De Jaarfeesten

Om ons een juist beeld van de jaarfeesten door de eeuwen heen te kunnen vormen is een begrip van de traditionele tijdsindelingen noodzakelijk.

Tijd en polariteit

Voor ons is het zo vanzelfsprekend dat een dag 24 uur heeft dat we er nauwelijks bij stilstaan dat het woord alleen de lichte periode aanduidt, net als nacht alleen de duisternis aangeeft. Tot in de veertiende eeuw werd de tijd berekend door zowel de dag als de nacht in twaalven te delen. Vanaf Midwinter tot Midzomer werden de daguren daardoor steeds langer en de nachturen korter. In het andere halfjaar was het andersom. Voor ons moderne westerlingen lijkt dat een omslachtige methode om de tijd te berekenen, maar in de middeleeuwen was de variabele dagindeling zo vanzelfsprekend dat de eerste mechanische klokken, gemaakt tussen 1300 en 1350, speciaal hiervoor waren ontworpen.

Pas in de vijftiende eeuw ging men geleidelijk aan steeds meer over op de verdeling van een etmaal in 24 uren van gelijke lengte. Toch was deze indeling al eeuwenlang bekend. De Griekse astronoom Hipparchos (190-125 v.Chr) verdeelde voor zijn berekeningen het etmaal, van middernacht tot middernacht, in 24 gelijke delen, hiermee de grondslag leggend voor onze huidige dagindeling, maar dit systeem was slechts voor wetenschappelijke berekeningen.

Voor dagelijks gebruik verdeelden de Grieken, net als alle andere beschavingen waarmee ze in contact kwamen, de tijdspanne van zonsopgang tot zonsondergang. De Romeinen waren bekend met het systeem van Hipparchos en telden voor administratieve doeleinden de nieuwe dag vanaf middernacht, maar gaven er de voorkeur aan voor dagelijks gebruik de periode van zonsopgang tot zonsondergang in twaalven te delen.

Er was veel weerstand tegen de invoering van het etmaal als tijdseenheid omdat de gewone mens dag en nacht niet als gelijkwaardig zag. Dag en nacht werden ervaren als een polariteit van elkaar aanvullende tegenstellingen, maar niet als een eenheid. Het woord etmaal is gebaseerd op het Oudhoogduitse itmali, dat 'feest' betekent.

In vele talen, zoals het Engels en het Frans, bestaat geen gangbaar woord om dag en nacht samen mee aan te geven, anders dan als 'jour complet' of 'natural day'. De tijd werd niet gezien als een opeenvolging van identieke etmalen, maar als een wisseling van dag en nacht in een voortdurend veranderende verhouding. De oorsprong van het woord tijd gaat terug op een Indo-Germaanse wortel *di en een Germaanse wortel *ti, die beiden 'verdelen' betekenen. Zonder scheiding van dag en nacht is er geen tijd.

De polariteit van het jaar

Net als we het etmaal ervaren door de tegenstelling dag en nacht, gaat het jaar voor ons leven door de polariteit zomer-winter. De langste en kortste dag waren belangrijke momenten in een samenleving die voor haar bestaan afhankelijk was van de wisseling der seizoenen. Als de kortste dag was verstreken, wist iedereen dat de natuur binnenkort weer uit haar wintersluimering zou ontwaken, dat er weer gezaaid kon worden en dat de nieuwe oogst er zou zijn tegen dat de oude voorraden begonnen op te raken. De langste dag werd door de Romeinen solstitium genoemd, letterlijk zonnestilstand omdat de zon dan dagen achtereen op dezelfde tijd en plaats opkomt en ondergaat. Later ging men ook de kortste dag als solstitium aanduiden. De Germanen spraken van Midzomer en Midwinter. In Noord-Europa werd Midwinter ook wel aangeduid als Joel.

De vier seizoenen

Door de steeds terugkerende viering van Midzomer en Midwinter wordt de polariteit van het jaar duidelijk vorm gegeven. Een half jaar is echter een lange tijd om je te blijven realiseren dat de natuur bezig is te ontwaken of terug te keren tot de periode van rust. Daarom werden ook de tussenliggende seizoenen, de lente en, in mindere mate, de herfst, door de eeuwen heen met een ritueel of feest gevierd.

De lente begint op het moment dat de zon loodrecht boven de evenaar staat. Dit wordt ook wel voorjaarsequinox of lentenachtevening genoemd omdat dag en nacht dan even lang zijn. Het zomersolstitium is het moment dat de zon loodrecht boven de kreeftskeerkring staat. Op het noordelijk halfrond bereikt de zon dan de hoogste stand boven de horizon. De herfst begint op het moment dat de zon opnieuw loodrecht boven de evenaar staat. Dit wordt ook wel herfstequinox of najaarsnachtevening genoemd.

