Joel

Tijd: 21 december
Andere namen: Midwinter, winterzonnewende, winter solstitium, yule

Kenmerk
Joel is de langste nacht. Rond 21 of 22 december bereikt de zon op het noordelijk halfrond zijn laagste stand. Het is duidelijk dit ook al in de Steentijd een belangrijk moment was, want een aantal megalitische bouwwerken zijn zodanig ontworpen dat het zonlicht met Midwinter in het binnenste van de tempel kon vallen. Dat is bijvoorbeeld het geval bij Newgrange in Ierland.

De nog steeds in het Nederlands bestaande naam Joel gaat vermoedelijk terug op een Indo-Europese wortel *kwel, die 'draaien' of 'wiel' betekende. Het Oudnoorse Jol, het Zweedse Jul, het Deense Juul en het Engelse Yule zijn varianten in de Germaanse talen. De gedachte daarbij is dat na het wintersolstitium de zon, na enkele dagen op hetzelfde punt te zijn gebleven, weer in beweging lijkt te komen. Het Zweedse en Deense woord voor wiel, hjul, is vrijwel identiek aan de naam van het Midwinterfeest.

De andere naam van dit feest, Midwinter, geeft aan dat een andere datum werd gezien als het begin van de winter en dat de winterzonnewende werd beschouwd als het midden van de winter. Wanneer het begin van de winter viel, daar kon je over van mening verschillen met je buurland of buurstam, maar Midwinter werd door iedereen gezien als de kortste dag van het jaar. Vanaf de tijd van Julius Caesar tot de invoering van de Gregoriaanse kalender in 1582 was dat 25 december. Daarna werd het winter solstitium vastgesteld op 21 december en dat is zo gebleven.

In ieder geval werd Joel, op welke datum het ook viel, gezien als een keerpunt in de natuur. Tot dat moment worden de dagen korter, maar tijdens Joel komt dit proces tot stilstand en worden de dagen weer langer. Vooral voor onze voorouders was dat een belangrijk moment. Kaarsen en olielampen waren voor veel mensen niet te betalen en de koude en donkere winter was een gezelschap dat men liever zag gaan dan komen. Dat gold vooral in de noordelijke streken, waar kou en duisternis meer greep op de samenleving hadden dan in de landen rond de Middellandse Zee. In de Germaanse gebieden was de Joeltijd daarom een groot feest dat twaalf dagen duurde, gerekend vanaf het wintersolstitium. Zo diep geworteld zat dit heilige feest dat pogingen van kerkelijke zijde het te verbieden of te ontkrachten nooit helemaal gelukt zijn. Nog steeds wordt in delen van Scandinavië een 12-daags Joelfeest gevierd. Nog steeds wordt de periode van 26 december tot 6 januari in Noord-Duitsland Zwölften genoemd, terwijl men meer naar het zuiden nog spreekt van Zwölf Nächten of Zwölf heilige Tagen. In Nederland werd de Joeltijd aangeduid als De Twaalf Dagen. In Engeland was de naam Twelve Days gebruikelijk, op 6 januari afgesloten met Twelfth Night. Gewoonlijk werd 26 december geteld als "eerste dag na kerst" en de Joeltijd eindigde dan op 6 januari als 'twaalfde dag na kerst'. Een andere manier was om kerstmis zelf ook mee te tellen en dan eindigde de Joeltijd op 6 januari met Dertiendag. Deze naam is tot in de 20e eeuw in ons land algemeen gangbaar geweest, al werd de dag vaker aangeduid als Driekoningen.

In de eerste eeuwen van onze jaartelling ontstond de gewoonte het wintersolstitium (dus 25 december) te zien als de geboorte van de Zonnegod. Sol Invictus en Mithras zijn de bekendste voorbeelden. Ook Apollo werd in die tijd gezien als een Zonnegod. Om deze mededingers uit te schakelen, begonnen de Christenen, voor het eerst in de kalender van Philocalus in 354, de geboorte van Christus op 25 december vast te stellen. Het was een poging het oude heidense Midwinterfeest te kerstenen. Veel onderdelen van het kerstfeest zijn nog te herkennen als voortgekomen uit het heidense Joelfeest. De lichtjes in de kerstboom vertegenwoordigen de terugkeer van het licht met het lengen van de dagen.

