijk alleen kunnen zeggen wat het niet is, omdat het elk voorstellingsvermogen te boven gaat. Verschillende geschriften in deze bundel geven aan hoe uit dat onkenbare wezen andere wezens voortkomen die weer andere wezens voortbrengen. Steeds geven ze iets van het oneindige licht van het onkenbare wezen aan hun schepselen door, maar steeds gaan er meer dingen fout en hoe dichter we bij de ons bekende wereld komen, hoe moeilijker het wordt om deze fouten - onvolkomenheden of ondeugden - te herstellen.
In het Bijbelse scheppingsverhaal vond ik het altijd onbegrijpelijk en onverteerbaar dat een volmaakte en almachtige God zo stom zou zijn om een slechtige en zondige wereld te scheppen. In de Gnostische scheppingsverhalen wordt aanschouwelijk gemaakt hoezeer geest en materie elkaar nodig hebben om werkelijk te bestaan. Weliswaar worden de gelovigen herhaaldelijk opgeroepen zich aan de banden van de materie te ontworstelen om het goddelijke licht dat elk mens in zich heeft te laten schijnen, maar toch zijn licht en duister geen dualiteit. Het doel van de kosmos is niet dat het licht het duister vernietigt. Het Evangelie volgens Filippus vertelt ons: "Licht en duisternis/leven en dood/ de rechtsen en de linksen/ zijn broers van elkaar./ Ze kunnen niet van elkaar worden losgemaakt." Het goddelijke is misschien volmaakt, maar het is tegelijk leeg en statisch. Om deel te hebben aan het leven, moet het goddelijke zich verbinden met de materie. Maar de materie is tegelijk een barrièrre, een kerker, die de geest opsluit. Om deel te hebben aan het leven moet de mens zich daarom verbinden met de geest en het goddelijke nastreven. Dit krachtveld tussen geest en materie is wat de kosmos heeft geschapen en doet voortbestaan. De schepping heeft niet ver in het verleden plaatsgevonden. De schepping vindt hier en nu plaats, in jezelf, als je er open voor staat.
Dit dynamische wereldbeeld, dat uit de gnostische geschriften naar voren komt, vertoont veel overeenkomst met het heidendom dat algemeen bestond voordat de grote godsdiensten het verdreven. De gnostische scheppingsverhalen zijn niet wezenlijk anders dan heidense scheppingsverhalen. In elke scheppingsmythe is er een Oerwezen dat uit zichzelf wezens voortbrengt die weer andere wezens voortbrengen, die uiteindelijk de wereld scheppen. De polariteit man-vrouw speelt daarin een grote rol: uit de eenwording van Goden en Godinnen komt nieuw leven voort. In de Bijbel is het vrouwelijke element verdrongen en schept Jehova op zijn eentje de hele wereld. In de gnostische geschriften speelt het vrouwelijke aspect een wezenlijke rol. Uit het volmaakte en onkenbare goddelijke wezen komen de Vader en de Moeder voort, die samen de Zoon voortbrengen. De Moeder wordt soms Barbelo genoemd, soms Epinoia. De Zoon heeft het goddelijke Christuslicht in zich, maar hij is niet Jezus. Jezus is een mens van vlees en bloed, die het Christuslicht ontvangt en doorgeeft. Uit de Vader, de Moeder en de Zoon komen talloze wezens voort, die je kunt beschouwen als Machten, Krachten, of Goden en Godinnen. Een van deze Godinnen, Sophia (Wijsheid), steelt het goddelijke licht van de Vader en schept hiermee op eigen houtje een wezen dat Jaldabaoth wordt genoemd en ook met andere namen wordt aangeduid. Jaldabaoth schept op eigen houtje verder, maar hij is blind voor het goddelijk licht waarmee Sophia hem heeft geschapen en daarom denkt hij dat hij de enige God is, die de hele wereld heeft geschapen.
Het vrouwelijke speelt ook op andere manieren een grote rol in de Nag Hammadi-geschriften. In de Bijbel is Eva slechts voortgekomen uit Adam en verleidt ze hem tot de zonde. In de Gnostische geschriften is Eva een goddelijk wezen, dat in veel opzichten een verschijningsvorm van de Moeder is, net als Adam de Vader vertegenwoordigt. De fysieke Eva is niet meer dan een flauwe afspiegeling van de goddelijke Eva, net als de fysieke Jezus een flauwe afspiegeling van de goddelijke Zoon is. Een ander voorbeeld van de grote plaats van het vrouwelijke in de Nag Hammadi-geschriften is Maria Magdalena. In de bijbel wordt ze afgespiegeld als een vrouw die door Jezus van zeven demonen wordt verlost, waarna ze een trouwe volgeling wordt. Paus Gregorius de Grote (540-604) stelde haar gelijk aan de voormalige prostituee die Jezus' voeten zalfde en zette haar daarmee neer als een minderwaardig wezen, dat van Jezus genade ontving voor haar zonden. In de Nag Hammadi-geschriften, daarentegen, is Maria Magdalena een volwaardige leerling, die door Jezus hoger wordt aangeslagen dan alle andere discipelen bij elkaar. Als ze Jezus vragen waarom hij meer van Maria houdt dan van hen, zegt hij dat Maria kan zien en dat zij blind zijn.
Ik hoop dat deze voorbeelden volstaan om een beeld te scheppen van de fascinerende en wervelende wereld waarmee de Nag Hammadi-geschriften ons laten kennismaken. Slavenburg en Glaudemans hebben deze geschriften op een wetenschappelijk verantwoorde en toch zeer leesbare manier vorm gegeven. De uitgebreide en glasheldere inleidingen bij elk van de geschriften maken de soms cryptische tekst duidelijk en plaatsen hem in een grote context. De vele voetnoten geven informatie over moeilijke begrippen of onduidelijkheden in de tekst. Het uitgebreide register van Henk Spierenburg zorgt voor een uitstekende functie als naslagwerk. Er is nog veel meer over deze geschriften te zeggen, over de Hermetische, Valentiaanse en Sethiaanse teksten in het boek, maar Slavenburg en Glaudemans vertellen je dat wel als je het boek hebt aangeschaft. (Ko)Gnosis
De derde component van de Europese cultuur traditie
276 blz., € 28,50
Rozekruis Pers, 2005 (2e druk)
ISBN 90 6732 290 3
Jarl Fossum legt in zijn lezing uit hoe de Godin Helena in de eerste eeuwen n.Chr. werd beschreven als de "Eerste Gedaante" die was voortgekomen uit God. Door de magiër Simon werd Helena overgehaald de engelen te scheppen. De engelen wilden haar bij zich houden en hielden haar in de materie gevangen, zodat ze niet terug kon keren naar het goddelijke dat haar had geschapen. In het Nieuwe Testament (Handelingen 8) wordt Simon genoemd als een groot magiër die in Samaria velen versteld had doen staan, maar tenslotte door Filippus gedoopt werd. In de verhalen die rond Simon ontstonden, werd hij begeleid door een vrouw die soms Helena en soms Sophia werd genoemd. In Gnostische geschriften werd Sophia soms voorgesteld als de dochter van God, maar ook wel als zijn geliefde. Fossum ziet Helena en Sophia als beiden voortgekomen uit de Godinnen Isis, Astarte en Afrodite.
Wat door diverse sprekers wordt benadrukt is hoe de Gnostici worstelden met het begrip materie, waartegen het goddelijke als geest werd afgezet. Mani heeft als geen ander een stempel gedrukt op de afkeer van alles dat naar materie, lichaam en begeerte zweemt. Hij werd in 216 geboren in de buurt van Baghdad en groeide op in een Babylonische Christelijke sekte in een door de Perzen overheerste wereld. Rond 240 ontwikkelde hij op grond van mystieke visioenen een eigen religie, waarin hij zichzelf als profeet in zekere zin boven Christus verheven achtte. In deze religie stond het kwaad als een eeuwige duistere macht tegenover God en het licht. Doel van deze religie was de krachten van licht en duisternis van elkaar te scheiden en dat kon alleen worden bereikt door zich los te maken van de materie en van alle begeerten. Deze strijd tussen licht en duisternis was in zekere zin gebaseerd op de leer van Zoroaster (Zarathoestra), die in de 7e eeuw v.Chr. met name in Perzië wortel had geschoten, waarin de strijd tussen Ahura Mazda, de Heer van het Licht, en Ahriman, de Heer van het Duister, als kosmisch en religieus principe was ontwikkeld. Mani vermengde deze leer met elementen ontleend aan het Christendom, het Boeddhisme en de Gnostiek. Door de Perzen werd hij als een oproerkraaier en een ketter beschouwd en ze brachten hem in 276 ter dood, maar anderen namen zijn ideeën over en stichtten een wereldreligie die zich tot in China toe verspreidde. Kerkvader Augustinus bracht tien jaar onder de Manicheërs door en verwierp toen deze religie omdat het inherente dualisme de eenheid van God ontkende. Door de kerk werd Manicheïsme als ketterij veroordeelden bestreden. Toch nam Augustinus de Manichese afkeer van materie en begeerten over en gaf die een plaats binnen het Christendom. Seksualiteit werd door Mani en Augustinus gezien als een kwaad dat overwonnen diende te worden.
