Lammas

Tijd: 2 augustus
Andere namen: Oogstfeest, Lughnasa

Tussen Midzomer en de Herfstequinox werd door alle Indo-Europese stammen een Oogstfeest gevierd. Door moderne heidenen wordt dit vaak als een Keltisch feest beschouwd, Lammas of Lughnasa genoemd en gevierd op 1 augustus, maar ook de Germanen, Slaven en Scandinavische volkeren vierden in die periode een vergelijkbaar feest.

De graanoogst was vanouds een opeenvolging van religieuze handelingen. De hiermee verbonden rituelen en feesten waren van het hoogste belang voor de gemeenschap. Moeder Aarde en de Vegetatiegod vormen in de religie van de Steentijd een polariteit waaruit al het leven voortkomt. De God bevrucht Moeder Aarde en de daaruit voortkomende vegetatie is hun kind, een jongere uitvoering van de God. Tijdens de oogst sterft de God, maar hij wordt herboren in het zaad waarmee de aarde het volgend jaar opnieuw wordt bevrucht. Bij de oogst is het de mens die de dood van de God veroorzaakt. Daarom moeten bepaalde handelingen verricht worden om niet voor deze overmoed gestraft te worden en ervoor te zorgen dat de levenskracht van de vegetatie niet verdwijnt, maar wordt bewaard en overgedragen op de nieuwe vegetatie van het komend jaar. Deze handelingen vormen de essentie van het Oogstfeest.

Het oogstfeest is niet alleen een eerbetoon aan de Godin en de God. Rituele handelingen dienden ook om de levenskracht op te wekken die vooral met het graan werd verbonden. De Romeinen noemden die kracht numen, de Germanen spraken van Macht of Kracht. In elke graankorrel is deze kracht te vinden, maar vooral rond de laatste halmen die geoogst werden of de laatste schoven die op het veld bleven staan, bestonden gebruiken om deze kracht te activeren. Vaak kreeg de laatste schoof een naam en moesten er bepaalde handelingen mee verricht worden. Soms werd de laatste schoof verbrand en werd de as voordat men in het vroege voorjaar weer ging zaaien, over de akkers gestrooid. Meestal werd een deel van de laatste graankorrels door het nieuwe zaaigoed verwerkt om de levenskracht van de oude oogst op de nieuwe vegetatie over te brengen.

In de vroege Middeleeuwen werden heidense oogstgebruiken waar mogelijk verboden of gekerstend. De Maagd Maria nam de plaats van de Romeinse Graangodin in. Wat niet op Maria betrokken kon worden, werd toegeschreven aan demonen, die met de Duivel in verbinding zouden staan. Het werd als een doodzonde gezien om heidense oogstgebruiken in ere te houden. De graandemon werd een wezen om bang voor te zijn, een boeman waarvoor de kinderen gewaarschuwd werden. Toch lieten de Graangod en de Graangodin zich niet zonder meer verdrijven. In oogstgebruiken die vanaf de Middeleeuwen zijn opgetekend werd het laatste graan vaak de Oude Vrouw, Arenmoeder of Korenmoeder genoemd, soms ook de Korenmaagd. Ook de Graangod bleef in oogstgebruiken een rol spelen, vermomd als de Oude Man, de Roggeman, de Tarweman, de Oogstman en dergelijke benamingen.

In de Middeleeuwen leefden de heidense Goden niet meer zo onder het gewone volk en hun namen was men vrijwel vergeten, maar de levenskracht die in elke graankorrel en in elke splinter van elke boom huist, die kracht was nog springlevend. Het onderkennen van deze levenskracht is ouder dan het vereren van persoonlijke Goden en zit dieper geworteld. Daarom liet men onder invloed van het Christendom het geloof in de Oude Goden vrij gemakkelijk los, maar bleven de gebruiken rond het activeren van de levenskracht bestaan zolang de oogstgebruiken in ere gehouden werden. De steeds verder gaande mechanisatie van het landbouwbedrijf maakte vele handelingen onmogelijk of minstens overbodig. De secularisatie van de samenleving, waarin geen plaats meer was voor rituelen en magische gebruiken, gaf in veel gevallen de nekslag aan een jaarfeest dat vele duizenden jaren had bestaan.

