Voor elke bloem of plant die in de herfst afsterft is dit onherroepelijk het einde, maar tegelijk is het afsterven van de natuur een noodzakelijke voorbereiding op de wedergeboorte in de lente. Die wedergeboorte is niet iets persoonlijks. Een roos die afsterft wordt niet de volgende zomer herboren. Wij denken dat mensen evenmin reïncarneren en dat dezelfde ziel niet in een ander lichaam terugkeert. We denken wel dat het leven doorgaat. Rozen verwelken en sterven af en nieuwe rozen zullen weer bloeien. Mensen sterven en andere mensen zullen worden geboren. Door je als individu aan het leven vast te klampen verlies je het juist. Door je individualiteit los te laten en op te gaan in het grotere geheel maak je deel uit van het leven zelf en word je daardoor in zekere zin onsterfelijk. Dit loslaten van het beperkte om je open te stellen voor het onbeperkte is waar de Boommaan mee te maken heeft.
De taxus is een boom die traditioneel wordt verbonden met de dood en met het donkere aspect van de Godin. De bast, bladeren en zaden van de boom zijn zeer giftig. Door de eeuwen heen is de taxus vooral op kerkhoven geplant. Al in de Oudheid werd de taxus niet alleen verbonden met de donkere kant van de Godin, maar ook met haar vruchtbaarheid. De Nederlandse naam voor de taxus, ijf, betekent net als het Engelse yew "rode boom". Dit is een verwijzing naar het rode hout van de taxus en de rode vruchten van de vrouwelijke bomen, maar rood is vanouds ook de kleur van de vruchtbare aarde. Door het afbreken van het oude schept de Godin de ruimte voor het nieuwe. Door het afsterven van de natuur in de herfst en winter wordt de natuur in het voorjaar weer vruchtbaar.
Als iedereen een bepaald beeld voor ogen heeft, kan men dit met kleine stukjes bijenwas op de eigen kaars vorm geven. Nadat de hele groep dit heeft gedaan gaat iedereen in een kring staan met de kaars vóór zich en om beurten zet ieder de eigen kaars in de rode helft van de cirkel en zegt daarbij wat voor hem of haar het belangrijkste is dat de afgelopen zomer heeft gebracht. Wie dat liever voor zichzelf houdt, moet daar natuurlijk de ruimte voor krijgen. Als iedereen dit heeft gedaan, is dat een goed moment om samen iets te zingen en daarbij rond te dansen. Vervolgens neemt een van de groepsleden de eigen kaars, houdt hem voor zich en zegt: "Moge het goede overblijven en de rest vergaan." Deze persoon loopt met de kaars naar het midden van de cirkel steekt hem aan de daar staande kaars aan en zet hem in de witte helft van de cirkel. Iedereen doet ditzelfde, tot alle kaarsen in de witte helft staan. Men kan deze kaarsen laten staan om uit te branden. De symboliek van het loslaten wordt daarmee tot uitdrukking gebracht. Er wordt geen wens voor het nieuwe seizoen gedaan en er wordt niet gezegd wat men dan hoopt te zullen oogsten. Het gaat erom de oogst van het afgelopen jaar los te laten en het vuur het goede daaruit te laten transformeren tot een potentie voor het nieuwe jaar. Met Joel en nog sterker met de Maan van de Langste Nacht wordt deze potentie omgezet in een kiem waaruit de nieuwe oogst zal voortkomen.