Het Manicheïsme heeft in de Middeleeuwen binnen verschillende groeperingen wortel geschoten. De meest extreme gelovigen in dit opzicht waren de Katharen, die Gnostische scheppingsmythen koppelden aan een fanatieke strijd tegen de materie. Alleen Katharen die deze strijd hun hele leven lang gestreden hadden, zouden in het paradijs worden toegelaten. Ze beschouwden zichzelf als "Perfecti" (Volmaakten). Veel Katharen gingen ervan uit dat een mens negen kansen kreeg om als Volmaakte te sterven. Achtmaal kon je sterven en in een nieuw lichaam herboren worden. Als je de negende incarnatie nog geen Volmaakte werd, was je reddeloos verloren. Volmaakten, daar gingen de meeste Katharen vanuit, waren alleen mannen. Een vrouw kon nooit het paradijs binnentreden en alleen hopen dat ze de volgende keer als man herboren werd.
Niet alle Gnostici zagen de materie als een kwaad dat bestreden diende te worden. Roel van de Broek belicht in zijn lezing dat veel Gnostici het goddelijke zagen als androgyn, een wezen dat zowel mannelijk als vrouwelijk was. Uit dit Oerwezen vloeiden andere androgyne wezens voort. Sophia was de vrouwelijke kant van een van deze wezens, een bevruchtende God de mannelijke kant. Goden en mensen vloeien in deze mythen in elkaar over en vormen een altijd voortdurende schepping. Valentinus, omstreekt het jaar 100 in Egypte geboren, zag materie en seksualiteit als waardevolle elementen in de kosmos. Hij werkte van 135-165 in Rome en werd in 140 bijna tot paus gekozen, maar de kerk koos de conservatieve Pius en Valentinus werd de kerk uitgewerkt. Van de Broek vat de ideeën van Valentinus als volgt samen: "Voortbouwend op het werk van vroegere gnositici heeft Valentinus het gnostische godsbegrip op zijn zuiverste formule gebracht: God is niet een statisch zijn, maar een androgyne, vruchtbare oerkracht, die niet andere kan dan zich vermenigvuldigen, een eeuwig overstromende bron, een Zijn-in-beweging." Boudewijn Koole belicht in zijn bijdrage hoe ideeën over de androgyne mens en de androgyne godheid terug te vinden zijn bij de mysticus Jacob Boehme (1575).
Andere bijdragen belichten de gnostische elementen in de filosofie van Hegel, de theosofie van Blavatsky, de anthroposofie van Rudolf Steiner en nog andere onderwerpen. Ik zal ze niet allemaal bespreken. Wat me in deze bundel heeft getroffen is hoe de Gnostiek een opvolger van het heidendom uit te Oudheid had kunnen worden als niet de gewelddadige onderdrukking van de materie, ten koste van het vrouwelijke element in deze religie, de boventoon was gaan voeren. Wellicht ligt hier voor Moderne Heidenen een kans om terug te grijpen op de "vruchtbare oerkracht", zodat de "eeuwig overstromende bron" weer zal vloeien.
Het enige dat ik miste in dit boek was een beknopte inleiding over elk van de boeiende sprekers, over wie helemaal niets wordt gezegd. Een register van trefwoorden was ook wel handig geweest. Evengoed een absolute aanrader. (Ko)
De Hermetische Gnosis
In de loop der Eeuwen
672 blz., € 37,50
Rozekruis Pers, 2003 (4e druk)
ISBN 90-6732-284-9
Het is een lijvig boek, 672 pagina's, maar ik heb het zeer geboeid gelezen. Elke auteur neemt een bepaald facet onder de loep en weet daar zeer interessante details over te vertellen. Roelof van den Broek, hoogleraar in de geschiedenis van het Christendom aan de Universiteit van Utrecht, neemt ons mee naar het kosmopolitische Alexandrië uit de eerste eeuwen van onze jaartelling, waar Joden, Christenen en Heidenen in deze bonte samenleving elk hun plaats hadden. Alexandrië was de bakermat van het Corpus Hermeticum en deze geschriften tonen de veelzijdigheid van uiteenlopende levensvisies. In Alexandrië bestond een sterke ascetische stroming, die ook in de Hermetische Gnosis een grote rol speelt, maar andere geschriften benadrukken juist dat de directe kennismaking met de materie noodzakelijk is om volledig mens te worden en zelfs dat God de wereld heeft geschapen om hierdoor zichzelf vollediger te kunnen ontplooien.
Jean-Pierre Mahé, hoogleraar Oosterse talen aan de Ecole Pratique des Hautes Etudes, belicht het godsbeeld dat in de Hermetische Gnosis is ontwikkeld. Vaak werd onderscheid gemaakt tussen Aardse Goden, die min of meer door de mens naar zijn evenbeeld geschapen zijn, en Sterregoden, die veel verder van ons af staan en waar we ons geen voorstelling van kunnen maken. Tussen de Sterregoden en de Aardse Goden bevindt zich een hele hiërarchie van Goden en Godinnen, die in de verschillende mythen worden beschreven. Mahé benadrukt dat Hermeticisme geen theorie was, maar een inwijdingsweg. Gnosis is geen boekenwijsheid, maar een diep doorvoelde ervaring, een innerlijk weten. Alleen de Geest (Nous) kan de waarheid bereiken. Het Verstand (Logos)kan de waarheid tot op zekere hoogte naderen, maar nooit bereiken.
R.A.Bitter, tot zijn pensionering wetenschappelijk medewerker aan de Theologische Faculteit van de Universiteit van Utrecht, zet uiteen hoezeer de Hermetische Gnosis is doordrenkt van de gedachte dat het goddelijke van oorsprong androgyn (tweeslachtig) is en volmaakt. Zodra het mannelijke en vrouwelijke aspect zich van elkaar losmaken, is deze volmaakte eenheid verbroken. Ook de mens zou van oorsprong androgyn zijn. Zowel in het Jodendom als in de Helleense traditie werd de goddelijke en menselijke tweeslachtigheid benadrukt. Niemand minder dan Plato geeft de mythe van de androgyne mens, die aan de moderne mens voorafging. En het bijbelse scheppingsverhaal geeft natuurlijk aan dat Adam en Eva één wezen waren tot God de vrouw van hem losmaakte.
J.Zandee is in 1991 overleden. Hij was hoogleraar Egyptisch te Amsterdam en belicht in zijn bijdrage oude Egyptische elementen die in de Helleense tijd in de Hermetische Gnosis zijn opgenomen.Hij beschrijft o.a. hoe verscheidene Egyptische Goden als androgyn werden voorgesteld. Zo had Amon een vrouwelijk aspect dat Amounet werd genoemd en ook als afzonderlijke Godin werd vereerd. Zandee geeft ook een interessante uiteenzetting van de Egyptische astrologie, die in de Hermetische Gnosis is overgenomen. De Egyptische astrologie werkte oorspronkelijk niet met tekens van de Dierenriem, maar met Decanen (36 fragmenten van elk 10 graden, waarin de hemelbol verdeeld werd). In de Hermetische geschriften brengen de Decanen demonen voort, die de ruimte tussen God en mens overbruggen.
J. Mansveld, hoogleraar in de geschiedenis van de wijsbegeerte van Oudheid en Middeleeuwen aan de Universiteit Utrecht, belicht hoe in Gnostische en Joodse voorstellingen het goddelijke in de mens als schepper optreedt. Antropos, de mens als kind van God, daalt af naar de materie om de aarde te scheppen, maar wordt verliefd op de natuur en verliest zichzelf in de materie. Volgens het esoterisch Jodendom was het niet God zelf waaruit deze oermens voortkwam, maar de Kabod, de heerlijkheid of glorie van God. Zoals ook elders in de Gnostische geschriften zien we een poging de kloof tussen het goddelijke en menselijke te overbruggen door hier andere wezens tussen te plaatsen.
Jan Helderman, wetenschappelijk hoofdmedewerker aan de Faculteit Godgeleerdheid van de Vrije Universiteit, analyseert op welke manieren er in de Gnostische geschriften tegen de Demiurg, de lagere scheppende Godheid, wordt aangekeken. Steeds gaat men ervan uit dat de schepper niet de hoogste Godheid is, maar een daarvan afgesplitst wezen. Sommige geschriften benadrukken de wezenlijke eenheid van de kosmos, waarbij alles dus in feite onderdeel van het goddelijke uitmaakt. Dit wordt wel pantheïsme genoemd. Andere geschriften gaan uit van een dualiteit van goed en kwaad, waarbij het kwaad overwonnen dient te worden. Veel Hermetici verwerpen de wereld en de materie daarom als slecht, iets waaraan de mens zich dient te ontworstelen.
J. van Oort, docent kerkgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht, analyseert op welke wijze kerkvaders als Augustinus Gnostische ideeën hebben bestreden of gekerstend. In een ander artikel beschrijft hij op welke wijze de mysticus Jacob Boehme Gnostische ideeën in zijn geschriften heeft verwerkt. Maarten Zweers, voorheen directeur van de Twentse Schouwburg, zet uiteen hoe Gnostische elementen de kern vormen van Die Zauberflöte, het libretto van Schikaneder waarmee Mozart zijn volgens velen mooiste opera componeerde.