De winter begint op het moment dat de zon loodrecht boven de steenbokskeerkring staat. Op het noordelijk halfrond heeft de zon dan de laagste stand boven de horizon bereikt.

De seizoenen zijn, door de elliptische vorm van de baan die de aarde om de zon beschrijft, niet gelijk van lengte. De lente duurt gemiddeld 92,9 dagen, de zomer 93,7 dagen, de herfst 89,6 dagen en de winter 89 dagen. In onze samenleving begint de lente daarom op 21 maart, de zomer op 21 of 22 juni, de herfst op 23 september en de winter op 21 of 22 december.

De Romeinse (Juliaanse) kalender Onze kalender is voortgekomen uit de Romeinse. In de tijd van Julius Caesar was deze kalender door onnauwkeurigheden zodanig uit de pas gaan lopen dat de winterzonnewende in de herfst viel. Op aanraden van de astronoom en wiskundige Sosigenes voerde Caesar daarom een kalenderhervorming door. Het jaar 708 na de stichting van Rome kreeg 15 maanden en duurde 445 dagen. De kalender werd zodanig ingevoerd dat 1 januari van het jaar 709, volgens onze jaartelling 45 v.Chr., op de eerste volle maan na het wintersolstitium viel.

Volgens de Romeinse kalendertelling werden niet alle dagen van de maand doorgeteld, maar werd vanaf vaste punten in de maand teruggeteld. Het wintersolstitium viel volgens deze telling in het jaar 708 (46 v.Chr.) op VIII Calendas Januarii, d.w.z. acht dagen vůůr het begin van de maand januari. Dat is volgens de Romeinse manier van tellen, inclusief de eerste en laatste dag, op 25 december. Op deze gronden werden de data voor de vier seizoenen bepaald:

Wintersolstitium = VIII Calendas Januarii = 25 december
Voorjaarsequinox = VIII Calendas Aprilis = 25 maart
Zomersolstitium = VIII Calendas Julii = 24 juni
Herfstequinox = VIII Calendas Octobris = 24 september

Afwijkingen van de Juliaanse kalender Hierbij werd geen rekening gehouden met de ongelijke lengte van de seizoenen, die gelijkmatig over het jaar werden verdeeld. Ook was de kalender met 365,25 dagen per jaar iets te kort. Elke eeuw vielen de equinoxen en solstitia daardoor een dag eerder. Het Concilie van Nicea stelde in 325 vast dat de voorjaarsequinox niet op 25 maart viel, maar op 21 maart. De kennis en de mogelijkheden om de kalender aan te passen bezat het concilie niet. Men zag trouwens nog niet in dat de kalender systematisch afweek. Er werd gewoon aangenomen dat Caesar een foute datum als voorjaarsequinox had gekozen. Die 'fout' werd maar ten dele door het Concilie hersteld. Wel werd voor de berekening van de paasdatum de voorjaarsequinox op 21 maart bepaald, maar dit had verder geen consequenties. De seizoenen bleven door de eeuwen heen op de datum staan waarop ze door Julius Caesar waren vastgesteld. Zelfs toen steeds duidelijker werd dat de kalender systematisch afweek van het zonnejaar, bleef men aan de oude data vasthouden. In de zestiende eeuw viel het zomersolstitium op 10 juni, maar het werd nog steeds op 24 juni gevierd, net als Midwinter nog steeds op 25 december werd ge¨vierd.

De Gregoriaanse kalender In 1582 stelde Paus Gregorius XIII een commissie samen om de fout in de kalender te herstellen en de seizoenen weer op de juiste plaats te zetten. Na lange debatten besloot de commissie de voorjaarsequinox niet te corrigeren naar 25 maart, een datum die toen al mťťr dan 16 eeuwen als begin van de lente was gezien, maar naar 21 maart, de datum die vanaf het Concilie van Nicea was gebruikt om de paasdatum te berekenen.

De pauselijke bul Inter gravissimas bepaalde dat op 4 oktober 1582 direct 15 oktober zou volgen en dat 21 maart voortaan als voorjaarsequinox zou gelden. Door deze beslissing viel het zomersolstitium niet meer op 24 juni, maar op 21 juni, terwijl het wintersolstitium verschoof van 25 naar 21 december. Daarmee keerde de kerk zich doelbewust af van de in oorsprong heidense vieringen van de beide solstitia. Het Kerstfeest werd hierdoor losgekoppeld van het Midwinterfeest en het Sint-Jansfeest viel ineens op een andere dag dan Midzomer.