Om de betekenis van Midwinter te begrijpen, kunnen we het feest samen met Midzomer bekijken. Midzomer is een keerpunt, waarbij de kracht van de zon niet langer toeneemt. Vanaf Midwinter heeft heel de natuur in het teken van groei en toename gestaan. Die groei wordt met Midzomer een halt toegeroepen en vanaf dat moment gaan langzaam maar zeker afbrekende krachten de boventoon voeren. Alle eenjarige planten sterven af, de een wat eerder, de ander wat later. Loofbomen laten hun bladeren vallen.

Deze twee tegengestelde krachten in de natuur, van groei en afbraak, zijn in volksverhalen vele eeuwen, en waarschijnlijk duizenden jaren lang, voorgesteld als de strijd tussen twee vorsten. Met name in Engeland werden ze vaak voorgesteld als de Eikkoning en de Hulstkoning. De Eikkoning is de groeikracht in de natuur, die met Joel de Hulstkoning, de afbrekende kracht, verslaat. De Hulstkoning is op het toppunt van zijn kracht en daarom is het hulstblad een symbool dat we nog steeds in kerstversieringen tegenkomen, maar hij heeft zijn tijd gehad en moet het veld ruimen voor de Eikkoning.

De Eikkoning en Hulstkoning zijn verschijningsvormen van de Vegetatiegod die in de Oudheid onder verschillende namen bekend was, zoals Osiris of Adonis. In de Middeleeuwen en Renaissance keerde de Vegetatiegod terug als de Groene Man, afgeleid van het Engelse Green Man. Meestal was dit een afbeelding van een hoofd, waarbij takken of bladeren uit zijn mond, kin of haren groeiden. Daarbij is vooral de eik veel afgebeeld, maar het kan ook acanthus, klimop of andere vegetatie betreffen.

Met Joel werden vanouds grote vuren aangestoken. Ten dele is dat om de terugkeer van het licht te vieren, maar vuur heeft ook een transformerende werking. Het vuur heeft de vonk van het goddelijke in zich, de vonk die elk jaar opnieuw na de winter Moeder Aarde zal bevruchten. Daarom werd met Joel een groot blok eikenhout verbrand, het joelblok. De as hiervan werd met Imbolc over de akkers gestrooid. Het vuur vernietigt de vruchtbaarheid van de eik niet, maar transformeert en verjongt deze groeikracht om ook in het nieuwe voorjaar weer de vegetatie te laten groeien.

Viering van het Joelfeest
Je kunt om het Joelfeest op te luisteren hulstbladeren en maretak (mistletoe) ophangen. Groenblijvende takken en rode bessen symboliseren in deze donkere dagen dat de natuur weer groen zal worden en zal gaan bloeien.

Het Joelritueel leent zich bij uitstek om zaken die al een tijd vastzitten opnieuw in beweging te brengen. Probeer datgene dat is vastgelopen een bepaalde vorm te geven en verricht er dan een handeling mee die de beweging uitbeeldt. Stel dat je het gevoel hebt dat de relatie met een vriend, vriendin of familielid een beetje is vastgelopen. Je maakt dan iets dat voor jou deze persoon uitbeeldt, bijvoorbeeld door een foto van die persoon te nemen, of een voorwerp dat je van deze persoon hebt gekregen. Leg dit voorwerp midden in de Cirkel en loop er driemaal widdershins (tegen de klok in) omheen. Daarna neem je het voorwerp in je hand en loopt er driemaal deosil (met de klok mee) de Cirkel rond. Door widdershins te lopen laat je dingen achter je. Je laat daarbij het voorwerp liggen, waarmee je aangeeft dat je niet deze persoon achter je wilt laten, maar wat er tussen jullie is gekomen. Door deosil te lopen bouw je iets nieuws op. Door het voorwerp hierbij mee te nemen geef je aan dat je samen met deze persoon iets nieuws wilt opbouwen en dingen weer in beweging wilt zetten. Als je het ritueel met anderen doet kan elk op deze manier iets uitbeelden dat is vastgelopen en weer op gang gezet moet worden.

We wensen je een fijne Joelviering, waar je nog vaak met veel plezier aan terug zult denken. Moge wat je in beweging hebt gezet, in beweging blijven zolang jij dat wilt.