Het artikel over William Blake van Jos van Meus, voorheen docent Engelse en Amerikaanse letterkunde aan de Universiteit van Groningen, was voor mij een eye-opener. Zo'n dertig jaar geleden heb ik de gedichten van Blake (1757-1817) verslonden, geboeid door de wervelende mythologische wereld, die geheel zijn eigen schepping was. Ik heb er niet bij stilgestaan dat de lange gedichten van Blake in wezen sterk overeenkomen met de Gnostische scheppingsverhalen, zoals die bijvoorbeeld in de Nag Hammadi-geschriften te vinden zijn.
Quispel zelf analyseert hoe de figuur van Faust, die zijn ziel aan de duivel verkocht, door de eeuwen heen door verschillende auteurs is vormgegeven en op welke wijze Gnostische ideeën hierin een rol spelen. In een ander artikel beschrijft Quispel de Christelijke en Joodse achtergrond van de Gnosis.
Ik heb het boek geboeid gelezen en kan het aanraden aan iedereen die belangstelling heeft voor Hermetische en Gnostische ideeën en hun invloed op onze westerse cultuur. Van de verschillende auteurs wordt een duidelijke levensbeschrijving gegeven, zodat je als lezer weet vanuit welke invalshoek en met welk gezag de betreffende persoon zijn of haar uitspraken doet. De spaarzame illustraties zijn ter zake doend, maar komen soms niet goed tot hun recht, afgedrukt op gewoon papier. Een duidelijk minpunt van het boek is dat het slecht is gelijmd en enigszins uit elkaar begon te vallen tegen dat ik het uit had. En ik wil er toch nog wel eens in bladeren. Toch een aanrader. (Ko)
Het Evangelie van Thomas
Uit het Koptisch vertaald en toegelicht door Gilles Quispel
In de Pelikaan, 2005
Distributie Rozekruis Pers
ISBN 90-71608-7
Ik vroeg me af of Quispel met zijn uitzonderlijke belezenheid, uitgebreide inleiding en toelichtingen me duidelijk zou kunnen maken wat nu de waarde van dit Evangelie is. Daar is hij niet in geslaagd. Zijn specialisatie is de zogeheten bronsplitsing en het grootste gedeelte van zijn toelichting is erop gericht duidelijk te maken aan welke bron elke Logos van het Evangelie is ontleend. Hij onderscheidt daarbij een Judese bron, geschreven rond 40 n.Chr. en een Alexandrijnse bron van rond 100 n.Chr. De extreem ascetische en vrouwonvriendelijke Logoi zijn volgens Quispel vooral uit Alexandrië afkomstig. Een aantal uitspraken zijn in andere bewoordingen in de vier bijbelse Evangeliën terug te vinden, een aantal andere niet. Veel uitspraken komen ook in het Evangelie van Thomas zelf in verschillende bewoordingen tweemaal voor. Quispel noemt dit doubletten en probeert steevast de ene uitspraak tot de Judese bron terug te voeren en de andere tot de Alexandrijnse. Voor alle duidelijkheid: deze bronnen zijn puur hypothetisch. Misschien hebben ze bestaan, maar ze zijn (nog?) niet gevonden. Voor theologen en bijbelvorsers zijn de toelichtingen van Quispel ongetwijfeld waardevol, maar mij hadden ze niet zoveel te zeggen. Wat ik eruit opgemaakt heb is dat het Evangelie van Thomas kennelijk een bijeengeraapt zooitje is, met veel dubbele uitspraken, die nog eens goed uitgezocht en geschrapt hadden moeten worden.
Blijft over de vraag wat de verschillende uitspraken nu eigenlijk te zeggen hebben. Geven ze belangrijke informatie door? Getuigen ze van een levenswijsheid die je ter harte kunt nemen? Is het literair gezien waardevol? Voegt het iets belangrijks toe aan wat al in het Nieuwe Testament staat? Ik ben geneigd op alles ontkennend te antwoorden. Als ik tenminste de uitleg van Quispel overal volg. Bepaalde uitspraken lijken uit te gaan van de androgyne mens en de eenwording van man en vrouw aan te prijzen om volledig mens te worden. Maar Quispel verklaart dat steevast als verheerlijking van een ascetische levenswijze. Een voorbeeld is Logos 75: "Jezus zegt: Velen staan voor de deur, maar de eenlingen zijn het, die het bruidsvertrek zullen binnengaan." Quispel interpreteert dit als: "Hier staat werkelijk dat alleen vrijgezellen zalig worden." In Logos 22 zegt Jezus tot zijn leerlingen: "Als jullie de twee een maakt... en als je het mannelijke en vrouwelijke een maakt, zodat de man niet meer een man is en de vrouw niet meer een vrouw, als jullie het vleselijke oog vervangt door een innerlijke schouw... dan zullen jullie ingaan tot het Koninkrijk." Zelfs Quispel kan dit niet ascetisch verklaren en zegt: "het verkondigt de androgynie, het modernste van alle idealen. Als Jezus dit werkelijk gezegt heeft, dan zou het christendom in één klap zijn achterstand hebben ingehaald en de vijandschap van de vrouwenbeweging hebben overwonnen." Aan het feit dat deze Logos niet past bij de uitleg dat het hele Evangelie ascetisch is, gaat Quispel stilzwijgend voorbij. In plaats daarvan komt hij met een ingewikkelde uitleg die moet aantonen dat dit citaat in wezen alchemistisch is. Hij voegt eraan toe: "Alchemie is in oorsprong Hermetische Gnosis." Daarmee spreekt hij zijn eigen inleiding tegen, waarin hij zegt: "Het Evangelie van Thomas is niet gnostisch, maar zeer asketisch." In grote lijnen heeft hij daar gelijk in, maar het lijkt erop dat het Evangelie van Thomas uit verschillende bronnen heeft geput, bronnen die elkaar deels tegenspreken. Ik denk dan ook dat deze bonte verzameling niet onder één noemer te vangen is en Quispel heeft me er niet van kunnen overtuigen dat dat wel zo is.(Ko)
De Bezem Voorbij
door Boris en Bran
172 blz., € 13
Silver Circle, 2005
In het tweede hoofdstuk, Verslag van de Enquête Wicca in Nederland, vat Boris de resultaten samen van een enquête onder 117 personen over hun ervaringen met Wicca, hun achtergrond, hun ideeën over het goddelijke en nog wat interessante zaken. Tenslotte, in het hoofdstuk Biografische en autobigrafische schetsen een profiel van een 7-tal Nederlandse Wicca's, waaronder Morgana, Elsy Kloeg en Francis, die trouw al onze boeken heeft nagekeken en vele waardevolle tips en opmerkingen heeft gegeven. Ook Boris vinden we hier, maar vreemd genoeg Bran niet. Valse bescheidenheid?