Het duurde overigens nog lang voordat de Gregoriaanse hervorming overal werd doorgevoerd. Verscheidene protestantse landen hebben tot de achttiende eeuw geweigerd de 'roomse' kalender over te nemen. Een aantal Nederlandse gewesten nam de kalender in 1582 in gebruik, maar Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel, Gelderland en Utrecht waren pas in 1700 en 1701 bereid deze stap te nemen. De Grieks-orthodoxe landen gingen pas in de twintigste eeuw overstag; Rusland in 1918 en Griekenland in 1923.

De acht jaarfeesten

Tussen de vier genoemde seizoenen in tekenen zich door de eeuwen heen in vele culturen vier andere jaarfeesten af. Tussen het Herfstfeest en Midwinter plaatsten alle Indo-Europese stammen het begin van de winter. De Ierse Kelten vierden dit met Samhain, de vooravond van november. In andere streken werden soms andere data gekozen, maar altijd was het begin van de winter de tijd dat de doden contact zochten met de gewone wereld.

Tussen Midwinter en het Lentefeest valt het Keltische Imbolc, gevierd op 1 februari. Ook de andere Indo-Europese stammen vierden in deze tijd een Ploeg- en Zaaifeest. Het is de tijd dat de aarde zich herstelt van de winter en door bepaalde handelingen opnieuw vruchtbaar gemaakt wordt.

Tussen het Lentefeest en Midzomer, meestal op de vooravond van de meimaand, vierden alle Indo-Europese stammen het begin van de zomer. Door de Kelten werd dit feest Beltane genoemd. In onze streken was de naam Meiavond eeuwenlang algemeen bekend.

Tussen Midzomer en het Herfstfeest, tenslotte, werd altijd een oogstfeest gehouden. De Ierse Kelten noemden dit Lughnasa en vierden dit rond de vooravond van augustus. Ook elders in de Keltische en Germaanse wereld werd dit oogstfeest gevierd. De Angelsaksers noemden het Lammas. Vaak was de naam gewoon Oogstfeest of hiertoe te herleiden.

In wezen vormen de acht genoemde feesten een gang door het jaar. Bij de beschrijving van de verschillende feesten zal dit nader worden uitgewerkt.

De Jaarfeesten binnen de Wicca
In de Wicca wordt op een geheel eigen wijze vorm gegeven aan deze oude feesten. De Godin als Moeder Aarde en de Vegetatiegod spelen daarbij een grote rol.

In ons boek Heksen komen van de Maan beschrijven we hoe wij deze feesten in onze Coven gestalte geven. In ons boek De acht Jaarfeesten gaan we dieper in op de folklore en geschiedenis van elk feest. We geven daarin ook een geleide visualisatie, een ritueel voor een groep en aanwijzingen om het feest op een eenvoudige manier alleen te vieren. Beide boeken zijn uitverkocht en alleen via deze site op cd-rom in pdf te koop. De pagina's over de Jaarfeesten op deze site zijn gebaseerd op De acht Jaarfeesten, maar waar nodig herschreven en voorzien van honderden door Joke gemaakte foto's.

Je kunt de pagina's van de Jaarfeesten bekijken door in onderstaande tabel op de naam te klikken. Het basisritueel is voor elk van de jaarfeesten te begruiken. Je kunt ook de namen van de Jaarfeesten bovenaan de pagina's aanklikken om naar het betreffende jaarfeest te gaan.

In onderstaande tabel kun je ook het stuk openen over het maken van wierook, wijn, brood en een gewaad.

Basisritueel Een ritueel voor het trekken van de Cirkel voor elk jaarfeest. Tevens algemene info over het vieren van de jaarfeesten.
Samhain Het rituele jaar begint met Samhain (31 oktober). Voor de Kelten en de Germanen begon het jaar met de donkere helft, net als de dag met het vallen van de avond begon. De Kelten noemden het nieuwjaarsfeest Samhain. In deze tijd van het jaar is het contact met de andere wereld en de geesten van overleden voorouders dan gemakkelijker te leggen dan anders.
Joel Joel (21 december) is het oude Midwinterfeest, waarbij het wiel van het jaar, na de zonnewende, weer op gang gebracht wordt. Daarmee wordt de groeikracht van de natuur opnieuw geactiveerd. Tot Midzomer zal de zon elke dag aan kracht winnen. In volksverhalen werd dit het rijk van de Eikkoning genoemd. De eik is het zinnebeeld van de groeikracht.
Imbolc Imbolc (2 februari) is gebaseerd op de oude gebruiken om de aarde na de winter weer vruchtbaar te maken. De Kelten noemden dit feest Imbolc, maar ook buiten de Keltische gebieden werd het als Ploeg- en Zaaifeest gevierd.
Ostara Het Lentefeest, ook wel genaamd Ostara, (21 maart) is een viering van het nieuwe leven dat onder de grond weer op gang is gekomen. Het ei, waarin het nieuwe leven zich in het verborgene ontwikkelt, is een symbool bij uitstek voor het Lentefeest.
Beltane Beltane (30 april) is door de eeuwen heen gevierd als vruchtbaarheidsfeest. Door de bevruchting worden bloesems omgezet in vruchten. Voor Wicca's is dit het Heilig Huwelijk, de eenwording van de Godin en de God. De Kelten noemden dit feest Beltane. In onze streken stond het bekend als Meiavond.
Midzomer Midzomer (21 juni) is een viering van de uitbundige groeikracht in de natuur. Tegelijk betekent dit het eind van de heerschappij van de Eikkoning. De afbrekende krachten, gesymboliseerd door de Hulstkoning, nemen het nu weer over.
Lammas Lammas (2 augustus) grijpt terug op de graanoogst, die rond deze tijd in heel Europa op ceremoniŽle wijze werd binnengehaald. De Kelten noemden dit feest Lughnasa. In het Angelsaksische Rijk werd het als Lammas aangeduid.
Herfstfeest Het Herfstfeest (23 september) is het tweede oogstfeest, waarbij appels, peren en druiven centraal staan. De Vegetatiegod neemt hier de vorm van Wijngod aan.
Wierook
Wijn
Brood
Gewaad
Het maken en branden van wierook; het maken van wijn; het bakken van brood brood en het maken van een gewaad.
Wat is heidendom? Een korte uitleg over het begrip heidendom, waar relevant voor het begrijpen van de jaarfeesten.