In plaats van de graanoogst kan ook een andere oogst centraal staan in het Oogstfeest. Het gaat erom welke gewassen het belangrijkste middel van bestaan vormen. In Ierland was vanaf de 18e eeuw de aardappeloogst belangrijker dan de graanoogst. De hooioogst, die in onze streken meestal in de maand juli plaatsvindt, was vanouds omgeven met gebruiken, analoog aan die van de graanoogst. Voor vlasoogst, hopoogst en andere oogsten bestonden soortgelijke gebruiken op plaatsen waar deze oogst belangrijk was als middel van bestaan.

Het traditionele Oogstfeest is een samenhangend geheel van handelingen, dat de vruchtbaarheid van de oude oogst op de nieuwe vegetatie moet overbrengen. Vaak nam de oogst enkele dagen of weken in beslag en dan waren er rituele handelingen gedurende de gehele periode, met name aan het begin en het eind van de oogst. Het feest na het binnenhalen van de oogst vormde de afsluiting en het hoogtepunt van dit meerdaagse jaarfeest. Over het algemeen was er een vaste dag om met een bepaalde oogst te beginnen. Zo begon men in Nederland en de omringende landen de roggeoogst meestal op Sint Jacob (25 juli), soms op Sint Margriet (20 juli) of Sint Anna (26 juli). Hiervan werd alleen afgeweken als extreme weersomstandigheden daartoe noodzaakten. Gewoonlijk werd een eerste Oogstfeest -het begin van de oogst- op Sint Jacob zelf gevierd, soms op de zondag erna, die in Vlaanderen en Zuid-Nederland daarom soms Maaierszondag werd genoemd. Het Maaierszondagsfeest in Sevenum (Limburg) trok in 1952 nog 30.000 bezoekers. Het voltooien van de oogst bepaalde wanneer het Oogstfeest werd afgesloten. Het feest voor Maria Hemelvaart heeft veel oogstgebruiken naar zich toe getrokken, zoals in Engeland het Lammasfeest dat heeft gedaan.

Vieren van het Lammasfeest

Je hoeft geen landbouwer te zijn om een Oogstfeest te vieren. De zomerse overdaad aan granen, vruchten en andere gewassen is geen vanzelfsprekendheid, maar een onderdeel van de kringloop van het leven. In het Lammasritueel kun je je dank voor die overvloed uitdrukken. Als je met Imbolc graan hebt gezaaid kun je dat gebruiken in je ritueel.

Je kunt de oogst ook op jezelf betrekken en in het ritueel tot uitdrukking brengen wat je ervoor over hebt om iets te bereiken. Stel dat je net een opleiding aan de kunstacademie hebt voltooid en graag als beeldhouwer aan de slag wilt. Je kunt dan een door jou gemaakt beeldje in de Cirkel zetten en hier driemaal overheen springen terwijl je een wens of magische spreuk uitspreekt. Het werken als beeldhouwer is de oogst die, naar je hoopt, op het voltooien van de opleiding zal volgen. De handelingen die je verricht tijdens het ritueel activeren de kracht die je tijdens je opleiding hebt opgebouwd, een kracht die je bij het werken als beeldhouwer kunt gebruiken. Het gaat bij het Lammasfeest niet om het beginnen aan iets nieuws, maar om het plukken van de vruchten van iets dat je al eerder begonnen bent. Als je na het voltooien van de kunstacademie toch maar besluit rechten te gaan studeren kan het Lammasritueel je daarbij niet van nut zijn.

We wensen je een fijne Lammasviering waarin je oogst wat je gezaaid hebt.