Een aanrader voor wie al iets meer over Wicca weet. Je kunt het boek bestellen door € 14,56 over te maken naar 45 64 08 401 tnv. Silver Circle in Zeist o.v.v. "Bezem Voorbij". (Ko)
ANWB Bomengids van Europa
door Owen Johnson & David More
463 blz., € 29,95
ANWB, 2004
ISBN 90 18 02027 3
In de winter zijn bomen vaak moeilijk te herkennen. De pagina's "Winterloten van algemene of heel herkenbare bomen" kunnen dan van nut zijn, evenals de tekeningen van de kale boom, zoals die bij veel loofbomen staat afgebeeld. Een boek waar je veel naar zult kijken en jaren lang plezier van zult hebben. (Joke)
Flora van de lage landen
door Jan Marijnissen
703 blz., € 19,95
Tirion, 2003
ISBN 90 4390 075 3De Hermetische Schakel
door Jacob Slavenburg
414 blz., € 29,95
Ankh-Hermes, 2004 (2e druk)
ISBN 90 202 8320 0
In De Hermetische Schakel maakt cultuurhistoricus Jacob Slavenburg de lezer vertrouwd met deze geschriften. Slavenburg bezit het vermogen zijn enorme belezenheid op dit gebied te benutten om de moeilijke materie op een boeiende en gemakkelijk leesbare manier voor ons te ontrafelen. Slavenburg is de schrijver van verschillende boeken en artikelen over Hermetische geschriften, gnostiek en esoterische stromingen. Hij is de mede-vertaler van de Nag Hammadigeschriften (zie mijn recensie van dit boek elders op deze pagina). In elk hoofdstuk wordt een bepaald thema uitgewerkt aan de hand van relevante achtergrondiformatie en goed gekozen citaten, die de lezer de sfeer van de Hermetische traditie laten proeven. Daarbij beperkt hij zich niet tot de geschriften zelf, maar geeft ook een beeld van de personen die deze traditie in de Oudheid vormgegeven hebben en de mensen die vanaf de Renaissance deze traditie levend hebben gehouden. Dat het Hermetisme de bron is geweest voor Rozenkruisers en Theosofen wordt overtuigend uitgelegd. Wie de indruk heeft dat deze geschriften 'Hermetisch gesloten' en vrijwel onleesbaar zijn, zal zich verbazen over het gemak waarmee Slavenburg je rondleidt in deze wereld. Geen moeilijke theoretische verhandelingen of ingewikkelde bespiegelingen over alchemie of kosmologie. De wereld van de Hermetische traditie, zoals die door Slavenburg beschreven wordt, is eigenlijk de gewone wereld, waar we nu nog in leven en de vragen die daarin gesteld worden, dat zijn de problemen waar we nog steeds mee worstelen. Zonder meer een aanrader voor ieder die geïnteresseerd is in de spirituele bronnen van onze beschaving. (Ko)De Gemaskerde God
François Haverschmidt en het Oera Linda-boek
467 blz., € 35
Walburg Pers, 2004
ISBN 90 5730 344 2
Op 6 december 2004 promoveerde Goffe Jensma in de Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap aan de Rijksuniversiteit Groningen op de studie die hij had verricht naar het Oera Linda-boek. Het boek De Gemaskerde God is zijn proefschrift. Op zich lijkt er weinig eer te behalen aan een raadsel dat al meer dan honderd jaar geleden min of meer was opgelost. En alleen interessant voor historici en godsdienstwetenschappers. Maar niets in minder waar. Jensma is er niet op uit het bewijsmateriaal tegen een drietal vervalsers verder aan te scherpen. Het proefschrift van Jensma leest als een spannende detective, die je niet meer loslaat als je er eenmaal aan begint. Jensma is duidelijk gefascineerd door de talloze mysteries waarin het boek zich hult. Steeds als je denkt iets te hebben opgelost, blijft er een tegenstrijdigheid over. Aan de ene kant hebben de auteurs hier onvoorstelbaar veel tijd en energie in gestoken. Ze hebben een eigen taal bedacht (door Jesma het OLBees genoemd), die min of meer consequent wordt gebruikt. Ze hebben een eigen schrift ontworpen, dat verwant met het runenschrift lijkt te zijn, zodat het boek er echt uitziet als een eeuwenoud document, geschreven in een geheim schrift, dat alleen door ingewijden gelezen kon worden. Aan de andere kant geven ze in het boek zelf de sleutel om deze vreemde tekens te vervangen door ons gewone alfabet. Ze hadden het boek kunnen schrijven op oud perkament, maar kozen voor geelgemaakt modern papier en moeten geweten hebben dat dit snel ontmaskerd zou worden. Jensma betwijfeld dus dat ze echt een vervalsing van een oud document hebben willen maken. Maar wat wilden ze dan met het boek bereiken?
Was het boek een grap? Een parodie op de hoogdravende historische romans die in de negentiende eeuw in Friesland zeer populair waren? Een parodie op het opkomende Friese nationalisme, dat graag teruggreep op de oude glorie? In het Oera Linda-boek wordt de Friese beschaving als oeroud en ooit oppermachtig voorgesteld. Veel uit de Oudheid bekende namen en begrippen wordt uitgelegd als afgeleid van het Fries. Zo zouden de Friezen in Griekenland hartelijk zijn ontvangen. Van het Oudfriese woord voor vriend, athe, zou de naam Athene zijn afgeleid. Het Oera Linda-boek beschrijft hoe het Friese wereldrijk langzaam afbrokkelt naarmate de Foeniciërs, Grieken, Romeinen en Kelten verder oprukken. Maar de schrijvers geven duidelijk tekenen af dat ze de draak steken met de roem van Friesland. Zo wordt in alle ernst beweerd dat de naam Neptunus is afgeleid van een Friese zeeman, die Neef Teunis werd genoemd. Zo zijn er vele voorbeelden die duidelijk maken dat het om een satire gaat.
Toch zijn er stukken in het boek waarin de auteurs lijken op te gaan in de mythen die ze soms zeer aangrijpend beschrijven. Deze in wezen heidense achtergrond wordt door de auteurs een halt toegeroepen door het beschrijven van ene Wralda als enige God, alsof ze geen twijfel willen laten bestaan over hun christelijke opvattingen. Maar toch worden de heidense mythen veel meer uitgediept dan voor een grap of satire nodig was geweest. Het Oera Linda-boek lijkt een labyrinth waarin de auteurs, net als de lezers steeds op het verkeerde been worden gezet en verdwalen. De ingewikkelde structuur van het boek van Jensma kan in een korte recensie geen recht worden gedaan. Hij gaat ervan uit dat François Haverschmidt de belangrijkste auteur is geweest, geholpen door de anderen, maar veel mysteries blijven onopgelost. Dat maakt het boek van Jensma en ook het Oera Linda-boek juist zo fascinerend. Hopelijk wordt het Oera Linda-boek nog eens opnieuw uitgebracht, want de laatste uitgave van 1972 is nooit herdrukt en nergens meer te koop. (Ko)
Geneeskrachtige Kruiden voor Dummies
door Christopher Hobbs
366 blz, € 27,95
Addison Wesley, 2003
ISBN 90 430 0794 3
Het recept van Lieves kruidenthee geef ik hierbij: 1 gram goudsbloemen, 15 gram hopbellen, 10 gram muntblad, 15 gram braamblad, 15 gram Sint-Janskruid, 20 gram citroenmelisse en 24 gram valeriaanwortel. Twee eetlepels van dit mengsel 10 minuten laten trekken in 1/2 liter kokend water, dan zeven en verspreid over de dag drinken of vlak voor het naar bed gaan. Een heerlijke, rustgevende en ontspannende thee!
Het boek heeft een Symptomengids en een Kruidengids in een apart groen gedeelte. Gemakkelijk op te zoeken dus. Een prima en zeer aan te raden boek. (Joke)De Magische Kracht van de Natuur
Ontdek de geheimen van eeuwenoude heksenwijsheid
237 blz., € 14
The House of Books, 2005
ISBN 90 443 1242 1
Wat me opviel toen ik begon met lezen, was dat ze veel positiever tegenover Wicca staat dan zo'n tien tot vijftien jaar daarvoor. In die tijd schilderde ze Wicca's vaak af als Heksen die niets weten van de natuur, slaafs hun Hogepriesteres napraten en vooral veel domme dingen zeggen en doen. Zo zie je maar. Volgens de oude heksenwet is alles aan verandering onderhevig. Marian neemt je mee langs maanmysteriën en zonnesymbolen. Ze ontvouwt de plantenkracht en de band met het landschap. Prettig en vooral inspirerend geschreven, met de haar typerende humor. Ik heb heel veel van Marian geleerd en zal haar daar altijd dankbaar voor blijven. De volgende, in het boek gegeven, limmerick wil ik jullie niet onthouden:
Lilith of the Enterprise Coven
At ritual, she wasn't a sloven
She said, 'Cauldron's outdated,
A sword's overrated.'
So they dance round a microwave oven.
In het boek wordt deze limmerick ook vertaald, dus als je hem niet vat: snel het boek aanschaffen. Een absolute aanrader. (Joke)Schatgraven in Nag Hammadi
Een inleiding tot de gnostiek
197 blz., 2004, 4e druk
Synthese, € 16,95
ISBN 90 6271 922 8
De grote helden van Moerland in deze strijd zijn Hammurabi en Zarathoestra. Hammurabi noemt hij iemand "die de mens tot een verantwoordelijk individu maakte". Zarathustra is voor Moerland zijn grote held omdat Zarathustra de waarheid en het goede duidelijk tegenover de leugen en het duister stelde en de mensheid leerde de waarheid te zoeken en de leugen te bestrijden. De oude heidense religies doet Moerman een beetje neerbuigend af als slaafse gehoorzaamheid en ondergeschiktheid aan de Goden. Als voorbeeld van zo'n "foute" heidense religie noemt hij de Griekse religie zoals die uit de Ilias van Homeros naar voren komt en zegt afkeurend: "Alles gebeurt zoals de Goden dat willen." Hier tegenover stelt hij de Griekse democratie, die hij liefkozend als "het Griekse wonder" aanduidt: "De nieuwe Griekse mens is vrij en onderwerpt zichtzelf."