In de Romeinse tijd werden de jaargetijden als personen voorgesteld en vaak in vloermozaieken in woonhuizen afgebeeld. Met name in de Romeinse steden in Noord-Afrika was dat zeer gebruikelijk in de eerste eeuwen van onze jaartelling. Soms werden de jaargetijden voorgesteld als vrouwen, soms als mannen, soms deels mannen en deels vrouwen. Als voorbeeld kan gelden het marmeren mozaiek uit Zliten in het huidige LibiŽ, uit de derde eeuw n.Chr., dat rechtsboven is weergegeven. Het mozaiek is uitzonderlijk omdat alle jaargetijden gevleugeld worden voorgesteld, wat vrijwel nooit het geval is.
De jaargetijden zijn herkenbaar aan de atributen die ze bij zich hebben. De winter, bovenin het mozaiek, heeft een krans van riet op het hoofd, terwijl een rietstengel achter haar linkerschouder te zien is. De winter is meestal een oudere persoon dan de andere jaargetijden en dat is hier ook het geval.
Het voorjaar, links in het mozaiek, is een jonge vrouw in een mouwloze tuniek, met een bloemenkrans op haar hoofd. Ze heeft een herdersstaf en houdt twee kazen in haar handen.
De zomer, rechts in het mozaiek, is een wat oudere vrouw, met een rode mantel over haar linkerschouder, een krans van tarwearen op haar hoofd. Ze houdt een sikkel voor zich.
De herfst, onderin het mozaiek, draagt een mouwloze groene tuniek en een krans van herfstbloemen. Voor zich houdt ze een tros druiven. Druiven zijn een vast attribuut van de herfst.

Het vieren van de Jaarfeesten
Er zijn talloze manieren om een jaarfeest vorm te geven: Alleen, in kleine groepjes of in festivals waar tientallen, soms zelfs honderden, aanwezigen zijn. Voor elk jaarfeest geven we suggesties en aanwijzingen voor vieringen solo of met een groep.

Het is belangrijk een eigen ruimte te scheppen, bijvoorbeeld door takken in een kring te leggen of door een ronde open plek in een bos te gebruiken.

Je kunt de elementkrachten gebruiken om je ritueel meer kracht te geven. Zo kun je bijvoorbeeld een veer in het oosten leggen om het element lucht te vertegenwoordigen. Je kunt een kaars of staf in het zuiden zetten voor vuur, een kom water in het westen voor water en een steen in het noorden voor het element aarde.

Je kunt een ritueel voor het betreffende Jaarfeest maken. Dat kan ook een paar regels tekst en een handeling of meditatie zijn.

In veel culturen worden rituelen afgesloten met het drinken van wijn en het eten van brood of koekjes. In wezen drukken beide de eenwording van de Vegetatieod en de Godin uit. De eenwording van de God als Graangod met Moeder Aarde geeft ons het brood en de eenwording van de God als Wijngod met Moeder Aarde geeft ons de wijn. Het branden van wierook maakte in de Oudheid deel uit van de meeste rituelen. Wierook helpt je in een meditatieve stemming te komen. In ons boek De acht Jaarfeesten zijn recepten gegeven voor brood of koekjes, wijn en wierook voor elk feest. Via ons postorderbedrijf is voor elk Jaarfeest een hierbij passende wierook te koop.