Het is duidelijk dat Moerman zich niet echt heeft verdiept in de zaken die hij aanroert. De Ilias weerspiegelt niet de "oude religie" van de mensheid. Die moeten we zoeken in de Nieuwe Steentijd en daarin was er geen sprake van dualisme, strijd en onderdrukking. De religies van de Steentijd kenmerken zich door gelijkheid en polariteit. Bij een polariteit zijn er geen tegenstanders die elkaar op leven en dood bestrijden, maar polen die elkaar aanvullen en elkaar nodig hebben om te bestaan. Zonder duisternis ervaren te hebben, weten we niet wat licht is en beide zijn daarom nodig om deel te kunnen nemen aan het leven. God en Godin werden in de oude religies gezien als polariteiten. De kosmos is het spanningsveld tussen deze polen. De materie is te ingewikkeld om kort samen te vatten. In onze boeken, met name de Encyclopedie van Westerese Goden en Godinnen, hebben we dit uitgebreid beschreven en toegelicht. Waar het om gaat is dat je niet zoekt naar tegenstanders om te proberen ze te vernietigen. Wat de ander anders maakt dan jij is een polariteit, waarbij je elkaar aanvult. In de Brons- en IJzertijd ontstond een tendens om deze polariteit te gaan zien als een dualiteit. Daarbij werd de ander een tegenstander die overwonnen of vernietigd diende te worden. Hammurabi (1792-1750 v.Chr.), de machtigste koning van het Oud-Babylonische Rijk, heeft de mens niet "een verantwoordelijk individu" gemaakt, zoals Moerland stelt. Hammurabi heeft onduidelijke regels gestandaardiseerd en aangescherpt om de leiders van zijn immense rijk beter in staat te stellen hun macht uit te oefenen. De Oude Religie, gevormd door gelijkheid en polariteit, werd daarmee vervangen door een dualisme waarin goed van kwaad en recht van onrecht onderscheiden kon worden. En de machthebbers hadden altijd gelijk en het recht aan hun zijde. De religie van Grote Godinnen als Inanna moest daarbij het veld ruimen voor het recht van de sterke. In het godenrijk werd Marduk, de stamgod van Babel, dankzij Hammoerabi naar voren geschoven en de scheppende Oermoeder werd tot het monster Tiamat dat door Marduk gedood werd. In mijn recensie van de Enuma Elisj (zie elders op deze pagina) heb ik dit nader toegelicht. In het Perzische Rijk deed Zarathustra hetzelfde: door een scherp onderscheid te maken tussen goed en kwaad, gaf hij de machthebbers de wapens in handen om hun medemensen en buurvolkeren te onderwerpen of uit te moorden. In het Oude Testament kunnen we lezen hoe de bijbelse profeten Jehova gebruikten om, uit naam van het goede, de bewoners van Palestina stelselmatig uit te moorden. In Griekenland vond een zelfde ontwikkeling plaats als elders: de Oude Religie werd verdreven door op macht beluste leiders die dit dualisme op de religie projecteerden. De Ilias gaat niet over dat "alles gebeurt zoals de Goden dat willen." De Ilias gaat over de blinde woede van mensen die mooie idealen misbruiken om hun allesverterende zucht naar macht uit te leven. Voor Moerland was dit "het Griekse wonder". Dat dit alleen om macht ging en dat de stemloze vrouwen daar geen deel aan hadden, is hem kennelijk ontgaan.
De Nag Hammadi-geschriften gaan uit van een polariteit, waarbij het duister nodig is om het licht te kunnen zien, terwijl je pas weet wat de geest is als je de materie hebt leren kennen. Ik begrijp echt niet wat Moerland in de duistere, wervelende geschriften van Nag Hammadi aantrekt. Het tweedimensionale, dualistische zwart-witdenken van het Oude Testament is hem duidelijk op het lijf geschreven. De Griekse helden, die Moerland zo bewondert, streden niet voor het bestaansrecht van "een innerlijk vrij mens, bewogen door de liefde". Ze streden voor hun eigen glorie, ten koste van alles en iedereen. Dat is niet wat ik onder gnostiek versta. (Ko)
Enuma Elisj
Het Babylonische scheppingsverhaal
259 blz. € 22,50
Ankh-Hermes, 2002
ISBN 90 202 1962 6
Selma Schepel is afgestudeerd in de klassieke Semitische talen en heeft zich toegelegd op de bestudering van het Babylonische en Soemerische spijkerschrift. Dat heeft haar in staat gesteld de Emuma Elsij uit de grondtekst te vertalen en binnen de context van de Babylonische cultuur te plaatsen. De teksten zijn nauwgezet vertaald en als er een fragment ontbreekt of onduidelijk is, dan is dat in de vertaling aangegeven. Gewoonlijk zijn alleen wetenschapper geïnteresseerd in dergelijke taalkundige haarkloverijen en wordt daarom gekozen voor een opgepoetste versie, waarbij de vaagheden, hiaten en vraagtekens zijn weggewerkt. Selma Schepel heeft dus gekozen voor een wetenschappelijk verantwoorde vertaling, maar toch is dit boek alleszins leesbaar geworden voor een groter publiek. De letterlijk vertaalde fragmenten worden uitgebreid toegelicht, in glasheldere commentaren, die de Babylonische cultuur voor de lezer tot leven brengen. Vaak wordt in dergelijke projecten door vertalers gekozen voor een letterlijke weergave van de tekst, gevolgd door commentaren. Of men kiest voor een uitgebreide inleiding, gevolgd door de letterlijke tekst. Selma Schepel geeft steeds een stukje tekst en gaat dan in op de inhoud en de betekenis ervan. Soms geeft ze een fragment uit een ouder Babylonisch of Soemerisch geschrift, dat het fragment uit de Emuma Elisj in een ander daglicht stelt.
De Enuma Elisj is opgeschreven in een tijd dat de cultuur van de heersers in Babylon zijn stempel drukte op de oudere culturen en religies in Mesopotamië. In die oudere culturen hadden vrouwen meer invloed en macht dan de Babylonische heersers lief was. Dit werd weerspiegeld in de religies, waarin Grote Godinnen als Inanna en Nammoe een vooraanstaande positie innamen. De Babyloniërs zagen liever hun Stamgod Mardoek als leider van het pantheon. De Grote Godin werd in dit epos tot het monster Tiamat, dat de kosmos weliswaar had voortgebracht, maar nu een gevaar voor de bestaande orde vormde en daarom onschadelijk gemaakt diende te worden. Mardoek kreeg de heldenrol toegewezen om Tiamat te doden en uit haar lichaam hemel en aarde te scheppen.
Mythen kunnen diepere lagen van ons bewustzijn aanboren om zodoende duidelijk te maken wat niet beredeneerd kan worden. Maar mythen zijn door de eeuwen heen ook misbruikt om de standpunten van de heersende klassen te verankeren en te rechtvaardigen. Enuma Elisj heeft beide elementen in zich. Selma Schepel heeft deze verschillende lagen op een zeer lezenswaardige en indringende wijze zichtbaar gemaakt. De vele op oude rolzegels en kleitabletten gebaseerde tekeningen en foto's dragen hiertoe bij. Benut die kans om deze bron van ook onze beschaving te kunnen raadplegen. (Ko)
Heksenkruiden & Toverplanten
door Getrud Scherf
235 blz. € 29,95
Deltas, 2003
ISBN 90 447 0106 1Kruiden & Specerijen
door Jill Norman
336 blz. € 29,99
Van Dishoeck-Unieboek, 2003
ISBN 90 269 2725 8Kruiden
en hun buitenlandse namen
224 blz. € 14,99
Kosmos, 2002
ISBN 90 215 3703 6Heksen, Heiligen en Hallucinogenen
Medische toverkunsten
152 blz. € 19,50
Erasmus Publishing, 2005
ISBN 90 5235 176 7
Vanaf de dertiende eeuw werd hekserij in toenemende mate afgekeurd. Een heks werd geacht een verbond met de duivel te hebben gesloten en diende daarom gestraft of gedood te worden. Het werken met kruiden werd een verdachte bezigheid. Heksen werden geacht zich in te smeren met zalf waardoor ze konden vliegen naar hun afspraak met de duivel. De zalf werd volgens Rutten gemaakt van kruiden met een hallucinogene werking en bracht dus extase, visioenen en de illusie door het luchtruim te vliegen. Met deze kruiden was door de eeuwen heen geëxperimenteerd door vele personen die later heilig waren verklaard. Hildegard van Bingen (1098-1170), de beroemde abdis van het klooster in Bingen, genas door handoplegging, magische bezweringen en het toedienen van kruiden met soms een hallucinerende werking. Uit haar dagboeken en brieven is op te maken dat ze zelf ook met deze kruiden experimenteerde. Uit naam van God genas Hildegard, op precies dezelfde wijze als kruidenvrouwen en kruidenmeesters dat deden. De laatstgenoemden waren geen heidenen, maar vrome christenen, die ten onrechte door de kerk als ketters en duivelaanbidders werden gebrandmerkt, terwijl anderen, zoals Hildegard, heilig werden verklaard. 'Andere voorbeelden', schrijft Rutten, 'vinden we in de dertiende eeuw bij enkele heilige dominicanen. Moeten we Albetus Magnus, Sint-Thomas van Aquino en de franciscaanse monnik Roger Bacon ook bij de heksenmeesters indelen? Ze hielden zich in de jaren na Hildegards dood bezig met allerlei experimenten, waar een heks zich niet voor zou generen.' Als Hildegard enkele eeuwen laren was geboren, stelt Rutten, zou ze als heks zijn verbrand.
Hoewel Rutten dat onderwerp niet aanroert, kan worden opgemerkt dat zijn bevindingen op geen enkele manier aantonen dat de Middeleeuwse 'heksen' de voorlopers zijn geweest van de Moderne Heksen oftewel Wicca's. Er zijn veel verschillende redenen geweest om iemand als 'heks' te brandmerken. Degenen die werden veroordeeld omdat ze met geneeskrachtige kruiden werkten, hebben niets anders gedaan dan de uit de Oudheid stammende magische tradities levend houden, maar dat gebeurde, zoals gezegd, ook in de kloosters en ook daarbuiten. Een boer die op hoogtijdagen bepaalde handelingen verrichtte om zijn veestapel te beschermen, paste in feite ook magie toe. Dat is iets anders dan een heidense religie in het geheim in standhouden.
Heksen, heiligen en hallucinogenen is een aanrader voor iedereen die zich wil verdiepen in de samenhang tussen christendom en magie. Rutten laat goed zien hoe dun en vaak willekeurig de grens tussen heksen en heiligen werd getrokken. Soms werd die grens door de kerk zelf verlegd. Zo werd Jeanne d'Arc voor haar visioenen als heks verbrand en later heilig verklaard. Een nadeel van het boek is het ontbreken van een register, zodat je niet even snel een persoon of kruid kunt natrekken. En de op zich interessante illustraties komen, afgedrukt op postzegelformaat, niet tot hun recht. Maar dat doet niets af aan de zeggingskracht van het boek. (Ko)Magische Kruiden in de Antilliaanse Folklore
door A.M.C.Rutten
188 blz. € 27
Erasmus Publishing, 2003
ISBN 90 5235 166 X
In het vierde en laatste hoofdstuk van het boek, getiteld Toverkruiden en Heksenplanten geeft Rutten een uitgebreide beschrijving van 35 kruiden, maar ook hier weet hij zeer weinig te melden over magische praktijken waarin ze gebruikt zouden worden. Rutten maakt een onderscheid tussen geneeskruiden en heksenkruiden. De eerste zijn om te genezen, de laatste om iemand met behulp van zwarte magie schade te berokkenen of zelfs te doden. In dit boek gaat Rutten ervan uit dat 'heksen' zwarte magie bedrijven, 'Hekserij,' licht hij toe, 'impliceert een beroep op de duivel'. Kennelijk was hij in 2003 nog niet tot het inzicht gekomen dat heksen, net als vele heiligen, magie gebruikten om te genezen en niet om kwaad te berokkenen. De beschrijving van de 35 kruiden is meestal beperkt tot hun geneeskrachtige of schadelijke werking en aangezien het vrijwel allemaal kruiden zijn die in Europa niet of nauwelijks bekend zijn, is deze informatie niet zo heel interessant voor niet-Antillianen. Al met al niet een boek dat enig inzicht geeft in het gebruik van magische kruiden op de Antillen. Gevallen die Rutten beschrijft van personen die de dood vonden na het eten of drinken van iets waaraan giftige kruiden waren toegevoegd, vallen onder moord en hebben niets met magie van doen. Ook in dit boek ontbreekt een index, maar er is niet veel dat ik erin zou willen opzoeken. (Ko)
Kwan Yin
De goddelijke moederfiguur in de Chinese volksreligie
158 blz., € 14,50
Ankh-Hermes, 2005
ISBN 90 202 8352 9
In haar boek gaat Chen-niang nauwelijks in op de geschiedenis van de Kwan Yin-verering en richt zich vooral op de universele betekenis van deze Moedergodin, die haar vanaf haar jeugd direct had aangesproken. Door deze persoonlijke betrokkenheid weet Chen-niang Kwan Yin neer te zetten als een levende Godin, die hier en nu net zoveel zeggingskracht heeft als daar en toen. In Chine zijn trouwens nog steeds vele tempels en heiligdommen, die jaarlijks door duizenden pelgrims worden bezocht om er de Godin te aanbidden. De in het boek gegeven mythen over Kwan Yin, die nog verteld werden in Indië toen Chen-niang daar woonde, illustreren de genegenheid en warmte die deze Godin voor vele mensen is blijven uitstralen. Daar hebben het christendom, boeddhisme en de islam niets aan kunnen afdoen. Het boek is mooi uitgegeven, geïllustreerd met beelden van de Godin, naar ik aanneem uit de verzameling van de auteur, en door haar gemaakte tekeningen. Een aanrader. (Ko)
Natuurmagie en Hekserij
Een Wiccapriesteres onthult haar geheimen
288 blz., € 19,90
Kosmos-Z&K, 2004
ISBN 90 215 4064 9
Natuurmagie en Hekserij is de vertaling van The Natural Magician en beter dan de wat melodramatische ondertitel doet vermoeden. Natuurmagie is een manier om te werken met de krachten van de natuur, krachten die je kunt opwekken en gebruiken door je af te stemmen op de krachten van met name de planeten en de vier elementen. In heldere bewoordingen laat Vivianne zien dat magie niet ingewikkeld, star of eng hoeft te zijn. Waar andere boeken, zonder nadere uitleg, vaak ingewikkelde teksten en handelingen voorschrijven, die je alleen maar slaafs dient uit te voeren, werpt Vianne je voortdurend terug op jezelf. Natuurmagie is voor Vianne iets dat doorleefd, oprecht en persoonlijk dient te zijn. Wat voor een ander goed is, hoeft voor jou niet te werken en wat voor jou werkt is goed - wat anderen daar ook over zeggen. Daarbij verliest Vivianne nooit de ethische kant uit het oog. Als je met magie bezig bent, moet je voortdurend je afvragen of het wel goed is wat je wilt doen en of je er geen anderen mee kunt schaden. In het boek worden theoretische bespiegelingen en vaak zeer humoristisch vertelde anecdotes afgewissend met oefeningen, die de lezer kunnen helpen practische vaardigheden op te doen op dit gebied, ook zonder dat je deel uitmaakt van een Coven of magische groepering die je daarbij kunnen helpen. Daarbij hoef je het niet in alle opzichten met Vivianne eens te zijn. Het vermengen van de westerse magische traditie met oosterse begrippen als chakra's en fengshui spreekt me niet zo aan, maar je bent vrij uit het boek te kiezen wat bij je past. Een aanrader voor ieder die zich serieus wil verdiepen in magie en niet uit is op sensationele effecten. (Ko)
De Macht van Magie
Ontdek de heksenkracht in jezelf
222 blz.,€ 14
The House of Books, 2004
ISBN 90 443 0832 7
De Macht van Magie is een doe-boek en is bedoeld als een curus die je in dertien manen leert natuurmagie te beheersen. Vreemd genoeg komt dat in de cover van de Nederlandse uitgave niet tot uitdrukking. Op de achterflap staat het niet ook vermeld. De Engelse uitgave heeft als ondertitel: "Thirteen moons to master natural magic - a practical handbook". En dat is precies hoe je het boek moet gebruiken. Na drie door Marian geschreven gedichten en een inleiding volgt het eerste hoofdstuk, getiteld: "Een nieuwe maan en een nieuwe droom". Hierin maakt Marian duidelijk wat natuurmagie voor onze voorouders was en wat het voor ons kan betekenen. Ze doet de suggestie om iedere les een dag na de nieuwe maan te beginnen, een magisch dagboek bij te houden, te lezen over gebruiken in de streek waar je woont, naar de maan te kijken en heilige plekken te bezoeken. Zo leer je iedere maan iets nieuws. Je leert het vooral jezelf. Je gaat een jaar lang op ontdekkingstocht, meegenomen door een altijd inspirerende Marian Green. Het cursusboek is bedoeld voor soloheksen, maar ik hoorde ook van een groep die haar boek gebruikt om het samen door te werken. Een absolute aanraden! (Joke)
Werken met het Levenswiel
Een sjamanistische visie
170 blz. € 12,50
Altamira-Becht, 2004
ISBN 90 6963 644 1
Met puur sjamanisme houdt Daan van Kampenhout zich nog nauwelijks bezig. Wel is dit het uitgangspunt van zijn nieuwste boek, Werken met het Levenswiel. Het is een werkboek, dat je op eigen houtje kunt doorwerken of samen met een groep, als je dat liever doet. Het boek leert om je eigen levenswiel te maken. Het geeft geen pasklare voorschriften of leerstellingen en leert je je eigen weg hierin te vinden. Het boek neemt je mee op een ontdekkingsreis in en buiten jezelf, een reis door de vier elementen, naar je voorouders en het dierenrijk. Het laat je voor jezelf ontdekken welke kleur je bij de elementen wilt en wat de andere punten op je levenswiel voor jou betekenen. Het boek is prettig en zeer inspirerend geschreven, zonder opgeheven vinger van wat je wel en niet moet en mag doen. Daan van Kampenhout heeft hier twaalf jaar aan gewerkt en dat is te merken. Wat hij zegt komt heel doorleefd en authentiek over. Een heel plezierig werkboek. (Joke)
Hemelse Spijzen
Een jaarkrans van recepten en hun diepere betekenis
Met foto's van Isabel Rottiers
159 blz. € 29,90
Lannoo-Ten Have, 2004
ISBN 90 5999 5007 0Edda
Vertaling Marcel Otten
Ambo, 2004 (6e, geheel herziene druk)
ISBN 90 263 1870 7
Bij de research voor ons boek Encyclopedie van Westerse God en Godinnen (2004) heb ik vooral gebruik gemaakt van de vertaling die Jan de Vries in 1938 van de Edda heeft gemaakt. Toen ik dat boek in 1994 voor mijn verjaardag kreeg, was het de enige Nederlandse vertaling die er was. Een paar maanden daarna verscheen de vertaling van Marcel Otten en als ik had mogen kiezen had ik daaraan in alle opzichten de voorkeur gegeven. Maar ja, ik had nou eenmaal die vertaling van De Vries. In 2004 verscheen de 6e, geheel herziene druk van de vertaling van Marcel Otten en ik heb toch maar een recensie-exemplaar opgevraagd om beide vertalingen eens goed te kunnen vergelijken. Nog steeds geef ik aan Marcel Otten de voorkeur boven De Vries. Jan de Vries was een eminent geleerde die op het gebied van de Germaanse religie wereldwijd vermaard is geworden door zijn diepgaande studies van de Germaanse en Noordse religies. Voor de Encyclopedie heb ik daar dankbaar gebruik van gemaakt. Maar een eminent wetenschapper maakt je nog geen dichter. En wetenschappelijk klopte zijn vertaling ook niet erg. De Vries ging ervan uit dat in de IJslandse gedichten een bepaald ritme gebruikt werd, waarbij het begin en eind van elke strofe de klemtoon kreeg, en dat ritme heeft hij in zijn vertaling consequent toegepast. In het Nederlands geeft dat ritme vaak een gekunsteld effect en dat maakt de vertaling van De Vries in veel opzichten houterig en onnatuurlijk. De Vries schreef zijn vertaling in 1938 en hedendaagse Germanisten onderschrijven niet langer zijn opvatting dat het door hem gebruikte Germaanse ritme algemeen gangbaar zou zijn geweest. Marcel Otten heeft dan ook geen pogingen gedaan een dergelijk ritme in zijn vertaling na te streven. Afgezien van het houterige ritme doet de vertaling van De Vries ook zeer gedateerd aan, ondanks pogingen in 1988 van prof. dr. J.A.Huisman om, samen met de weduwe van de in 1956 overleden De Vries, het taalgebruik wat te moderniseren. Om zijn strakke ritme te kunnen volhouden zag De Vries zich meermalen genoodzaakt strofen onvertaald te laten of zeer vrij te vertalen. Dat heeft Huisman maar zo gelaten. Ook heeft De Vries de volgorde van de verschillende verzen vaak naar eigen inzichten veranderd en ook dat heeft Huisman maar voor rekening van De Vries gelaten.
Marcel Otten heeft voor de zesde druk gebruikt gemaakt van de nieuwste wetenschappelijke inzichten over het IJslandse manuscript, dat voordien op bepaalde plaatsen vrijwel onleesbaar was, zodat verschillende autoriteiten hier hun eigen, vaak foutieve invulling van hebben gegeven. Dankzij de moderne wetenschap is het hele manuscript nu leesbaar geworden en Otten heeft zijn vertaling hiernaar aangepast. De Edda van Otten is prettig leesbaar, plechtig, zoals het een Middeleeuws epos betaamd, maar toch modern en heel natuurlijk aandoend Om een indruk te geven van de verschillende tussen beide vertalingen moge het eerste vers volstaan. Bij De Vries heet dat:
de heil'ge geslachten.
de grote en kleine
kindren van Heimdal;
ik wil nu, Odin,
wijsheid verkonden;
de oude sagen,
die als eerste ik ken.
van hoog tot laag, nazaten van Heimdal.
Walvader, jij wil dat ik allen vertel
over de oudste verhalen uit ons verre verleden.Lilith
Het donkere vrouwelijke
136 blz.; € 15,50
Met 32 afbeeldingen
Symbolon, 2003
ISBN 90 74899 50 1
Lilith weigert zich aan wie dan ook te onderwerpen. In de Soemerische mythe woont ze in de hoeloepoeboom, tussen een slang, die zich in de wortels ophoudt en een vogel in de takken. Als de held Gilgamesj de boom omhakt, trekt Lilith zich terug in de wildernis. In de Bijbel wordt gezegd dat na de verwoesting die God in de stad Edom zal aanrichten, alleen Lith zich daar nog zal thuisvoelen. De Joodse traditie, zoals die in de Oudheid en vroege Middeleeuwen werd opgetekend in de gezaghebbende Rabbijnse geschriften van de Talmoed en in de mystieke geschriften van de Zohar, noemt Lilith vele malen. Barbara Koltuv geeft een uitstekend en gedetailleerd overzicht van deze verwijzingen. Ze laat zien hoe Lilith vereenzelvigd werd met de slang die Eva in het paradijs tot de zonde verleidde. Tegelijk was Lilith het vrouwelijke deel van Adam, dat zich van hem had losgemaakt toen hij haar probeerde te overheersen. Lilith en Eva werden in de Joodse traditie beiden als zondig gezien, omdat ze Adam ertoe hadden verleid ongehoorzaam aan God te zijn.
In de Middeleeuwen werd Lilith vaak samen met Eva afgebeeld, vertrapt onder de voeten van de Heilige Maagd, die als de nieuwe Eva zondeloos Christus op de wereld had gebracht. Barbara Kultov geeft hier een aantal voorbeelden van. Zelf hebben we andere voorbeelden gezien. In het noordelijke portaal van de St. Deniskathedraal in Parijs is, bijvoorbeeld, te zien hoe Eva gebeten wordt door Lilith, in de gedaante van een slang. Eva zelf is ook deels als monster afgebeeld, met de achterpoten van een roofvogel in plaats van benen, net als Lilith vaak werd afgebeeld. Op de door Joke genomen foto's hieronder is dit te zien.Handboek Geneeskruiden
Door Lisette Timmermans
403 blz., € 39,50
Ankh-Hermes, 2004
ISBN 90 202 4382 9
Het geheel ziet er duidelijk en overzichtelijk uit en aangezien de auteur de Hogeschool voor Natuurgeneeswijzen in Arnhem heeft gedaan, kun je aannemen aan dat dit allemaal wel klopt. De Bijzonderheden die bij elk kruid genoemd worden, komen echter niet altijd even gedegen over. Soms lijkt het erop dat de auteur uit verschillende bronnen klakkeloos bijzonderheden heeft overgenomen die elkaar tegenspreken. Zo rekent ze Vrouwenmantel onder de "vrouwenkruiden" en plaatst het, zoals je daarbij zou verwachten, onder de invloedssfeer van Maan en Venus, maar noemt het kruid een regel verder een "Plant van Venus en plant van Mars". Bij de goudsbloem zegt ze: "Kruid van Zon en Venus. Kruid van Jupiter." Dit soort tegenstrijdigheden komt niet erg doordacht over en brengt de lezer licht in verwarring. De wat magere literatuurlijst boezemt ook geen vertrouwen in. In mijn ogen belangrijke bronnen als de boeken van Culpepper, Mrs. Grieve en Gerard, lijkt ze niet te hebben geraadpleegd. Het verbinden van planten aan planeten is iets waarin de verschillende bronnen elkaar soms tegenspreken, maar als auteur hoor je de tegenstrijdigheden gedegen uit te pluizen en hierin je eigen standpunt te bepalen of uit te leggen waarom er verschillende zienswijzen zijn, bijvoorbeeld gebaseerd op verschillende mythen. Dat mis ik een beetje in dit boek. Dan kun je beter geen uitspraken doen over de planeten. Aanbevolen, maar met kritische kanttekeningen. (Joke)
Luisteren naar dieren
Spirituele en magische lessen uit het dierenrijk
als sleutel tot zelfkennis en bewustzijnsverruiming
327 blz.,
Altamira-Becht, 2003 (6e druk)
ISBN 90 230 0929 0Witches, Druids and King Arthur
door Ronald Hutton
325 blz.; € 28,20
Hambledon & London, 2003
ISBN 1 85285 397 2
Zoals de titel al doet vermoeden is dit geen boek, maar een verzameling van, deels al eerder gepubliceerde, artikelen, over verschillende onderwerpen. In 'Arthur and the Academics' veegt Hutton de vloer aan met de Arthurmythen, die door goedgelovigen voor waar worden aangenomen, zonder dat hier enige grond voor is. Het bedevaartsoort Glastonbury vaart wel bij de nog steeds voortdurende Arthurrage, maar volgens Hutton is er geen enkel bewijs dat Arthur hier iets mee te maken heeft gehad. Dat Arthur in de kathedraal van Glastonbury begraven zou liggen, is tijdens de reformatie onder Hendrik VIII bedacht door slimme monniken, die zo voorkwamen dat de kathedraal zou worden afgebroken.
De hoofdstukken 'The New Old Paganism' en'Paganism in the Missing Centuries' zijn naar mijn mening gemiste kansen. Hutton verliest zichzelf voortdurend in details, die te diep worden uitgespit voor een algemeen publiek, en slaagt er niet in de grote lijnen van het verband tussen het oude en het nieuwe Heidendom zichbaar te maken. Zo gaat hij voorbij aan het feit dat veel rituelen en gebruiken van het Heidense Romeinse Rijk door de Roomskatholieke kerk zijn aangepast en vervolgens door Moderne Heidenen teruggeplaatst in een heidense context. Ik denk bijvoorbeeld aan het gebruik van wierook, of het verrichten van rituele handelingen om de kracht van het oude op het nieuwe over te brengen.
In het hoofdstuk 'A modest look at Ritual Nudity' komt Hutton tot de conclusie dat rituele naaktheid door de eeuwen heen meer is verbonden met magie dan met religie en daarom wordt toegepast in de Wicca, waar magie een grotere rol speelt dan in andere religies.
In 'The Inklings and the Gods' laat Hutton zien dat Tolkien oorspronkelijk een mythologisch kader had ontworpen waarbinnen Goden en Godinnen de gang van zaken bepaalden in 'The Lord of the Rings'. Alleen was er in de 50-er jaren van de vorige eeuw geen uitgever te vinden die een dergelijk heidens epos wilde uitgeven. Tolkien gaf toe en plaatste zijn meesterwerk in een wereld zonder Goden of Godinnen. Pas later, toen 'The Lord of the Rings' al een bestseller was, werkte hij deze mythologie toch uit. Na zijn dood werd dit als 'The Silmarillion' door zijn zoon voltooid en uitgegeven.
Het hoofdstuk 'The new Druidry' geeft weinig aanvullende informatie over het doen en laten van moderne Druïden voor wie de boeken van Philip Garr-Gom heeft gelezen, maar misschien denken Druïden zelf hier anders over.
In het hoofdstuk 'Living with Witchcraft' geeft Hutton een zeer persoonlijk verslag van hoe het is om objectief een onderwerp als Wicca te beschrijven, waarbij hij door Wicca's zelf als te streng in de leer werd beschouwd, terwijl zijn vakgenoten het onderwerp liever negeerden. Dat hij, ondanks alle problemen en tegenwerkingen, Wicca's bewondert en waardeert en ook door hen op waarde wordt geschat, blijkt duidelijk uit dit hoofdstuk, dat oorspronkelijk in 'Triumph of the Moon' zou worden opgenomen, maar destijds te controversieel werd gevonden. Hutton heeft Wicca een plaats gegeven in de geschiedenis van de religie. Daarvoor kan elke Wicca hem dankbaar zijn. Een aanrader. Leuke cover trouwens. (Ko)
Eko Eko
Een halve eeuw Wicca
254 blz., fotokatern 16 blz.
Houtekiet, 2003.
ISBN 90 5240 733 9Witchcraft and the Book of Shadows
door Gerald B. Gardner
Samengesteld door A.R.Naylor
295 blz.; € 26,65
I-H-O Books, 2004
ISBN 1 872189 52 0Encyclopedie van Magie en Hekserij
Een geïllustreerd historisch verslag van spirituele werelden
256 blz., € 19,95
Veldman, 2003
ISBN 90 5920 061 6Scott Cunningham
Een van de eerste boeken over Wicca die ik kocht was De magische kruidentuin van Scott Cunningham, een vertaling van Magical Herbalism - the Secret Craft of the Wise (1984). Het was het eerste boek dat Cunningham publiceerde en de tijd was, in ieder geval in Nederland, nog niet rijp voor hem. Al gauw lag de vertaling van Uitgeverij Schors als onverkoopbaar bij De Slegte en was kort daarna nergens meer verkrijgbaar.
Een jaar later ontdekte ik Cunninghams Encyclopedia of Magical Herbs, uitgegeven door Llewellyn. Elk jaar kwamen er wel verschillende nieuwe boeken van hem uit. Aanvankelijk kocht ik alles wat ik vond, maar op een gegeven moment begon hij voor mij wat minder interessante onderwerpen te bespreken en zichzelf een beetje te herhalen.
Scott Cunningham werd op 27 juni 1956 geboren te Royal Oak, Michigan, en overleed op 28 maart 1993. In 1971 begon hij zich met Wicca bezig te houden en schreef zo'n 25 boeken over dit onderwerp. Hij was geïnitieerd in verschillende tradities. Al heel jong was hij erg geïnteresseerd in planten, mineralen en andere producten van Moeder Aarde. In 1974 schreef hij zich in bij de Universiteit van zijn woonplaats San Diego, maar hij ontdekte al gauw dat hij meer gepubliceerd had dan de meeste van zijn professoren en hij verliet de universiteit om fulltime schrijver te worden. Zijn kracht lag in het feit dat hij Wicca ontdeed van veel quasi-historische verzinsels. Hij zag wel in dat Wicca veel elementen uit de volksmagie in zich had opgenomen. Hij zag Wicca als een moderne religie waarin het contact met de God en de Godin het belangrijkste was. Een nadeel van zijn boeken, waarschijnlijk een gevolg van zijn veelschrijverij, is dat ze soms een beetje slordig zijn opgezet en hij zichzelf regelmatig, soms in hetzelfde boek, tegenspreekt. Ik zal nu drie van zijn in het Nederlands vertaalde boeken bespreken.(Joke)Wicca-Handboek
gids voor de individuele beoefenaar
231 blz.; € 14,50
Altamira-Becht, 3e druk, 2003
ISBN 90 6963 554 2Wegwijs in Wicca
door Scott Cunningham
207 blz; € 12,90
Altamira-Becht, 2e druk, 2004
ISBN 90 6963 572 0Wicca-kookboek
de magie van ons voedsel
344 blz.: € 22,50
Altamira-Becht, 2003
ISBN 90 6963 605 0Hekserij zonder Geheimen
werkboek voor Wicca's
352 blz: € 29,90
Altamira-Becht, 2e druk, 2004
ISBN 90 6963 581 X
In 1986 publiceerde Buckland zijn elfde en laatste boek, Buckland's Complete Book of Witchcraft, in het Nederlands vertaald als Hekserij zonder geheimen. Zoals de ondertitel al aangeeft is het een Werkboek voor Wicca's. Het is ter nagedachtenis aan Gerald Gardner (Scire) en Lady Olwen (Monique Wilson) en opgedragen aan zijn tweede vrouw Tara. Het is een werkboek met een sterk Gardneriaanse inslag, zoals het bovenstaande al doet vermoeden. Het boek bestaat uit 15 lessen. Via geschiedenis, geloofsovertuigingen en werktuigen komt de lezer bij de vier grote jaarfeesten (Samhain, Imbolc, Beltane en Lammas). Hierna volgen meditatie, dromen en de vier kleine jaarfeesten (Lentenachtevening, Zomerzonnewende, Herfstnachtevening en Winterzonnewende). Dan lessen over overgangsriten, divinatie, kruidenkunde, magie, magische alfabetten, healing en uiteindelijke de keuze zelf een groep te beginnen of solitair te werken. Ieder hoofdstuk eindigt met toetsvragen, waarvan de antwoorden achterin staan.
Het boek is gemakkelijk te lezen, en toch gedegen, hoewel het allemaal wat ouderwets en erg traditioneel overkomt. Dat vond ik al toen ik het in 1986 voor het eerst las. Het is allemaal wat erg zwaar op de hand. De speelse, creatieve kant die Wicca, zoals ik die ken, kenmerkt, ontbreekt hier wel een beetje. Je kunt het boek alleen doorwerken of samen met wat vrienden. Misschien kun je elkaar inspireren waar het boek blijft steken in al te serieuze zwaarwichtigheid. (Joke)Het Keltisch Bomenorakel
Een oeroude bron van wijsheid
door Liz en Colin Murray
120 blz., met 25 kaarten
Illustraties en kaarten Vanessa Card
Altamira-Becht, 1988, 2e druk 2001; € 29,90
ISBN 90 6963 505 4Moeder Aardekaarten
Spirituele lessen uit Indiaanse tradities
door Jamie Sams
313 blz., met 44 kaarten
Illustraties en kaarten Linda Childers
Altamira-Becht, 1993 € 29,90
ISBN 90 230 0827 8Vogelkaarten
De helende kracht van het vogelrijk
160 blz.
Altamira-Becht, 2004
ISBN 90 6963 616 6De Tarot van de Druïden
De magie van Wicca en Druïden als gids op je levenspad
192 blz., € 32,50
Altamira-Becht, 2004
ISBN 90 6963 636 0
Ik vind de kaarten heel mooi en inspirerend en zal ze zeker gaan gebruiken. Toen ik in 1970 met de tarot begon, was er alleen het zwart-witte pak van Rider-Waite. Na een tarotcursus op het Theosofisch Centrum in in Naarden in 1984 ben ik het spel van Henson-Roberts gaan gebruiken. Tien jaar later ontdekte ik de Tarot of the Old Path, dat ik nu zal vervangen door de Tarot van de Druïden. (Joke).Licht op de Crowley-tarot
Praktische toepassingen van oude visuele symbolen
328 blz., met afbeeldingen van alle kaaten
Altamira-Becht, 3e druk 2003
ISBN 90 230 0811 1Introductie tot de Crowley Tarot
Duiding en legsystemen
125 blz. € 23
Met set kleine Crowley-kaarten
Koppenhol, 2003 (4e druk)
ISBN 90 73140 27 7De Stok van Thoth
Toegang tot de Tarot via de kaarten van
Aleister Crowley & Frieda Harris
320 blz. € 29,90
Servire, 2004
ISBN 90 215 4355 9Aanbevolen boeken

De lijst is onderverdeeld in drie groepen. De eerste groep bestaat uit boeken die we sterk aanraden aan iedereen die zich in Wicca wil verdiepen. De tweede groep betreft boeken die aanbevolen kunnen worden als je de boeken in groep 1 al hebt gelezen en nog steeds geïnteresseerd bent in Wicca. Boeken in de laatste groep zijn aan te bevelen als je al wat langer met Wicca bezig bent en je wilt verdiepen in achtergronden of specifieke onderwerpen. De meeste boeken zijn in de boekhandel of bibliotheek te vinden.
Groep 2
Groep 3